" WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

" WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Do Jan 23, 2020 10:09 am

Peter Gerrets :

DONDERDAG 23-01-2020



WET EN GEEST (1).



INLEIDING



Dit is het begin.
Ik stelde een simpele vraag, eigenlijk bestemd voor orthodoxe christenen in Reformatorische kring.

“Waarom wordt er elke zondagmorgen in onze gemeenten de Tien Geboden voorgelezen en niet een apostolische vermaning zoals b.v. 1 Korintiërs 13?”

Ik had geen idee dat daar een enorme gedachtenuitwisseling uit zou ontstaan.
Dank voor alle reacties.

Eerlijk gezegd ben ik zeker méér dan 20 jaar bezig met studeren en nadenken over ons christelijk geloof en onze christelijke gemeenten.
Een diepe overtuiging is gegroeid dat er iets mis is.

Maar laat ik me voorstellen.
Ik ben Peter Gerrets, geboren in 1949 in Delft.
De oudste zoon, ik heb twee broers en een zus.
Wij behoorden thuis bij de Nederlands Hervormde Kerk (midden-orthodox).
Door een middelbare schoolvriend kwam ik in een afgescheiden Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland in Delft met als predikant ds. J.G. van Minnen en in de uiterst rechtse Gereformeerde Bond binnen de Nederlands Hervormde Kerk in Delft.
Hoofdthema’s in de prediking waren in de jaren ‘60 hel en hemel, de uitverkiezing.
Ik associeer de kerkdiensten van die jaren met somber, depressief, lamlendig psalmgezang, de dood.
Ik ben er fysiek en psychisch onder bezweken.

Na een ziekteperiode ben ik tot een volledige overgave aan Jezus Christus gekomen op 31-03-1969.
Een radiopreek en een boek hebben grote invloed op mij uitgeoefend.
Het boek: Het Normale Christelijke Leven van de Chinese prediker Watchman Nee, een bijbelstudie over Romeinen 5 t/m 8.
Mijn jonge geloof is fel aangevochten geweest door diezelfde middelbare schoolvriend. Jezus was immers alleen voor de uitverkorenen gestorven en wist ik wel of ik uitverkoren was voor de zaligheid?
Op een nacht na een gesprek met hem kreeg ik een nachtmerrie.
Ik viel in diepe duisternis in een put. En ik viel, viel, viel en ik schreeuwde: o God, geef mij Uw woord!
Ik werd wakker, pakte in het donker van mijn nachtkastje mijn Bijbel, sloeg die open, deed het licht aan en ik las Galaten 5:1 uit de NBG’51 “Opdat gij waarlijk vrij zoudt zijn, heeft Christus u vrijgemaakt. Laat u niet weder een slavenjuk opleggen”.

Dát is mijn bevrijding geworden!

Ik heb begin september 1970 mijn onderwijzersopleiding met de nodige diploma’s afgerond.
Intussen had ik van God een duidelijke roeping ontvangen om predikant te worden.
Eind september 1970 ben ik begonnen met een HBO-opleiding theologie aan het Bijbelinstituut België van de Belgische Evangelische Zending in Brussel, 50% de Nederlandse en 50% de Franstalige opleiding.
Mijn stageplaatsen waren:
* Vrije Evangelische Gemeente in Koekelare (West-Vlaanderen);
* Vrije Evangelische Gemeente in Ichtegem (West-Vlaanderen);
* Protestantse Bejaardentehuis in Brussel;
* Eglise Réformée in Seraing (Franstalige provincie Luik);
* Vakantiekampen van de Églises Réformée in de Ardennen.
Ik ging voor in Nederlandse en Vlaamse kerken en in Franstalige gemeenten.

Seraing werd mijn thuisgemeente, een charismatische Hervormde Kerk. Daar heb ik in juni 1972 belijdenis afgelegd van mijn geloof in de doop door onderdompeling.
In 1973 werd ik (hulp) predikant in de Volle Evangelie Gemeente in Enschede, in 1976 docent aan de Trainingsschool voor Discipelschap van de Stichting Jong en Vrij eerst in Wassenaar, later in Rockanje en medevoorganger in de Evangelie Gemeente Vredeheim in Rockanje, in 1979 voorganger binnen de Pinkstergemeenten Morgenstond in Den Haag-Mariahoeve.
In 1996 werd ik 80-100% arbeidsongeschikt verklaard vanwege nierfalen. Van 1997-2009 was ik (hulp) voorganger binnen de Christengemeente De Schuilplaats.

Ik heb altijd contact gehouden met predikanten uit de gevestigde kerken. Predikanten gingen voor in de gemeenten die ik mocht dienen en ik heb vele malen mogen voorgaan in Hervormde, Gereformeerde en Baptistengemeenten.

Er is maar één Gemeente van Jezus Christus.

Ik ben sinds 2011 belijdend lid van de PKN hier in Den Haag.
Ik reken mezelf tot de Gereformeerde Bond met een Evangelische tic.

Wat ik mis?
Goed onderwijs over het onderscheid tussen het Oude en Nieuwe Verbond.
Eveneens over christelijke groei naar geestelijke volwassenheid.
Over Wet en Genade.
Over de profetieën die nog vervuld moeten worden.
De toekomst van Israël.
Wat staat ons christenen te wachten.

Persoonlijk lees en studeer ik het liefst in de Naardense Bijbel 2014.
Ik zing graag ritmische psalmen.
Maar die staan bij mij niet op een hoger plan dan de ook door Paulus aanbevolen gezangen en geestelijke liederen.
Kijk: de Psalmen in de Bijbel zijn ons van God gegeven.
Niet de menselijke berijmingen.

Ik hoop binnenkort te beginnen met een serie Wet en Geest.
En hoop dan in te gaan op alle vragen en opmerkingen die betrekking hebben op de vraagstelling.



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
G
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Jan 27, 2020 11:40 am

Peter Gerrets :

MAANDAG 27-01-2020


WET EN GEEST (2).


Na de INLEIDING (1) nu de échte start van deze serie.
In de Bijbel wordt een oorlog aangekondigd nadat Adam en Eva in opstand kwamen tegen hun Schepper en waren ingegaan op het aanbod van de slang.
In Genesis 3:15 zegt de HEER:
“en vijandschap zal Ik zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar nazaat; hij zal jou voor het hoofd stoten, jij zult hem bijten in de hiel” (Naardense Bijbel 2014). De nazaat van de vrouw zal de kop van de slang vermorzelen, lees ik in andere vertalingen.

In diezelfde Bijbel zie je die strijd, die oorlog, die vernietigingsoorlog.
Want uit één van de zonen van Adam en Eva, namelijk Seth, komt uiteindelijk Noach voort en één van Noach’s zonen is Sem. Uit Sem, na de vloed, Abram (Genesis 11:10-27).
Uit Abram, Izaak en Jakob (die na de worsteling bij de rivier de Jabbok een nieuwe naam krijgt: Israël) komt het volk Israël voort.
In Genesis 12:2 belooft God hem een talrijk nageslacht. In Genesis 13, na de scheiding met zijn neef Lot, belooft God Abram en zijn nageslacht tot in eeuwigheid heel het land waar op dat moment de Kanaänitische volken wonen
(Genesis 13:14-17).
In Genesis 15 sluit God met Abram een verbond dat volledig van God uitgaat, waarbij beklonken wordt dat Abram’s nageslacht het beloofde land zal bewonen, zelfs de grenzen worden aangegeven (15:17-21).
Maar óók is hem aangezegd dat zijn nageslacht 400 jaar als vreemdelingen zullen verblijven in een vreemd land.
Ondertussen oordeelt God de bewoners van het hem beloofde land en uiteindelijk ook het land waar zij verblijven en het verbondsvolk zal uit dat land uittrekken.

En dan benoem ik de drie pogingen om het verbondsvolk waaruit diegene zal voortkomen die Gods tegenstander de kop zal vermorzelen uit te roeien.

Inderdaad Jakob en zijn familie komen in Egypte te wonen. En na Jozef’s dood vaardigt een farao een bevel uit dat alle pasgeboren jongetjes van het verbondsvolk in de rivier de Nijl geworpen moeten worden en de mannen moeten met minimale middelen grote steden bouwen onder Egyptisch toezicht.
Pasgeboren jongetjes in de Nijl verdrinken en strenge slavenarbeid moeten een einde maken aan de groei van het verbondsvolk Israël.
De eerste poging om de geboorte van die Nazaat te voorkomen.

De tweede poging vindt plaats als datzelfde volk in ballingschap is weggevoerd naar Babel. Op het moment dat de Meden en de Perzen de dienst uitmaken. Perzië (nu Iran). De vrouw van Arthaxerxes koningin Vasthi weigert een enorm feest dat de koning heeft aangericht voor al zijn personeel te bezoeken. Dat maakt hem woedend en hij verstoot haar. De koning zoekt een nieuwe koningin. De Jood Mordechai raadt zijn nicht Esther aan om mee te doen aan de ‘miss-verkiezing’. Uiteindelijk wint Esther de verkiezing en de koning kroont haar tot nieuwe koningin, maar zij vermeldt haar afkomst niet.
Aan het hof krijgt Haman een belangrijke positie. Ieder moet hem gepaste eer bewijzen, b.v. knielen. Maar Mordechai doet hier niet aan mee. Het is bekend dat Mordechai een Jood is en Haman wordt woedend dat deze Jood hem niet de eer en het respect betoond die hem toekomt.
Haman klaagt bij de koning dat er één bevolkingsgroep is in zijn rijk dat er eigen regels en gewoonten op nahoudt en de bevelen van de koning niet gehoorzaamt.
Dat volk moet uitgeroeid worden.
De koning stemt ermee in en er worden brieven door het hele rijk gezonden.
Het Joodse volk is in rouw. Ook Mordechai. En door Mordechai komt Esther het te weten. En Mordechai maakt haar duidelijk dat zij niet voor niets koningin is geworden en dat zij bij de koning moet pleiten. Maar ongevraagd bij de koning komen kan haar het leven kosten.
Uiteindelijk gaat Esther naar de koning en zij wekt in zijn hart grote liefde op.
De koning gaat op Esther’s verzoeken in en Haman wordt ontmaskerd. Haman en zijn huis komen om. Mordechai krijgt de positie van Haman. Maar de wet uitgevaardigd door de koning kan niet zomaar veranderd worden, maar de Joden krijgen het recht zich te verdedigen.
Op de in de wet van de koning genoemde dag en ook de dag erna brengen de Joden al hun haters om. De tien zonen van Haman worden opgehangen.
Zó wordt het Joodse volk gespaard en viert een groot feest (zie het boek Esther).

De derde poging vindt plaats na het bezoek van de magiërs uit het Oosten aan koning Herodes in Jeruzalem.
Zij doen navraag: “Is er een koningszoon geboren, want wij hebben aan de hemel zijn ster gezien!”
Herodes weet van niets. Hij roept de wetsgeleerden en vraagt hen naar die koningszoon en of er in de geschriften over de komst van zo’n koning gesproken wordt. “Ja, de profeet Micha heeft gezegd dat de Messias die wij verwachten in Bethlehem geboren zal worden”.
Uiterst merkwaardig dat dit de magiërs wordt gezegd: “Ga op onderzoek uit en kom terug en breng mij verslag uit” en niemand met hen meegaat. De magiërs zien opnieuw de ster en ze vinden het kind in het huis waar Jozef en Maria wonen. Gewaarschuwd door een engel gaan ze terug naar hun land. Gewaarschuwd door een engel vluchtten ook Jozef en Maria met hun kind naar Egypte. En na een berekening brengen Herodes’ soldaten alle jongetjes tussen 0 en 2 jaar om in Bethlehem. Een afschuwelijk bloedbad.

De tegenstander van God wil niet dat Jezus Messias uit het Joodse volk geboren zal worden.

