OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Mary
BerichtenCOLON 974
GeregistreerdCOLON Vr Jan 08, 2016 8:35 pm

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Mary » Di Jan 31, 2017 8:52 pm

Op weg - deel 10


We zijn op weg met de karavaan naar het noorden. Niet echt een leuk vooruitzicht in deze koude tijd van het jaar maar ik moet wel gehoorzaam zijn aan de wens van de Romeinse koning Augustus. Die volkstelling heeft bijna heel het land Israël in beweging gezet. Ik voel dat het lopen me niet echt warm maakt en het gaat zwaar door het harde zand onder mijn sandalen. De muilezel heeft er geen moeite mee en sjokt lui voort. De last op zijn rug schijnt mee te vallen en hij heeft nog geen koppige neigingen vertoond. Het is nog steeds een rommelige karavaan en het is nog niet iedereen gelukt op te trekken met de rest. Achter mij valt een groot gat en dat zal pas weer worden opgevuld als we voor de eerste keer gaan stoppen. De zon doet ook geen moeite door te breken al leek het eerst een mooie heldere dag te gaan worden, het ziet er nu echt bewolkt en triest uit. Je hoort zo af en toe een kind schreeuwen of een van de menners van een ezel of kameel. Voor de rest is het stil rondom mij en ook ik heb niet echt zin waar dan ook een gesprekje te beginnen. Er spoken heel wat gedachten door mijn hoofd. De meesten draaien om het gebeuren in Bethlehem. Romeinen die baby's doden. Waar was dat voor nodig en hoe gruwelijk was deze daad. Chaim zit daar nu nog midden tussen en ik had het fijner gevonden als we samen deze lange reis waren aangegaan.

Sombere gedachten overschaduwen mijn gedachten en ik loop, zonder op of om te kijken, zomaar achter mijn muilezel aan. Ik had niet eens in de gaten dat het domme dier van de karavaan begon af te wijken. Opeens hoorde ik iemand mijn naam roepen, niet één keer maar meerdere keren moest hij roepen voordat het bij mij binnen drong. Er liep iemand op mij af en ik zag dat het Moshe was. 'Martha waar ga jij naar toe, je verliest het kontakt met de karavaan meiske'. Ik kijk verbaast om me heen en zie dat het echt al een flink stuk is dat ik ben afgedwaald. Waar was ik met mijn gedachten? Waarom nemen ze een loopje met me? Ik heb veel achter moeten laten Moshe, en ook dat gebeuren daar in Bethlehem probeer ik te begrijpen. Chaim is daar nog en komt pas vele dagen later. Ik heb het er denkelijk erg moeilijk mee en ben gewoon naast mijn muilezel blijven voort sjokken en heb niet opgelet. Hoe dom kon ik zijn. Tussen al de reizigers van de karavaan ben ik immers het veiligst en nu dwaal ik al af op de eerste dag. 'Ik ga wat beter op jou letten Martha,. zegt Moshe met een wat boze stem. 'Dit soort dingen kunnen we er niet bij hebben. Het is nog ver naar de eerste waterplaats voor de dieren en als jij dan al achter bent geraakt krijgt jouw ezel geen kans om te drinken en jij niet om te rusten'. Probeer wakker te blijven en alles in de gaten te houden. Dwaal niet meer af want ik ben er niet altijd om je direct te kunnen helpen of waarschuwen'. Hoofdschuddend loopt hij weg en kijkt nog eens achterom. Wat zal hij mij dom vinden. Ik moet beter blijven aansluiten en opletten. Ik ben weer bij de groep en probeer mijn ezel wat naar het midden van de mensen te drijven. Zo omringd door hen zal het me vast beter doen opletten en het wordt niet meer zo gemakkelijk om af te dwalen. Ik zal dan wel een schreeuw krijgen van iemand om mij heen maar ik hoop niet dat het nog eens zal gebeuren.

De wolken pakken zich samen en het wordt donker en grauw. Er vallen wat vlokken naar beneden. Ze zijn koud en blijven op mijn kleding plakken. Ik probeer ze steeds af te kloppen maar het wordt een dichte wolk van sneeuwvlokken. Ik trek de kamelendeken van de ezel af en sla deze om mij heen. Dan vraag ik een van de mannen dicht bij mij of ze mij op mijn ezel willen helpen. Met wat moeite kom ik op zijn rug terecht en nu zit ik tussen de grote manden met al mijn spulletjes. De ezel zal me warm houden en de deken om mij heen beschermd hem ook nog een beetje. Zo sjokken we verder en ik kan het nu redelijk bijhouden en volgen. De ezel richt zich op de andere dieren in de karavaan en volgt gedwee de groep. Best wel makkelijk zo, en mijn gedachten dwalen weer af. Af en toe kijk ik of alles nog goed gaat en dan duik ik weer lekker in de deken weg. De rug van de ezel is nou niet de zachtste plek om op te zitten. De volgende keer zal ik dat kussen, dat tussen mijn spulletjes zit, op zijn rug leggen.

