OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2817
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Apr 01, 2018 3:46 pm

Hoofdstuk 30


Het is een heerlijke rustige nacht geweest en voordat er maar iemand wakker is kruip ik op mijn knieën naar het raam en leg mijn armen op de rand van het onderraam. Ik hoor de vogels het hoogste lied zingen, de wind ruist zachtjes door de bomen langs het meer en kleine golfjes kabbelen tegen de oever aan. Wat is het toch weer een geweldige morgen. De dageraad gloort over het meer en geeft een gouden weerspiegeling van dat wat deze nieuwe dag weer gaat brengen. Ik hoop dat we nog wat dagen kunnen blijven, ondanks dat wij ons nu wel eens moeten gaan inschrijven, maar deze rust doet zoveel goed aan ons beiden en Sennabris is een mooie en bruisende stad waar zoveel te zien is en waar de mensen vriendelijk en vredig naast elkaar leven. Beth Tikva zal in de jaren, die wij afwezig zijn geweest, niet echt groter zijn geworden. Het is een dorp en zal het ook wel altijd blijven. Ook dat is best prettig want het leeft van de langs trekkende reizigers en als deze weer weg zijn keert de rust terug en kan je op de volgende toestroom wachten. De verdiensten zijn er best goed en de drukte is goed te doen in de bakkerij en het soephuisje. Eigenlijk hebben we niets te klagen en gaat alles prima. We moeten nu eenmaal naar ons dorp voor die volkstelling en wij zijn daar geboren. Hoe dan ook, dit is een nieuwe dag en ik kan nu alles gewoon overlaten aan Chaim, het is aan hem nu om deze reis gezamenlijk verder te vervolgende op zijn tijd en tempo. Ik weet niet eens of hij wel met deze karavaan mee wil trekken of zelf de dag kiest om te gaan. Samen kunnen wij dit best aan met onze dieren en goederen. De weg is begaanbaar en niet ruw en de omgeving rustig zonder angst voor overvallen door Zeloten. Die zitten overal heb ik gehoord maar nog niet van iemand uit deze streek. Toch moeten we daar rekening mee houden en ik denk niet dat Chaim het in zijn eentje wil gaan opnemen tegen een bende mannen die ons zouden willen beroven. Laat ik mijn gedachten maar bij deze prachtige ochtend houden, dat voelt stukken beter en dan gewoon kijken hoe alles verder zal gaan verlopen. Het is prettig bij Elim en Ruth en ik hoop de kinderen vandaag ook weer te kunnen zien. Ze waren gisteren wel heel erg laat binnen en in hun bed. Ach, het is mooi weer en ze zijn nog jong en zo levendig. Dat kunnen ze best wel hebben, wij niet meer denk ik, wij verlangen vaak naar de rust van de nacht en de slaap. Chaim draait zich nog eens om en slaapt verder zonder te merken dat ik voor het raam zit te mijmeren en te genieten. Deze tijd, helemaal voor mij alleen, is een luxe die ik dankbaar aanneem en koester zolang ik daar gebruik van kan maken. De God van Israël is zo goed voor ons. Ik dank Hem deze morgen voor weer een nieuwe dag die hopelijk zonder zorgen mag voortgaan.
Het gordijn in de deuropening vliegt open en een ondeugende snuit steek er zijn krullebol doorheen. Het is Levi. Direct houd ik mijn vinger tegen mijn mond om hem te zeggen dat hij stil moet zijn maar hij mag wel bij mij komen bij het raam. Naomi heeft zich ook bij hem gevoegd en zo komen de beide kinderen zachtjes naar mij toe en naast mij zitten om nu met ons drietjes naar buiten te kijken hoe de dag steeds lichter wordt en het gezang van de vogels afneemt. Goede morgen heerlijke nieuwe dag. Nadat we zo met elkaar bij het raam zitten en heel zachtjes met elkaar praten hoor ik dat Chaim wakker geworden is. Hij kan van de kinderen niet zijn wakker geworden dus kijk ik hem aan. Er is gelukkig een glimlach op zijn gezicht. Hij houdt best van kinderen en ik denk dat deze twee best met hem zouden kunnen opschieten. Ik stuur ze de kamer uit en ga mij aankleden. Dan vraag ik hem hoe de dag er verder uit gaat zien. Wordt het vertrekken met deze karavaan? Chaim wil straks eerst een praatje maken met een van de leiders van de karavaan om hun reisplan te vernemen. Dan wil hij toch weg want hoe langer we hier blijven hoe minder zin wij zouden kunnen hebben om toch verder te trekken ook al roept de plicht ons. Een nieuwe bakkerij hier beginnen zou ook nog kunnen maar ik denk dat dit gewoon te druk voor ons gaat worden dus dat wordt het maar niet.