De opstand van het Joodse volk tegen de Romeinse bezetting wordt bloedig onderdrukt. Het volk verstrooit onder de volkeren.

De Joden worden over het algemeen gezien als godsmoordenaars.
Als christen schaam ik mij voor de geschiedenis van de kerk van Jezus Christus.
Voor álles wat Joden is aangedaan door christenen.
De kruistochten. En ik vat het maar samen in de vervangingstheologie.
God heeft het Joodse volk verworpen omdat zij Jezus hebben vermoord.
Nu heeft God een nieuw volk uitgekozen, de kerk. De kerk is het nieuwe Israël. Voor ons zijn de aan het verbondsvolk beloofde zegeningen, voor het Joodse volk de beloofde vloeken.
Wij annexeren dat wat het verbondsvolk is toegezegd.
Gods verbond met Abram geldt ons.
Onze jongetjes worden niet meer in dat verbond opgenomen door de besnijdenis op de 8e dag, maar die jongetjes en meisjes worden besprenkeld met water zo snel mogelijk na de geboorte.
Het eigenlijke verbondsvolk telt niet meer mee. Door de eeuwen heen zien we antisemitisme, ook in en door de kerk.
Luther’s vreselijke woorden over de Joden werden door Adolf Hitler in de mond genomen voorafgaande aan de Kristallnacht. En door theologen goed gepraat in boeken die ze over Luther schrijven.
Uit het ‘christelijke Nederland’ werden, alleen al uit kamp Westerbork 102.000 Joden afgevoerd.
De bezittingen van de weggevoerde Joden en hun huizen ingepikt door Nederlanders. De Joden die na de oorlog terug kwamen schandelijk behandeld.

Vandaag is het 75 jaar geleden dat het Rode Leger het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau bevrijdde.
De fabriek des doods.
In die hel alleen al werden 1,1 miljoen Joden vermoord.
Satan’s zoveelste poging om het Joodse volk te vernietigen.
Waarom? Omdat er nog altijd profetieën zijn aangaande het land en volk die uit zullen komen.
Jezus zei tegen de Samaritaanse vrouw:
“Het heil is uit de Joden”.
Onze God is en blijft de God van Abraham, Izaak en Jakob.
Onze Redder en Heer is als mens geboren uit het Joodse volk, Yeshua.

Heden ten dage heeft het Joodse volk bijna de hele wereld als vijand.
In wereldorganisaties, zelfs een veiligheidsraad laten we hen alleen.
Nederland doet daaraan mee.
Ons volk: laf, slap, onverschillig.
Ook in 1940-1945 en erna.
Ook nu!

Als jonge jongen dacht ik dat het Nederlandse volk een heldenvolk was. Koningin Wilhelmina mijn heldin. Prins Bernhard met zijn witte anjer mijn held. Bijna alle Nederlanders hadden Joden bij hen laten onderduiken.
En die Nederlanders waren er, er waren verzetsstrijders. Hulde aan hen!!
Maar lang niet allemaal. Wilhelmina wilde geen opvangskamp voor Duitse Joden in haar achtertuin. De rol van Bernhard dubieus. Veel Nederlandse ambtenaren volgden plichtsgetrouw Duitse bevelen op.

Nu bijna alle overledenen stokoud of overleden zijn gaan wij van de Joden gestolen kunstwerken teruggeven.
Krijgen weduwen geld van onze regering voor hun door Nederlanders vermoorde mannen in Indonesië.
Gaan de Nederlandse Spoorwegen nabestaanden schadevergoedingen betalen omdat ze zo keurig op tijd de Joden brachten op hun bestemmingen in Nederland of op weg naar kampen elders in Europa.

(wordt vervolgd)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Wo Jan 29, 2020 10:48 am

Peter Gerrets :

WOENSDAG 29-01-2020



WET EN GEEST (3)



Onze premier Mark Rutte heeft zondag j.l. tijdens de herdenking van de Holocaust in het Amsterdamse Wertheimpark aan de overlevenden van de vernietigingskampen excuses aangeboden, omdat de Nederlandse Overheidsdiensten Joden niet die veiligheid en zorg hebben geboden die van hen verwacht mocht worden.
De Joodse gemeenschap is blij met deze excuses.
Ik had méér verwacht: óók excuses voor de manier waarop de overlevenden bij terugkeer zijn ontvangen.

Er zijn predikanten die het lef hebben in preken en catechese te zeggen: de geschiedenis van de christelijke kerk heeft de weg gebaand naar de jodenhaat die de shoa heeft mogelijk gemaakt.

Wat is het toch dat Joden tot ongewensten maakt?
In de ogen van velen de eeuwen door zijn zij godsmoordenaars.
Zijn wij dan zulke slechte bijbellezers?
Zijn wij doof op Golgotha?
Horen wij niet het gebed van Jezus:
“Vader, vergeef het hun (de menigte Joden en Jodinnen en de Romeinen die de straf voltrekken), want zij weten niet wat zij doen”.
In 1 Korintiërs 2:8 schrijft Paulus:
“Niemand van de oversten van déze eeuw heeft haar (het geheimenis, de verborgen wijsheid Gods) herkend; want als ze haar hadden herkend zouden ze de Heer der heerlijkheid niet hebben gekruisigd”.

Wat wil dit zeggen? De Joden destijds hebben Jezus niet gekend en niet herkend. Zij wisten niet wie Hij werkelijk was. Áls ze dát geweten hadden, was het nooit tot deze gruwelijke kruisiging gekomen.

En nog iets: de mens die opzettelijk zondigt, met ‘opgeheven hand’, tegen de HEER, wordt niet vergeven, want in het Oude Testament bestaat daar geen offer voor (Numeri 15:30).

Wat doet Jezus aan het kruis voor Zijn volk? Het bewust uit zijn op de gevangenneming, op een proces, op de veroordeling tot de gruwelijkste dood valt onder de zonde met opgeheven hand waarvoor geen vergeving is.
En Jezus bidt tot Zijn Vader: “Vergeef het hun, want .... zij deden het niet opzettelijk”. Ik ben het offerlam óók voor al diegenen die het opzettelijk hierop hebben laten komen. Hadden ze geweten wie Ik ben, ze hadden Mij niet gekruisigd.
En Vader luistert en vergeeft.

Domme, domme mensen die dachten dat het Joodse volk gediskwalificeerd was.
En dat God Zich een ánder verbondsvolk zocht.
De weg van dit volk van God is tot op de dag van vandaag gruwelijk geweest.
Gevlucht uit hún land, terecht gekomen in de diaspora, temidden van andere volkeren, die hen meestal beschouwden als vijanden.
Zelfs de christenen uit het Jodendom voortgekomen kwamen niet voor hen op.
Wat is het wat ons irriteert? Hun handelsgeest, hun rijkdom (maar die gold toch niet voor allen), hun creativiteit, hun intelligentie, hun kleding, hun erediensten, hun uiterlijk?

Christenen van destijds, door de loop der eeuwen heen tot op de dag van vandaag gedragen zich bewust en onbewust anti-semitisch.

Denken, dat de kerk van Jezus Christus het geestelijke Israël is. Denk erom: deze overtuiging vond ik niet alleen in de Rooms-Katholieke Kerk, maar ook onder Protestanten, onder Evangelischen.
En het dan in de theologie zover drijven dat het verbond met Abram óns geldt, en dan denken: o ja, de pasgeboren jongetjes horen ook bij dit verbond, laten we een ritueel bedenken waarmee we hen inlijven in dat verbond en dan bedenken we een ritueel dat ook meisjes kunnen ondergaan: en toen was daar de besprenkeling met water van de pasgeboren baby’s. In héél de bijbel is geen bevel, gebod of opdracht te vinden dat ons is gegeven om baby’s te ‘dopen’.
En dan het bijgeloof: o, als ons kindje niet besprenkeld is en sterft, dan is het verloren. Priesters gingen in aller ijl naar het ziekenhuis om ernstig zieke baby’s te besprenkelen. In de Gereformeerde Kerken (Synodaal) werden de eerste zondag na de geboorte de baby’s gedoopt. Soms lag de moeder nog in het ziekenhuis. Als je eenmaal gedoopt was, kon de boze je niets doen.

Merkwaardig is dat de liturgie en bepaalde gebruiken in de Rooms-Katholieke Kerk zó oud-testamentisch zijn. De hiërarchie: paus - aartsbisschoppen - bisschoppen - priesters - leken.
Net zoals in Israël: hogepriester - priesters - levieten - leken.

Er wordt geofferd. De eucharistie kent de gedaanteverandering. Tijdens de instellingswoorden verandert het brood in het lichaam van Christus en de wijn in Zijn bloed.
Terwijl Jezus Christus één maal Zijn leven gegeven heeft tot uitdelging van al onze schuld.
In onze Reformatorische Kerken verafgoden we de Psalmen, het liedboek van het Joodse volk.

Soms denk ik dat wij liever bij de schaduwbeelden leven.
Immers alles in het Oude Testament wijst op de Toekomstige.
De offers, de hogepriester, de priester, het offerlam, het offerbloed, de tabernakel, de tempel, de sabbat, de feesten verwijzen naar Jezus Messias.

Doordat wij als christenen geen toekomst zagen voor het Joodse volk, geen inzicht hadden in de betekenis van de profetie en die dus ‘geestelijk’ uitlegden, hebben wij onwetend of bewust bijgedragen aan een vijandige houding ten opzichte van Gods verbondsvolk.

Ik maak een uitzondering voor de Nadere Reformatie waar wel oog was voor het volk van God.
Ik eer ook de evangelist Johannes de Heer die in de jaren ‘20 van de vorige eeuw zelfs durfde spreken over het herstel van Israël. Uitgelachen, maar het kwam uit.

Enkele tientallen jaren geleden kwam het besef dat we ons moesten verdiepen in onze Joodse wortels.
En in onze tijd zijn er christenen die dwepen met Israël. Zij erkennen en verwerpen de dwalingen van de kerk uit het verleden, geloven de profetieën, maar keren terug naar de schaduwen: gaan de sabbat houden, de Joodse feesten vieren en staan klakkeloos achter Israël’s politiek en achter het Israëlische leger.
Een Joodse bijbelgeleerde die ook voluit christen is, zei: “Er staat in de bijbel dat wij, christenen uit de volkeren, het Joodse volk tot jaloersheid moeten verwekken, maar het omgekeerde gebeurt!!!” (Amir Tsarfati - op Youtube vindt u genoeg studies en toespraken die licht werpen op wat er in het hier en nu gebeurt en staat te gebeuren).

En er zijn christenen die nog altijd fel zijn tegen de Joden in verband met de vijandelijkheden tegen de Palestijnen.

Ik blijf erbij, dat de nakomelingen van Abraham, Izaak en Jakob nog altijd Gods verbondsvolk zijn. Dat God met hen een nader plan heeft. Dat het land het hun van God gegeven land is (zelfs maar een deel daarvan). Jeruzalem de ondeelbare hoofdstad.
Ik verafschuw dat er b.v. in de Verenigde Naties resoluties worden aangenomen waarbij gezegd wordt dat er geen enkele band bestaat tussen het Joodse volk en de Tempelberg of de stad Jeruzalem of het land, terwijl archeologische vondsten het tegendeel bewijzen. De geschiedenis wordt opzettelijk vervalst. De wereld speelt een gevaarlijk spel.
In Zacharia 2:12 zegt God: “want wie u aanraakt raakt Zijn oogappel aan”.
En niemand doet dat ongestraft!

p.s. Persoonlijk heb ik grote moeite met de vervangingstheologie en de verbondstheologie en hoe die soms wordt uitgewerkt. Hier op fb heb ik verschillende heftige debatten gehad over b.v. de doop. Ik wil geen herhaling, omdat telkens blijkt dat het gesprek doodloopt en er geen bijbelse tegenargumenten komen. Geen enkel belijdenisgeschrift, geen Heidelberger, geen doopformulier legt genoeg gewicht in de schaal. Ik respecteer vanzelfsprekend jullie standpunten.
Belangrijk is dat we in en door Jezus Christus broeders en zusters zijn.
Een ieder handelt naar zijn of haar kennis en overtuiging. Maar doe alsjeblieft niet alsof de geloofsdoop zoals in het Nieuwe Testament beschreven een afwijking zou zijn van de rechte leer.
Wie toch een opmerking hierover zou willen maken, kan dat doen in een persoonlijk bericht, liever niet onder dit artikel omdat het hoofdaccent op iets anders ligt, dat nu actueel is.
Bij voorbaat dank voor jullie begrip.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Vr Jan 31, 2020 11:15 am

Peter Gerrets :

VRIJDAG 31-01-2020


WET EN GEEST (4).