Ik denk dat we zo al uren lang hebben gelopen en de dag vordert. Het is droog geworden maar het heeft het zand moeilijker begaanbaar gemaakt. Af en toe gaan de hoeven van de ezel dieper in het zand dan goed voor hem is. Het tempo van de karavaan is ook vertraagd en ik denk dat we tegen het laatste uur licht van de dag aan zitten. Ik heb nog géén drinkplaats gezien en ook niet gemerkt aan de leiders van de karavaan dat er wat in de buurt is. Er wordt wat gemord en gemompeld. De karavaan komt langzaam aan tot stilstand. De groep die nog niet helemaal klaar was toen de karavaan vertrok is zichtbaar in de verte. Misschien wordt daar op gewacht, ik weet het niet. Er vormen zich groepen en ik zie dat er hier en daar de tenten weer worden afgeladen. Het zal dus de bedoeling zijn dat we ons gaan klaar maken voor de nacht. Zolang het licht is kan men de tenten gemakkelijk neerzetten en voor de dieren gaan zorgen. De kamelen redden het wel zonder water of eten maar of mijn ezel daar zo blij mee is, ik denk het niet.

Ik ga maar eens opzoek naar die rijke familie met hun kinderen. Ik zou mijn soep voor ze koken en daarvoor mocht ik dan de nacht doorbrengen in hun tent. Ik loop met de ezel de groepen langs op zoek naar hen. Dat is nog niet zo gemakkelijk want de duisternis valt snel. Dan zie ik die bedelaar, Boaz heet hij, op me afkomen en hij brengt mij naar deze mensen toe. Ze zijn blij me te zien. Ze hebben me de hele dag gemist en hopen dat ik morgen dicht bij ze blijf want ze maken zich toch wat zorgen over mij omdat ik alleen reis. Lief dat ze zo aan mij denken. Ik trek wat brandhout van de ezel en maak een kookplaats voor mijn ketel. De warmte van het vuur doet ons allemaal goed en als dan de soep klaar is neemt ieder zijn deel en laat het zich smaken. De ezel heeft zijn water gehad en hooi en kan er zo ook de nacht weer tegen. Warm en voldaan van de soep en het brood, wordt de tent opgezet en gaan we naar binnen om ieder een plekje te zoeken voor de nacht. Ik duik weer achter in de tent tegen een van de dikke stokken aan en maak een laagje van dekens en hooi van de ezel. De soep heeft me van binnen lekker opgewarmd en doezelig gemaakt. Diep weg gedoken op mijn slaapplekje overdenk ik deze eerste dag maar omdat ik zo erg moe ben kom ik niet verder dan een dankgebed aan mijn God en vraag Hem mij ook deze nacht te beschermen en een vredige nacht te geven. Heer wilt U ook mijn mede reizigers beschermen en ook hen een goede nacht geven. Dank U wel, Heer. Mijn ogen vallen dicht

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Do Feb 16, 2017 11:42 am

Op weg - deel 11


De nachten blijven erg koud en de laatste dagen slaap ik niet meer zo best. Ik reis dan wel met een hele groep mensen mee en ze zijn best wel vriendelijk en sommigen zelfs bezorgd om mij, maar ik mis de aanspraak van mijn Chaim. Hij gaf me dat veilige gevoel dat ik nu zo mis. Deze rijke familie waar ik nu onderdak bij heb mogen vinden, is maar een deel van de reis dat mij enige bescherming geeft. Ze blijven over mij waken en Boaz helpt deze familie waar hij kan. Als bedelaar leeft hij nu best een betrekkelijk geregeld leventje. Onderdak en eten zijn de beloning voor hem voor de dingen die hij tijdens deze reis voor ze doet. Mijn ezel komt voer te kort heb ik gemerkt. Ik kan hem niet telkens dát geven wat hij nodig heeft omdat er langs de route gewoon te weinig eetbaar gras voor hem groeit en als er al wat zou zijn dan waren de kamelen hem al voor geweest. Hij loopt niet meer zo vlot door en ik merk dat het gebrek aan goed voer bij hem zijn tol gaat eisen. We reizen nu al dagen en bij elke stop is dat maar voor een korte nacht. Ik heb zelfs op mijn ezel gezeten toen we door gingen en de nacht niet stopten. Dat gebeurt nu steeds vaker en dat zorgt er weer voor dat ik de nachten veel slaap te kort kom. Slapen op de rug van mijn ezel is nou niet de beste manier om uitgerust de nieuwe dag te beginnen. Gelukkig ben ik er nog niet van af gevallen. De manden houden me tegen en daar ben ik dan wel weer blij om. Ik merk dat het drukker langs de route wordt. We zijn heel dicht bij onze eerste grote stopplaats. De handelaars die mee reizen zijn op weg naar Jeruzalem en daar zijn we nu heel dicht bij. Deze eerste grote stop en rustplaats zal ik gebruiken om voer voor mijn ezel in te kopen. Ook mijn meel en olie beginnen op te raken. Verse groente en linzen zullen er ook wel zijn op de markt zodat ik weer soep kan koken want iets warms en voedzaams is gewoon een noodzaak om tijdens de reis te eten. Ik heb te veel gedeeld en daar had ik dus géén rekening mee gehouden. Toch geeft het mij een goed gevoel om te mogen uitdelen want ik krijg er ook weer zoveel voor terug.

