" De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Vr Nov 27, 2020 11:09 am

Peter Gerrets :

VRIJDAG 27-11-2020



" De Bijbel Open " Serie (31)



In welke tijd leven we nu?
Naar mijn overtuiging op grond van alles wat we tot nu toe in de Bijbel gelezen hebben: Paulus - in de laatste dagen; Johannes - in het laatste uur; nú - in de laatste minuten?
Jezus, Paulus, Petrus en Johannes waarschuwden voor dwaalleraren, pseudoprofeten, anti-christussen.
Die zijn actief onder ons.
Mannen en vrouwen. De New Apostolic Movement en de Kingdom Now-beweging.
Wij ontdekten dat Jezus nooit op aarde de troon van David beklommen heeft en dat bij de wederkomst van Jezus én de heiligen, Hij strijd voert tegen alle vijanden van Israël, de Olijfberg splijt en de Israëlieten een vluchtweg geboden wordt en Hij koning wordt over de hele aarde en de hoofdstad van Zijn duizendjarig vrederijk zal Jeruzalem zijn.
Op grond van de Bijbel moeten we elke leer die beweert dat het koninkrijk van God al gevestigd is op aarde en wij in het hier en nu genezing en bevrijding mogen claimen, welvaart en succes dwaalleraren zijn.
Teveel predikers proclameren succes, welvaart, genezing, zelfs een wereldwijde opwekking, gelooft hen niet!
Bovendien kennen deze zogenaamde apostelen en profeten en evangelisten de theologie van het lijden niet.
Er is totaal geen oog voor al die christenen die vervolgd, gemarteld worden, opgesloten in concentratiekampen.
En totaal geen oog dat God nog een plan heeft met Israël, Gods volk.
Men vergeet dat Jezus in de eerste plaats is gekomen voor de redding van zondaren van het oordeel.
In plaats daarvan hoor ik een ánder evangelie met andere accenten.
Het gaat meer en meer over genezing, welvaart en succes, en nauwelijks meer over bekering.
Er is veel onkunde over de eindtijd, Gods plan met Israël.
Beschamend weinig kennis.
Zowel in onze traditionele kerken als in zogenaamde vrije kringen.
Echt beschamend weinig kennis.
Ds. Gerrit Toornvliet, in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw dé radiopredikant van Radio Bloemendaal vertelde ons als studenten in Brussel: ‘Vergeet nooit, dat jullie vanaf kansels en podia spreken tot de achter-, achter-, achter-, achterkleinkinderen van de verloren zoon. De verloren zoon wist nog van het Vaderhuis, maar deze verre achterkleinkinderen kennen noch de Vader, noch het Vaderhuis’.
Destijds zei hij al, dat wij in een ‘post-christelijk tijdperk’ leefden.
We zijn nu tientallen jaren verder.
Is onze verkondiging, ons taalgebruik al aangepast aan wat onze hoorders verstaan en begrijpen?
Of spreken we nog ‘de tale Kanaäns’?
Kanaän was het gebied van goddeloze volkeren, dus die taal behoren wij niet te spreken, maar de taal van Israël, Gods volk.
In welke tijd leven we?
Wat heeft de techniek en de ict een vlucht genomen!
Wij worden afgestompt, ongevoelig, onbewogen voor het vele lijden in deze wereld, omdat we een overkill aan informatie krijgen. Wij zijn verslaafd aan onze smartphones.
Het altijd en overal bereikbaar moeten zijn.
De ontwikkeling van de chipstechniek.
Wij kunnen overal gevolgd worden, zelfs via onze mobiele telefoons.
Leveren meer en meer onze privacy in.
Big Brother en Big Sister are watching us.
De wereld is onderweg naar één wereld met één wereldregering met één Machthebber.
Nog even en we hebben één Verenigd Europa, één Verenigd Koninkrijk, één Verenigde Staten van Amerika en die ontwikkeling gaat door.
Hoeveel heeft Brussel al te zeggen over Europese regeringen?
Nog even....en het cash geld bestaat niet meer.
Er zijn veel enge ontwikkelingen.
Minderheden die de meerderheid hun normen, waarden enz. gaan opleggen.
Het steeds meer verdwijnen van de Nederlandse cultuur.
En néé, ik ben geen PVV-stemmer of een FVD-aanhanger.
Maar gevaarlijk vind ik de uitrusting en het wapentuig waarmee minderheden betogen.
Ook het verzet tegen de coronamaatregelen. De leeftijd van criminelen die almaar daalt.
Het is vele, vele jaren geleden. Mijn ouders hadden in de zestiger en zeventiger jaren een stacaravan op een prachtige camping in de provicie Utrecht. We gingen er vaak weekends heen en in de vakanties.
Het gebeurde mijn ouders dat ze bij hun stacaravan kwamen en er zaten wildvreemde mensen in. Mijn ouders zeiden tegen die mensen: ‘dit is onze stacaravan’. De aanwezigen beweerden dat zij de eigenaren waren. Mijn vader belde de politie.
Een lang gesprek volgde. Het werd mijn vader streng ontraden om de caravan binnen te gaan, want dan kreeg hij een boete voor ‘huisvredebreuk’. De politie belde de officier van justitie en sprak met mijn vader dat dit wel eens een half jaar kon gaan duren. Mijn vader protesteerde heftig en deze officier hield wel van actie en besloot met de politie een inval te doen diezelfde middag. De zogenaamde eigenaren konden niets bewijzen en werden gearresteerd en wij mochten erin.
Maar notabene als eigenaar in de jaren ‘60 door krakers beschuldigd kunnen worden van huisvredebreuk.
Toen al!
Wat staat ons, Bijbels gezien, te wachten?
De opname van de gemeente, het optreden van de Antichrist, de Grote Verdrukking, de wederkomst van Jezus en de aanvang van het duizendjarig vrederijk onder koning Jezus, de eindoverwinning over de tegenstander van God, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

(wordt vervolgd)



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Nov 30, 2020 10:38 am

Peter Gerrets :

MAANDAG 30-11-2020



" De Bijbel Open " - Serie (32)