Naar aanleiding van enkele reacties stel ik me de vraag: “Hoe lezen we de Bijbel?”
In 2 Timoteüs 3:16-17 lezen we:
“Alle Schriftwoord is van God doorademd en nuttig tot onderrichting, tot weerlegging, tot verbetering, tot de opvoeding in gerechtigheid, opdat de mens van God volkomen zal zijn, voor alle goed werk volledig toegerust”.
In 1 Korintiërs 10:11 lezen we:
“Dit alles is bij wijze van voorbeeld hun overkomen, en opgeschreven als een waarschuwing voor ons, op wie de einden der eeuwigheid afkomen”.

Met andere woorden: De hele Schrift (én dat wat wij het Oude Testament noemen én het Nieuwe Testament), maar in de tekst uit de brief aan de Korintiërs vooral alles wat Israël is overkomen, is opgeschreven als waarschuwing en om ons te vormen en op te voeden.

Heel de Schrift. Dat geldt ook voor mij.
Dus leg ik het Oude Testament niet naast mij neer.
Er is wel één ding waarop ik let.
Is alles wat in die Schriften staat aan mij geadresseerd? Gaat het over mij?
Zeker, ik kan leren, gewaarschuwd worden, terecht gewezen.

Als ik de Bijbel lees valt het mij op, dat er van Adam tot Mozes geen Wet was.
Hoe werd je rechtvaardig voor God?
Door het geloof!
In het Paradijs was er één verbod: eet niet van de boom van kennis van goed en kwaad!
Het streven van de mens om gelijk te worden aan God, een naam te maken roept een krachtig NEE van God op: dan word je buiten het Paradijs gezet, de torenbouw een halt toegeroepen, de mensen over de hele aarde verdeeld.
In het Paradijs brengt God het eerste offer. Hij slacht een dier, er vloeit bloed, om de mens te bedekken.
Maar er is geen wetgeving.
Wandelen met God is kenmerkend voor kinderen van God, zoals Adam en Eva, Henoch, Noach. En later Abraham, de vriend van God.
Geloof.

Maar ná ruim 4 eeuwen in Egypte te hebben doorgebracht, na de uittocht geeft God aan de vrijgekochte slaven en slavinnen uit Egypte Zijn Tien Geboden, ook wel de Tien Woorden genoemd.
Al eerder schreef ik dat die Woorden duidelijk geadresseerd worden.
Aan de nazaten van Abraham, Izaak en Jakob, die uit het slavenhuis uitgeleid zijn, uit Egypte.
Ruim 4 eeuwen geleefd temidden van een volk met andere goden, andere cultuur, andere gewoonten.
Natuurlijk werden de verhalen van Abraham, Izaak, Jakob en Jozef doorverteld. Maar God hadden ze nooit ontmoet. Dat vindt plaats bij de Sinaï.

Een zeer indrukwekkend gebeuren.
Gods stem is voor het volk niet te verdragen.
Het is Mozes die deze woorden namens God overbrengt.

Ik zeg: deze Tien Woorden, deze Tien Geboden, zijn van God door Mozes overgebracht aan het Joodse volk.
Aan allen die uit het slavenhuis uitgeleid zijn.

Als deze Tien Geboden óns, gelovigen-uit-de-volkeren, zouden gelden, mag ik dan vragen:

• Wat doen we dan met onze werkweek, die 6 dagen hoort te duren?
• Geloven de predikanten en voorlezers dat God in 6 dagen deze wereld en het universum heeft geschapen?
• Wat doen we met het gedenken van de sabbat die plaats hoort te vinden op de zevende dag?
• Als ik mijn ouders eer en verzorg, krijg ik dan ook deel in het aan Abraham beloofde land?

Deze dingen vraag ik mij voortdurend af als ik de Tien Geboden hoor voorlezen.
Ik wéét dat deze woorden wereldwijd en natuurlijk vooral in de ‘voormalige’ christelijke wereld de basis vormen voor recht en gerechtigheid.
Natuurlijk zijn het geen slechte of afkeurenswaardige woorden.
Verre van dat.

Eén predikant reageerde met: ‘dit zijn woorden rechtstreeks van God’. Ja. Maar neem me niet kwalijk, wie heeft het lef gehad om de sabbat te vervangen door de zondag?
Het wringt bij mij om deze woorden in de christelijke kerk op zondag te horen.

Ik weet dat Jezus uit de doden is opgestaan op de eerste dag van de week.
Dat Jezus zich op die eerste dag van de week openbaarde aan de vrouwen.
Dat de leerlingen bijeen waren.
Jezus verschijnt op diezelfde dag en acht dagen later, speciaal voor Thomas.
Dat er enige aanwijzingen zijn dat de gemeente op de eerste dag van de week samen kwam.

[Marcus 16:2,9-14; Lucas 24:1; Johannes 20:1,19; Handelingen 20:7; 1 Korintiërs 16:2]

En dan rijst bij mij de vraag: “Moeten wij de zondag als een sabbat houden?”
Kennen we de Joodse praktijk, de interpretatie van de rabbijnen, en ik mag toch zeggen de duidelijk andere interpretatie van Jezus?
Bij de schriftgeleerden ging het vooral om het niet werken, geen lichamelijke inspanning verrichten. Merkwaardig dat ze het nooit hebben over: “Ben je vandaag wel in de tempel of synagoge geweest?” Dat ‘niet werken’ betekende voor vele Joden niets en niemand aan het werk zetten. Er werden allerlei uitvluchten op verzonnen.
Niet-Joden vragen de lichtschakelaar aan of uit te doen. Tegenwoordig zijn er zoveel technische snufjes om iets in gang te zetten, tijdklokken e.d.
In de dagen van Jezus bleek het fijn wrijven van graankorrels op sabbat al werken te zijn én het genezen van mensen.
De schriftgeleerden ging het om het niet werken. Jezus vierde de sabbat als een bevrijdingsdag.
Jezus lijkt meer te voelen voor de versie van het sabbatsgebod uit Deuteronomium 5. Daar spreekt Mozes tot heel Israël (5:1). God sloot met Israël bij de Sinaï, ook Horeb genoemd, een verbond. In 5:15 blijkt de sabbat bestemd om de bevrijding uit Egypte te gedenken en daarom leg je je dagelijks werk neer om jouw bevrijding te vieren.

Zondag was in mijn jeugd helemaal geen leuke dag. Buiten spelen was er niet bij.
Fietsen mocht niet. Een ijsje kopen mocht niet. Twee keer naar de kerk en ook nog naar de zondagsschool.
Soms maakten we als gezin een wandeling. Velen hebben de zondag doodsaai gevonden.

Een bevrijdingsdag?

Ik heb er toen niets van gemerkt.
Als kind niet, als tiener niet.
Die sfeer, sfeer van de dood, dat psalmen zingen op hele noten, de kleur zwart die overheerste, die preken over de uitverkiezing, het oordeel.

De zondag houden als een Joodse sabbat, wordt dat ons in de Bijbel ergens opgedragen?
Hele volksstammen dachten vroeger dat het zo moest en in sommige orthodoxe kringen is het nog zo.

De zondag als dag van blijdschap?
Gelukkig méér dan vroeger!
Vroeger hield je in de kerk je jas aan, alsof je een voorbijganger was.
Toen ik voor het eerst in een Pinkstergemeente kwam, werden de jassen uitgedaan, want het kerkgebouw was een ontmoetingsplaats. Er werd gevierd en je bleef na de dienst koffie of thee drinken. Je raakte in gesprek met elkaar.
Ook dat zie je nu in de gevestigde kerken meer en meer.

Wat is nu toch een échte zondag?
Ik voel toch veel voor de blijdschap over de verlossing door Jezus Messias.
De zondag als feestdag.
En of je nou één of twee keer naar de kerk gaat, mag niet uitmaken.
Daar wordt in de Bijbel niet over gesproken.
Het is ook een rustdag.

Dus nee: ik heb niets tegen de Tien Geboden, alhoewel ik niet van mening ben dat ik de sabbat moet onderhouden.
En voel ik meer voor de manier waarop Jezus de sabbat interpreteerde.
Om de bevrijding te vieren én om medemensen te bevrijden.
Mensen genezen die gebonden waren.
Dat deed Jezus.

En tenslotte voor alle duidelijkheid: voor mij is de zondag een feestelijke bevrijdingsdag. En een rustdag. Een dag van recreatie.
Maar ik ben tegen het dwingen van winkeliers om hun zaken te openen, te werken en het personeel ook te dwingen om te werken.
Ook die winkeliers en hun personeel hebben recht op zo’n feestelijke rustdag.
Het is absurd dat elke werkdag de meeste zaken tot in de avond open zijn.
Er zijn supermarkten tot 20.00 of tot 22.00 uur open, van maandag t/m zaterdag. Genoeg tijd om inkopen te doen. Het is onnodig om op zondag te winkelen.
Wat komt er terecht van ons geestelijk leven, ons gezinsleven, ons familieleven, onze sociale contacten? En dus óók van die winkeleigenaren en hun personeel!

In volgende artikelen zullen we spreken over de Wet. Want met de Wet bedoelen we méér dan de Tien Geboden.
Wat geldt wel en wat niet voor ons, hoe gaan we er mee om?

(wordt vervolgd)



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Feb 03, 2020 11:40 am

Peter Gerrets :

MAANDAG 03-02-2020



WET EN GEEST (5).



Opnieuw dank voor de reacties op deel 4.
De Wet is méér dan de Tien Woorden of de Tien Geboden.
De Thora (dat betekent: lei-draad, richting-wijzer) bestaat uit de boeken Genesis (wording van de schepping, wording van het volk, hun verblijf in het slavenhuis Egypte), Exodus (hun verblijf in het slavenhuis Egypte, hun uittocht, de achtervolging, dwars door de zee, de ondergang van het Egyptische leger, het begin van de woestijnreis, de schreeuw om brood en vlees, de aanval van Amalek, het ontvangen van de Tien Geboden en de uitwerking, de opdracht tot het bouwen van een tabernakel), Leviticus (aanwijzingen aan de stam Levi die uitgekozen is om priesters en levieten te leveren voor de eredienst), Numeri (het boek waarin geteld wordt) en Deuternomium (herhaling) en ondertussen wordt heel de geschiedenis verhaald van het volk van God totdat ze onder leiding van Jozua het beloofde land mogen binnengaan.

Ik noem enkele wetsregels:

Exodus 21:17
“Wie zijn vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven”.

Exodus 23:10-11
“Zes jaren zul je je land bezaaien, en wat het opbrengt inzamelen; het zevende laat je het liggen en laat je het begaan: eten zullen de armen van mijn gemeente, en wat zij overlaten zal worden gegeten door het wild op het veld; zo zul je ook doen met je wijngaard en je olijf”.