We lopen nu samen naar de kamer waar het meeste geroezemoes vandaan komt en zien daar de familie bij elkaar zitten aan de ochtend maaltijd. Heerlijk warm brood en verse vis. Elim was deze nacht nog op het meer geweest om te vissen en de vangst was groot. Vandaag gaat hij die verkopen en daarna wat reparaties aan de boot doen. Hier en daar zijn er wat netten kapot en glipt de vis er doorheen. De bodem van de boot vertoond hier en daar ook wat zwakke plekken die verdikt moeten worden. Chaim kan het goed met Elim vinden en samen besluiten ze om na de maaltijd een kijkje bij de boot te nemen. Chaim zal hem zeker willen helpen. Daarna hoop ik dat hij dat gesprek nog heeft met de karavaanleider zodat ik weet wat ik verwachten kan deze dag en alles weer reisklaar kan maken. Afscheid nemen voor de tweede keer maar nu alleen van de familie want we kunnen natuurlijk niet verwachten dat we maar eindeloos van hun gastvrijheid gebruik kunnen maken. Dat geeft voor mij geen goed gevoel en het verlangen naar onze eigen familie en vrienden daar in Beth Tikva komt toch weer naar boven. Waar je hart is daar is je thuis en dat van mij ligt gewoon daar in ons kleine dorp Beth Tikva. Door deze volkstelling komen wij daar weer terug en ik hoop dat we daar dan zullen blijven en alles weer gaat zoals het altijd ging. De bakkerij en mijn soephuisje waar altijd mensen komen voor een praatje of een heerlijke warme nap met soep. Daar geniet ik zo van. De armen onder ons zijn bij mij ook welkom en als ze het koud zouden hebben is er rond mijn vuurtje plaats genoeg voor een ieder die warmte zoekt en nodig heeft. Met dat warme gevoel rond mijn hart kijk ik ze allemaal aan en geniet ook hier van het samenzijn.
Ruth gaat de kinderen naar de synagoge brengen. De rabbi zal wel op ze aan het wachten zijn. Les krijgen in lezen van de boekrollen en schrijven op papyrus zal er voor zorgen dat ze zich kunnen voorbereiden op hun toekomst. De lessen zullen ook veel gaan over de God van Israël en het tabernakel. Ze vinden het gelukkig fijn om te gaan en al roepend en zwaaien vertrekken ze en ik zeg ze nog wel dat ik niet weet of ik ze weer zal zien thuis komen omdat ons vertrek natuurlijk ook vandaag zal gebeuren. Ze rennen terug en omhelzen ons nog eens extra stevig. Dan gaan ze alsnog samen met hun lachende moeder op weg naar de rabbi. Chaim loopt met Elim mee en ik ga eerst al onze spullen bij elkaar pakken zodat ze strakjes gemakkelijk op de lastdieren geladen kunnen worden. Daarna wil ik naar mijn ezeltjes omzien en ze voer geven. De kamelen zullen wel genoeg hebben binnen gekregen zodat ze dan vandaag allemaal klaar zijn voor hetatste deel van mijn reis. Buiten het huis van Elim zoek ik naar de omheining waar de dieren achter zouden staan. Het was ergens bij een flinke grote boom waaronder ze in de schaduw konden staan als ze dit wilden. Water was er meer dan voldoende aanwezig, allen voer moest ik even voor ze halen en dat mocht ik dan uit een van de schuren pakken om het ze te geven. Elim had ook een paar ezels en wel vier kamelen. Die moesten de kruiken vol met vis naar de markt brengen. Links van het huis zag ik het meer dus moest ik naar recht, dan om het huis heen richting die grote boom en daar zouden ze dan staan. De omheining en de boom waren snel bereikt en al de dieren stonden daar rustig bij elkaar. De kamelen lagen op de grond en herkauwden hun voedsel. De ezels stonden gewoon, zoals altijd, naast elkaar voor zich uit te staren. Af en toe liet een van de ezels van zich horen maar meer dan dat deden ze niet. In de schuur die naast de omheining stond pakte ik wat voer voor de ezels en bracht dit naar ze toe. Zo kwam er toch nog wat meer leven in die beesten en dat gaf mij aan dat ik ze gisteren helemaal vergeten was te voeren. Ze hadden honger en zo konden ze rustig eten en weer vol worden zodat ze strakjes konden worden opgeladen voor het laatste stukje van de reis dat zij de last moesten dragen. Daarna was er voor hun ruimte bij de bakkerij in Beth Tikva waar ze hun dagen konden slijten met eten en slapen. Voorlopig zou er geen werk meer voor ze zijn want dit zou voorlopig de laatste lange reis zijn voor ze. Het zijn lieve beesten en verkopen konden we ze nog altijd als een reiziger een goed lastdier wilde hebben.

Ik ga maar eens naar het meer, daar waar de boot van Elim ligt, en eens kijken hoe het werk daar gaat. Chaim zal een besluit moeten nemen voor de rest van de reis. Ik wil niet blijven rondhangen en niets blijven doen. Dat is gewoon niet goed en dus moet dat gesprek vandaag komen om te horen wanneer de karavaan vertrekt. Veel van de kooplieden zijn al buiten de stad aan het verzamelen. Ze hebben verkocht en opnieuw spullen aangekocht voor de volgende stop tijdens de reis om deze weer te verhandelen. Ook wij moeten ons gaan aansluiten dus hoop ik dat ik Chaim zal vinden om hem dit te vertellen. Ik zie hem naast de boot staan bij Elim en loop naar ze toe. Dan maar opnieuw inbreuk maken op een gesprek maar ik moet toch echt weten wat deze dag brengen gaat. Ik spreek Chaim aan en vraag hem wat zijn plannen voor vandaag zijn. En ja hoor, daar is die boze blik weer omdat ik hem stoor, ik ben maar een vrouw en vrouwen moeten zwijgen als de man praat. Nou daar kan ik me gewoon niet aan houden er is nog veel te veel te doen en dat komt niet vanzelf gereed. Ach hij snapt het wel en daarom loopt hij met mij mee naar de dieren en vraagt of ze al gevoerd zijn. Dat zijn ze dus zouden we ze kunnen opladen en naar de karavaan kunnen vertrekken. Velen zijn daar al aan het verzamelen dus zal de toch weer worden opgepakt en de karavaan vertrekken. Chaim gaat op een van de ezeltjes op weg naar de karavaan voor meer informatie over de tijd die als vertrek wordt aangehouden. Gelukkig komt er nu weer schot in de reis en kan ik weer vooruitzien naar onze aankomst thuis in Beth Tikva. Het wachten is op Chaim en of de karavaan deze ochtend of wat verder in de dag zal vertrekken. Ik loop weer terug naar het huis en neem plaats op wat kussen bij de deur om op Chaim te wachten.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2817
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Wo Mei 09, 2018 11:08 am