Zoals ik heb beloofd schrijf ik in de komende delen over dat wat velen noemen ‘de opname van de gemeente’. Ik zou het op prijs stellen als jullie reageren als ik dit onderwerp in z’n geheel behandeld heb.
Het lijkt erop dat we hierover alleen maar lezen in 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Ik gebruik in deze serie de Naardense Bijbel. Een moderne letterlijke vertaling van de grondteksten. Een Statenvertaling die de grondtaal op de voet volgt en daardoor niet makkelijk leesbaar is.
De herziene versie dateert van 2014.
Hier volgt de tekst:
“Wij willen niet dat gij onkundig blijft, broeders-en-zusters, over hen die slapen, opdat ge niet zo bedroefd zijt als de overigen die geen hoop hebben”
(1 Thessalonicenzen 4:13).
Er is verdriet in de gemeente. Verdriet over leden van de gemeente die sterven, ontslapen, slapen.
Waarom?
Omdat zij zéér sterk leefden in de verwachting van de komst van de Heer.
Thessalonica is als het ware een ‘modelgemeente’, een voorbeeld (zie 1 Thessalonicenzen 1:6-10).
Krachtig bekeerd, navolgers van Christus, sterke verwachting van Jezus’ komst. Paulus voelt zich nauw met hen verbonden, als een vader met zijn kinderen, en de mensen daar hebben Paulus’ woorden als woorden van God ontvangen (1 Thessalonicenzen 2:9-13). Timoteüs heeft na een bezoek aan Thessalonica aan Paulus vertelt dat de gemeente volhardt in geloof en liefde. In hoofdstuk 4 legt Paulus de nadruk op heiliging.
Uit alles blijkt dat Paulus heel blij en dankbaar is met deze gemeente.
De broeders-en-zusters in Thessalonica mogen treuren over hun geliefde doden, maar niet wanhopig zijn. Het verdriet van een christen is ánders dan het verdriet van een ongelovige, een mens zonder verwachting, zonder hoop.
Omdat de dood het einde niet is.
Daarom schrijft Paulus hen om hen inzicht te geven en hen niet onwetend te laten.
“Want als wij geloven dat Jezus is gestorven én opgestaan, zal zó God ook wie ontslapen zijn in Jezus meevoeren met hem”
(1 Thessalonicenzen 4:14).
Jullie ontslapen gelovigen blijven niet altijd in hun graven.
Want ook Jezus is gestorven en begraven, maar niet in dat graf gebleven. Hij is opgestaan!
Zó zal de levende en de naar de hemel opgevaren Heer óók jullie ontslapen broeders-en-zusters meenemen, meevoeren mét Hem.
“Want dat zeggen wij u met een woord van de Heer, dat wij, de levenden die achterblijven tot de komst van de Heer, in geen geval de ontslapenen zullen voorgaan...”
(1 Thessalonicenzen 4:15).
Paulus benadrukt in zijn brief dat God hem het volgende inzicht heeft gegeven:
zij, die nu ontslapen zijn en begraven, zullen bij de komst van Jezus vóórgaan op allen die op dat moment nog leven.
“...., omdat de Heer zélf op een bevel, bij de stem van een aartsengel en een bazuin van God, zal neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen éérst opstaan;...”
(1 Thessalonicenzen 4:16).
Een aartsengel kondigt het aan met een stem die tot in de graven wordt gehoord en Gods bazuin zal klinken en de Heer Jezus zal uit de hemel neerdalen en alle ontslapen broeders-en-zusters zullen uit hun graven opstaan.
Zoals beloofd!
“...daarna zullen wij, de levenden die achterblijven, tegelijk met hen in wolken worden weggevoerd de Heer tegemoet de lucht in; en zo zullen wij altijd samen met de Heer zijn”
(1 Thessalonicenzen 4:17).
Dit is het gewraakte vers.
De opstanding van de ontslapen heiligen die mét de Heer worden meegevoerd en de gelovigen die op dát moment nog leven die worden weggevoerd en de Heer ontmoeten in de lucht, om zó altijd met de Heer te zijn.
Weggevoerd, in de grondtekst wordt hier het Griekse werkwoord ‘harpazo’ gebruikt, dat betekent:
-opnemen;
-wegnemen;
-wegrukken;
-wegrapen;
-plukken.
Passender vertaling is: wegrukken, wegrapen. In het Engels wordt gesproken over ‘rapture’.
Dit werkwoord wordt elders in het Nieuwe Testament gebruikt in Handelingen 8:39. Als Filippus met de Etiopiër uit het doopwater opklimt, grijpt de Geest van de Heer Filippus en ineens is Filippus in Azotus (Gazastrook).
Dus weggerukt en verplaatst, ineens, plotseling.
Harpazo wordt gebruikt in 2 Korintiërs 12:2 en 4 Paulus spreekt over zichzelf dat hij is meegevoerd, weggerukt, weggeraapt naar de derde hemel, het paradijs en dingen heeft waargenomen die hij niet navertellen kan.
In Openbaring 12:5 waar een vrouw een zoon baart voor de ogen van de draak die dat kind verslinden wil.
Plotseling wordt dat kind voor de bek van die draak weggerukt naar Gods troon en de vrouw weet te vluchten.
En in Johannes 10:28-29 waar over ons gezegd wordt dat niemand ons uit de hand van Jezus of uit de hand van de Vader kan roven, wegrukken.
Het gaat hier niet over de wederkomst. De voeten van de Heer staan niet op de Olijfberg.
De Heer komt terug als er een bloedige strijd woedt om Jeruzalem.
Over die wederkomst schrijft Paulus in 2 Thessalonicenzen 1:8-10.
En verderop in die brief aan wat daaraan voorafgaat.
“Bemoedig elkaar dan zó in deze bewoordingen”
(1 Thessalonicenzen 4:18).
Parakaléo = letterlijk: erbij roepen.
Dat werkwoord gebruikt Paulus hier:
Vertroost elkaar met deze woorden.
Bemoedig elkaar met deze woorden.
De gelovige-in-Christus heeft een prachtig vooruitzicht.
Op vele begraafplaatsen in al die 36 jaren actief predikant zijn heb ik deze troostwoorden gelezen.
Er is hier geen sprake van een groep uit de dood verrezenen en nog levenden die de Heer gaan ophalen om Hem hier te verwelkomen.
De intensiteit van het werkwoord harpazo heeft veel meer van een wegrukken, een ontrukken aan een naderend gevaar.
(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Di Dec 01, 2020 11:17 am

Peter Gerrets :

DINSDAG 01-12-2020


" De Bijbel Open " - Serie (33)



Dank voor alle reacties. Jullie kunnen ervan verzekerd zijn, dat ik erop uit ben aandachtig met alle lezers de bijbel te lezen.
“Maar over tijden en tijdstippen, broeders-en-zusters, hebt ge het niet nodig dat er aan u geschreven wordt”
(1 Thessalonicenzen 5:1 uit de Naardense Bijbel).