De muren van Jeruzalem doemen op aan de horizon en het lijkt wel alsof die kamelen het weten of ruiken, want ze gaan sneller lopen. Ze sjokken niet langer meer en de drijvers hoeven ze ook niet meer steeds aan te moedigen. Ze gaan een bekende weg denk ik. Zelfs mijn muilezel krijgt er ineens de draf in, zal hij ook merken dat er een verandering op komst is, meer voer en rust? Dat beest merkt meer dan ik, denk ik zo. Hij loopt nu ook sneller terwijl hij honger heeft en eigenlijk moe is maar dat ben ik ook. De reis is best zwaar zo en we moeten nog zo ver. We zijn er nog lang niet en we doen nog heel veel plaatsen aan waar gehandeld moet worden voordat Beth Tikva in zicht zal komen. Het meer van Galilee is nog ver. Daar ligt mijn dorpje en ik zal blij zijn als ik daar veilig aan mag komen. De vissers vangen daar elke dag hun vissen en die smaken beter dan de droge broodkoeken die ik nu steeds eet. In gedachten verzonken denk ik aan mijn dorpje, de vis die zo lekker smaakt en de rust die daar altijd heerst. Ik zou bijna in slaap zijn gevallen als mijn ezel niet plotseling bleef staan. Het gesjok onder mij stopte en er is rumoer rondom. Het voorste deel van de karavaan heeft de muren van Jeruzalem bereikt en nu dromt de rest van de karavaan als een kluit naar voren toe om onder de muur een plek te gaan zoeken zodat de tenten kunnen worden opgesteld voor een verblijf van drie tot vier dagen. Dat geeft mij de nodige tijd om langs de markten te gaan voor mijn inkopen en om eens goed uit te rusten om op kracht te komen voor de verdere tocht naar mijn geboortedorp toe.

We lopen nu langs de muur en de karavaan heeft zich uitgestrekt langs de muur van Jeruzalem. Overal ontstaan kampvuren en worden de tenten neergezet voor het korte oponthoud. Kamelen worden in een omheining gezet en velen zullen verkocht worden. De handelaren hebben ook prachtige stoffen bij zich. Morgen zal ik zeker kijken of er wat bij is dat ik gebruiken kan. Nu eerst kijken of ik deze rijke familie terug kan vinden en dan mij zelf klaar maken voor de nacht. Tot zo lang kan de ezel het nog wel zonder voer stellen, morgen krijgt hij extra. Ik zal heel erg zuinig op hem moeten zijn want hij zal de hele reis mee moeten lopen met mijn spullen op zijn rug en af en toe ook nog mij er bij. In de verte zie ik een bekende tent en als ik er omheen ga zie ik Boaz en de kinderen van deze familie bezig de tent goed vast te zetten. Ik zal van mijn laatste meel en olie mijn broodkoek bakken en wat waterige soep koken. Morgen als ik weer alles heb ingekocht zal dat anders zijn. Dan is het brood dikker en de soep gevulder. Na het eten zoek ik beschutting in de tent en duik weer weg onder mijn kamelendeken. Daar moet ik er ook nog een paar van kopen want de kou zorgt er ook voor dat ik slechter slaap. De warmte van extra dekens zal er voor zorgen dat ik mij behaaglijker zal voelen. Al mijmerend val ik in slaap, de nacht zal kort zijn en het knorren van mijn maag zal ook niet echt aangenaam zijn. Toch neemt de slaap bezit van mij en ik dank mijn God voor Zijn bescherming op het deel van de tocht die nu achter mij ligt en ik vraag hem deze bescherming steeds weer op onze weg te brengen.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Ma Feb 27, 2017 2:26 pm