Hoofdstuk 31

Mijn korte zit en rust bij de deur van het huis is afgelopen want daar komt Chaim aan en zo te zien heeft hij beide ezeltjes bij zich. Dat wil dus zeggen dat we gaan opladen en weer op weg gaan met de karavaan. “Vrouw, neem deze ezels van mij over want ik moet de kamelen gaan opladen met alles wat mee gaat naar Beth Tikva. Zorg dat de spullen die mee gaan en op deze ezels moet, goed wordt vast gemaakt. We vertrekken zo gauw alles klaar is. De karavaan wil weg, de handelaren hebben gezegd dat ze nu door willen naar de volgende handelsplek en dus is het wachten nog op de laatste aansluiters bij de karavaan en daar vallen wij ook onder. Maak haast vrouw en kom dan naar de plaats waar de kamelen door mij worden opgeladen”. Dat was dus duidelijk, we vertrekken zo gauw we alles hebben opgeladen op onze lastdieren. Eerst alles maar weer uit die kamer halen en voor het huis neerleggen. Mijn armen vol met spullen, hoor ik ineens de stem van Ruth die vraagt of ze kan helpen. Natuurlijk kan ze dat dat maakt het voor mij alleen maar gemakkelijker. “Ruth, we vertrekken zo gauw alles op de ezeltjes is geladen. Het moet weer goed vast worden gesjord zodat ik niet onderweg verlies. Ik denk wel dat het me weer zal lukken zelf een heerlijk plekje voor mij zelf te maken op de muilezel met al de kussens die ik heb zal dat lekker zacht worden en zo heeft het dier ook geen last van mij dan alleen maar mijn gewicht. De meeste dingen zoals die kruiken en de potten en pannen, gaan op de kleine ezel de rest aan voorraad en voer dan maar op de grote en dan afdekken met al mijn kussens”. Alles wordt snel bij elkaar gelegd en ik begin eerst de kleine ezel aan weerskanten met de kruiken te omhangen. Goed in evenwicht zal hij er weinig last van hebben. Dan wat manden met potten en pannen en persoonlijke huisraad en kleding. Dan nog wat zwaardere dingen maar die gaan op de muilezel die kan meer dragen dan deze kleine. Alles wordt door mij goed vastgebonden zowel op de grote als op de kleine ezel en als ik ze beiden zo bekijk zijn we weer helemaal klaar voor het laatste deel van de reis. Ruth was even in het huis verdwenen en komt nu aanlopen met een grote mand aan haar arm. “Martha, kan je deze nog ergens vast sjorren? Dat zijn wat lekkere dingen om te eten onderweg voor jou en Chaim. Daar zal je vast nog wel ergens een plekje voor vinden”. “Vast wel, de grote is nog niet te zwaar belast en onderweg wordt de inhoud van de mand ook weer lichter. Die bind ik wel dicht bij de kussen vast zodat we er gemakkelijk bij kunnen. Wat lief van je en zorgzaam, we komen beslist nog eens bij jullie langs in de verre toekomst als Chaim weer terug gaat naar Bethlehem om daar te gaan kijken hoe de bakkerij het doet. Vergeten zullen wij jullie beslist niet en ook Sennabris niet”. Ik omhels haar en vraag haar Elim van ons te groeten en de kinderen ook. Dat komt wel goed zegt ze en zo pak ik weer de beide ezels bij de touwen vast en loop in de richting van Chaim die ook bijna klaar is met het opladen van de kamelen. Ook voor hem is er een plaatsje vrij op een van de kamelen en zo te zien zit alles goed vast zodat niets meer kan verhinderen dat wij ons kunnen aansluiten bij de karavaan voor vertrek.

Lopend naast onze lastdieren zwaaien wij naar Ruth en vervolgen onze weg om buiten de stad te komen naar de karavaan toe. Zo te zien zijn we gelukkig niet de laatste en wordt het deze keer een flinke grote karavaan. Er zijn meer handelaren bij gekomen met lastdieren en vee om te verkopen. Ver buiten de stad zien wij de grote hoeveelheid reizigers klaar staan voor vertrek. Het liefste wil ik in het midden van de karavaan mee trekken, dat geeft een veilig gevoel. Ik kijk om me heen of ik ook bekende gezichten zie. Verschillende kooplieden waren aanwezig die ik vanaf de eerste dag al heb zien mee reizen. Wat er van Boaz is geworden weet ik niet. Zou hij deze keer ook weer mee reizen of in Sennabris achter blijven. In die grote stad is er veel voor hem te doen en aan onderdak en voedsel zal hij daar géén gebrek hebben. Als ik wat meer naar het midden loop met de ezels ontdek ik Moshe en nu heeft ook hij een beladen ezel bij zich. Ik zwaai naar hem en begroet hem. Dan vraag ik wat er allemaal is gebeurd en waar zijn ezel mee geladen is. Hij trek een bedenkelijk gezicht en wrijft over zijn baard. Dan twinkelt er weer dat lichtje in zijn ogen en denk ik dat er een grap zal volgen. “Vrouwe Martha, ik heb zoveel spullen gekocht daar in Sennabris, dat het voor mij onmogelijk is geworden het zelf te dragen. Ik denk dat ik straks maar voorgoed in Beth Tikva blijf en dan heb ik veel van dit soort spullen wel nodig”. Hij heeft flink gehandeld en maar weinig sjekels betaald voor alles wat er op deze ezel ligt. Zelfs de ezel was maar weinig sjekels. Het dier was ondervoed en met veel liefde en flink wat voer kan hij de reis best aan. “We hebben er een band door gekregen en ik denk niet dat de koppigheid van dit beest mijn reis moeilijk zal maken”, zegt hij met die guitige oogopslag van hem. Samen met Chaim en Moshe loop ik meer naar het midden van de karavaan en daar merken we dat deze toch al langzaam aan het voortgaan is want niemand staat stil en allemaal gaan we de zelfde richting uit. Achter in de karavaan zal langzaam aan het tempo ook worden opgepakt en zo zijn we dan vertrokken uit Sennabris. De dagen zijn droog en redelijk warm maar de nachten blijven nog steeds koud. Ik sla een extra doek om mijn schouders en loop mee op het tempo dat wordt aangegeven door de kamelen en de dieren die vooraan lopen. Het is een redelijk tempo en zo zien we de stad al snel steeds verder weg op de achtergrond verdwijnen. Het is nog geen middagstond, de zon staat daarvoor nog te laag aan de hemel en dus zullen we best een flink stuk kunnen gaan deze dag. Iedereen is fris en uitgerust, dat zal er voor zorgen dat we deze nacht door zullen blijven lopen en pas gaan stoppen bij een redelijke plaats waar wat handel gedreven kan worden. De eerste grote plaats is Hippos en dat ligt na Beth Tikva aan de andere kant langs het meer van Galilee. Als we de nacht goed door blijven lopen dan kunnen we de volgende dag tegen dat de avond valt in Beth Tikva zijn. Ik verheug mij er op om weer te kunnen koken en te zorgen voor de mensen die mijn soephuisje aan zullen doen. Dan wordt het leven weer als van alle dag en zal er weer rust en vrede heersen in onze woning, gewoon zoals het altijd is geweest en weer zal gaan worden. Regelmaat en werken. Ik hoop dat dit laatste gedeelte van de reis dan ook zonder zorgen of ongemakken zal verlopen en we onderweg niet voor verrassingen komen te staan of nare dingen mee zullen maken. Het verlangen naar ons thuisdorp is groot en het weer terugzien van onze families zal veel troost brengen en opluchting voor hen die ons jaren geleden zagen vertrekken. Veel van de spullen die ik bij me heb kan ik met ze delen en ook dat geeft een goed gevoel. Heerlijk om zo te mijmeren en al bijna in gedachten thuis te zijn.