God heeft een plan. In dat plan werkt Hij met tijden en tijdstippen.
Vreemd, omdat God niet aan onze menselijke, aardse tijd is onderworpen in Zijn wereld.
Maar in de bijbel merken we dat Hij ‘de dagen’ schept. Er wordt gesproken over avonden en ochtenden. Over uren. Er is sprake van nachtwakes. Van dag en nacht. Van jaarweken. En van de dag van de Heer.
Paulus is enthousiast over de gemeente van Thessalonica schreef ik eerder. Maar de apostel vond het niet nodig om over de broeder- en zusterliefde te schrijven (4:9) en ook niet over het tijdsplan van God.
Hoe anders sprak Jezus met de theologen van zijn tijd. Het weer voorspellen, dát kunnen jullie, maar de tekenen van de tijd onderscheiden jullie niet.
“Want zelf weet ge precies dat de dag van de Heer,- als een dief in een nacht, zó zal zij komen”
(1 Thessalonicenzen 5:2).
Wij moeten beseffen dat er in de oorspronkelijke teksten geen hoofdstuk- en versindeling te vinden is. Paulus schrijft over de wegrukking van de gelovigen en schrijft in één keer door.
En noemt even verderop ‘de dag van de Heer’, ook wel ‘de dag van Christus’ genoemd.
Wat is dat voor een dag?
1. De dag van Gods wraak;
2. Een vreselijke en bittere dag;
3. Een duistere dag;
4. Een dag vol ondergang en verderf;
5. Een dag van verwoesting en bloedvergieten;
6. Dag van het oordeel over de heidenvolken;
7. De elementen zullen vergaan.
Als we lezen wat er allemaal gebeuren zal, komt de vraag op: is de dag van de Heer een dag van 24 uur óf is het een periode.
Mijns inziens is het waarschijnlijker dat het een periode is.
Met die dag van de Heer wordt de eindtijd afgesloten, de Heer zélf komt op aarde terug en alle heiligen mét Hem en Hij zal koning zijn over de gehele aarde. Een duizendjarig vrederijk.
De wegrukking is voor de gelovigen.
De dag van de Heer is van betekenis voor heel de wereld.
Aan de dag van de Heer gaan vele zichtbare gebeurtenissen vooraf.
Aan het moment van de wegrukking geen, dan alleen de stem van de aartsengel en de stoot op de bazuin van God.
“Wanneer ze zeggen: ‘alles is vrede en veiligheid’, dan overvalt hen plotseling een verderf, zoals de eerste wee haar die een kind in de buik heeft, en ontvluchten is er niet bij”
(1 Thessalonicenzen 5:3).
Die dag van de Heer overvalt de mensen in de wereld, juist als ze denken dat ze niets te vrezen hebben, als ze denken dat er vrede en veiligheid is.
Zoals een wee een zwangere vrouw kan overvallen en er aan de geboorte van haar kleine niet te ontkomen valt.
In de verzen 4 t/m 8 spreekt Paulus over de christenen in Thessalonica als over mensen die de tekenen der tijden onderscheiden. Die kinderen van de dag zijn. In het licht wandelen.
Waakzaam zijn en nuchter!
“Want God heeft ons niet bestemd voor zijn toorn, maar voor het verkrijgen van heil door onze Heer, Jezus Christus”
(1 Thessalonicenzen 5:9).
Die dag van de Heer associeert Paulus met de toorn van God en het oordeel van God.
Maar wij zijn niet bestemd voor Gods toorn en voor Gods oordeel.
Integendeel: wij zijn bestemd voor het heil, de zaligheid door onze Heer Jezus Christus.
“..., die voor ons gestorven is opdat wij, hetzij wij wakker zijn, hetzij wij slapen, gelijkelijk met hem zullen leven”
(1 Thessalonicenzen 5:10).
Het eens en voor altijd volbrachte werk van Jezus Christus betekent voor Joden en heidenen die in Hem geloven dat wij wat onze omstandigheden ook zijn voor altijd met Hem zullen leven.
Zoals Paulus eerder zei bij de wegrukking: “en zó zullen wij altijd samen met de Heer zijn” (4:17).
Samenvattend: de wegrukking van de gemeente gaat kort vooraf aan de dag van de Heer. Daarom spreekt Paulus er in één adem over.
Wij lazen in hoofdstuk 4 over ‘de opstanding van de ontslapen heiligen’ en de gelovigen die leven op het moment van de wegrukking.
In 1 Korintiërs 15:50 en volgende lezen we:
“Dit spreek ik uit, broeders-en-zusters, dat vlees en bloed het koninkrijk Gods niet kunnen beërven en het vergankelijke de onvergankelijkheid niet”
(1 Korintiërs 15:50).
Het klinkt vreemd, maar ons aardse vlees en bloed zijn niet geschikt om het koninkrijk Gods binnen te gaan.
Niemand kan God zien en in leven blijven.
De leerling waarvan Jezus heel veel hield, valt als dood ter aarde als Jezus aan hem verschijnt op Patmos.
Wijlen ds. Gerrit Toornvliet sprak altijd over het doorslaan van onze stoppen als wij te dicht Gods heerlijkheid naderen of als Gods heerlijkheid ons nadert.
Er moet iets gebeuren.
“Zie, wat ik zeg is een verborgenheid: wij zullen niet allen ontslapen máár wel allen ‘veranderd’ worden in ‘een punt des tijds’, in ‘een oogwenk’, bij de laatste bazuin; de bazuin zal immers schallen en de doden zullen worden opgewekt tot onvergankelijkheid en wij, wij zullen worden veranderd”
(1 Korintiërs 15:51-52).
Wat Paulus nu schrijft is een geheimenis, een mysterie.
Als de laatste bazuin schalt, staan de ontslapen gelovigen op en ‘veranderen’ en die dan leven, gelovigen, ‘veranderen’ in een oogwenk, in een punt des tijds.
Dat gebeurt bij de wegrukking.
Deze gebeurtenis is plotseling.
Absoluut geen scene uit Mary Poppins, waarbij je mensen overal vandaan naar de hemel ziet opgaan.
Maar ineens zijn we van de aarde elders in Jezus’ nabijheid met een onvergankelijk, hemels lichaam.
Jezus zelf spreekt er ook over, al besef ik heel goed, dat ik deze woorden altijd anders heb uitgelegd:
“Laat uw hart niet geschokt zijn; vertrouwt op God en vertrouwt ook op mij”
(Johannes 14:1).
Het hart van de leerlingen is emotioneel in shock.
Van slag, ontroerd, geschokt.
Omdat Jezus spreekt over Zijn naderend afscheid.
Het enige dat Hij vraagt is: vertrouwen.
Omdat dit alles past in Gods plan, Zijn tijdsplanning.
“In het huis van mijn Vader zijn vele verblijven; maar als het niet zo was, zou ik u dan zeggen ‘ik ga vooruit om u een plaats te bereiden’?-....”
(Johannes 14:2).
Ik ga naar het huis van mijn Vader, het verblijf van mijn Vader, de woonplaats van mijn Vader waar genoeg plaats is voor allen die in Mij geloven.
Als dit NIET waar was, dan zou ik jullie toch niet beloven: Ik ga voor jullie uit om voor een ieder van jullie een kamer, een woning klaar te maken?
“...als ik vooruit gegaan ben en u een plaats heb bereid kom ik weer en zal u bij mij opnemen, opdat daar waar ik ben ook gij zijt”
(Johannes 14:3).
Als Jezus onze woonruimten heeft klaargemaakt, komt Hij om alle ontslapen en nog levende gelovigen bij Zich op te nemen.
Altijd heb ik deze tekst gelezen in het kader van onze dood.
Jezus biedt onze zielen een woon- en verblijfplaats.
Maar zelfs in de kanttekeningen van de Statenvertaling wordt méér gezegd. Die verblijfplaats van de ziel wordt niet ontkend, maar ook dat aan het einde der tijden God Zijn kinderen met een nieuw verheerlijkt lichaam én ziel ons bij Zich opneemt.
Telkens valt mij op dat Jezus ons zó graag wil hebben daar waar Hij is.
Er volgen nog meer bijbelse kanttekeningen bij dit onderwerp.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Wo Dec 02, 2020 11:05 am

Peter Gerrets :

WOENSDAG 02-12-2020



" De Bijbel Open : - Serie (34)



Opnieuw hartelijk dank voor jullie reacties. Mijn intentie is vanaf deel 1 om jullie meer inzicht te geven in diverse aspecten van de eindtijd.
We zijn begonnen met de manifestatie van dwaalleraren, pseudoprofeten en antichristussen.
We hebben uitgebreid stil gestaan bij de plaats van Israël en Gods plannen met dit volk. En ontdekt dat Israël nog een grote rol gaat spelen.
Nu zijn we bezig met de ‘wegrukking’ dat een betere term is voor de opname van de gemeente.
En dit alles heeft tijd nodig en is niet in één artikel te vatten.
De brieven van Paulus aan de gelovigen van Thessalonica zijn bijzonder. Bijzonder omdat Paulus heel dankbaar is voor deze gemeente en dat niet onder stoelen of banken steekt.
“Maar wij vragen u, broeders-en-zusters, over de komst van onze Heer, Jezus Christus, en over onze vereniging met hem.....”
(2 Thessalonicenzen 2:1 uit de Naardense Bijbel).
De vraag wordt gesteld over de komst van de Heer en onze ‘vereniging’ met Hem....
Hier wijst Paulus terug naar 1 Thessalonicenzen 4:17.
Want die vereniging van de Heer met de Zijnen vindt plaats op de wolken.
Immers ‘zó zullen wij altijd met de Heer samen zijn’.
“...dat gij niet zo snel u van het verstand laat beroven of u laat verschrikken, niet door een geestesuiting, niet door een woord, en niet door een brief als door ons verzonden dat de dag van de Heer aanstaande is”
(2 Thessalonicenzen 2:2).
Iemand reageerde op de vorige studie dat de gelovigen in deze gemeente en ook Paulus zélf een zeer sterke verwachting hadden van de komst van de Heer alsof zij die zelf nog zouden meemaken.
Maar Paulus toont hier zijn realisme in deze waarschuwing.
De dag van de Heer, nogmaals een reeks verschrikkelijke gebeurtenissen en op het slot de wederkomst op de Olijfberg bij Jeruzalem, is op komst, máár broeders en zusters: laat je niet gek maken door bijvoorbeeld dromen of visioenen die aan de Geest worden toegeschreven, niet door een profetie of door een brief waarvan gezegd wordt dat die door mij geschreven zou zijn, want er gaat nog het één en ander aan die dag van de Heer vooraf.
In de loop der eeuwen zijn er dwazen genoeg geweest die berekend hebben wanneer de wereld zou vergaan, of wanneer de Heer zou terugkomen.
“Laat nooit iemand u misleiden, op geen enkele wijze,- omdat eerst ‘de afvalligheid’ moet komen en ‘de mens der wetloosheid’ geopenbaard zal worden, ‘de zoon van de ondergang’...”
(2 Thessalonicenzen 2:3).
Bedenk wel dat wij nú, anno 2020, dichterbij deze ontwikkelingen staan, dan Paulus in zijn tijd.
Aan de dag van de Heer gaan twee zaken vooraf.
De apostasia = de grote verwijdering van het geloof in onze Heer Jezus Christus.
De geloofsafval.
Die is duidelijk waarneembaar.
In het verval van normen en waarden.
Dat merken we aan de samenstelling van onze regeringen, aan onze volksvertegenwoordiging, aan de wetgeving, kerkverlating, de hoeveelheid kerkgebouwen die leeg komen te staan, de invloed van vrijzinnige prediking, de opkomst van spirituele stromingen, andere wereldgodsdiensten en hoe wij als mensen met elkaar omgaan.
Die apostasia is ingezet.
En ten tonele verschijnt ‘de wetteloze mens’, ‘de zoon van de ondergang’.
“de tegenstander die zich ook verheft
tegen al wat God heet of zozeer voorwerp van verering is dat hij zich in de tempel van God neerzet om van zichzelf te tonen dat hij god is”
(2 Thessalonicenzen 2:4).
Op een gegeven moment verschijnt op het wereldtoneel:
De wetteloze mens.
De zoon van de ondergang.
De tegenstander, de vijand van God.
De Antichrist.
Die in de herbouwde tempel troont en zich als god laat vereren.
“Voor nú wéét ge wat hem tegenhoudt; hij moet geopenbaard worden als het zijn tijd is”
(2 Thessalonicenzen 2:6).
Hij is nog niet op het wereldtoneel verschenen, want er is een ‘tegenhouder’.
“Want het geheimenis der wetloosheid doet reeds zijn werk;
alleen moet wie hem nu nog tegenhoudt worden tegengehouden tot hij uit het midden weg is”
(2 Thessalonicenzen 2:7).
Wie is die Tegenhouder?
Wie laat het Licht branden?
Wie maakt dat het bederf in deze wereld niet doorzet?
Op het éérste Pinksterfeest nieuwe stijl, met een nieuwe betekenis in Handelingen 2, ontvangt de Here Jezus uit de handen van de Vader na zijn hemelvaart de heilige Geest én giet die uit over de 120 in de bovenzaal.
Vanaf dát moment woont de heilige Geest blijvend in állen die in Jezus Christus geloven.
Jezus heeft aan zijn leerlingen beloofd: ‘wacht in Jeruzalem totdat jullie bekrachtigd worden door de heilige Geest’.
Met dat eerste komen van de heilige Geest trad het nieuwe verbond in werking.
De heilige Geest grift Gods wil in onze harten.
Jezus noemde ons, zijn volgelingen, het licht van de wereld en het zout van de aarde.
De heilige Geest temidden van de Gemeente van Jezus Christus zorgde er eeuwenlang voor dat de tegenstander van God werd tegengewerkt.
Maar als God Zijn gemeente wegrukt van de aarde en bij Zich opneemt, stopt ook de heilige Geest met Zijn werk in en door de gemeente.
En dán is de belemmering weg, zodat de Antichrist zich ten volle kan openbaren.
“En dán zal de wetloze worden geopenbaard, welke de Heer zal wegrukken door de adem van zijn mond en buitenwerking zal stellen met de verschijning van zijn komst”
(2 Thessalonicenzen 2:8).
Gods ontslapen heiligen, opgestaan en in een oogwenk veranderd én de nog levende heiligen in een oogwenk veranderd weggerukt naar de wolken en verenigd met Jezus.
En de heilige Geest in die gemeente.....weg.
Niet dat de heilige Geest er niet meer is, maar zijn werking zal ánders zijn dan in en door de gelovigen.
En dán verschijnt Gods vijand op het toneel. Voor zeker 7 jaar. Daar schrijf ik in de komende hoofdstukken over, maar God maakt ook aan dat schrikbewind een volledig einde bij de uiteindelijke wederkomst van de HEER op de Olijfberg.
“hem wiens komst is, overeenkomstig de werking van de satan in alle kracht en tekenen en wonderen van leugen...”
(2 Thessalonicenzen 2:9).
En hoé komt die Antichrist?
Als satan, maar zich voordoende als ‘een engel des lichts’.
Met betoon van kracht, wonderen en tekenen die bedrieglijk echt zijn.
En daarom heb ik al mijn gemeenten gewaarschuwd.
Naar aanleiding van het slot van het Marcusevangelie.
In hoofdstuk 16 staat: “Deze tekenen zullen de gelovigen volgen....”.
Maar wat heb ik vanaf 1973 gezien:
‘De meeste gelovigen volgen dié predikers die krachten openbaren en waarbij wonderen en tekenen gebeuren’.
Als jouw focus op Jezus gericht is, dan kunnen krachten, wonderen en tekenen volgen.
Als jouw focus op wonderen en tekenen gericht is zou je bij de Antichrist kunnen uitkomen.
Wees gewaarschuwd!
(wordt vervolgd)