Op weg - deel 12



Het was een lange tocht tot aan Jeruzalem vanaf Betlehem, maar nu is de karavaan voor een paar dagen rond Jeruzalem neer gestreken. De handelaren gaan er hun handelswaar verkopen op de markt en voor de medereizigers betekent dat een paar dagen rust. Voor mij is het een heerlijke lange nacht geweest. Ik hoefde niet vroeg op te staan en zo merk ik dat de familie héél zachtjes heeft gedaan zodat ik niet wakker werd. Er is dan ook niemand meer in de tent aanwezig. Het is ook betrekkelijk stil buiten. Alles zal wel binnen de muren van Jeruzalem zijn of op de markt daar. Het wordt voor mij dus ook tijd om op te staan en wat te gaan eten. De ezel zal ik dan gaan voeren en vandaag op de markt nieuw voer voor hem aanschaffen. Verse kruiden voor mijn soep, meel en olie heb ik ook nodig. Deze keer sla ik meer in want niet elke stad of dorp wordt onderweg aangedaan. Jeruzalem is een grote stad en dus kunnen de kooplieden daar flink handel drijven. Hoe meer kopers voor hun waar hoe mooier zij dit vinden en hoe meer ze zelf weer kunnen inkopen om elders te gaan verkopen onderweg.

Moeizaam kom ik op gang. Het eerste deel van de tocht is in heel mijn lichaam voelbaar. Ook de korte slaapjes maar vooral het gehobbel op de rug van de ezel zit me flink in de botten en spieren. Dat doet me er aan denken om eens te kijken of er niet ergens op de mark een dik kussen te koop is om de rug van de ezel mee te bedekken zodat zitten niet meer zo pijnlijk is en wat extra kamelendekens voor nacht zou ook geen luxe zijn. Die kan ik strakjes als ik thuis ben aangekomen ook weer gebruiken. Ik moet dan weer opnieuw een woning gaan inrichten dus ze worden niet nutteloos gekocht maar met een dubbel doel op dit moment dan natuurlijk. Eindelijk weer aangekleed en de boel wat opgeruimd, sta ik buiten de tent en zie de ezel ergens aan knabbelen. Ik snel er naartoe, want ik kan me geen narigheid veroorloven als hij aan andermans spullen zit te bijten. Gelukkig, het is voer, maar vanwaar komt dat? Ik ga er maar vanuit dat iemand van deze familie waarvan ik de tent mag gebruiken dit heeft neer gelegd voor mijn ezel of misschien wel een van hun kinderen. Boaz kan het ook geweest zijn maar ik zie geen van hen allen dus blijft het bij raden. Als ik strakjes weer mijn linzensoep ga koken dan zullen ze vast wel aanschuiven en kan ik het aan ze vragen. Best lief van ze om bezorgd te zijn voor mijn muilezel. Het is het enige dier dat ik bij me heb en hij zal nog de hele tocht al mijn spullen moeten blijven dragen. Stel dat ik er nog een kleine ezel bij koop dan verlicht het zijn last en kan ik het verdelen over beiden. Ik kan dan de kleine ezel vast maken aan de grote zodat hij wel moet volgen en dat is minder opletten en beter verder reizen.

Met mijn hoofd vol van de dingen die ik op de markt wil aanschaffen, begin ik met het bakken van mijn broden. Op de platte stenen bij de muur is daar goed de gelegenheid voor. Eerst maar eens een paar goed schoon krabben en dan een flink houtvuur er naast maken. Het hout is droog en pakt gelukkig snel de vlam erin. Nu wachten totdat het een goed stevig vuurtje is en dan de twee schoon gemaakte stenen erin rollen. Ze moeten flink heet worden zodat ik daarop wat meer broden kan bakken voor de dagen die komen. Hoe heter de stenen hoe meer ik kan bakken. De olie zit goed over de stenen heen en het meel staat klaar om er overheen te gieten. Ik maak maar kleine broden want die zijn gemakkelijk op te ruimen en ook te verdelen als dit nodig is. Ik ben maar alleen en kan niet zoveel in een keer opeten. Weggooien doe ik niets, dat zou verspilling zijn. In de linnen zakken en dan in een van mijn kruiken, dat houdt de broden wél twee dagen goed. Ik denk er dan ineens aan dat ik een wat wijdere pot moet aanschaffen voor deze broden anders nemen zij de plaats van mijn meel en olie voorraden in. Nog meer om te onthouden. Na het bakken en het eten van mijn brood, ruim ik alles weer op en begin de aanvang van een korte wandeling naar de poort van Jeruzalem.