Chaim komt vragen of ik aan eten heb gedacht voor dit deel van de reis en ik bevestig hem dat. “Ruth heeft wat vijgenbrood en extra water meegegeven. Ook wat olijven en wat citrusvruchten. Ik zal je wat geven want de karavaan trek gewoon verder en stopt niet”. Ik geef hem een stuk vijgenbrood en een vrucht, water had hij zelf wel aan een van de kamelen hangen in een kruik. Hij was al geruime tijd druk in gesprek met moshe en omdat ik verder nergens aanspraak had, kroop ik met een stuk vijgenbrood op mijn ezel om zo verder te reizen. De hele dag door bleven we op enige afstand van het meer lopen. Beth Tikva ligt er niet direct tegen aan maar als we in de omgeving komen slaan wij af en verlaten wij de karavaan die dan doortrekt naar Hippos. Het is een groene streek omdat de boden vochtig is door het meer en alles hier best wel redelijk groen blijft hier. Voor de ezels is er langs de weg groen genoeg en al lopend trekken ze aan het gras of aan een struik. Ze komen niets te kort nu en dat spaart voer. Het begint te schemeren. De nacht is in aantocht. Langzaam daalt de zon achter de horizon en valt het duister in. Hier en daar zie ik fakkels oplichten zodat het niet helemaal een donkere sliert van dieren en mensen is en dat geeft ook aan dat de karavaan goed wordt beschermd door deze fakkeldragers. Overal hoor je ezels balken en schapen blaten. Zij zijn duidelijk hoorbaar in de nacht. Van de mensen hoor je weinig maar ook zij hebben gesprekken met elkaar en wisselen belangrijke verhalen uit. Ik begin het schommelen op de rug van de ezel als zeer slaapwekkend te ervaren en op mijn kussens vallen mijn ogen dicht. Het geroezemoes om mij heen doet daar ook zijn best voor en zo probeer ik geen enkel gesprek meer te volgen dat half af in mijn richting waait. Ik dommel in terwijl het nog niet echt donker is en hoop dat Chaim en ook Moshe mij in de gaten zullen houden want er is nu niemand meer die mijn ezels leidt. Ik geef mijn gevecht om wakker te blijven op en val in slaap. Morgen is er weer een nieuwe dag een nieuwe morgen en dichter bij Beth Tikva.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2817
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Za Jun 02, 2018 2:53 pm

Hoofdstuk 32



Het is nog donker als ik mijn ogen open en om mij heen kijk. Iets heeft mij wakker gemaakt en het voelt niet echt prettig aan. Zulke gevoelens besluipen mij altijd als er spanning in de lucht hangt. Het is opmerkelijk stil om mij heen en toch sjokt mijn ezeltje verder en zie ik de rest van de karavaan om mij heen, maar er zijn géén geluiden. Dan ineens stoppen de dieren en alle koppen gaan één richting uit. Er wordt nu geroepen en getrokken aan de dieren die geen poot meer willen verzetten. Wat is er gaande en wat wordt er geschreeuwd? Ik zie Chaim ineens op zijn kameel naar een groep mannen rennen en deze geven hem aanwijzingen. Direct maakt hij rechtsomkeer en komt op mij toe. “Vrouw kom van de ezel af en dwing het beest te gaan liggen, doe dat ook met die andere en probeer ze onder controle te houden. Bedek hun koppen met een doek en doe hetzelfde met jouw eigen gezicht. Er is een geweldige zandstorm op komst”. We zijn niet in de beschutting van bergen of bomen dus kunnen we niets anders doen dan ons zo klein mogelijk te maken. De zandstorm slokt alle geluiden op en dat heeft er voor gezorgd dat het zo vreemd stil werd. Geen enkele vogel was hoorbaar en de lucht voelt drukkend aan. Ik spring van de ezel af en dwing het beest te gaan liggen. Vergeet het maar, koppig als het is weigert het door zijn knieën te gaan. Dan de kleine ezel maar eerst proberen, de last op zijn rug is zwaar en wie weet werkt dat ten goede. Na veel duwen en trekken gaat de kleine ezel eindelijk liggen en ik trek wat doeken van de grote ezel af. De eerste doek wikkel ik om de kop van de kleine ezel. Dat houdt hem op de grond, nu de muilezel nog, die is sterker en zijn verzet is feller. De kamelen bij Chaim zijn eerder gaan liggen dan mijn ezeltjes dus komt hij mij te hulp. De koppige muilezel kan niet op tegen dit overwicht en zo gaat ook hij door zijn hoeven heen en ligt hij eindelijk ook in het zand. Snel doe ik ook bij hem de doek over zijn kop heen en zal hij hopelijk beschermd zijn tegen wat komen gaat. De wind begint aan te wakkeren en ik trek mijn hoofddoek goed over mijn gezicht en ga strak tegen de muilezel aanliggen. In de holte van zijn flank hoop ik mijn beschutting te vinden. Angstig wacht ik af tot de zandwolk over ons heen komt rollen en pak nog snel een kleine kruik met water die ik onder mijn kleding stop om te voorkomen dat hij strakjes vol zand zit. Doordat het nog steeds donker is zien we niets van wat er op ons af komt. Het wachten is begonnen en na alle tumult van de karavaanreizigers en het protest van de dieren die moesten gaan liggen is het weer doodstil geworden. Alleen een rommelend geluid is hoorbaar dat wordt meegedragen door de wind die steeds sterker wordt. Ik duik strakker tegen de ezel aan en houdt het touw van de andere ezel stevig vast. Hij ligt bijna strak tegen de grote aan en dat zal voor hem ook bescherming geven. Chain gooit nog een grote strak geweven doek over ons heen en komt er dan zelf ook onder. We gaan op de punten van de doek zitten die aan de ezels is vastgebonden en zo vormt het een soort van tent. We kunnen nu alleen maar afwachten en hopen dat de storm snel voorbij zal rollen. Het doek begint te fladderen door de wind die nu steeds feller wordt en we houden beiden het doek goed om ons heen. Het geluid van de wind is gierend maar toch zit er ook een vreemde stilte achter omdat alles gedempt wordt door het zand dat wordt mee gevoerd en dat ons aan het bedekken is. Je kon het al voelen op de doek die op verschillende plekken begon te drukken. Rond onze gezichten hielden we ruimte vrij zodat het ademen niet zo moeilijk zou worden. De doek om ons hoofd is helemaal gesloten en zo zitten we dan totaal afgedekt te wachten op het einde van deze zandstorm. De dieren voelden hem aankomen en hebben er op gereageerd en ons zo geholpen om tijdig dekking te zoeken voor de dieren en voor ons zelf. Het doek komt steeds zwaarder op ons te liggen en de ezels beginnen te protesteren. Gelukkig doet geen van de twee een poging om op te gaan staan. Als dat gebeurd zijn wij onze bescherming kwijt en pakken zij de volle kracht van de zandstorm met hun hele lijf. Ook zij voelen dat het veiliger voor ze is te blijven liggen maar toch blijven ze onrustig. We moeten afwachten en omdat het nog zo donker is kunnen we ook niet zien of de storm over ons heen getrokken is en het veilig is geworden om ons van al het zand te ontdoen dat nu op ons is beland. Ergens geeft het ook weer bescherming maar ik voel het knarsen tussen mijn tanden omdat het door het doek heen komt. Het schuurt over mijn rug en ik houd mijn ogen en mond goed dicht. Het zit overal, het zand kruipt door de kleinste gaatjes heen en bedekt alles om ons heen. Door het gewicht van het zand fladdert het doek niet meer en zo wordt het gissen of de storm verder trekt.