En wat moeten wij met de spijswetten?Onrein zegt de HEER over:
een haas, een zwijn, alle waterdieren zonder vinnen en zonder schubben is voor ons een gruwel (dus b.v. paling),
roofvogels (zie Leviticus 11).
Een vrouw die een jongetje baart, is 7 dagen + 33 dagen na de besnijdenis van haar zoontje onrein en mag niet in de tempel komen.
Een vrouw die een dochtertje baart, is 14 dagen onrein + 66 dagen.
Daarna moet ze een speciaal offer brengen voor haar reiniging (Leviticus 12).
Maai nooit alles wat op jouw land staat, maar laat de randen staan, denk aan de armen en de zwervers. Hetzelfde geldt jullie wijngaard (Leviticus 19:9-10).
Jullie vee laat je niet paren met twee soorten dooreen. Jullie veld zul je niet bezaaien met twee soorten dooreen; en jullie gewaad uit twee stoffen geweven (dat is namaak) zul je niet aantrekken (Leviticus 19:19).
Wat te doen met het aanbrengen van inscripties en tatoeëringen op onze huid (Leviticus 19:28)?
Dodenbezweerders en waarzeggers moeten gestenigd worden (Leviticus 20:27).
Wie God vervloekt, de Naam van God aantast moet gestenigd worden (Leviticus 24:15-16).

Er is wat gediscussieerd onder gelovigen over het onderhouden van de sabbat en de zondag. Merkwaardig dat we daarbij over het hoofd zien het onderhouden van sabbatsjaren en de jubeljaren (zie: Leviticus 25).

En in Deuteronomium wordt herhaald wat eerder aan het volk geboden is.
Er zal zegen zijn voor wie Gods geboden en verboden gehoorzaamt, maar een vloek over wie niet luistert, niet gehoorzaamt.

Mag ik eerlijk zijn?
Onder ons wordt gevloekt, worden de vloekers omgebracht?
Onder ons worden sabbatten of zondagen onderhouden, als een feestdag, als bevrijdingsdag?
En waar zijn de sabbatsjaren en de jubeljaren gebleven?
Ik kwam tegen dat we geen bloed mogen eten en waarom zijn er die bloedworst eten of een biefstuk met bloed erin?
Laten wij op het gemaaide land of in onze geplukte wijngaarden wat achter voor de armen en de zwervers?
Onder ons vele stoere mannen en vrouwen met tattoos.
En wordt er niet veel paling gegeten?
Waarom komen moeders die gebaard hebben ondanks hun onreinheid in de kerk en hoe worden ze of na 40 of na 80 dagen weer rein?
Wat wordt er heden ten dagen niet de hand gelicht met het kruisen van rassen of soorten dieren?
En is al onze kleding uit één stof samengesteld?
Doden wij kinderen die hun ouders uitschelden?

Er komen zoveel vragen op als ik zie hoe sommigen met hun dieren omgaan?
Hoeveel leefruimte hebben kippen, kuikens, biggen, varkens, koeien, kalfjes?
Hoe wordt er omgegaan met dieren in slachterijen?
Hoeveel leed lijden dieren tijdens de export?
We kruisen niet alleen diersoorten, maar ook gewassen.
En er wordt geknoeid met hormooninspuitingen.
Hoe vindt God kunstmatige inseminatie?

Naderen we niet tot onze echtgenotes als ze ongesteld zijn?

Maar o, o, o, je zult homo zijn, dan word jij bestookt met Leviticus 18:22 en 20:13.
Het gaat hier om mannen en niet om vrouwen. En de doodstraf moet worden voltrokken over beide mannen.
En we weten allemaal héél zeker dat dit anno 2020 nog geldt.

Is het nog steeds zo, dat ouders een weerspannige zoon, die niet wil deugen, die niet wil luisteren, naar de oudsten brengen om hem door hen te laten stenigen? (Deuteronomium 21:18-21).

En letten we erop dat geen bastaardkind of een man met een afwijking aan zijn penis in de kerk komt (Deuteronomium 23:1-3)?

Wij zouden kunnen zeggen:
• Wij hoeven niet meer te offeren, want het offer van Jezus was meer dan genoeg om al onze zonden en schuld uit te delgen voor God.
• Wij hebben geen tabernakel of tempel nodig, want én de tent én het gebouw wezen op de heerlijkheid van Jezus.

Dus gelden die voorschriften betreffende de offerdienst en betreffende de bouw van tabernakel en tempel ons niet.
Maar alles betreffende onze leefregels, eten, visvangst, veeteelt, akkerbouw, opvoeding?

Broeders en zusters in Jezus Messias, wij zeggen heel stoer dat de Wet voor ons, christenen, geldt, maar wij zijn absoluut niet consequent.
Die Tien Geboden, oké!
Maar de uitwerking van die tien....
Als die Wet ons iets gebiedt wat betrekking heeft op onze opvoeding als ouders, het gedrag van onze kinderen...
Boeren over onze werkwijze op het land of in onze wijngaard...
Vissers op wat reine en onreine vangst is...
Als het gaat over sabbats- en jubeljaren...
Over onze kleding...

Mijn voorlopige conclusie is, dat we zéér selectief winkelen in Gods Wet.
Als het over homo’s gaat, dán weet heel orthodox reformatorisch en evangelisch Nederland heel precies: dit is een gruwel in de ogen van God.
Ondertussen nemen we nog een broodje paling.

In de komende artikelen gaan we verder over wat de Schrift zegt over de Wet, en wat geldt voor gelovigen-uit-de-volken.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Wo Feb 05, 2020 10:50 am

Peter Gerrets :

WOENSDAG 05-02-2020



WET EN GEEST(6).



De Wet is méér dan alleen de Tien Geboden. Dat zien we vooral in de boeken Exodus t/m Deuteronomium.
Uit die verschillende boeken citeerde ik een aantal geboden en verboden, waarmee we, als we eerlijk zijn, geen raad weten.

Zeer indrukwekkend is wat ons beschreven wordt in de boeken Ezra en Nehemia. De ballingen uit Juda die op last van koning Kores van Perzië mogen terugkeren naar hun land en Jeruzalem mogen herbouwen en de tempel.
Die enorme massameeting, beschreven in Nehemia 8. Een menigte mannen en vrouwen luistert naar priester Ezra die voorleest uit de boekrol van Mozes van zonsopkomst tot op de helft van de dag.
Van 06.00 uur tot 12.00 uur?
Dat zijn niet alleen de Tien Geboden geweest. Het bewerkt een enorm besef van schuld ten opzichte van de HEER en leidt tot belijdenis van zonden onder tranen, bekering en daarna het vieren van een feest.

Ik leer van Paulus uit zijn belangrijke brief aan de Galaten:
“Maar toen de volheid des tijds kwam, heeft God zijn zoon als afgezant gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de Wet, opdat Hij de mensen onder de Wet zou loskopen, opdat wij de rang van zonen-en-dochters zouden mogen ontvangen”
(Galaten 4:4-5).

In tegenstelling tot sommigen vind ik dit van grote betekenis.
Volgens de regels wordt Jezus besneden, volgens de regels is Maria 40 dagen onrein en brengt ze daarna het vereiste armenoffer voor haar reiniging.

Velen hebben gedacht dat de zo genoemde Bergrede de nieuwe Wet voor het nieuwe Koninkrijk van Jezus zou worden.
Een aanvulling op de Wet van Mozes.
Velen beroepen zich op uitspraken van Jezus over de Wet om te bewijzen dat wij, christenen, die Wet moeten onderhouden.

Jezus zegt in Matteüs 5:17 en volgende:
‘Ik ben niet gekomen om de Wet of de Profeten los te maken, te ontbinden, maar om te vervullen.
Die Wet en die Profeten blijven gelden zolang de hemel en aarde bestaan en tot hun vervulling.
Wie die Wetsbepalingen kleineert, zal klein genoemd worden in Mijn Koninkrijk.
Maar wie ze doet en onderwijst is groot in Mijn koninkrijk.
Jullie gerechtigheid moet groter zijn dan die van de Farizeeërs en de schriftgeleerden, anders kom je het koninkrijk der hemelen niet binnen.
Tegen onze voorvaderen is gezegd: als je ‘leeghoofd’ zegt tegen jouw broeder moet je voor het Sanhedrin verschijnen en als je hem voor ‘gek’ uitmaakt, val je ten prooi aan het hellevuur.
Als je wilt offeren en je bedenkt dat er een broeder is die iets tegen je heeft, ga je dan eerst met hem verzoenen en kom terug en breng je offer.
Tot de voorvaderen is gezegd: Jullie zullen geen overspel plegen, maar Ik zeg jullie als jullie een vrouw met jullie ogen uitkleden, dan hebben jullie haar al ingepikt.
Organen waarmee je geneigd bent te zondigen kun je beter afhakken of uitrukken, want als je in de hel terechtkomt, verbrandt jullie gehele lichaam.
Je zult geen meineed plegen, maar Ik zeg jullie leg helemaal geen eden af.
Als jullie spreken moet ja ja zijn en nee nee.
Tegen de voorvaderen is gezegd: als iemand jou iets aandoet, vergeldt het hem in gelijke mate, maar Ik zeg jullie: slaat iemand jou op jouw rechterwang, keer hem ook jouw linkerwang toe.
Er is gezegd: heb je naasten lief, haat je vijanden. Maar Ik zeg: heb je vijanden lief en bidt voor wie je vervolgen.
Wat is de meerwaarde van het liefhebben die jou liefhebben, dat doet iedereen, zelfs de tollenaar.
En groeten die jou groeten, dat doen heidenen ook. Van jullie vraag ik volmaaktheid.

Sorry, maar nu ben ik knock out geslagen.
Dít begrijp ik. De Wet van God door Mozes gegeven aan het uit Egypte verloste volk is Gods normen- en waardenpatroon. Gods standaard.
De Tien Geboden plus alle wetten en regels ons in de Thora gegeven.
Die standaard blijft voor állen uit het verbondsvolk die Jezus afwijzen als Messias. De Profeten blijven zolang niet ál hun profetieën uitgekomen zijn.

Maar als je Jezus’ uitspraken leest, ervaar je dan niet dat Hij de toehoorders de duimschroeven aandraait?
Dat Hij het ‘zwaarder’ maakt?
Kijk uiterlijk heb je nog nooit overspel gepleegd. Naar de letter van de Wet ben je gehoorzaam geweest.
Maar Jezus snijdt dieper: ‘hoe kijk jij naar andere vrouwen?’

Medemensen groeten of liefhebben die jou groeten en liefhebben is geen kunst.
Maar Jezus verwacht méér.
Jouw vijand liefhebben en groeten.

En zó radicaal zijn dat je jouw hand afhakt, zodat je daar niet meer mee kunt zondigen?

Niet eens meer kunnen schelden?

Dat oog om oog, tand voor tand ligt ons toch meer, dan je linkerwang toekeren als je juist op je rechterwang geslagen bent?

Jezus zegt eigenlijk: die door Mozes gegeven Wet en dat wat de Profeten hebben aangekondigd geldt totdat het geschied is, totdat het vervuld is.

Het verbondsvolk moet volgens Matteüs 5:20 een grotere gerechtigheid voortbrengen dan hun geestelijke leiders, die muggenzifters waren.

En dan volgen er in Matteüs 6 en 7 nog meer opdrachten. Bidt niet in het openbaar om jouw vroomheid te showen. Vast niet met een chagrijnig gezicht, zodat iedereen ziet dat je vast.

Wees niet te snel met jouw oordeel.
Enzovoorts.

Hoe gaat Jezus zelf om met die Wet.
Hij respecteert die Wet, maar luistert vooral naar het hart van de Vader, die de Wetgever is. Hij viert de feesten in Jeruzalem. Hij houdt zich aan de sabbat, maar interpreteert die niet als dagen waarop je niets mag doen, maar als feestdagen, bevrijdingsdagen, waarop je kunt recreëren en vooral waarop je medemensen kunt bevrijden die leven onder het juk van ziekte of andere gebondenheden.