Er staan groepjes romeinse soldaten met elkaar te praten. Dat volk vindt je ook overal. Ik loop gewoon langs ze heen en ga op zoek naar de markt waar ik alles hoop te kopen wat ik nodig heb om door te kunnen reizen. De grootste aanschaf is de ezel. Hij hoeft niet groot te zijn maar moet wél gezond en sterk zijn. Hij moet de lange reis wel kunnen gaan en mijn voorraden kunnen dragen. Daarbij komt dan al het nieuwe spul en de nieuwe voorraden die ik hier wil kopen. Extra dekens en voer en die pot, met deksel, om mijn gebakken broden te kunnen bewaren tijdens de toch naar Beth Tikva. Ik zie veel kamelen, kippen en schapen die binnen een omheining staan. De kippen zitten onder netten en in korven. Daar zou ik best twee van willen kopen. Ik ga op zoek naar de koopman en zie hem wat verderop staan te onderhandelen met een klant. Ik wacht mijn beurt wel af en blijf ondertussen rond kijken of ik ergens een handelaar zie die kleine ezeltjes verkoopt. Aha de koopman is uit gehandeld en de koper loopt weg. Nu ga ik mijn twee kipjes uitzoeken en vraag hem wat ik daarvoor neer moet tellen. Elke kip moet 6 shekel opbrengen en dát vind ik veel te duur. Ik wil ze wel kopen voor ieder 2 shekkel maar daar wil hij niets van weten. Nou 3 en een halve shekkel dan? Opnieuw een weigering, maar hoger dan 4 shekkel wil ik beslist niet gaan en wonder o wonder, hij gaat er mee akkoord. Ik krijg er zelfs een kleine korf bij waarin ik ze kan dragen. Hoe dan ook, waar voor mijn geld en ze verdwijnen toch in mijn soep, dan houd ik er nog altijd een mand aan over voor de volgende keer. Nu op zoek naar mijn nieuwe ezeltje. Daar zal ik zeker meer moeite voor moeten doen om de prijs laag te houden. Mijn geld is beperkt en dingen die ik beslist niet nodig heb schaf ik dan ook niet aan. Dat kussen en die extra dekens komen dan ook op de allerlaatste plaats. Als de ezel te duur is kan ik die gewoon ook niet aanschaffen en moet ik een manier zien te vinden om tijdens de reis geld te verdienen door mijn soep en broden te verkopen. Ik moet deze tocht wel zelf kunnen blijven eten en door domme handelingen niet ineens zonder komen te zitten. Ik ben geen bedelaar zoals Boaz, die zit er niet mee om overal zijn hand op te houden, maar hij doet ook veel werk voor de medereizigers in de karavaan, dus helemaal voor niets krijgt hij het dan toch ook niet. Ik blijf zoeken naar een ezel maar tot nu aan toe alleen maar kamelen gezien en grote muilezels, die kan ik me niet veroorloven. Het loopt tegen het middaguur. Ik denk dat ik met mijn kipjes maar terug ga naar de tent en dan morgen wel weer zal zien of ik ergens een ezel kan vinden die mij bevalt en die ik wil aanschaffen.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Do Mrt 09, 2017 10:56 am

Op weg - deel 13


Op weg terug naar de tent zie ik een man lopen met drie ezeltjes achter zich aan trekkende. Het gaat niet echt soepel want ze willen er niet de pas in houden en bokken zo af en toe. Dan moet hij zich weer omdraaien en zet hij zijn hakken in het zand om ze in beweging te krijgen. Niet echt een makkelijke tocht zo voor hem. Zonder extra bagage ben ik van de markt gekomen omdat ik eerst wilde kijken voor mijn nieuwe ezeltje en de kipjes die ik heb gekocht dragen gemakkelijk in de mand. Ik nader de man en zie dat hij flink aan het hijgen is omdat de ezeltjes weigeren door te blijven lopen. Ik spreek hem aan en vraag waar hij naar op weg is en hij blijkt ook mee te reizen met de karavaan waarin ik reis. Ik vraag of het een nieuwe aanschaf is, gekocht op de markt. Hij antwoord heel boos en zegt dat de verkoper hem vertelt had dat het heel gewillige dieren waren die geschikt zijn voor extra pakezel als je wat meer ruimte nodig had en heel erg voordelig als hij ze alle drie zou afnemen. Het waren de laatste dus was de prijs gunstig. De gunstige prijs voor dat drietal trok deze man wel aan, maar achteraf heeft hij daar flink spijt van want deze zijn wel heel erg koppig en zo kan hij er niets mee. Dat wordt dan een ramp in de karavaan en belandt hij zeer zeker met dat koppige drietal helemaal achter aan in de karavaan om ze dan uit het oog te verliezen en daar heeft hij geen zin in. Hij blijft stil staan en kijkt naar mij. U reist ook mee in de karavaan? Heeft u wel genoeg pakruimte op uw lastdier? Niet echt vertel ik hem. Ik was op de markt geweest op zoek naar een goedkoop klein lastdier maar nog lagen de prijzen mij te hoog en heb ik maar wat kipjes gekocht om als vlees te dienen in mijn linzensoep.