Uren later probeer ik met mijn handen het doek omhoog te werken omdat het te strak op mij drukt en ik voel het zand eraf glijden. Het is beangstigend stil rond om ons. Wat we wel horen is het geknor van de kamelen en zo af en toe toch alweer een stem. De nieuwsgierigheid neemt bezit van mij. Ik wil de doek een stuk opzij schuiven om te zien hoe het ervoor staat daar buiten. Er komt een lichtstraal naar binnen wat wil zeggen dat de dag is begonnen en de nacht zijn duisternis heeft weggehaald. Dat geeft mij eindelijk zicht op wat er buiten onze schuilplaats onder het doek allemaal gebeurd is. Ik schuif het doek verder weg en laat het zand er af glijden naast de ezel. Het dier beweegt en maakt het dus goed. Hij ligt bijna voor meer dan de helft onder het zand en zoals ik kan voelen zit er bijna geen zand meer in de lucht. De wint is ook gaan liggen en een licht briesje is nog voelbaar. Het ziet er vreemd uit om mij heen. Overal hoge bulten waaronder mens en dier ligt begraven en hier en daar verschijnen er gestalten die proberen de dieren weer op de poten te krijgen. Door het zand is de last die ze dragen dubbel zo zwaar geworden dus gaat het niet zo eenvoudig om weer te gaan staan. Door dit soort zandstormen zijn kleine dorpen helemaal bedekt en de bewoners, soms overvallen in de nacht en hun slaap, door dat zand bedolven en gestikt. Dieren die allemaal dood gevonden zijn onder het zand. Het is zo verstikkend en kruipt overal tussen dat het dodelijk is als je daar niet op voorbereid bent. We zijn heel dicht bij Beth Tikva en een grote bezorgdheid maakt zich van mij meester. Ik deel mijn zorgen met Chaim en ook hij zit er nu aan te denken hoe wij ons dorp terug zullen zien. Zou de storm ook daar overheen zijn getrokken? Hebben zij het gevoeld en er bescherming gezocht daar waar dat kon. Zijn de dieren er goed vanaf gekomen? Allemaal vragen waarop we geen antwoord kunnen geven dan er alleen maar heen te reizen en het zelf in ogenschouw te nemen. Misschien is de storm daar langsheen getrokken of als dat niet zo is dan hopen we dat iemand ze heeft gewaarschuwd en het goed met ze gaat. Onder al het zand komen nu de reizigers weer tevoorschijn. Dieren proberen de last van het zand te verminderen door te schudden met hun lijven. Ook wij schudden het zand uit onze kleding en uit onze haren. Het zit echt overal en een bad in het meer van Galilee zou ons daarvan kunnen verlossen Maar daar zijn we best ver vanaf. Pas dicht bij Beth Tikva maken we weer een rondtrekkende beweging richting het meer, want Beth Tikva ligt er dan wel niet tegen aan maar wél heel dicht bij. De omgeving is er prachtig, met veel olijfbomen en groen. Soms zie je wel eens dat een klein dorp door zulke stormen worden bedekt en niet meer verschijnen omdat er niemand is overgebleven om het dorp weer op te richten. Ik hoop en bid dat dit niet is gebeurd met Beth Tikva. Al onze familie woont daar en er zal vast en zeker worden gevochten om het bestaan daarvan te behouden. Dat weet ik zeker. De bewoners zullen vechten tegen het zand dat overal een weg baant en de huizen weer vrij maken en leefbaar houden.

