HOOP

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 3573
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

HOOP

Berichtdoor Ton » Ma Jan 25, 2016 1:59 pm

HOOP


Soms is er zomaar een periode in je leven dat je met wezenlijk, diep verdriet in aanraking komt. Vaak groeit het uit tot een langdurig deel van je leven. Lang niet altijd weet je daar dan raad mee of – als het iemand in je omgeving treft - heb je iets te zeggen tegen iemand die getroffen worden door een moeilijke situatie.

Vaak is dat maar beter ook. Woorden zijn al gauw teveel en dus “leeg”.

Verdriet dóet iets met je

Het kan je intens verlammen op allerlei gebied. Om je heen gaat leven door, maar jij ziet alleen je gemis, je ziekte, je toekomst die er bijna niet meer lijkt te zijn, enzovoort…



Verdriet – het verandert het lied van je leven. Er komen klanken in je leven die je eerder niet kende. Voor je omgeving is een totaal andere melodie te horen. Voor jezelf trouwens ook. En ook dat werkt vervreemdend, alsof je jezelf niet meer kent, waardoor alles nog meer verwarrend lijkt te worden.



Toch komt verdriet nooit helemaal alleen, al lijkt het, zeker in het begin, wel zo.
Al heel lang heb ik een verhaaltje in mijn bezit wat hier over gaat. Ik heb het de afgelopen week weer eens doorgelezen en wil het graag met jullie delen.

Hier volgt het:

Het was warm en langs een stoffige landweg, liep een kleine vrouw die al aardig op leeftijd was, zoals we dat zo mooi kunnen zeggen. Ze liep niet zo heel snel, keek vaak om zich heen, en maakte de indruk dat ze alles zag wat er rondom haar aanwezig was of wat er gebeurde. Ondanks haar leeftijd had ze een lichte tred, was ze een verfrissende verschijning, goed verzorgd en – en dat viel écht op - ze lachte veel.


Ja, ze had een open oog voorhaar omgeving. En toen ze dus aan de overkant van de weg een ineengekrompen gestalte ontdekte, liep ze er naar toe. Er zat iemand op de grond, in het droge stof, die bijna onherkenbaar was als een mens. De vrouw bukte zich en vroeg aan het zittende wezen: “wie ben jij, kan ik iets voor je doen?”

Twee nietszeggende, bijna moedeloze ogen keken omhoog en blikten in die van de vrouw: “Wie ik ben? Ik ben HET VERDRIET" kwam er fluisterend uit.

"O, Het Verdriet!", riep de kleine vrouw, blij alsof ze een oude bekende begroette.

"Ken je mij?" vroeg Het Verdriet wantrouwend.

"Ja, natuurlijk ken ik jou”, antwoordde de vrouw. “Je hebt me zo vaak begeleid in mijn leven!"


Het Verdriet keek heer eens ongelovig aan en stotterde: “ja, maar…, wat…, waarom… Alle mensen vluchten altijd voor mij…, waarom doe jij dat dan niet als je me tegenkomt?”

"Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt! Het heeft immers helemaal geen zin om te vluchten!

Maar waarom zie je er eigenlijk zo moedeloos uit?”

"Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte eens diep.

Zou deze keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je”, begon ze voorzichtig, “het is vooral dat niemand mij mag. Het is mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.".

Het Verdriet slikte en slikte om haar emotie te bedwingen.

"Ze hebben allerlei woordspelingen en gezegdes uitgevonden waar ze me mee willen verbannen.

Ze zeggen: "Ach, het leven is een groot feest". En dan lachen ze vals en zó hard dat ze er maagkrampen van krijgen, en ademnood.

Ze zeggen: "Wij hebben nergens last van hoor". En dan krijgen ze pijn in hun hart.

Ze zeggen: "Doe maar net of er niets aan de hand is". En ze voelen het getrek in de schouders en de rug.

Ze zeggen: “Alleen zwakkelingen huilen”. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."


De kleine vrouw hoorde Het Verdriet aan en zei: "Och ja, zulke mensen ben ik ook vaak tegen gekomen!” Het Verdriet zakte nog verder in elkaar: "En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben, kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen juist om hun wonden te verzorgen.

Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Telkens weer maakt lijden daardoor nieuwe wonden als het weer opspeelt en die mens dreigt te overspoelen. Maar alleen wie mij, Het Verdriet, toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Ik wil hen zó graag helpen.