Het verbaast me dat Hij doden aanraakt, melaatsen, dat Hij die bloedvloeiende vrouw Hem laat aanraken.
Hij geeft niets om Zijn reputatie. Hij spreekt met vrouwen.

En spreekt Farizeeërs en schriftgeleerden scherp aan op hun gedrag.
Lees maar eens Matteüs 23.

Hij adviseert de mensen wel te luisteren naar hen, maar hen niet te volgen in hun daden. Wat ze zeggen is namenlijk heel wat anders dan ze doen. Ze leggen jullie lasten op, maar ze steken nog geen wijsvinger uit om die lasten ook zelf te dragen. Ze doen alles om maar gezien te worden door de mensen. Mooie gewaden, mooie titels. Ze staan graag in de belangstelling. Jezus noemt ze ‘ondermaatse oordelaars’, ‘blinde wegwijzers’, ‘witgepleisterde graven’.
Ze willen graag leerlingen hebben, maar maken er hellekinderen van.
Mensen van het buitenkantgeloof.
Het uiterlijk.

Fel, scherp. Ja. Omdat het God om het hart gaat en niet om uiterlijke vroomheid, om de buitenkant.

Mijns inziens wordt veel te weinig onderkend dat Jezus een totaal andere periode aankondigt.
Vooral in Johannes 13 t/m 17, dat zich afspeelt in een speciale zaal waar het pésachmaal wordt gegeten, wordt sterk benadrukt dat er een andere tijd zal aanbreken.
In Johannes 13:2 wordt gesproken over die maaltijd. Vóórafgaande aan die maaltijd had iemand de voeten moeten wassen van de genodigden.
Dat gebeurde meestal door een slaaf en werd gezien als heel nederig werk.
Blijkbaar ontbrak die slaaf. Geen enkele leerling komt op het idee dit slavenwerk te doen. Totdat Jezus opstaat, zijn kleding aflegt, en zich met een linnen doek omgordt.
Hij gaat ieders voeten wassen en afdrogen. De enige die protesteert is Petrus. Hij maakt bezwaar, maar neemt de taak van Jezus niet over.
Jezus zegt: als ik jouw voeten niet mag wassen wat is er dan nog tussen jou en mij, dan wordt de band, de gemeenschap verbroken.
Later zegt Jezus: ‘Ik ben jullie Heer en Meester, maar dat betekende niet dat ik weigerde jullie te dienen. Jullie zijn elkaar verschuldigd de voeten te wassen. Dit was een voorbeeld, dat jullie behoren na te volgen. Daarin toont zich echt leiderschap’.

Daarna zegt Jezus: ‘Eén uit jullie zal Mij verraden’. Wonderlijk is dat niemand zeker is van zichzelf. Jezus wijst Judas Iskariot aan, maar niemand lijkt te begrijpen wat dat betekent. Als Judas vertrekt, denken de anderen dat hij extra voedsel gaat kopen. Hij beheerde immers de gezamenlijke kas.

Daarna spreekt Jezus over zijn aanstaande verheerlijking en dat Hij nog maar kort bij hen zal zijn.
En waar Ik heenga, kunnen jullie niet komen.
Eén ding bind ik jullie op het hart: ‘Heb elkaar lief, op de manier waarop Ik jullie heb liefgehad’. Jezus noemt dit EEN NIEUW GEBOD, want het oude gebod was: ‘jullie zullen je naaste liefhebben als jezelf’. De maatstaf WAS zelfliefde.
De maatstaf WORDT Jezus’ liefde.
(Johannes 13:34). Kenmerk van leerlingen van Jezus.

In hoofdstuk 14 wordt het duidelijker: Jezus gaat weg om plaats voor te bereiden in het huis van Zijn Vader.
En daarheen is maar één weg.
Hij, Jezus, is de enige weg, de enige waarheid en het enige leven.
Dus alléén door Jezus zullen wij komen waar Hij is. Hij zal ons opnemen als onze plaats klaar is.
En er komt een plaatsvervanger, een andere Parakleet. Dat betekent een Parakleet die in positie gelijk aan Jezus is. Het Griekse werkwoord ‘para-kaléo’ betekent: ‘erbij-roepen’.
Als advokaat, als pleiter, als helper, als trooster, als aanmoediger, als bemoediger, als coach.
Dus laat Ik jullie niet als weeskinderen achter. In die Parakleet kom Ik bij jullie.
De wereld kan die Parakleet nooit ontvangen. Alleen die Mij liefhebben, kunnen Hem ontvangen, want jullie kennen Hem en Hij zal bij jullie zijn en IN jullie zijn (Johannes 14:17).
Ook dit is NIEUW!
Onder het Oude Verbond werkte de heilige Geest tijdelijk in en door mensen met een bijzondere opdracht.
Bijvoorbeeld door koningen, priesters en profeten of door kunstenaars die aan de bouw van de tabernakel werkten.
De heilige Geest werd soms van mensen terug getrokken, bijvoorbeeld koning Saul.
Jezus zegt die heilige Geest zal jullie nog meer onderwijzen en wat Ik onderwezen heb te binnen brengen (Johannes 14:26).

In hoofdstuk 15 legt Jezus de volle nadruk op ons blijven in Hem, net zoals een druivenrank verbonden moet blijven met de wijnstok. Dan delen we in het leven wat door die wijnstok stroomt.
Hoe korter de rank, des te sappiger de vrucht. Vandaar dat snoeien met het Woord (Johannes 15:3).
Door in Jezus te blijven, zullen wij delen in de levenssappen, in de liefde, vrede en blijdschap van de Vader en blijvende vrucht voortbrengen.
De Parakleet in jullie zal van Mij getuigen en jullie zullen zelf ook van Mij getuigen omdat jullie drie jaren met Mij hebben opgetrokken.

In de komende delen zal ik nog meer zicht geven op wat die nieuwe tijd inhoudt. Vrucht van Jezus’ volbrachte werk. Een nieuw gebod, een nieuwe werkelijkheid, een nieuw verbond.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Vr Feb 07, 2020 11:20 am

Peter Gerrets :

VRIJDAG 07-02-2020



WET EN GEEST (7).



Jezus kondigt een nieuwe tijd aan.
Hij geeft EEN NIEUW GEBOD.
DE HEILIGE GEEST komt blijvend wonen IN de gelovigen.
En Hij moet heengaan, want dan alleen kan de PARAKLEET komen.
Door met Jezus Messias verbonden te blijven delen wij in de levenssappen die door Hem stromen: liefde, blijdschap en vrede en worden we verder onderwezen.
Dát leerden we uit Johannes 13-15.

Wánt er komt tegenstand, verdrukking.
Dat zeg Ik nú, zodat jullie gewaarschuwd zijn en als het gebeurt dit zullen herinneren.
Want Ik ga weg en dat is in jullie belang, want als Ik niet wegga, kan de Parakleet niet tot jullie komen. Ik ga heen en stuur Hem naar jullie toe (Johannes 16:7).
En het is dié Parakleet die de wereld overtuigt van de grootste zonde en welke zonde leidt tot de dood. Die zonde is: Het blijven verwerpen van Messias Jezus.
Hij overtuigt de wereld van gerechtigheid, dat deze gerechtigheid in Mij is, die het offer van Zijn leven bracht, de dood heeft overwonnen en naar de Vader is gegaan.
De Parakleet overtuigt de wereld van oordeel, omdat Ik ‘de overste van deze wereld’, dat was dé tegenstander van God, veroordeeld heb en hij tenslotte het onderspit moet delven (Johannes 16:9-11).

De Parakleet wijst jullie de weg naar de volle waarheid. De heilige Geest spreekt tot jullie niet van zichzelf, maar wat Hij van Mij hoort. Hij is altijd uit op Mijn verheerlijking.
Jezus’ leerlingen struikelen over Zijn uitspraak:
“Nog een korte tijd en jullie aanschouwen Mij niet meer, en wéér een korte tijd en jullie zullen Mij zien” (Johannes 16:16).
Wat bedoelt Jezus hiermee?
Jezus ziet dat ze worstelen met ‘die korte tijd’.
De wereld zal blij zijn dat Ik er niet meer ben. Maar jullie zullen intens verdrietig zijn, maar dat verdriet zal tot blijdschap worden.
Net als met een hoog zwangere vrouw.
Die vrouw heeft het zwaar en kan lijden onder die zwangerschap, maar als de baby geboren is, is ze alle pijn en moeite vergeten en blij met de kleine.
Ik zie jullie terug!
Bidt tot de Vader in Mijn naam.
Maar de tijd komt dat jullie de Vader zelf zullen vragen, want Hij heeft jullie Zélf lief.
Kijk: Ik kwam van de Vader in deze wereld en nu verlaat Ik deze wereld en keer terug naar Mijn Vader.
Het lijkt erop dat de leerlingen het nu pas begrijpen. Nú geloven jullie?
En dan zegt Jezus iets pijnlijks.
Het uur komt, het is al aangebroken dat jullie vluchten en Mij alleen laten, maar Ik ben niet alleen, de Vader is met mij (Johannes 16:32).
Tenslotte bidt Jezus.
In het bijzonder voor zijn leerlingen in deze wereld.
Of zij verbonden met Hem zullen blijven én verbonden met elkaar.
Hier op aarde hebben we een taak en opdracht. Daarom bidt Jezus niet dat wij uit de wereld worden weggenomen.
Jezus bidt niet alleen voor Zijn leerlingen, maar ook voor hen die later door de verkondigde boodschap in Hem zullen geloven (Johannes 17:20).
Uiteindelijk heeft Jezus één verlangen dat ál Zijn leerlingen dáár mogen zijn, wáár Hij zal zijn.
In Johannes 18:1 verlaten ze de zaal waar zij de maaltijd hebben gebruikt.

EEN NIEUWE TIJD.
Daarover is eerder gesproken in het Oude Testament.
De profeet Jeremia kondigt het herstel van de natie aan, dat wil zeggen Juda (het tweestammenrijk) en Israël (het tienstammenrijk). En in Jeremia 31:31 en volgende lezen we:
“Zie, er zijn dagen op komst, is de tijding van de HEER, dat Ik met het huis Israël en het huis Juda EEN NIEUW VERBOND zal smeden”.
Dat verbond zal ánders zijn dan het verbond dat Ik sloot bij de exodus (nauwkeuriger bij de Sinaï), want dat verbond hebben zij verbroken.
Dit is het verbond dat Ik zal sluiten:
“Ik zal Mijn onderricht geven in hun binnenste en in hun hart schrijven; Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn (...) want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet langer denken”.

Bijzonder: tien stammen zijn als ballingen meegevoerd naar Assyrië, maar over een terugkeer lezen we nergens.
Juda en Benjamin zijn als ballingen weggevoerd naar Babel, dat eerst in handen is van de Babyloniërs en later van de Meden en de Perzen. Juda en Benjamin zijn in groepen teruggekeerd. Daar verhaalt de Bijbel over.
De koning van Assyrië deporteert vreemde volken naar het voormalige tienstammenrijk. Deze mensen vermengen zich met de achtergebleven bewoners en worden tot Samaritanen (dit wordt duidelijk beschreven in 2 Koningen 17:24-41).

Die tien stammen zijn ‘in de volkeren van deze wereld’ opgegaan.
In Ezechiël 36 beschrijft de HEER waarom Hij Israël over de hele wereld heeft verstrooid, maar belooft Hij terugkeer naar hun land en dat Hij iets NIEUWS doet:
“Geven zal Ik u EEN NIEUW HART, en EEN NIEUWE GEEST zal Ik in uw binnenste geven; verwijderen zal Ik uit uw vlees het hart van steen en geven zal Ik u een hart van vlees. MIJN GEEST ZAL IK IN UW BINNENSTE GEVEN, doen zal Ik het zó, dat ge in Mijn wetten zult wandelen”.
God zal hen reinigen van al hun ongerechtigheden.
In Ezechiël 37 brengt Gods Geest het massagraf tot leven, staat het volk op.
En worden Israël en Juda één, onder leiding van één koning uit het huis van David.