De zon staat nu hoger aan de hemel en pas nu is iedereen op de been en zijn de dieren uit het zand bevrijd. De kudde met schapen is door deze zandstorm erger getroffen dan de andere dieren. Hun vachten zitten vol zand en zo worden ze dan een voor een van het meeste zand verlost dat in hun vacht is gekropen. Er zijn er ook die het niet gered hebben. Deze dieren worden strakjes geslacht als alles redelijk zandvrij is gemaakt. Daarna gaan ze voor een maaltijd aan het spit en worden geroosterd zodat niets verloren zal gaan. De storm heeft zijn tol geëist maar wij laten ons door dergelijke stormen niet klein krijgen. Onze wil te blijven vechten voor ons bestaan is groot en de veerkracht om alles weer op te pakken en opnieuw te beginnen laat zien dat de mens kracht in zich bezit die dit waar maakt. De karavaan is weer op de been, voor zover ik het kan zien, en de verliezen worden verzameld. Ondanks dat het een flinke storm is geweest blijft de schade klein. Er zijn wel veel mensen die last hebben met hun ogen en deze nu uitspoelen met water. Ik heb gelukkig ook water om te drinken en om mijn ogen te wassen. Ik neem een slok en spoel het zand uit mijn keel. Daarna geef ik de kruik aan Chaim die het zelfde doet en ook zijn keel schoon drinkt. Water is dan ineens een luxe waar je niet zonder kunt. De zon begint alweer te dalen aan de hemel. Pas nu is alles weer redelijk normaal in de karavaan. De dode schapen en kippen zijn geslacht en bereid zodat ze in grote manden en kruiken kunnen worden vervoerd. De mensen willen verder trekken en pas tegen de avond zullen de geslachte dieren over de karavaan en zijn reizigers worden verdeeld voor de maaltijd. Bewaren gaat niet, daar zouden maar vliegen op af komen en het vlees drogen duurt gewoon te lang dus is het beter het te eten en dan zeker te weten dat het nog goed is en smakelijk. Ook wij willen verder nu de gedachten aan ons dorp en de zandstorm door onze gedachten raast. Wij willen zien hoe het daar is en wat we daar kunnen verwachten. De storm heeft best lang geduurd dus er is veel zand mee gevoerd en neer gedaald op alles en iedereen en dus ook in Beth Tikva als hij daar op aan is gegaan. Het voorste gedeelte van de karavaan begint al weer te trekken en zo lopen wij dan ook eindelijk weer mee om zo thuis te komen. Het zal nog slechts één overnachting zijn en één gezamenlijke maaltijd met veel vlees, dan zullen wij thuis komen en zien hoe het er is. We beginnen het vaste ritme van lopen weer op te pakken na deze korte nacht van spanning en storm geraas. Wij hebben gelukkig geen enkel dier verloren en door het lopen zie je steeds weer een wolkje zand op de grond belanden. Het komt overal tussenuit. Door het lopen zorgt het er wel voor dat het verdwijnt en voor de dieren zal dat een hele verlichting zijn omdat de last minder zwaar zal drukken en lichter wordt telkens als er meer zand verdwijnt van de belasting van hun ruggen. Het lopen naast de dieren gaat nu ook zwaarder omdat het zand onze voeten opzuigt. Dat maakt het zwaarder een moeizamer om vooruit te komen maar de hele karavaan gaat niet zo snel en zo blijven we dicht bij elkaar. We zullen blijven doorlopen totdat het er te donker voor is en dan een halterplaats zoeken. Tot dan toe lopen we zwijgend verder en gaan onze gedachten uit naar ons dorp. Morgen zijn we er dan eindelijk weer en zullen wij ons daar gaan inschrijven voor die volkstelling.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2817
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Vr Jun 22, 2018 3:28 pm

Hoofdstuk 33


Onrust maakt zich van mij meester. Als ik nog dat beeld voor ogen houd waarop ik alleen maar zand en oneffenheden zag toen ik vanonder die doek vandaan kroop, na deze zandstorm en alles bedolven zag, hoe zal het dan zijn met ons dorpje? Rondom het dorp is bijna geen beschutting en het is maar klein. Er staan niet erg veel huizen en de meesten die daar wonen zijn herder, bakker, timmerman of smid. Af en toe wordt het aangedaan door een karavaan en dan is er levendigheid en handel. Hoe gaan we het terug vinden? Vinden we het wel eens? Zal het ook niet helemaal onder het zand bedolven zijn en de mensen eruit verdreven hebben. In een stad als Sennabris is de kans vele malen groter dat de beschutting van meer en grotere huizen de storm beter kunnen doorstaan dan een klein dorp met kleine huizen. Ze staan te ver uit elkaar en dat geeft het zand de kans om te gaan ophopen tegen een huisje aan. De bakkerij was ook niet zo groot en mijn huisje was echt heel erg klein omdat ik er niet woonde maar wél mijn soep kookte en mensen ontving. De karavaan trekt steeds verder en de omgeving is zo onbekend voor mij nu. Overal liggen hoge zandduinen en hier en daar steekt een gedeelte van een cipres er boven uit. De storm heeft veel zand achter gelaten en de omgeving een heel ander uiterlijk gegeven. Mijn hart slaat een paar slagen over als ik denk aan ons dorpje en wat daar gebeurd kan zijn.

Ik zie Chaim op de kameel naar mij toe komen en hij verzoekt mij om halt te houden. Hij laat de kameel door zijn poten gaan zodat hij er af kan springen. “Vrouw”, zegt hij “hier op dit punt moeten wij de karavaan gaan verlaten. Hoe vreemd de omgeving ook is, ik denk dat wij nu richting het westen moeten terug richting het meer van Galilee en meer richting Hippos want bijna in de directe omgeving van Hippos ligt ons dorpje”. We gaan dus met elkaar en de beesten verder zonder de beschutting van de karavaan. Het kan niet anders want de karavaan doet Hippos niet aan en al helemaal niet Beth Tikva daarvoor is het te klein en er waren geen kooplieden die deze richting op zouden gaan. Er zit dus niets anders op dan afscheid te nemen van de karavaan en verder te gaan zoals Chaim dit voor ogen heeft. Hij heeft een goed richtingsgevoel en daar vertrouw ik dan ook op. Ineens maken er toch nog wat meer personen zich los uit de grote karavaan. Ik herken Moshe met zijn nieuw gekochte ezel die zijn lasten draagt en heel verwonderd kijk ik naar nog een persoon die samen met Moshe mee komt. Dat is die zwerver Boas. Dan is hij dus toch niet in Sennabris gebleven, wat ik had gedacht. Daar had hij meer kansen om aan zijn kostje te komen dan in beth Tikva waar hij nu naar op weg is. Wat zou daarvan de reden zijn? Daar kom ik nog wel achter maar verbazen doet het me wel hem ook hier te zien. Moshe begroet ons en vraagt om aansluiting bij ons wat natuurlijk direct wordt beantwoord met een volmondig ja. Natuurlijk reizen we samen verder. Gelukkig dat hij ons zag en merkte dat wij ons losmaakten uit de karavaan. Hij kwam naar ons toe en begroete ons hartelijk. Hij is en blijft Moshe met zijn pretoogjes en die veelzeggende vorsende blik om je te peilen. Hij is een welbespraakte gids en een geweldige verhalenverteller. Ik luister graag naar hem als hij weer eens een mooi verhaal verteld. “hallo Martha, fijn dat we samen verder reizen kunnen. Ik heb Boas maar mee genomen vanuit Sennabris. Ik zag hem daar zo doelloos rond lopen en heen en weer gaan tussen de huizen en dan weer terug naar de vertrekplaats van de karavaan dat ik heb besloten om hem maar op sleeptouw te nemen. En omdat ik ook niet meer de jongste ben is zijn hulp voor mij op waarde te schatten. Op die manier kan hij bij mij zijn kostje verdienen en … Martha, bij jou zal ook straks ook niet tevergeefs aankloppen voor wat brood en een nap soep”. Hij kijkt me lachend aan en ik knik hem toe dat hij het hierin helemaal juist had beschreven. Natuurlijk laat ik niemand langs mijn huisje gaan die honger heeft en vraagt om wat brood. Die soep zit daar vanzelfsprekend bij, het is hem van harte gegund. Maar laten we niet op alles vooruit lopen als zouden we er al zijn. Grote vraag zal zeker zijn, hoe vinden we het dorpje terug en hoe zal het daar zijn na die hevige zandstorm. Moshe deelt mijn bezorgdheid en wil ook graag zien hoe het er voor staat daar, maar bovenal hoe vinden we het terug want de omgeving is erg veranderd. Wat vast staat is dat we de richting van het meer van Galilee weer op moeten trekken en dat het minder dan een dagreis moet zijn voordat we Beth Tikva aan gaan doen. We zien de karavaan doortrekken op zijn reis naar zijn bestemmingen en groeperen ons om nog wat meer met elkaar te delen aan bezorgdheden. Chaim neemt het voortouw en klimt weer op de kameel. De andere zit vast aan zijn kameel zodat beiden goed bij elkaar blijven. Dan volg ik met de beide ezels en dan Moshe met Boaz. Het is maar een klein groepje en wij hopen dat we verder geen nare of bedreigende dingen meer zullen tegen komen op dit laatste stukje van de grote reis.