Hij wil er best eentje verkopen aan mij want hij vermoedt dat een van deze drie ezeltjes koppiger is dan de rest en de boel danig stagneert. Of ik daarvoor belangstelling heb. Het zou kunnen maar als de prijs bij hem ook te hoog is dan heb ik daar geen shekkels voor over. Daarbij mag ik niet kiezen want hij denkt te weten wie de boosdoener is en van die ezel wil hij maar al te graag verlost worden. Dat drukt enorm de prijs van dat ezeltje en hij vraagt er maar weinig voor. Na onderhandelen en afdingen is het mij zowaar gelukt toch nog een ezeltje aan te schaffen en nu maar zien of het wil lopen en hij niet zo koppig is dat ook ik er niets mee kan. De man loopt door met zijn overgebleven twee ezeltjes, en wonder o wonder, het tweetal loopt door zonder te blijven staan na elke 10 stappen. De man is zichtbaar blij en wenst mij nog veel succes met deze ezel. Ik weet niet hoe ik dat op moet vatten maar bedank hem en wens hem verder nog een goed en gezegende reis toe.
Nou, daar gaan we dan. Een kort rukje aan het bit en het touw om de kop van de ezel moet genoeg zijn om hem op gang te helpen en mee te laten lopen. Nou mooi geen beweging in te krijgen. Waarom wil je nou niet, wat is er in die kop van jou gaande ezel. Ik zet de mand met kipjes op de grond en bekijk hem van kop tot teen. Dan zie ik dat hij weigert om zijn linker achterpoot normaal te gebruiken en hij wil er ook niet op staan. Hij trekt met die poot en daarom wil hij niet verder. Dat is schrikken. Ik kocht dus een manke ezel en ongeschikt voor mijn verdere reis naar huis. De man is in geen velden of wegen meer te bekennen dat is duidelijk maar nu hoe moet ik verder. Ik besluit eens naar die poot te kijken wat er aan de hand is maar het beest draait van me weg en als ik zo door blijf gaan loop ik in cirkels en krijg ik die achterpoot nooit te zien. Dit lukt me nooit alleen dus hoe krijg ik hier hulp want lopen wil dat kreng nu niet meer.

Het gaat schemeren en als er niemand mijn kant op komt sta ik hier de hele nacht en slaap ik met deze koppige aanwinst strakjes buiten onder de blote hemel. Ik bid dat dit maar niet mag gaan gebeuren en in de verte komen grote groepen mensen weer terug naar de karavaan. Velen zijn bepakt en bezakt met goederen voor de rest van hun reis en er zijn ook mannen bij met kamelen. Prachtige dieren zijn dat toch en stukken beter dan dat koppige ding van een ezel naast mij, maar ja, hij is nu mijn eigendom en ik zal er een oplossing voor moeten vinden hem weer te laten lopen. Ik schrik me een hoedje als er ineens op mijn schouder getikt wordt en een bekende stem mij vraagt of er een probleempje gaande is. Ik kijk in de goedmoedige ogen van Boaz de zwerver die met ons mee reist. Ik vertel hem dat dit koppige dier geen poot wenst te verzetten. Dat ik hem heel goedkoop kon aanschaffen en ik gedacht had het probleem van die koppigheid wel zou kunnen oplossen. Alleen lukt het me niet bij het vermoedelijke probleem te komen, de linker achterpoot. Hij wil die niet normaal belasten en dus denk ik dat hij daaraan iets heeft. Boaz zegt dat ik de ezel goed moet blijven vasthouden dan zal hij eens kijken of mijn vermoeden klopt. Eerst moet ook hij achter de ezel zien te komen en dan ook nog uitkijken dat het niet gaat trappen. Behendig heeft hij het van de zijkant benadert en het lukt hem zowaar de achterpoot op te heffen om onder die hoef te kunnen kijken. Hij roept dat ik gelijk had maar dat het slechts een klein probleem is dat gemakkelijk opgelost kan worden door gebruik te maken van een stevige stok. Er zit namelijk een grote steen klem tussen zijn hoef en in het zand heeft het beest er niet zoveel last van maar hier, op wat steviger grond, voelt hij het veel meer en dus weigert hij om zijn poot te gebruiken en blijft hij staan. Boaz laat de poot los en gaat op zoek naar iets dat die steen tussen deze hoef weg kan duwen. Wat later komt hij terug met nog een steen en hij denkt dat het zal lukken om die andere er zo uit te kloppen. Met wat extra kracht en verschillende slagen vliegt de steen eindelijk tussen de hoef uit. Nu afwachten of het beest daar geen last van blijft houden want wie weet strompelde hij al veel langer met die steen daar. De tijd zal het leren. Ik pak de mand met kipjes weer op en Boaz trekt aan de ezel om er beweging in te krijgen. Uiteindelijk lukt het hem en het dier loopt met hem mee. Hij mankt nog steeds maar dat kan komen omdat het nog gevoelig is maar als dat weg is zou hij weer normaal moeten gaan lopen.