EEN NIEUWE TIJD vinden we ook bij de profeet Joël. In 2:28 e.v. lezen we:
“Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over ALLE VLEES: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaars en dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEER komt, die grote ontzagwekkende” (HSV).

Bij het lezen van profetieën zullen we steeds weer moeten beseffen dat zo’n profetie meerdere vervullingen kan inhouden.
In Handelingen 2:16-20 zegt de apostel Petrus op die Pinksterdag in Handelingen 2 “dit is wat is gezegd door de profeet Joël”.

Een eerste vervulling, de Geest wordt uitgestort éérst over Joden, later over Samaritanen, later over Romeinen.
Over mannen, over vrouwen, zelfs over ondergeschikten. De Geest werkt in en door ouderen en jongeren.

Maar in Handelingen 2 missen we de tekenen aan zon en maan, de rookzuilen.
De profeet Zacharia profeteert een later Pinksteren. Als Jeruzalem bedreigd wordt door vele volkeren.
God zal over het huis van David en over Jeruzalem de Geest van de genade en de Geest van smeken om genade en hun ogen zullen eindelijk zien dat de door hen Gekruisigde de beloofde Messias is en er zal gerouwd worden in het land.
Zo’n rouw alsof hun eerstgeboren zoon gestorven is (Zacharia 13:10-14).
Een nog onvervulde profetie.

EEN NIEUWE TIJD.
Aan het Pésachmaal, ik noem het het laatste Pésachmaal en het éérste Avondmaal, verandert Jezus de betekenis van de ongezuurde broden (matzes) en het sap van de vrucht van de wijnstok in de verwijzing naar Zijn lichaam dat gegeven wordt en Zijn bloed dat vergoten wordt.
En bij één van de bekers neemt Jezus Zelf in de mond: “Deze drinkbeker is HET NIEUWE VERBOND door Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt” (Lucas 22:20).
In Matteüs 26:28 “het bloed van het verbond”. In Marcus 14:24 “dit is van Mij het bloed van het verbond dat voor velen wordt vergoten”.

Met de aanliggende Joodse leerlingen sluit Jezus HET NIEUWE VERBOND.
Het wachten is nu op de komst van de Parakleet, éérst het vertrek van Jezus in de hemelvaart naar Zijn Vader.
Petrus preekt dat Jezus uit de handen van de Vader de heilige Geest heeft aangenomen en die Geest heeft uitgestort en “dát is wat ú ontwaart en hoort!” (Handelingen 2:33).

Jezus is door Johannes de Doper immers aangewezen als de Doper in de heilige Geest. Wel dat doet Hij op die Pinksterdag. Over een menigte Joden.
Aan de Korintiërs schrijft Paulus in hoofdstuk 11:25 “deze drinkbeker is HET NIEUWE VERBOND door Mijn bloed”.
Dus óók de gelovigen-uit-de-volken delen in dat nieuwe verbond.
Aan de Efeziërs schrijft Paulus: “Ook gij, gelovigen uit de volken, hebt nu het woord van de waarheid gehoord, de verkondiging van uw behoud. Door in Hem te geloven draagt ook gij het zegel van de aangekondigde heilige Geest. Deze is de waarborg voor ons erfdeel: dat Zijn eigendom verlost wordt,- tot lof van Zijn heerlijkheid”.

De grondtekst maakt duidelijk dat op het moment dat we Jezus Messias geloven, we verzegeld worden door de heilige Geest, die zoals belooft IN ons komt wonen en bij ons blijft.
Onze energiemeters worden verzegeld.
Dat betekent: zij blijven voor altijd het eigendom van het energiebedrijf, niemand mag ermee knoeien.
Zó zijn ook wij verzegeld eigendom van God.

Nergens in de Bijbel wordt een ander ritueel zo genoemd. De heilige Geest is HET ZEGEL, HET EIGENDOMSZEGEL dat ons tot eigendom maakt van God.

Concluderend:

Met het kruisoffer van Jezus en Zijn sterven en Zijn overwinning op de dood, Zijn hemelvaart en Zijn dopen in de Geest treedt het nieuwe, en niet het vernieuwde, verbond in werking.
EEN NIEUW GEBOD, EEN NIEUWE TIJD.
Zó heeft God niet eerder gewerkt.

Het is niet waar dat het oude verbond zomaar doorwerkt in het nieuwe.
In het Oude Testament werkt God met schaduwbeelden.
Alles wees op de komende Messias.
De offerdienst, de priesters, de levieten, de hogepriesters, de tabernakel, de tempel, de sabbat, de feesten. Grote Verzoendag.
Jezus is het voor God alleen aanvaardbare offer.
Jezus de voor God alleen aanvaardbare priester en hogepriester.
Jezus’ lijden en offer de enige manier om Gods volk, deze wereld te verzoenen.
Jezus is de volmaakte Sabbat.

Waarom zijn wij dan zó geneigd terug te keren naar de schaduwbeelden?

In de komende artikelen gaan we in op Gods werk onder dat nieuwe verbond en Zijn plannen met Israël.



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Feb 10, 2020 11:12 am

Peter Gerrets :

MAANDAG 10-02-2020



WET EN GEEST (8).



Met de uitstorting van de heilige Geest in Handelingen 2 is een volkomen nieuw tijdperk ingegaan voor de Joodse gelovigen in Jezus Messias én voor de gelovigen-uit-de-volken die in Jezus Messias geloven.
En dat is wennen.

Je ziet dat de leerlingen van Jezus er moeite mee hebben.
Grote indruk maakt op mij Handelingen 10 en 11.
Het gaat om de Romein Cornelius, hoofdman-over-honderd, en merkwaardig: een sociaal man die de Joden barmhartig tegemoet treedt, met zijn hele huis (gezin en personeel) Godvrezend en vroom is, veel tijd doorbrengt in gebed. Een Romein die de God van Abraham, Izaak en Jakob, de God van Israël zoekt. Om 15.00 uur krijgt hij een gezicht, een kort visioen: een engel van God spreekt hem aan en zegt: God heeft jouw gebeden gehoord en jouw daden ten opzichte van Zijn volk gezien.
Stuur mensen naar Joppe om Petrus op te halen want die is daar te gast bij Simon, de leerlooier, die op de boulevard woont. En de engel gaat weg.

Cornelius stuurt drie huisslaven, waarvan één soldaat naar Joppe.

De volgende dag, het is bijna 12.00 uur, Petrus heeft honger, er wordt al gekookt, Petrus gaat nog even naar het dak.
Om over zee uit te kijken? Of te bidden?
Hij krijgt een visioen: uit de hemel daalt een enorm laken neer, het wordt aan vier hoeken neergelaten en het krioelt van ongewijde en onreine dieren, vogels, kruipend gedierte, viervoeters. En een stem zegt: sta op, Petrus, slacht en eet!
Petrus, Jood, heeft nog nooit van zijn leven iets onreins gegeten. Hij had met de Thora in zijn hand kunnen zwaaien.
Heer, Uw wet verbiedt mij dit. Dit visioen kán onmogelijk van U zijn.
Maar diezelfde stem zegt: alles wat God gereinigd heeft óf rein verklaard heeft, mag jij niet onrein of ongewijd beschouwen.
Tot drie keer heeft hij dit laken gezien.

Grijpt God in in Zijn eigen Wet? Hij zet de spijswetten buiten werking.
Petrus weet niet wat hij hiermee aan moet.
Op dát moment kloppen de afgezanten van Cornelius aan de deur.
En de heilige Geest zegt tegen Petrus: er staan twee (waar is de derde gebleven?) mannen voor de deur die jou zoeken, ga zonder tegenspraak met hen mee.
Die mannen vertellen hem over Cornelius. Petrus roept hen binnen. Pas de volgende morgen gaat hij met hen mee en enkele broeders uit Joppe gaan ook mee. De volgende dag verwelkomt Cornelius hen. Hij heeft zijn familie en vrienden uitgenodigd. Cornelius knielt, maar Petrus zegt: sta op, ik ben ook maar een mens.
Petrus, maar ook de broeders uit Joppe, Joden, betreden het huis van de Romein Cornelius.

Hij benoemt dat een Jood zich dan verontreinigt, maar hij vertelt dat in Gods ogen niemand onrein is, als die van een andere stam is.
Maar...waarom hebt u naar mij gevraagd?
Cornelius vertelt wat hem overkwam.
En hij zegt: vertelt u maar wat u is opgedragen.

En Petrus vertelt.
Bij God is, zo merk ik, geen aanzien des persoons.
Bij Hem is welkom ieder mens die eerbied voor Hem heeft en daarnaar handelt.
God is de God van Israël, die door Jezus Messias, vrede verkondigt. Die Jezus is Heer van allen.
Jullie weten van Jezus’ optreden, wat Hij in de kracht van de heilige Geest heeft gedaan. Ik ben daarvan ooggetuige geweest. Ze hebben Hem gekruisigd. Ik ben getuige van Zijn opstanding, omdat mijn collega’s en ik daarna met Hem gegeten en gedronken hebben. Ons heeft Hij opgedragen om te verkondigen dat wie in Hem geloven vergeving van zonden ontvangen.

Plotseling valt de heilige Geest op alle aanwezigen. Ook de broeders uit Joppe staan versteld dat de heilige Geest over deze heidenen wordt uitgegoten.
Want deze Romeinen spreken in tongen en maken God groot.
Dit is wat er met Petrus gebeurde in Handelingen 2.
Daarom zegt hij: dan is er geen enkele reden om hen de doop te weigeren.

Maar ja, er is dan altijd een kerkenraad. Bezwaarmakers.
Petrus moet zich verantwoorden in Jeruzalem.
De besnedenen maken hem het verwijt dat hij het huis van onbesnedenen is binnengegaan en zelfs met hen gegeten heeft.
Petrus vertelt rustig over het visioen dat hij in Joppe ontvangen heeft en daarna vertelt hij over de afgezanten van Cornelius (nu weer drie). Dat hij is meegegaan en dat hij 6 broeders uit Joppe heeft meegenomen. Dan vertelt hij over het gezicht van Cornelius.
En nog een extra detail over wat Petrus moest doen: “hij zal woorden tot u spreken waardoor u wordt gered uzelf en heel uw huis” (hier zien we nog eens duidelijk wat dat woord ‘huis’ kan betekenen: het gezin, verwanten, personeel en beste vrienden).
Petrus vertelt verder over: het vallen van de heilige Geest over hen, Petrus noemt het n.a.v. Jezus’ belofte de doop in de heilige Geest, de gave van de Geest ontvangen en dan komen de broeders tot rust. Je kúnt de heilige Geest niet tegenhouden!!

En wat is de conclusie van de Joodse gelovigen die besneden zijn: ze verheerlijken God dat nu ook heidenen bekeerd zijn ten leven.

Uit deze twee hoofdstukken concludeer ik, dat verschillende termen gebruikt worden voor één en hetzelfde gebeuren:

de heilige Geest ontvangen
bekeren ten leven
gedoopt worden in de heilige Geest.

Dát is zo buitengewoon kenmerkend voor leven onder het nieuwe verbond.
Gods Geest IN ons, die Gods wil uitwerkt in en door ons heen.

(wordt vervolgd).


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Wo Feb 12, 2020 11:28 am

Peter Gerrets :

WOENSDAG 12-02-2020



WET EN GEEST (9).