Aan de horizon dagen de bergen op die dicht bij het meer gelegen zijn. Het is als een baken die ons de weg wijst naar het westen en naar het meer. Als we die richting aanhouden dan moeten we zeker Beth tikva bereiken maar helaas is het toch nog een flink stuk en zullen we het niet voor het vallen van de avond bereiken. Chaim heeft er ook geen zin in om ook deze komende nacht op de rug van zijn kameel door te moeten brengen. Hij voelt elke spier en elk botje in zijn lichaam want die doen hem nu erg veel pijn. Dat geld voor ons allemaal denk ik zo, deze lange toch begint zijn tol te eisen van ons lichaam. Wat meer naar voren kijkende zie ik een groepje cipressen en ceders bij elkaar staan. Dat zou een oase geweest kunnen zijn. De bomen zijn half bedorven en van water is er geen spreken meer. We gaan in deze richting en Chaim besluit om daar hal te houden en de nacht door te brengen. Het heeft geen zin uitgeput aan te komen in Beth Tikva. De grond voelt hier nat en drassig aan. Ik denk dat het water dat de bomen zo groen houdt in deze kleine oase onder het zand ligt maar toch weer probeert er doorheen te dringen. Als ik het met mijn voeten aanstamp zie ik het water in mijn voetafdruk verschijnen. Dat geeft goede hoop voor de dieren dat er straks toch voldoende water zal zijn om te drinken. Bij de bomen aangekomen moeten we wel goed kijken naar een plek waar de grond niet nat is zodat we daar kunnen overnachten. Die plek is snel gevonden tussen de cipressen en daar kunnen we dus redelijk droog en veilig de nacht gaan doorbrengen. Besloten wordt om alleen de kussens van de dieren af te halen en wat dekens om zo op de kussen en onder de dekens de nacht in de open lucht door te brengen. Chaim besluit om samen met Moshe en Boaz een plek te maken waar het water weer meer omhoog kan komen zodat de dieren kunnen drinken. Ik kijk om me heen of ik droge takken kan vinden om er een vuur van te maken. Alles ligt onder een dikke laag zand en het moet ook allemaal worden uitgegraven. Bij elk heuveltje stop ik om het zand te verwijderen en er stenen onder te vinden. Daarvan kan ik de brandplaats maken voor het vuur. Droge takken zijn ook niet zo moeilijk te vinden. Sommigen steken met een punt boven het zand uit en met wat trekken en sjorren heb ik ze zo weer boven het zand uit. Met de stenen die ik gevonden heb maak ik een stevige brandplaats. Nu die grote takken nog klein maken en dan met wat olie en de vuurstenen het aan het branden krijgen. Ik zie Chaim weer terug komen om de dieren op te halen. Er is voldoende water in de plaats die ze gemaakt hebben door het aan te stampen. Die kunnen zich nu te goed doen aan het water en het zand uit hun bekken spoelen dat is achter gebleven na de storm. Het vuur begint te komen en zorgt voor een weldadige warmte. Ik zal er een kruik met water op zetten en op de steen, die groot en rond is, proberen een plat brood te bakken als deze heet genoeg is. Voor de nacht zijn we even klaar met alles. Onze lichamen schreeuwen om rust en voedsel. Om zelf ook nog wat te drinken te hebben loop ik naar de ezeltjes toe die staan te drinken. Boaz houdt ze in de gaten en zo heeft hij zijn kostje alweer verdiend. Ik maak de kruik met wijn los van de kleine ezel en vraag Boaz ze straks goed vast te binden voor de nacht aan een van de bomen dicht bij ons. Chaim dwingt de kamelen, die nu ook hebben gedronken, te gaan liggen en zo hebben we dan best veel beschutting voor ons allen voor de komende nacht. De warme muntdrank schenk ik uit in de kommen en het brood, dat toch goed gelukt is op die steen, leg ik op een platte mand neer zodat ieder kan pakken wat hij nodig heeft. De wijnkruik staat er naast met de punt in het zand geduwd en zo brengen we dan de nacht door dicht bij het vuur en eten en praten we met elkaar. We praten veel over de storm en zijn gevolgen en hoe we ons dorpje terug zullen vinden. Boaz houdt zich afzijdig want hij kent het dorp niet maar zal er voortaan zijn tijd gaan doorbrengen als knecht van Moshe. Er worden nog wat meer takken bij het vuur gelegd en als een van ons wakker wordt zal deze er steeds weer eentje op leggen zodat het vuur branden blijft. Boaz neemt de eerste wacht en als het een rustige nacht wordt en ik de laatste wacht zal hebben, is de dag zeker weer aan het gloren. Dan zal ik nog wat brood bakken en het water bijvullen voor de muntdrank en kunnen we weer op weg gaan, op weg naar Beth Tikva. Het wordt rustig rond het vuur en we draaien ons in onze dekens en vallen een voor een in een diepe slaap.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2817
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Ma Jul 09, 2018 3:33 pm