We bereiken de tent net voordat het helemaal donker is en zo wordt de kleine ezel naast mijn grote muilezel vast gebonden. Kunnen ze elkaar gezelschap houden en wie weet helpt het wel dat het beest zich veilig gaat voelen en weer beter handelbaar zal worden. Misschien toch niet zo'n slechte aankoop. Het geeft een goed gevoel en dat maakt deze dag toch een goede dag zodat ik al zingend begin met het maken van mijn soep. Ik spaar nog wel de kipjes want een te stevige soep voor de nacht geeft geen goede nachtrust. De rijke familie is er ook weer en zo eten wij met ons allen van de warme soep en maken wij ons klaar voor de nacht. Morgen is de laatste dag dat we inkopen kunnen doen in Jeruzalem voor de verdere tocht want daarna breekt de karavaan weer op om verder te trekken. Er is veel gehandeld en er zijn heel veel dieren bij gekomen waar onder veel kamelen en paarden, die zijn voor de Romeinen, zegt de handelaar. Natuurlijk ook mijn ezeltje is er bij gekomen maar die blijft bij mij en ik zal voor hem zorgen. De kinderen kruipen op de kussens en onder de dekens en vallen in slaap. De familie en Boaz zitten wat verderop nog te praten en het geroezemoes van hun stemmen maakt mij slaperig. Ik kijk naar de donkere hemel die bezaaid is met sterren en geniet nog na van mijn geslaagde dag in Jeruzalem. Ik denk aan mijn man Chaim die nog in Bethlehem is in de bakkerij maar ook spoedig de tocht naar huis zal maken als alles daar is geregeld. Ik ga de tent binnen en vind een plaatsje op een kussen tegen het tentdoek aan. Kruip lekker onder de dekens en ben erg blij met de aanschaf van extra kamelendekens zodat ik het nu heerlijk warm heb. Zo val ik in slaap en droom van mijn laatste dag in Jeruzalem en in gedachten maak ik een nieuwe lijst van dingen die ik dan nog op de markt moet kopen. Ik dank mijn Heere God voor deze dag en vraag hem ons een veilige nacht te geven.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Ma Mrt 20, 2017 8:17 pm

Op weg - deel 14


Ik dacht dat ik wel weer snel in slaap zou vallen maar niets is minder waar. Het lukt me gewoon niet en zo lig ik maar te woelen en hoor van alles om me heen aan geluiden die ik niet plaatsen kan. Normaal zou het toch wat rustiger buiten de tent moeten zijn maar nu hoor ik gefluister van donkere mannenstemmen die ergens naar op zoek zijn of zo. Het moet al een flink eind in de nacht zijn want ik lig al een tijdje te doeselen zonder dat de diepe slaap mij de nodige rust geeft. Ik besluit dan ook om, met een van de kamelendekens om mij heen, naar de opening van de tent te lopen. De familie en Boaz slapen en hebben niet in de gaten hoe rumoerig het in de karavaan is op dit moment. Het geeft een onveilig en onrustig gevoel. Er klopt gewoon iets niet en nu sta ik op het punt om de oorzaak daarvan te gaan ontdekken. Ik pak voorzichtig de rand van het tentdoek beet en open het een héél klein stukje zodat ik naar buiten kan kijken maar toch van buitenaf onzichtbaar blijf. Ik zie dat het nog donker is dus zal er geen licht naar binnen vallen en de rest van de slapenden wakker maken. Ik open nog een klein stukje verder en hoor een stem vlak naast onze tent die wat fluisterd naar een ander. Het gaat over de dieren van de karavaan. Ik hoor ze praten over de kamelen en de ezels maar wat ze daarmee bedoelen weet ik niet precies en wie zijn het? Zijn het de mannen die de karavaan moeten bewaken of de handelaren? En waarom dan zoveel rumoer in het midden van de nacht? Zou ik het aandurven om te gaan kijken naar onze kameel en mijn ezeltjes? Ik voel mij best ongerustheid over hun veiligheid en neem dan toch de beslissing, strak langs de tent naar buiten te glippent, hun richting op te lopen. Als ik dicht bij de tent blijf val ik zeker niet op maar de kameel en de beide ezels staan wat verderop en dan moet ik wel uit de beschutting van de tent weg en ben ik zichtbaar. Hemeltje lief Martha waar ben je mee bezig. Dat speelt nu door mijn hoofd maar ik moet het gewoon weten wat er gaande is.