In Handelingen 11:19 lezen we dat door onderdrukking Joodse gelovigen in Yeshua Maschiach, Jezus Messias, uit hun land moeten vluchten en terecht komen in Fenicië (Libanon), Cyprus, Antiochië en getuigen van Jezus tot hun volksgenoten, tot Joden.
Sommigen spreken Grieken aan en velen komen tot geloof.
Ook dit komt de broeders in Jeruzalem ter ore en zij sturen Barnabas erop uit.
Barnabas zoekt Paulus op in Tarsus en samen werken ze in Antiochië.
In Handelingen 13 zendt de gemeente van Antiochië Paulus en Barnabas uit en zo gaan zij samen voor het eerst op reis en kiezen deze strategie: éérst zoeken zij de Joden op, daarna de niet-Joden.
Paulus houdt op sabbat een preek in de synagoge in de stad Antiochië in Pamfylië (dat is een andere stad dan eerder genoemd). De preek eindigt met deze woorden: “Dus moet u bekend zijn, mannenbroeders, dat door Jezus aan u vergeving van zonden wordt verkondigd en óók van alle dingen waarvan u door de Wet van Mozes niet gerechtvaardigd hebt kunnen worden, wordt in Jezus ieder die gelooft gerechtvaardigd” (Handelingen 13:38-39).
Revolutionaire woorden! Jezus Messias is tot méér in staat dan de Wet van Mozes. De volgende sabbat stroomt de hele stad uit om het evangelie te horen, maar als de Joden dat zien komen ze uit jaloezie ertoe Paulus en zijn boodschap te lasteren. Paulus en Barnabas keren zich vanaf dat moment tot de niet-Joden en onder hen zijn er velen die tot geloof komen. Ze worden de stad uitgezet en trekken verder naar Iconium. Ook hier gaan ze eerst naar de synagoge. En Joden én niet-Joden komen tot geloof, maar Joden die niet tot geloof komen keren zich fel tegen de broeders.
In hoofdstuk 14 lezen we over wonderen, mensen die tot geloof komen, over felle tegenstand van de kant van die Joden die het evangelie verwerpen en gemeentestichting en het aanstellen van oudsten (ouderlingen). Uiteindelijk keren ze terug naar de gemeente die hen uitzond en daar doen ze verslag.

Vanuit Jeruzalem komen er die de gelovigen in Antiochië onderwijzen: ‘je kunt nooit gered worden als jullie je niet volgens de Wet van Mozes laten besnijden’. Paulus en Barnabas verzetten zich hier tegen. En gaan met enkele anderen naar Jeruzalem om hierover te beraadslagen met de apostelen en oudsten daar.
Want dit is een probleem dat steeds groter wordt naarmate er meer niet-Joden tot geloof in Jezus komen.
In Handelingen 15 lezen we hierover.
In :4 doen zij verslag van dat wat zij in Antiochië en tijdens hun eerste zendingsreis hebben meegemaakt.
In :5 staan enkele ex-Farizeeërs die nu in Jezus Messias geloven op en zeggen: ‘de pas-bekeerden moeten besneden worden en hen moet onderwezen worden dat zij de Wet van Mozes moeten onderhouden’.
Dit roept veel discussie op.
Petrus spreekt de vergadering toe: ‘Broeders, jullie weten dat God mij koos om aan niet-Joden (Romeinen, Cornelius en zijn huis) het evangelie te verkondigen. God is de hartenkenner. God heeft laten zien dat Hij geen verschil ziet tussen hen en ons. Door het geloof heeft Hij hen gereinigd en hen op dezelfde manier de heilige Geest gegeven als aan ons.
En moeten wij hen nu een last te torsen geven op hun hals die onze vaderen en wij niet hebben kunnen dragen?
Zij en wij worden gered door de genade van de Heer Jezus’ (:7-11).

Iedereen zwijgt.
Daarna neemt Jakobus, de halfbroer van Jezus, het woord en zegt o.a. ‘we moeten het voor hen die zich uit de volkeren keren tot God niet te moeilijk maken. We zullen hen een brief schrijven dat ze zich moeten onthouden van afgoderij, van ontucht, van het eten van vlees van een dier dat door verstikking om het leven is gekomen (en dus bloed bevat) en van het bloed, want generaties lang wordt dit onderwijs van Mozes in samenkomstplaatsen voorgelezen (:19-21).
Er wordt een brief opgesteld en een delegatie samen gesteld.
In die brief staat o.a. “Het heeft de heilige Geest en ons goedgedacht u geen zwaardere last op te leggen dan noodzakelijkerwijs dit:....” (:28).

Géén andere god aanbidden of vereren dan de God van Israël.
Geen ontucht plegen.
Geen bloeddoorlopen vlees eten.
Geen bloed überhaupt.

Gelovigen-uit-de-volkeren hoeven niet besneden te worden.
Wat betekent dat? Treden dus niet toe tot het verbond dat God met Abraham en zijn biologische nazaten heeft gesloten.
In Jezus Messias gelovenden uitde Joden en uit de volkeren zijn opgenomen in het nieuwe verbond dat Jezus met hen sloot door Zijn bloed te vergieten.

Geen oproep om de sabbat te houden.

En let erop dat tijdens dit zogenoemde apostelconvent Paulus en Barnabas alleen maar hebben verteld over wat zij gedurende hun reis ervaren hebben, maar dat vooral Petrus en Jakobus als leiders optraden.
Jakobus, de halfbroer van Jezus, heeft in zijn leven toch veel respect gehouden voor de Wet en uit zijn mond had ik nooit verwacht te horen dat hij het de jonge gelovigen-uit-de-volkeren het niet te moeilijk wilde maken.
En dat Petrus de Wet van Mozes een niet te torsen juk zou noemen.

Het is God Zélf die in de tijd een wissel omzet. Zijn dat niet door velen van ons onderschatte goddelijke ingrepen?

Dé hogepriester die het ene en enige voor God aanvaardbare offer brengt, komt niet uit de stam Levi en komt niet voort uit Aäron, wat in de Wet is voorgeschreven.
Als Jezus zijn geest teruggeeft aan Zijn Vader is het God die het gordijn in de tempel tussen het Heilige en het Heilige der heiligen van boven naar beneden scheurt en in principe de voorgeschreven eredienst onmogelijk maakt.
De toegang tot de Ark van het Verbond, de troon van God, ligt open.
Wat priesters en levieten nooit te zien kregen, is nu zichtbaar.
Er hoeft geen ander offer meer gebracht te worden voor de zonden. Het is immers voor eens en voor altijd volbracht!
Bovendien heeft de Wet van Mozes nooit een hartsverandering teweeg gebracht.
En nooit een oplossing gegeven voor zonden die opzettelijk plaatsvonden.

In de Hebreeënbrief schrijft de auteur over de verheven plaats van Jezus, dé Zoon van God, verheven boven de engelen, dé Gezalfde, dé Eeuwige.
De aarde en de hemelen verouderen en gaan teloor, maar Hij nooit.

Hij is tijdelijk onder de engelen gesteld toen Hij mens werd, aan zijn broeders (het zaad, de nakomelingen van Abraham) gelijk geworden zodat Hij een meelevende en barmhartige hogepriester zou zijn.
In hoofdstuk 3 en 4 volgt een zeer ernstige waarschuwing, dat de kinderen van Abraham niet gelijk worden aan hun voorvaderen die uitgeleid uit Egypte, ondanks de hen gedane belofte, zich hardnekkig en rebellerend hebben gedragen in de woestijn en nooit ingegaan zijn in het beloofde land, in de beloofde sabbatsrust vanwege hun ongeloof.
Van diegenen die de exodus uit Egypte hebben meegemaakt, zijn alleen Jozua en Kaleb binnengegaan en het geslacht dat in de woestijn is geboren en opgegroeid. Ook de zevende dag was bestemd als dag om op adem te komen.
En nú lezen we dat God die rustdag en dat land van rust vervangt.
Als je VANDAAG Gods stem hoort, neem dan VANDAAG jouw toevlucht tot Jezus en ga Zijn rust binnen.

Een nieuwe dag. Niet alleen op sabbat of op zondag kun je die rust binnengaan.
VANDAAG!

In de hoofdstukken 5 t/m 7 gaat het over Jezus de hogepriester naar de ordening van Melchizedek.

In Hebreeën 8 wordt Jezus de middelaar genoemd van een beter verbond met betere beloften.
In :7 lezen we: “Want als dat eerste onberispelijk was geweest, was er geen plaats gezocht voor een tweede.
Want hij berispt hen als hij zegt: ‘zie, er komen dagen, zegt de Heer, dat ik over het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond zal vervolmaken, NIET als het verbond dat Ik sloot met hun vaderen op de dag dat Ik hen bij hun hand nam om hen uit te leiden uit Egypte,- omdat zij in mijn verbond niet bleven en Ik Mij niet meer om hen bekommerde, zegt de Heer, omdat dít het verbond is waarmee Ik Mij aan het huis Israël na al die dagen zal verbinden, zegt de Heer: Ik zal Mijn wetten een plaats geven in hun denken en ze schrijven op hun harten, Ik zal hun tot God zijn en zij zullen Mij tot gemeente zijn (...) Ik zal verzoenend zijn voor hun ongerechtigheden en hun zonden geenszins meer gedenken’” (citaat uit Jeremia 31).
En tenslotte eindigt Hebreeën 8 met:
“Door te spreken van ‘een nieuw (verbond)’ heeft Hij het eerste oud gemaakt; en wat oud wordt en veroudert is de verdwijning nabij” (:13).

Dit is duidelijke taal. Voor al diegenen die denken dat HET NIEUWE VERBOND een opgelapte versie is van HET OUDE VERBOND.

In hoofdstuk 9 beschrijft hij de eredienst onder het oude verbond. Over de tabernakel, de inrichting daarvan, de offerdienst.
In :9 noemt de auteur die tabernakel en de eredienst een ‘zinnebeeld’ (een vóórafschaduwing, een symbool) van het huidig tijdsgewricht.
Christus is de betere hogepriester, die een betere tent is doorgegaan, niet met handen gemaakt, met Zijn eigen bloed en niet met dierenbloed is ingegaan in de hemel en een eeuwige verlossing heeft teweeg gebracht.
Onder dat oude verbond moesten zelfs het Wetboek, heel het volk, de tabernakel en alle gebruiksvoorwerpen met bloed worden besprenkeld.
Door het éénmalige offer van Jezus’ lichaam en bloed is de zonde voor eeuwig weggedaan.

In hoofdstuk 10:1 wordt de Wet van Mozes zelf een schaduw genoemd van de goede dingen die gaan komen.
En in datzelfde hoofdstuk wordt in :16-17 weer over dat nieuwe verbond gesproken met als kenmerken dat God Zijn wetten in ons hart en ons denken geeft en dat Hij onze zonden niet meer gedenkt.

De apostel Paulus heeft destijds en door de eeuwen heen en ook in onze tijd zijn bestrijders gehad. Hij behoort niet tot de twaalf leerlingen, apostelen. Judas Iskariot is vervangen door Matthias en niet door Paulus.
Paulus zie ik toch meer als de apostel van het nieuwe verbond.
Hij heeft Jezus ontmoet op de weg naar Damascus. Drie dagen verbleef hij blind in de Rechte Straat. Ananias bezocht hem, legde hem de handen op waardoor hij ziende werd, de heilige Geest ontving en gedoopt werd en zijn opdracht kreeg.
Lang verbleef hij in de woestijn van Arabië en ontving hemels onderwijs.
Wat hij hoorde en zag was onuitsprekelijk. Zijn onderwijs is kostbaar en geeft ons inzicht in het leven onder het nieuwe verbond.
Het is bijzonder dat hij, Jood van geboorte, Farizeeër, opgeleid door Gamaliël, bestrijder van allen die in Jezus Messias geloofden, door diezelfde Jezus gearresteerd werd, totaal veranderd, de leraar werd voor allen die in Jezus Messias geloven.
Zijn leven en boodschap is Christocentrisch.
Hij, wetsleraar van huis uit, had inzicht ontvangen hoe beperkt en tijdelijk die Wet van Mozes was.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 4400
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " WET EN GEEST " (em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Vr Feb 14, 2020 11:42 am

Peter Gerrets :

VRIJDAG 14-02-2020



WET EN GEEST (10).