Hoofdstuk 34

Ver in de morgen ontwaakte ik en zie dat het met de anderen hetzelfde is. De tocht eist zijn tol van onze lijven en de slaap die we nu hebben genoten doet ons bijzonder goed. Er wordt niet meer achter elkaar doorgelopen en we hebben de reis nu zelf in de hand. Ik zie dat het vuur nog brandt en daarom schuif ik de mooie halfronde steen, die ik vond, weer dicht in het vuur. Daarop zal ik weer wat broden bakken zodat we straks met elkaar de dag kunnen beginnen met warm brood en een slok muntthee. Ik zie niemand bij het vuur zitten, zelfs Boaz slaapt dicht tegen een van de ezels aan. Ook hij had deze rust nodig. Het is nog koud en vochtig en dus ga ik me warm lopen en kijken bij de kamelen. Deze liggen te herkauwen dus die hebben mijn zorg nog niet nodig. Ik probeer me met te bewegen warm te houden maar merk dat dit niet echt lukt. Mijn kleding is vochtig en ik verlang naar de zon die ze weer drogen zal. Hier en daar pak ik droge dorre takken op voor het vuur dat ik daarmee een stuk hoger zal opstoken. Die warmte zal ons goed doen en zo zullen we dan als eerste hiervan warm worden. Ik sleep de takken naar het kampvuur en leg ze er een voor een op. Het begint te knappen en te spetteren en laait dan flink hoog op. De damp van mijn vochtige kleren wordt nu zichtbaar. Ik merk ook dat de mannen nu beginnen te ontwaken en ook zij proberen zich nu warm te lopen. Ze komen dichter naar het vuur toe en zo staan we in stilte rondom deze warmte die de koude uit onze lichamen haalt. Chaim tikt mij aan en knort iets wat ik helaas niet kan verstaan, maar ik denk dat hij mij begroet zoals gewoonlijk. Ik zoek de spulletjes bij elkaar om het deeg voor de broodkoeken te maken en als dit klaar is dan voel ik aan de steen of ik daarop alweer wat kan uitgieten zodat het gaat bakken. Ik maak wat meer brood zodat we de dag verder door zullen komen en genoeg hebben tot aan het moment dat we Beth Tikva hebben bereikt. Dat zal nu niet meer ver weg zijn en ik denk zelfs dat we het zullen bereiken nog in de loop van de middagzon. Ik ben erg benieuwd hoe wij daar verwelkomd zullen worden als ze zien wie we zijn. In Beth Tikva wonen al onze familieleden, op nicht Sara na dan natuurlijk, zij woont nog steeds in Bethlehem. Het is jaren geleden dat we ons dorp hebben verlaten om naar Bethlehem te gaan en de drukte in deze stad gingen zoeken om er een nieuwe bakkerij te beginnen en een soephuisje. Dat liep ook echt goed totdat we last kregen van die Romeinen. Ze hebben in Bethlehem veel soldaten gelegerd en de macht van de keizer was zelfs zo groot dat de tollenaar daarvoor meer belasting ging heffen. Veel van onze sjekels zijn zeer zeker in zijn buidel beland. Het leven bleef er wel dragelijk maar de druk van Rome en de keizer bleven meer dan ooit voelbaar daar. Hoe beter wij het kregen hoe meer last wij hadden van die soldaten en de tollenaar. Het was niet de reden van ons vertrek maar had er zeker wel invloed op. Als we zijn ingeschreven gaan we kijken of we opnieuw kunnen beginnen hier in Beth Tikva maar het zal hard werken worden denk ik zo.

Ik zit op mijn hurken en staar in het vuur, wachtend op het brood dat bakt op de steen en denkende aan wat er komen gaat. Het brood wordt, ondanks dat het niet erg bruin wordt, toch gaar en zo belandt elk brood dat ik nu bak op de platte mand. Ik heb er eerst wel een doek in gelegd die ik straks, nadat er gegeten is, zal dichtknopen om het te vervoeren voor de rest van wat er nog over is van onze tocht door de woestijn en van dorp naar dorp met de grote karavaan. Het einddoel is in zicht maar met dit einddoel ook de spanning van het opnieuw weer beginnen maar bovenal, hoe vinden wij ons dorp terug na de hevige zandstorm van de afgelopen dagen. Het zal zeker niet de eerste zijn geweest. Er drukt een hand op mijn schouder en ik hoor Moshe zeggen: “Martha, waar zit je met je gedachten. Je hebt niets gehoord van wat ik je heb gevraagd. Je bent ver weg en ik zie aan je gezicht dat jij je zorgen maakt. Blijf goede moed houden, de Heere onze God zal er altijd zijn en voor ons zorgen”. Zijn rustige stem doet mij nu omdraaien en ik kijk hem aan. “Zijn we niet allen bezorgd over ons dorp, hoe we het terug zullen vinden, Moshe? Ik denk echt dat ik mij terecht zorgen maak. Kom laten we wat eten en drinken en onze kleren wat droog zien te krijgen bij het vuur. Chaim en Boaz hebben zeker ook wel trek en aan de onrust van Chaim merk ik dat hij door wil reizen en niet al te lang nog wil blijven stil zitten hier.” Ik pak de mand met broden op en loop naar ze toe. Moshe volgt en gaat dan naast de beide mannen zitten om zijn gesprek met hen voort te zetten. Ik trek mij iets verder terug en neem wat van het brood met me mee. Warm smaakt het aangenaam en zo wordt ik van binnenuit ook weer wat warmer. De zon klimt hoger tegen de hemel op en begint zijn kracht te tonen. Het wordt een warme dag vandaag waarop wij Beth Tikva zullen bereiken. Ik sjor wat aan de ezeltjes en loop wat met ze heen en weer. Ook de dieren zullen wel wat last hebben van hun spieren en dan is wat extra beweging wel goed voor ze. De kamelen staan ook al weer op hun poten en zo zal het eenvoudig worden om verder te trekken. Als de mannen hebben gegeten zullen ze het kampvuur doven door er flink wat zand op te gooien en dan naar de dieren komen zodat we weer verder kunnen trekken.

Het gesprek is beëindigd en alles is gedoofd, wat het vuur betreft, er ligt niets meer dat mee moet en zo staan we dan met de lastdieren bij elkaar. Chaim wijst welke richting we op gaan en zo klimt hij weer op de kameel die daar nog ruimte voor heeft en ook ik kruip weer op de muilezel. Boaz grijpt, als vanzelfsprekend, de touwen van de ezels vast en begint mee te lopen. Moshe zit nu ook op zijn ezel en laat zich ook leiden door Boaz. Zo vervolgen wij onze weg. Ver tegen de horizon aan zien wij de schaduw van de lage bergen die dicht bij Beth Tikva liggen. Ze lopen vanaf het meer van Galilee het land in en vormen zo een soort van natuurlijke bescherming. Als wij deze al kunnen zien dan zijn we er straks zeer zeker.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 1 en 0 gasten