Maar de mensen lijken mijn hulp helemaal niet te willen. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun wonden en littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen."

Het Verdriet zweeg. Zachtjes snikte ze verder. Ze was zo blij dat er eindelijk eens iemand naar haar luisterde en dat ze haar eigen leed kwijt kon.

Haar huilen was eerst zwak, toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld.

De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. “Wat voelt ze warm en zacht aan”, dacht ze en zachtjes streelde ze het bevende hoopje Verdriet. "Huil maar, Verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zul je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat het niet langer moedeloosheid is die je begeleidt en probeert macht uit te oefenen."

Toen ze die woorden hoorde, stopte Het Verdriet met huilen.

Ze ging rechtop zitten en keek de kleine vrouw verbaasd aan. "Maar.....maar... wie ben jij eigenlijk?"

"Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijnzend, "Ik? Ik ben de Hoop."



Hier eindigt het verhaal vrij abrupt. We niet dat Het Verdriet nu ineens veranderde of niet meer Het Verdriet wilde heten of zo. En dat is maar goed ook! Want als we ons niet konden uiten bij de stormen in ons leven, was alles nog veel zwaarder. juist doordat we ons verdriet kunnen uiten woren de moeilijkheden wat meer hanteerbaar.

Nee, de boodschap van dit verhaaltje is: Verdriet helpt om pijn te verdragen en te uiten, maar Verdriet komt niet alléén je leven binnen.

Altijd is er nog "iets" omheen waar je – na je eerste dagen van wanhoop en verwarring – een anker(tje) in kunt laten vallen.

Dat “iets” is: Hoop.

Ook in je felste verdriet zijn spoortjes van Hoop te vinden. Spoortjes, die door narigheid en droefenis heen kunnen breken.



Hoop hóórt bij uitzichtloosheid.

Het wordt heel mooi weergegeven in Romeinen 5, waar Paulus het heeft over ons verlangen naar, en ervaren van hoop op de heerlijkheid Gods. En weet je hoe volgens hem die Hoop naar ons toekomt en door ons herkend wordt? Doordat we “verdrukking”, zeg maar moeilijkheden, pijn, ziekte, kortom: verdriet, meemaken.

Want doordat we door moeilijkheden heen gaan, leren we te volharden, dat is: vast te houden aan God en samen met Hem te gaan. Dan ervaren we dat God ons aan Zijn hand houdt en dat we inderdaad door het verdriet heenkomen.

Die ervaring noemt Paulus: beproefdheid. We wéten dat God ons niet in de steek laat, ook al lijkt het in de storm van het leven soms wel zo. Maar we weten: laat je niet gek maken, Jezus leeft en handelt, ook al zie ik het niet.

Op deze manier leren we midden in het verdriet er toch doorheen te zien, of er aan voorbij te kijken. Want Jezus ís er al doorheen of voorbij. En Hij houdt ons stevig vast. Stapje voor stapje komen we dichterbij Hem.

Dát is HOOP.

Hoop, die ons nooit zal teleurstellen, omdat Gods liefde in ons hart is uitgestort.

Door die uitstorting herkennen en vooral vertróuwen we dat Jezus ons er goed doorheen zal leiden.

Zing maar mee met lied 618 (Opw.)



Jezus, hoop van de volken,

Jezus, trooster in elk verdriet;

U bent de bron van hoop die God ons geeft.


Jezus, licht in het duister,

Jezus, waarheid die overwint;

U bent de bron van licht die in ons leeft.


U overwon in elke nood,

U brak de banden

van de dood.


Refrein:

U bent de hoop in ons bestaan.

U bent de rots waarop wij staan.

U bent het licht

waardoor de wereld God kan zien.


U won van de dood; droeg onze pijn.

Nu mogen wij dicht bij U zijn.

Jezus de hoop,

levend in ieder die gelooft!


Heer, ik geloof…





Het is vaker opgemerkt in deze overpeinzingen: hoe zwaar de weg ook is, sámen met de Heer Jezus, is het tóch te doen. Omdat Hij de HOOP ís.



AkkeFietje

Meer columns van akkefietje vind je hier : http://www.manna-vandaag.nl
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 0 en 0 gasten