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Do Dec 03, 2020 10:25 am

Peter Gerrets :

DONDERDAG 03-12-2020



" De Bijbel Open " - Serie (35)



We vervolgen 2 Thessalonicenzen 2
en beginnen met vers 10
“...en in alle misleiding in ongerechtigheid voor wie verloren gaan, daarvoor dat zij de liefde voor de waarheid niet hebben willen ontvangen waardoor zij konden worden gered”
Als de gemeente van Jezus Christus is weggerukt van de aarde en zij verenigd is met Jezus op de wolken, dán openbaart zich de Antichrist, de Wetloze, de Vijand van God.
Hij komt als de Satan zelf, vermomd als een ‘engel des lichts’ met kracht, met wonderen en tekenen om te misleiden.
Voor wie komt hij?
Voor allen in deze wereld die verloren gaan. Voor al die mensen die hun leven lang geweigerd hebben de waarheid te aanvaarden.
De Waarheid = Jezus Messias, die hen had kunnen redden.
O, wat is het moeilijk hierover te preken, te schrijven.
De Antichrist springt op het toneel om zijn misleidende wonderen en tekenen te doen voor de verlorenen.
Wie onderscheiding van geesten heeft, wéét dat er nú al vele pseudo-profeten en vele pseudo-apostelen actief zijn.
Vele beroemde Amerikaanse tv-voorgangers trekken menigten mensen die weliswaar opgeroepen worden veel geld te investeren in hun organisaties en kerken, maar die hun volgelingen beloven spectaculaire wonderen en tekenen.
Hoe méér je geeft, des te groter het wonder dat ‘god’ voor je doet.
En dergelijke voorgangers zijn niet alleen in de USA actief, maar ook in Azië, in Europa.
Ze beloven welvaart, succes, gezondheid, rijkdom.
Het evangelie aangaande de redding door Jezus Christus verdwijnt naar de achtergrond, hun grote EGO’s staan op de voorgrond.
Maar wie Jezus, dé Waarheid, afwijst, niet gelooft, komt in een wereld terecht waar dé Leugen regeert.
Je gaat verloren.
“En dáárom zendt God hun een inwerking die misleidt, zodat zij in de leugen geloven,-....”
(2 Thessalonicenzen 2:11).
Wil je ervaren wat het is in deze wereld zónder Geestvervulde christenen, zónder gemeente van Jezus Christus?
Die maakt na de wegrukking van de gelovigen de dag van de Heer mee, het bewind van de Antichrist.
Betovering, misleiding, leugen, ongerechtigheid.
Die Antichrist betovert de mensen, dé Influencer hypnotiseert de mensen zodat ze de leugens geloven.
“...opdat allen geoordeeld worden die niet in de waarheid geloven maar welbehagen hebben in de ongerechtigheid”
(2 Thessalonicenzen 2:12).
Allen die dé Waarheid niet geloven worden geoordeeld.
Paulus schreef hierover in hoofdstuk 1 vers 7b-9
“De Here Jezus openbaart zich vanuit de hemel met de engelen van zijn kracht....”
Hier gaat het om de uiteindelijke wederkomst van Jezus. Die absoluut geen moment van vreugde zal zijn voor Gods vijanden.
“‘in een vlammend vuur’, wanneer hij wraak oefent aan wie God niet kennen en aan de verkondiging van onze Heer, Jezus, niet gehoorzamen..”
(2 Thessalonicenzen 1:9).
Is er zó al eens gesproken over de Here Jezus?
Dít is de dag dat Jezus doopt in vuur
en al het kaf verteert.
Onblusbaar vuur over allen die God nooit hebben willen leren kennen en de Here Jezus nooit hebben gehoorzaamd, dat betekent: nooit in Hem hebben geloofd.
“en die als straf een eeuwig verderf zullen ondergaan, ‘ver van het aanschijn van de Heer en van de heerlijkheid van zijn kracht’...”
(2 Thessalonicenzen 1:9).
Dit zijn verschrikkelijke woorden.
God is toch liefde?
Dat wordt vandaag aan de dag zo vaak gezegd.
God is liefde! Niet lievig. Hij is niet ‘De Grote Knuffelbeer’.
God is heilig!
God duldt geen onrecht.
God heeft een hekel aan de leugen.
God gaf ons dé Weg en dé Waarheid en hét Leven in het kind in de kribbe.
Ik lees op fb allerlei lieflijke berichten over wat Advent is.
En wéér komen we niet verder dan: Advent is de voorbereiding op het Kerstfeest.
Dat is het anno 2020 al lang niet meer.
Advent is de voorbereiding op....de wegrukking van de gemeente en op Zijn wederkomst.
Advent heeft niets meer met het Kerstfeest te maken.
Dat kind IS GEKOMEN.
De man HEEFT ONZE ZONDEN OP ZICH GENOMEN.
Jezus HEEFT HET OORDEEL VAN GOD ONDERGAAN.
Jezus IS OPGESTAAN.
Hij is OPGEVAREN TEN HEMEL.
Hij HEEFT DE GEEST UITGESTORT OVER DE GELOVIGEN.
Ik erger me aan het jaarlijkse kleinhouden van Jezus.
Zolang Hij dat lieve kindje in de kribbe blijft, zorgen wij ervoor dat de ZOON VAN GOD niets zegt dat ons verontrust.
En déze Kerst moét iedereen beseffen dat als we maar blijven kindje wiegen, we nooit beseffen dat Hij ieder mens wil redden.
Redden van wat?
Van een naderend onheil, een naderend oordeel.
Daaraan ontkomen we alleen door in Hem te geloven die al lang geen kindje meer is.
De Man van Smarten.
De Verrezen Heer.
De Heer die onverwacht Zijn gemeente wegrukt van de aarde.
Die uiteindelijk terugkomt áls Rechter en als Koning over heel de aarde vanuit Jeruzalem.
Recent reageerde één van mijn bevriende predikanten:
‘Wordt het niet ingewikkeld met meerdere wederkomsten en herkansingen voor ongelovigen?’
Voor álle duidelijkheid:
Er is één wegrukking van de gelovigen om voor altijd met Jezus te zijn.
Er is absoluut geen herkansing.
Hier in dit leven valt de beslissing óf Jezus is jouw Redder en Heer óf je weigert Hem te geloven en je gaat verloren.
Er is één Wederkomst van Jezus als Rechter en als Koning over een duizendjarig vrederijk.
Laten we in deze Adventstijd toch duidelijk beseffen waar het om gaat.
Kerst is niet: Jezus wordt geboren als kindje in de kribbe.
Kerst is: danken dat God in Jezus op aarde kwam om....te redden.
En Hem verwachten wij.
(wordt vervolgd)