Het zal voor mij altijd een raadsel blijven waarom in de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe traditie en in de Protestantse traditie en met name in de Gereformeerde theologie men zoiets belangrijks, als de impact van het nieuwe verbond, over het hoofd ziet.

De Bijbel laat zo duidelijk zien dat met de komst en vooral in Zijn lijden, sterven, opstanding, hemelvaart en de uitstorting van de heilige Geest een nieuwe tijd is ingegaan, een nieuw en beter verbond.
En dat het Oude Testament, vooral de Thora in schaduwen sprak over Jezus Messias. In Hem schijnt het volle licht. En met de komst van de heilige Geest in de gelovigen hebben de schaduwen afgedaan.
Wat zegt Paulus in de Kolossenzenbrief?
“In Jezus Messias bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen gedaan (niet de voorhuid is verwijderd aan het lichaam) maar in het (daadwerkelijk) afleggen van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van de Gezalfde, mee-begraven met Hem in de doop; in Hem zijt ge ook mee-opgewekt uit de doden.
Ook u, die dood waart door uw misstappen en door de voorhuidigheid van uw vlees, u heeft Hij mee-levend gemaakt met Hem, toen Hij ons genade betoonde voor álle misstappen.
Het handschrift in ons nadeel (dat is de Wet) met zijn bepalingen, dat tégen ons was, heeft Hij uitgewist, en Hij heeft het uit de weg geruimd door het aan het kruis te nagelen. Hij (Jezus Messias) heeft de overheden en de gezagsdragers uitgekleed en vrijmoedig te kijk gezet en in Hem over hen getriomfeerd.
Laat dan niemand u oordelen inzake spijs en drank of op het punt van een feest of nieuwe maan of sabbat, dingen die een schaduw zijn van de dingen die komen, maar het lichaam is dat van de Gezalfde” (Kolossenzen 2:11-17 Naardense Bijbel 2014).

Dit is zo’n belangrijk Schriftgedeelte.
Het gaat niet langer om besneden te zijn en zó toe te treden tot het verbond dat God met Abraham sloot, opgenomen te zijn in dat verbond.
Het gaat God om een geestelijke besnijdenis. Niet het verwijderen van de voorhuid bij Joodse jongetjes. Het gaat om het afleggen van het leven dat we hebben geleefd zonder God en zonder Christus.
Er wordt in de Bijbel nergens gevraagd dat onze kleine kinderen worden ingelijfd in het verbond met Abraham.
In de doop zoals Paulus daarover schrijft, dat is de geloofsdoop door onderdompeling, daar leg je jouw oude leven af en sta je met Jezus Messias op.
Dit geldt nu ook voor de niet-Joden.
Hét document dat getuigt van onze misstappen, zonden, overtredingen, dat is de Wet en die Wet, die aanklaagde, is uitgewist, uit de weg geruimd, aan het kruis. Dat wat over de mensen zeggenschap en autoriteit had, is uitgekleed, tentoongesteld en door Jezus overwonnen.
Het gaat dus niet meer over schaduwbeelden: over eten of drinken, over de Joodse feesten, over de nieuwe maan of over de sabbat.
Waar het werkelijk over gaat is Jezus Christus.

In de brief aan de Romeinen is de apostel Paulus scherp.
Alle mensen zijn zondaars. Niet-Joden en Joden. De eersten komen aan bod in hoofdstuk 1 en de tweede categorie in hoofdstuk 2.
Ook de Joden worden in staat van beschuldiging gesteld.
Besneden, staande onder de Wet.
Maar als je alleen maar aanhoort, word je niet gerechtvaardigd. Alleen als je die Wet in praktijk brengt (2:13). Stel je onderwijst die Wet, maar in het dagelijks leven sjoemel je met dat wat voorgeschreven is, dan beroof je God van Zijn eer (2:17-23).
Het uiterlijk besneden zijn heeft pas nut als je de Wet in praktijk brengt (2:25).
Een échte Jood is niet iemand aan wie je het uiterlijk ziet, bijvoorbeeld doordat de mannen besneden zijn. Een echte Jood is besneden in zijn hart, en wordt niet geleid door de letter van de Wet, maar door de heilige Geest (2:28-29).
De Wet geeft ons zondekennis (3:20).
Maar denk niet dat God ons rechtvaardig verklaart als we die Wet tot op de punt en komma naleven (3:20a).
Buiten de Wet om is rechtvaardiging door God mogelijk omwille van Jezus Messias’ volbrachte werk. God vraagt slechts: geloof in Hem.
Zó was het voordat de Wet kwam en zó is het nu onder het nieuwe verbond.
Lees maar in het vervolg van Romeinen 3:23-30).

Maar voor die nakomelingen van Abraham, Izaak en Jakob die Yeshua Maschiach tot op de dag van vandaag afwijzen, geldt de Wet nog steeds.
Voor hen is die Wet niet afgeschaft (3:31).

Paulus schrijft in 5:20 “Toen de Wet erbij kwam vermeerderden de overtredingen”.
Die Wet was er niet van den beginne.
Die Wet is er ooit bij gekomen.
Maar die Wet is tijdelijk, heeft een doel.

Dat lezen we in Romeinen 10:4 lezen we:
“Want einddoel van de Wet is Christus (de Gezalfde) tot rechtvaardiging van al wie gelooft”.

De Wet heeft één functie: die Wet door Mozes doorgegeven is aan het volk Israël houdt een spiegel voor waarin we zien hoe zondig we zijn en moet ons drijven in de armen van Jezus Messias.

Dé brief die mij telkens en telkens weer indruk op mij maakt is de Galatenbrief.
In hoofdstuk 3 spreekt Paulus over het verbond dat God met Abraham sloot, de beloften aan hem en aan zijn zaad (enkelvoud). Er staat niet aan zijn zaden (meervoud). Het gaat niet over velen, maar over Eén, namelijk Christus.
In deze Nazaat van Abraham wordt de hele wereld gezegend. Abraham geloofde God en God verklaarde hem rechtvaardig.
Dat verbond is niet ongeldig verklaard door de Wet die 430 jaar later is gekomen. Die Wet is gekomen om de overtredingen aan het licht te brengen totdat de Nazaat zou komen.
Die Wet kan niemand levend maken.
Rechtvaardig worden we net zoals Abraham destijds ‘door het geloof’.
De Wet heeft ons gevangen gehouden totdat het geloof aan ons zou worden geopenbaard.

En dan gebruikt Paulus een duidelijk beeld. Die Wet was een ‘paidagogos’.
In het oude Griekenland een slaaf met een belangrijke positie. Slaven doen niet alleen minderwaardig werk, maar we komen ook in de Bijbel slaven tegen die de gehele huishouding van hun meesters runnen, denk aan Jozef in het huis van Potifar en nog eerder Elimelech in het huis van Abraham.
De Wet was ondermeer verantwoordelijk voor de kinderen Israëls en moest ervoor zorgen dat die kinderen aan de hand werden meegenomen naar school.
De Wet moest de kinderen brengen naar de school van Jezus Messias.
Als de kinderen Zijn school betraden had de Wet geen gezag meer over hen. Nu was Jezus Messias, hun Leraar, verantwoordelijk voor hen.
Dus staan allen die in Hem geloven, mannen en vrouwen, niet meer onder de Wet. Ja, door de geloofsdoop, zijn we bekleed met de Gezalfde en vallen onderscheidingen weg.
Door het geloof in Jezus en door de geloofsdoop is er in Gods koninkrijk geen onderscheid meer tussen mannen en vrouwen, tussen Joden en niet-Joden, tussen slaven en hen die vrij zijn.
We zijn allen één in Hem.
In de Nazaat van Abraham, zijn familie en erfgenamen.

De Schrift krijgt geen eerlijke kans bij gelovigen die zweren bij het Sola Scriptura.
De opdracht van Jezus leggen we gewoon naast ons neer.
Jezus staat voor ogen, dat zijn leerlingen hen dopen die tot geloof gekomen zijn.
Dat houdt het zendingsbevel in.
In het Nieuwe Testament zien we dat mensen die tot een persoonlijk geloof in Jezus komen daarna gedoopt worden.
De 3.000 op de Pinksterdag, de eunuch uit Etiopië, Paulus zelf in Damascus, Cornelius en zijn huis, waartoe gerekend werden zijn gezin, personeel en vrienden, allen waarop de heilige Geest viel. Alleen gelovigen in Jezus ontvangen de heilige Geest inwonend. Het huis van de cipier van de gevangenis is, zo staat er, tot geloof gekomen. Het huis van Lydia de purperverkoopster, een zakenvrouw.
Alle keren dat ik hierover schrijf, krijg ik verzet, heftig verzet.
Men probeert te suggereren dat er bij dat huis, huishouden vast wel een baby zal zijn geweest.
Zelfs Paulus’ schrijven over de christelijke doop in Romeinen 6 wordt gewoon genegeerd. Telkens als er over de doop gesproken wordt, gaat het over een geloofsdoop. Omdat die doop al helemaal niet gaat over een inlijving in het verbond van Abraham.
We hebben in dit deel gezien dat de échte kinderen van God in het hart besneden zijn. Het oude vleselijke leven afleggen en met Christus tot een nieuw leven opstaan.
Nageslacht van Abraham worden we pas als we geloven in dé Nazaat van Abraham.
Bij de doop gaat het al helemaal niet over het verbond met Abraham.
Het gaat om de breuk. Je laat het oude leven achter in het watergraf en je staat met Jezus op om jouw nieuwe leven in dienst van God te leven.
Niet het water dat gesprenkeld wordt op het voorhoofdje van de baby is teken en zegel dat we van God zijn.
Alleen de heilige Geest die we ontvangen nadat we tot geloof gekomen zijn in Jezus wordt in de Bijbel een zegel genoemd.

Ik hecht niet aan wat gelovigen, of het nu kerkvaders, reformatoren, of samenstellers van belijdenisgeschriften of van de Heidelberger Catechismus zijn geweest. In de hele kerkgeschiedenis, zowel katholiek en protestants hebben grote mannen prachtige, Schriftuurlijke waarheden ontdekt en beschreven, maar er zijn ook groten die hebben gedwaald. Toen en nu! Ook in de Evangelische- en Pinksterbeweging.
Toen ik Pinksterpredikant was, heb ik me ook tegen mede-ambtgenoten verzet, of dwalingen in de gemeente weerlegd.

Kijk, als je nooit duidelijk onderwijs hebt gehad over de doop of over de heilige Geest, als je altijd gedacht hebt dat dit de goede Bijbelse gewoonte is, als kerkganger of zelfs als predikant, dan kijkt God naar jouw hartsgesteldheid en verleent zegen aan het kindje dat je laat dopen/doopt.
Maar méér studie in de Schriften, brengt grotere verantwoordelijkheid mee.

Ik weet dat én in de katholieke- en protestantse kerken een predikant verplicht is kinderen te dopen of volwassenen die nooit als kind gedoopt zijn.

Wij, geloofsdopers en hen die zich laten onderdompelen nadat ze tot geloof gekomen zijn, worden vaak beschouwd als dwaalleraren en de geloofsdoop als dwaling en dát kun je op grond van de Bijbel niet volhouden.

Waarom kon ik in de Hervormde Kerk van België wel de geloofsdoop ondergaan en was dit in de Hervormde Kerk van Frankrijk ook mogelijk?
En niet in de Protestantse Kerk in Nederland?
Beide mogelijkheden: baby’s opdragen en de geloofsdoop én baby’s dopen en belijdenis afleggen?
Daar zie ik naar uit!

(wordt vervolgd)

In het vervolg schrijf ik nog over wat de heilige Geest in en door ons wil uitwerken, de plaats van man en vrouw in de gemeente.


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 0 en 0 gasten