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Wo Dec 09, 2020 11:21 am

Peter Gerrets :

DINSDAG 07-12-2020


" De Bijbel Open " - Serie (36)


Voor alle duidelijkheid: er komt vlak vóór de dag van de Heer, een ‘wegrukking’ (in Engelse vertalingen een ‘rapture’) van de overleden gelovigen en van de dan nog levende gelovigen, de lichamen van de overledenen staan op en krijgen in een ‘split of a second’ een nieuw, verheerlijkt lichaam en óók de dan levende gelovigen ontvangen in een ondeelbaar ogenblik een verheerlijkt lichaam. We zijn ineens bij Jezus op de wolken om bij Hem te zijn.
Wij kennen het tijdstip van die ‘wegrukking’ niet. De bazuin van God zal klinken, de stem van de aartsengel zal klinken en dan gebeurt het in een oogwenk.
Want alleen met een verheerlijkt lichaam kunnen wij Gods wereld binnengaan.
Is dit vaker gebeurd?
In Genesis 5:24 lezen we:
“Henoch wandelt met God, en dan is hij niet meer, want God heeft hem meegenomen”.

Dit is een wonderlijk gebeuren.
Henoch verwekt Methusalem als hij 65 jaar is en vanaf diens geboorte, vindt er een verandering in zijn leven plaats. 300 jaar wandelt hij met God.
De Hebreeuwse tekst kun je ook zó vertalen: “hij richtte zijn schreden naar God”. Hij liep voortaan in hetzelfde ritme als God.
En dát in de tijd voorafgaande aan de zondvloed.
Maar hij stierf niet, zoals alle anderen.
God neemt hem mee.
In Hebreeën 11:5 lezen we:
“In geloof is Henoch overgebracht, zodat hij de dood niet zag ‘en hij was niet te vinden, omdat God hem had overgebracht’. Want van hem is vóór zijn ‘overbrenging’ getuigd dat hij welbehaaglijk is geweest aan God”.
Op de leeftijd van 365 jaar was hij opeens verdwenen. Ze hebben hem nog gezocht, maar nooit gevonden.
Judas schrijft in zijn briefje over Henoch als profeet. Die gezegd heeft:
“Zie gekomen is de Heer met zijn heilige tienduizenden, om gericht te houden over allen en alle goddelozen te bestraffen voor al hun werken vol goddeloosheid waarmee zij goddeloos geweest zijn, en voor alle verhardingen waarin goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben” (Judas 1:14-15).
Stond hij als eenling temidden van goddeloze generaties en kondigde hij het oordeel aan van de zondvloed?
En Mozes? In de laatste hoofdstukken van Deuteronomium spreekt de HEER tegen hem over zijn naderende dood.
Hij mag het beloofde land niet binnengaan. God laat hem het land wel zien vanaf de berg Nebo in Moab.
Mozes krijgt ook te horen dat het volk Israël zal volharden in hardnekkigheid, in ontrouw, in afgoderij. Hij waarschuwt het volk, geeft Jozua instructies, zegent het volk.
“Dan sterft hij dáár, Mozes, de dienaar van de ENE, in het land van Moab op last van de ENE.
Die begraaft hem in het dal in het land van Moab tegenover Bet Péor; en niemand weet zijn graf tot op deze dag” (Deuteronomium 34:5-6).
Daar in Moab rouwen mannen en vrouwen 30 dagen lang.
Mozes werd 120 jaar.
Tóch roept Judas 1:9 een vraag op.
Is het lichaam van Mozes opgegraven om overgebracht te worden in de nabijheid van God?
Want de aartsengel Michaël moet onderhandelen met de Uitéénwerper ( = de duivel) over Mozes’ lichaam en spreekt daarbij de woorden uit: “Moge de Heer je straffen!”
Judas waarschuwt ons, gelovigen, dat er de hele geschiedenis spotters, lasteraars zijn geweest die destijds en in de laatste dagen alles wat met God te maken heeft belasteren alsof er geen God is.
In 2 Koningen 2:1-17 zien we de profeet Elia samen met zijn leerling Elisa.
Elia weet dat hij door de HEER zal worden weggenomen. Maar Elisa blijft bij hem. Hij vraagt Elia: ‘Geef mij een dubbel deel van uw Geesteszalving’.
Elia vindt dat een moeilijke vraag. Want die zalving komt van God.
Maar Elia zegt: ‘Als jij mij blijft zien terwijl ik opgenomen word, zul je die zalving ontvangen’.
Elia ziet de dood niet.
Een vurige wagen, getrokken door vurige paarden in een storm halen Elia op en Elia ‘klimt’ hoger en hoger en Elisa ziet alles, en schreeuwt: ‘vader, vader van mij, wagens van Israël en zijn ruiters’.
Zo worden Elia en Elisa van elkaar gescheiden. Elia’s mantel valt naar beneden.
Er zijn er nog die gaan zoeken naar het lichaam van Elia. Alhoewel Elisa dat probeert te verhinderen.
50 mannen zoeken drie dagen en vinden niets.
En Elisa blijkt die dubbele zalving te hebben ontvangen. Hij verricht twee maal zoveel wonderen als zijn leermeester.
Opnieuw zo’n wonderlijke opname, wegvoering.

(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Do Dec 10, 2020 9:56 am

Peter Gerrets :

WOENSDAG 10-12-2020



" De Bijbel Open " - Serie (37)



Maar zullen jullie zeggen: Henoch, Elia en eventueel Mozes waren enkelingen. Dat is waar.
Ik lees dat bijbeluitleggers dan ook zeggen dat ‘de opname’ (de wegrukking) massaal zal zijn.
Gestorven en dan nog levende gelovigen-in-Christus zullen weggevoerd worden naar de wolken om daar Jezus te ontmoeten om voor altijd met ziel én een verheerlijkt lichaam bij Jezus te zijn.
Maar dan ga ik met jullie naar Psalm 68:
“O berg Gods, gebergte van Basan, gebergte veeltoppig, gebergte van Basan”
(Psalm 68:16 uit de Naardense Bijbel).
De psalm volgt als het ware Israël op de voet tijdens de exodus, de uittocht, de woestijnreis.
Basan destijds lag ten noord-oosten van Kanaän.
In de Grieks-Romeinse tijd heette het Batanea. En het behoorde wisselend tot Israël of Assyrië, of Israël en dan tot Syrië.
We lezen dat het volk van Basan onder leiding van hun koning Og ten strijde trekt tegen Israël onder leiding van Mozes.
Basan werd toen ‘het land der reuzen’ genoemd.
“We wendden ons en klommen de weg op naar de Basan; toen trok uit, ons tegemoet: Og, koning van de Basan, hij en heel zijn manschap ten oorlog bij Edreï”
(Deuteronomium 3:1).
“De ENE zei tot mij: vrees hém niet, want in jouw hand heb ik gegeven: hem en heel zijn manschap en zijn land; doen moet je met hem zoals je hebt gedaan met Sichon, de koning van de Amoriet die zetelde in Chesjbon!”
(Deuteronomium 3:2).
“Zo gaf de ENE, onze God, ons in de hand: óók Og, de koning van de Basan, en heel zijn manschap; we hebben hem geslagen tot we geen ontsnapte van hem hadden overgelaten”
(Deuteronomium 3:3).
“We veroverden in dat tijdsgewricht al zijn steden,- er is geen vesting geweest die we niet van hem hebben afgenomen: 60 steden (...) Al deze steden waren ontoegankelijk steil: een hoge schutsmuur, poortdeuren en dwarsbalken; afgezien nog van de vele open steden”
(Deuteronomium 3:4-5).
En over koning Og:
“Want slechts Og, de koning van de Basan bleef over uit wat er restte van de Refaïeten,- de reuzenschimmen;
zie, zijn rustbank, een rustbank van ijzer, staat die niet in het Raba van de zonen van Amon?- 9 ellen haar lengte en 4 ellen haar breedte, met de el van een man”
(Deuternomium 3:11).
Ik heb de bijbel zelf laten spreken.
Maar we begrijpen dat zonder Gods hulp Basan, het bergland, met ommuurde steden op steile berghellingen onder leiding van een reus nooit was ingenomen.
We gaan terug naar Psalm 68
“Waarom (Basan) beloert ge, veelkoppige bergen, de berg die God heeft begeerd als zijn zetel, ja, waar de ENE zal wonen voor immer?”
(Psalm 68:17).
Hier tekent de psalmdichter de jaloezie van Basan op Sion, waar God Zijn woonplaats vestigt.
“Op godenwagens, tienduizenden duizenden dubbel, kwam de Heer van de Sinaï het heiligdom binnen”
(Psalm 68:19).
Dit was de eerste berg waar de ontkomen Israëlieten zich aan de voet legerden en God Zich in Zijn volle Majesteit openbaarde door natuurverschijnselen en Zijn stem die de Israëlieten deden vrezen.
De Sinaï waar God Zijn leefregels aan Mozes meegaf.
Door eigen schuld heeft de reis door de woestijn zó lang geduurd.
De generatie die ooit uit Egypte vertrokken is, is in de woestijn omgekomen. Zelfs Mirjam, Aäron en Mozes. Alleen Jozua en Kaleb die niet bevreesd waren de reuzen aan te pakken, komen in het beloofde land.
En die majesteitelijke HEER die zich openbaarde op de Sinaï neemt bezit van het heiligdom dat op de Sion is gebouwd.
En hoe!
Niet één vurige wagen, maar ontelbare wagens.
De volheid van Gods heilige tegenwoordigheid.
De bevrijder uit Egypte in de tempel op de Sion.
“U steeg op ten hoge, kerkerde gekerkerden in, vorderde gaven bij de mensen, ja ook van wie eerst weerspannig waren, om daar te wonen, ENE, God”
(Psalm 68:19).
Van Sinaï over Basan naar Sion is de ark met het volk meegetrokken.
De tent met de ark van het verbond van hoogtepunten door dieptepunten tot de uiteindelijke bestemming in Jeruzalem.
Tijdens de woestijnreis heeft God voortdurend voorzien in manna, water en kwakkels totdat de Israëlieten aankwamen in een land vloeiende van melk en honing.
Vele vijanden zijn overwonnen, velen gevangen genomen, bezittingen eigendom van de Israëlieten geworden. God alleen is de uiteindelijke Overwinnaar. In de tempel vindt Hij Zijn woonplaats.
Door Zijn Woord en Geest heeft Hij de Israëlieten uit de kerker van Egypte geleid en meegevoerd tot in het beloofde land. Die weerspannig bleven kwamen er niet. Die geloofden in Gods beloften en Zijn sterke arm kwamen er.
Dit is wat ik persoonlijk hierin lees.
En ik heb het met jullie gelezen, omdat de apostel Paulus erop terugkomt in Efeziërs 4
“Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van de Gezalfde”
(Efeziërs 4:7).
Ieder die vertrouwt op het volbrachte werk van Jezus Christus ontvangt de maat van genade die Hij bepaalt.
“Dáárom heet het: ten hoge opgevaren nam hij gevangen de gevangenis, gaf hij gaven aan de mensen”
(Efeziërs 4:8).
En hier citeert Paulus Psalm 68.
Wat gebeurt hier? Exegetisch gesproken? Exegese = uitleg en interpretatie van de tekst.
In Psalm 68 dicht bij die tekst blijvend, gaat het over de uittocht, de woestijnreis en de intocht in het beloofde land. De beklimming van de Sion en de plaats van rust voor de ark als Gods eindoverwinning.
En Paulus de Geestvervulde schriftgeleerde uit de Farizeeërs ziet er door de heilige Geest dit in:
‘De Gezalfde die genade geeft aan Zijn gelovigen vaart op naar de hemel, neemt de gevangenis gevangen, en deelt als Overwinnaar gaven uit aan de mensen’.
Niet de beklimming van de Sion, maar de hemelvaart van Jezus.
Maar Hij is niet alleen opgevaren, maar met de buitgemaakte gevangenen.
“Maar wat betekent ‘hij voer op’ anders dan dat hij ook is nedergedaald naar de nederste delen der aarde?”
(Efeziërs 4:9).
Omdat het om de Gezalfde gaat die naar de hemel is opgevaren, betekent dit toch ook dat Hij eerst is neergedaald?
Om het in Adventstijd zó te zeggen:
‘Er kan toch geen hemelvaart zijn zonder kerstnacht?’
Of volgens Paulus dieper nog:
GEEN HEMELVAART ZONDER AFDALING IN HET DODENRIJK?
‘naar de nederste, de onderste delen van de aarde?’
“Hij die is nedergedaald, hij is het ook die is opgevaren hoog boven alle hemelen, om alles te vervullen”
(Efeziërs 4:10).
Hij kwam van de hoogste hemelen en daalde af in de diepste diepten en voer weer op naar de hoogste hemelen om alles vol te maken met Zijn bloed en Zijn heerlijkheid.
En op het Pinksterfeest deelt de Overwinnaar Gods Geest en Gods gaven uit over en in de mensen die in Hem geloven.
Maar wie neemt Hij mee in Zijn overwinning?
In 1 Petrus 4:6 lezen we:
“Want daartoe is ook aan doden het evangelie verkondigd, opdat zij bij mensen wél beoordeeld worden op vlees-en-bloed maar bij God zullen leven op geestesadem”.
Petrus, wat bedoel je? In de voorbije eeuwen hebben mensen lang genoeg hun lusten en begeerten kunnen uitleven. En dié mensen begrijpen totaal niet dat gelovigen-in-Christus niet met hen meedoen en ze belasteren ons. Maar allen zullen zich voor God moeten verantwoorden die al klaar staat (1 Petrus 4:3-5).
En dáárom is aan hen die vóór Christus ontslapen zijn het evangelie verkondigd. Ook aan hen waarover de mensen een afkeurend oordeel hadden en hebben op grond van wat ze aan de buitenkant hebben gezien.
Maar ook dié kunnen bevorderd worden tot heerlijkheid op grond van de kracht van de heilige Geest.
Waar heeft Petrus het over?
In 1 Petrus 3:18-20 lezen we:
“Omdat ook Christus ( = De Gezalfde, de Messias) één maal voor zonden is gestorven, een rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat hij u tot God zou leiden, hij die door vlees-en-bloed gedood is maar levend gemaakt door de Geest”
(1 Petrus 3:18).
Petrus beschrijft hier wat vlees-en-bloed met die Gezalfde hebben gedaan. Mensen brachten Hem aan het kruis. Hij offerde Zijn leven voor een menigte aan zonden. Hij stierf.
Gods Geest maakte Hem levend.
“In kracht daarvan is hij heengegaan en heeft hij ook gepredikt tot de geesten in de gevangenis....”
(1 Petrus 3:19).
In de kracht van de heilige Geest is Jezus heengegaan en heeft Hij gepredikt/het evangelie verkondigd aan hen die in de gevangenis zaten.
“..., zij, die eens zich niet lieten overtuigen, toen de lankmoedigheid van God bleef wachten, in de dagen dat Noach de ark in gereedheid bracht, waarin weinigen, dat is 8 zielen door het water heen werden gered”
(1 Petrus 3:20).
Volgens Petrus is Jezus in de gevangenis aan Noach’s generatie het evangelie gaan verkondigen.
Die destijds als goddelozen leefden, de vrouwen die gemeenschap hadden met gevallen engelen.
Noach’s bouwen van de ark was een waarschuwing voor hen dat er een oordeelsvloed zou komen, maar niemand bekeerde zich. De toenmalige wereld verdronk uitgezonderd de familie Noach, 8 mensen.
Hebben ze zich laten overtuigen door Jezus’ proclamatie dat Hij dood en graf had overwonnen?
Jezus neemt de gevangenis met de gevangenen in triomf mee naar de hemel.
Petrus beschrijft het. Paulus geloofde het.
Wie verloren gaat, gaat door eigen schuld verloren.
En niet, omdat Gods genade niet toereikend was.
(wordt vervolgd)




Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Dec 14, 2020 10:59 am

Peter Gerrets :

ZATERDAG 12-12-2020



" De Bijbel Open " - Serie (38)


Gisteren kwamen er veel reacties binnen onder deel 33 over de opname, de wegrukking. Over de dag van de Heer. Over wanneer gebeurt dit alles. Intussen had ik in de hoofdstukken 34 t/m 37 al aandacht besteed aan een aantal schriftgedeelten die in dat kader belangrijk zijn.
De opname of: wegrukking gaat vooraf aan de periode die we de dag van de Heer noemen.
Dé mens der wetteloosheid, de Antichrist kan zich pas manifesteren als ‘de tegenhouder’ of ‘de weerhouder’ uitgeschakeld is.
Volgens meerdere bijbeluitleggers is er maar één tegenkracht die het totale verderf tegengaat.
Dat is de heilige Geest die in het nieuwe verbond IN de gelovigen uit de Joden en uit de volkeren blijvend woning heeft gemaakt.
Die gemeente van Christus is in deze wereld nu nog steeds een lichtend licht en een zoutend zout.
De aanbidding en lofprijzing, het leven naar de Schrift, gebed en voorbede, zending en evangelisatie, de werken van barmhartigheid en het onderwijs hebben die impact op de maatschappij.
De tegenstander van God háát de gemeente van Jezus Christus en daarom is er vervolging, onderdrukking, daarom worden christenen vermoord.
Als ‘de weerhouder’ weggenomen is, is er niets dat de tegenstander nog hindert.
De heilige Geest wordt niet weggenomen, maar de werking van de heilige Geest in en door de gelovigen wordt weggenomen.
Want zelfs in de tijd die aanbreekt na de opname komen nog mensen tot geloof.
Vandaag gaan we lezen uit Daniël 9.
Steeds gebruikte ik de Naardense Bijbel om de oorspronkelijke tekst te volgen, nu gebruik ik in het kader van de leesbaarheid de Willibrordvertaling (1995):
“In het eerste jaar van de regering van Darius, de zoon van Ahasveros, die van afkomst een Mediër was en tot koning was aangesteld over het rijk van de Chaldeeën.....
(Daniël 9:1).
Juda en Benjamin verbleven in ballingschap in Babylonië, maar Babylonië werd onder de voet gelopen door de Meden en de Perzen. In Daniël 9 is Darius koning over dit enorme rijk.
“...in zijn eerste regeringsjaar viel bij het lezen van de boeken mijn aandacht op het getal van 70 jaren, de tijd dat, volgens het woord van de HEER aan de profeet Jeremia, Jeruzalem in puin zou liggen”
(Daniël 9:2).
Dit proberen wij in deze hele serie ook te doen. ‘De Boeken’ lezen. Daniël blijkt de beschikking te hebben over een verzameling profetische geschriften.
Hij leest o.a. Jeremia 25:11-12.
Wat lezen we daar:
“Het hele land wordt een verschrikkelijke puinhoop. De volken zullen de koning van Babel dienen, 70 jaar. Maar na die 70 jaar zal Ik de koning van Babel en zijn volk hun misdaden vergelden - godsspraak van de HEER. Het land van de Chaldeeën maak Ik voor altijd een woestijn”.
“En ik, Daniël, richtte mij tot de Heer God om door bidden en smeken en door vasten in zak en as van Hem inzicht te krijgen”
(Daniël 9:3).
Daniël vraagt zich af: nú dit Babylonische rijk geregeerd wordt door Meden en Perzen, is nu die periode van 70 jaar ten einde?
Wat gaat er nu gebeuren?
Dat meent hij ernstig. Hij verootmoedigt zich voor God, laat eten en misschien ook wel drinken staan en bidt en smeekt om inzicht in Gods plan én in de verzen 4 t/m 19 belijdt hij de schuld van Gods volk en sluit zichzelf daarbij in en sluit af met: ‘Kijk toch naar ons om! Wacht niet langer en grijp in’.
Terwijl hij nog bidt, komt Gabriël naar hem toe. Hij deelt Gods woord met Daniël.
“Voor úw volk en voor úw heilige stad is een duur van 70 weken vastgesteld...”
(Daniël 9:24a).
Voor úw volk, dat is Israël.
Voor úw heilige stad, dat is Jeruzalem.
Wordt een tijdsduur van 70 weken vastgesteld.
In de kanttekeningen van de Willibrordvertaling staat:
‘Bedoeld zijn ‘jaarweken’.
“....om aan de misdaad en de zonde een eind te maken, om de ongerechtigheid uit te boeten,
om eeuwige gerechtigheid te brengen...”
(Daniël 9:24bc).
Die periode is nodig om een einde te maken aan alle misdaden en alle zonde een einde te maken.
Boete te doen voor alle ongerechtigheden, dat betekent: alles wat Daniël plaatsvervangend voor het volk en voor zijn eigen ongerechtigheden zojuist heeft gebeden.
Dan komt een eeuwige gerechtigheid tot stand.
“...de openbaringen van de profeten te benadrukken en het hoogheilige te zalven”
(Daniël 9:24d).
Profetische openbaringen worden ‘verzegeld’ (Naardense Bijbel).
Het hoogheilige (het heiligste der heiligen - Naardense Bijbel) te zalven.
Is dat: God zal wonen temidden van Zijn volk in het heiligdom?
“Prent dit goed in uw hoofd:
vanaf het ogenblik waarop het woord gesproken werd over de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van Jeruzalem tot aan het optreden van de uitverkoren vorst, zullen er 7 weken verlopen;....”
(Daniël 9:25ab).
Die 70 jaarweken gaan in vanaf het moment dat jullie toestemming krijgen om uit de ballingschap terug te keren en Jeruzalem te herbouwen
en de uitverkoren vorst zal optreden in jullie midden....Daarvoor hebben jullie 7 jaarweken nodig ( = 49 jaren).
“...éénmaal herbouwd met pleinen en wallen zal de stad 62 weken lang zó blijven...”
(Daniël 9:25c).
Het dán herbouwde Jeruzalem met pleinen en wallen (Naardense Bijbel: gracht) zal 62 jaarweken zó blijven ( = 434 jaar).
“Maar in die moeilijke tijd na die 62 weken zal een gezalfde gedood worden zonder dat iemand hem opvolgt. De stad en het heiligdom zullen verwoest worden door het leger van een vorst die komt en zijn einde zal vinden in een vloed van rampen”
(Daniël 9:26a).
Na die in totaal 69 jaarweken wordt een gezalfde (een messias) gedood (Naardense Bijbel: weggemaaid) zonder dat iemand hem opvolgt (Naardense Bijbel: zonder dat er iets tegen hem is).
Een zondeloze Messias wordt gedood.
Jeruzalem én de tempel worden verwoest door het leger van een toekomstige vorst, namelijk in het jaar 70 na die Messias door de legers van de Romeinse keizer.
“Maar tot aan het einde zal er volgens het besluit een verwoestende oorlog plaatsvinden”
(Daniël 9:26b).
Maar aan het bewind van die keizer komt een einde door oorlogsgeweld.
Aan de heerschappij van de Romeinen komt een einde.
Let goed op!
Die 69 jaarweken zijn voorbij.
En dan volgt er een pauze.
In die pauze wordt de Messias ter dood veroordeeld. Volkomen onschuldig.
In het jaar 70 óók in die pauze wordt Jeruzalem en de tempel verwoest.
En wij leven nog steeds in die pauze.
Israël op een zijspoor voor eeuwen todat de vijgenboom uitloopt.
1948 de stichting van de staat Israël.
Let op, zegt Jezus!
En nog altijd is die 70e jaarweek niet begonnen, dus anno 2020 ook niet.
Want die 70e jaarweek, daarover vertelt Gabriël aan Daniël:
“Met velen zal hij een sterk verbond aangaan gedurende één week.
Op de helft van die week zal hij een einde maken aan de slacht- en spijsoffers en op de vleugel de gruwel van de verwoesting plaatsen, totdat de vernietiging, waartoe besloten is, zich aan de vernieler voltrekt”
(Daniël 9:27).
Dit ene vers spreekt over de 70e jaarweek. De Verwoester sluit met velen een krachtig verbond, óók met Israël. Blijkbaar is de tempeldienst in ere hersteld. Maar na 3,5 jaar maakt de Verwoester ( = mijns inziens de Mens der Wetteloosheid, de Antichrist) een einde aan de eredienst en openbaart zijn ware aard: hij zal gruwelijk te werk gaan, godslasterlijk, ten aanzien van Gods volk en Gods heiligdom.
God laat het toe totdat de uitvoerder van Gods toorn vernietigd is.
Jullie merken dat het nodig is die Naardense Bijbel te raadplegen.
Maar wanneer precies zijn die 69 jaarweken ingegaan?
En wanneer begint die 70e jaarweek?
Dat komt in een volgend artikel aan de orde.
(wordt vervolgd)


Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5868
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: " De Bijbel Open " (serie van em.past. Peter Gerrets)

Berichtdoor Ton » Ma Dec 14, 2020 11:02 am

Peter Gerrets :

MAANDAG 14-12-2020



" De Bijbel Open " - Serie (39)


We eindigden deel 38 over Daniël 9 met de vraag: ‘Wanneer zijn die 69 jaarweken ingegaan?’
Gabriël brengt het woord van God over: ‘vanaf het moment dat jullie mogen vertrekken OM de stad Jeruzalem te herbouwen’ (Daniël 9:25ab).
Dus NIET om de tempel te herbouwen, maar de stad Jeruzalem.
Nu zijn er twee geschriften die over het vertrek van ballingen gaan: Ezra en Nehemia.
In Ezra wordt gesproken over koning Kores, de koning van Perzië, die ook Babylonië in zijn macht heeft.
God geeft deze koning een geest die gewillig is om de tempel in Jeruzalem te laten herbouwen (Ezra 1:2-3).
Hij roept dié Israëlieten die van harte bereid zijn deze taak te vervullen om naar Jeruzalem te trekken.
Die in Babylonië blijven moeten de vertrekkenden wel financieel en materieel ondersteunen.
De koning haalt uit de schatkamers alle tempelschatten en gebruiksvoorwerpen die Nebukadnezar ooit uit de tempel heeft meegenomen (Ezra 1:7-11).
In Ezra 3 wordt eerst het brandofferaltaar gebouwd op het vroegere fundament en ze vieren het loofhuttenfeest.
In Ezra 3:6 lezen we: “de tempel van de ENE is dan nog niet gegrondvest” (Naardense Bijbel).
Ze betalen bouwlieden (steenhouwers en timmerlieden) om stammen van cederhout te importeren uit het huidige Libanon.
In het tweede jaar na hun aankomst uit Babylonië start het werk officieel.
Als het fundament gelegd is loven de priesters en levieten de HEER, begeleid met trompetten en cimbalen (Ezra 3:10-11).
De priesters en levieten en gezinshoofden die op leeftijd zijn huilen. Zij herinneren zich de vroegere tempel.
Maar dan ontstaan er grote problemen. Op het grondgebied van de vroegere tien stammen die nooit uit hun ballingschap in Assyrië zijn teruggekeerd wonen nu door de koning van Assyrië (of Assur) stammen uit den vreemde.
Zij willen mee bouwen aan de tempel.
Maar Zerubabel zegt tegen hen: aan óns, Joodse ballingen uit Babylonië, is die opdracht gegeven en niet aan u (Ezra 4:3).
Vanaf dat moment proberen deze vreemde stammen de herbouw van de tempel te saboteren, ja ze schrijven een aanklacht in het Aramees.
De regeringsperioden van koning Kores, Darius gaan voorbij en dan wordt Ahasveros koning.
Pas als deze laatste koning aan het bewind is, wordt de aanklacht geschreven.
En in die brief wordt de koning gewaarschuwd. De Joodse ballingen willen de stad Jeruzalem opbouwen, en als hen dat lukt, zullen ze ophouden belasting aan u te betalen.
Wij zouden niet willen dat u schade zou lijden. En kijkt u maar eens in de boeken van uw voorgangers wat voor een rebelse stad het is geweest (Ezra 4:8-16).
De koning schrijft een brief terug waarin bevolen wordt het werk te staken en met deze brief gaan ze naar Jeruzalem en wordt met geweld het werk stil gelegd (Ezra 4:17-24).
Even een toelichting: in de brief aan de koning werd gesuggereerd dat de Judeeërs bezig waren de stad te herbouwen, wat niet waar was. Het ging om de herbouw van de tempel!
De bouw werd voortgezet toen de profeten Haggaï en Zacharia hen daartoe aanmoedigden.
Dat was onder het bewind van koning Darius (niet de al eerder genoemde Darius).
En opnieuw kwam er protest.
Tattenai, de gouverneur, stelde de vraag: “Wie heeft er toestemming verleend dit huis te herbouwen en de muren weer op te trekken ?” (Ezra 5:3 Willibrordvertaling).
Het werk hoefde niet stil gelegd te worden.
Maar Tattenai schreef wel een uitvoerige brief aan de koning met o.a. het verzoek na te gaan wat destijds koning Kores (ook Cyrus II genoemd).
Darius deed onderzoek en vond wat koning Cyrus II destijds besloten had en bovendien dat de kosten voor een groot deel uit de koninklijke schatkist zouden worden betaald en dat ook de tempelschatten die Nebukadnezar geroofd had teruggegeven moesten worden. Koning Darius vaardigt een decreet uit dat de herbouw moet doorgaan en dat niemand dit mag verhinderen (Ezra 6).
In het 6e regeringsjaar van koning Darius wordt de tempelbouw voltooid.
In Ezra 7:6 wordt pas gemeld dat de priester Ezra zélf met een nieuwe groep ballingen vertrekt uit Babel.
Tot nu toe ging het over de herbouw van de tempel en nog niet over de stad.
Over de stad lezen we in Nehemia.
Nehemia is ‘schenker’ in dienst van koning Artaxerxes (465-424 voor Christus - regeringsperiode).
Nehemia krijgt bezoek uit Juda en wordt geïnformeerd over de voormalige ballingen die nu in Juda zijn en over de stad Jeruzalem.
Wat hoorde hij?
‘De mensen verkeren in grote rampspoed en in smaad. De stadsmuur ligt in puin. De stadspoorten zijn verbrand’
(Nehemia 1:3).
Dagen lang moet Nehemia huilen, bedrijft rouw. Hij vast en bidt.
Belijdt schuld tegenover God, de schuld van het volk en van zichzelf.
Als Nehemia dienst doet bij de koning in diens 20e regeringsjaar merkt Artaxerxes dat Nehemia somber kijkt en hij vraagt waarom hij zo gestemd is. Nehemia antwoordt: “De koning leve voor eeuwig!- waarom zouden mijn gelaatstrekken niet kwaad staan, nu de stad die het grafhuis is van mijn vaderen een puinhoop is en haar poorten verteerd zijn door het vuur” (Nehemia 2:3 Naardense Bijbel).
En Artaxerxes vraagt: “Waarover doe je nu een verzoek?” (2:4)
Nehemia wil Jeruzalem herbouwen, de stadsmuren en de stadspoorten, brieven voor de gezagvoerders dáár en materiaal voor de bouw. De koning stuurt legeroversten en ruiters mee.
Uit vele bronnen blijkt dat Nehemia van Artaxerxes de opdracht krijgt om de stadsmuren en stadspoorten te herstellen in het jaar 445 voor Christus. Dán beginnen de jaarweken waarover Gabriël tot Daniël gesproken heeft.
In het boek Nehemia lezen we dat de vreemde stammen in het vroegere tienstammenrijk, nu ook Samaritanen genoemd, alles in het werk stellen om Nehemia’s project te dwarsbomen.
Nehemia is stadhouder geworden over Juda en Benjamin. Onder hevige strijd herstelt hij de stadsmuren.
In het vervolg zien we dat Ezra en Nehemia er alles aan doen om de ex-ballingen te onderwijzen in de geschriften, de voorschriften van de Thora. Het volk, de stam Levi moeten zich reinigen en heiligen voor God.
Wanneer zijn die 69 jaarweken voorbij?
Dat is in onze tijdrekening: 484 jaar?
Daarover in een volgend artikel.
(wordt vervolgd)



Peter Gerrets.

[p.gerrets@casema.nl]
(www.facebook.com/peter.gerrets)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 0 en 0 gasten