Er staat een groep mannen bij elkaar en ze hebben heel wat kamelen bij elkaar gedreven en houden deze nu in toom aan de teugels. Dat kan niet de bedoeling zijn zo midden in de nacht. De kameel van de familie staat wat verderop met mijn ezeltjes en liggen direct op de looproute van deze mannen. Besluitenloos vraag ik me af wat ik hier tegen kan doen, een vrouw alleen tegen deze vreemde mannen is natuurlijk onzin. Deze lastdieren zijn voor ons een kostbaar bezit en ik moet gewoon weten wat hier gaande is. Ik ga weer terug naar de beschutting van de tent en zoek de opening weer op om binnen te gaan. Ik heb besloten Elim en Boaz wakker te maken en ze te vertellen wat er buiten gaande is en dat ze iets moeten doen als het niet klopt daar. Grommend en morrend worden ze wakker maar ze gaan dan toch naar buiten om polshoogte te nemen. Ik moet van ze bij de tent blijven, dat wat er gaande is is niet voor vrouwen om opgelost te worden. Ze lopen naar de groep mannen en kamelen toe en ineens onstaat er paniek en een enorme herrie van geschreeuw en gevloek. Ik duik in elkaar en kruip dieper onder mijn deken tegen de tentwand aan. Het zijn dieven die het voorzien hebben op alle kamelen en lastdieren van de karavaan, ze zijn betrapt. Elim en Boaz maken zoveel herrie daar dat in een mum van tijd overal mensen vandaan komen. De dieven proberen weg te komen op de kamelen maar de eigenaren en de drijvers proberen het te voorkomen. Sommige dieren slaan op hol en rennen in paniek tussen de tenten van de karavaan door. Ze vertrappen de zijkanten van sommige tenten en nog meer geschreeuw is hoorbaar. Ook hoor ik een hoge fluittoon die gebruikt wordt om de kamelen intructies te geven. Ze moeten daarop reageren en terug komen naar de eigenaar.

Omdat het zo donker is kan ik niet goed zien wat er allemaal gebeurd en hoop en bid dat de diefstal ongedaan gemaakt is door het ingrijpen van de mannen. Het is een grote chaos tussen de tenten en de mensen die buiten sliepen zijn compleet verrast door alles wat er gaande is. Er zijn zelfs mensen die geraakt zijn door de hoeven van een kameel die in paniek tussen de tenten door rende om weg te komen. Overal rennen mensen en dieren en wordt er aan touwen gehangen van de kamelen en de andere lastdieren. Velen worden terug gehaald en weer vast gezet. Er staan nu mannen bij die de boel in de gaten moeten houden en de dieren rustig proberen te krijgen. Het duurt nog een flinke tijd voordat er weer wat rust terugkeert in de karavaan maar van slapen zal nu wel niets meer komen. Ik schraap mijn moed bij elkaar en ga op zoek naar onze lastdieren die in deze paniek natuurlijk ook op hol geslagen konden zijn. Ik ontdek dat ze als gekken staan te trekken aan de touwen en zie dat ze door Boaz en Elim zeer goed zijn vastgemaakt aan de zware pin die ze in de grond hebben geslagen. Hoe krijg ik ze weer kalm want dit is niet goed voor de dieren. Het wit van de ogen is zichtbaar, ze zijn doodsbang. Zacht en rustig pratend loop ik steeds dichter naar ze toe maar zie nog geen resultaat. Dan maar wat luider en ik zie dat de oren mijn richting op gaan. Ze hebben me nu gehoord en draaien nog steeds rond de paal waaraan ze vast zijn gezet. Ik blijf tegen ze praten en hoop dat ze rustiger zullen worden terwijl ik dichterbij kom. Het kost me de nodige tijd en het geduld om wat rust te krijgen bij de kameel maar ook bij mij zelf in deze situatie. De ezeltjes reageren wat sneller maar blijven onrustig door de angst van de kameel. Ik pak de touwen beet van mijn ezels en geef wat tikken op hun snuiten. Hierdoor moeten ze wel naar mij toe reageren en zo is de aandacht weg van de chaos. Door hun rust kalmeerde de kameel ook wat beter. Op het moment dat ik de rust zie terug komen bij de dieren zie ik ook Elim en Boaz verschijnen. Ze zijn tevreden met mijn werk en zien dat de dieren kalmer zijn geworden maar ik wordt nu de tent in gestuurd. De rest is dus mannenwerk, ik vind het prima. Onze dieren zijn er nog en bij het opkomen van de dageraad zal duidelijk worden wat er allemaal is gebeurd deze nacht. Wat een toestanden, dit wordt dus géén kalme en rustige reis naar huis toe en de moet zakt me een beetje in de sandalen. Was Chaim er maar dan voelde ik me toch een stuk veiliger. Hoe zou met met hem gaan daar in Bethlehem en hoe staat het ervoor met de herberg van nicht Sara en Ibrahim. Wat een narigheid en dat alleen maar omdat er een grote volkstelling gehouden moet worden, bah.

De mannen komen terug in de tent en ik vraag of ze trek zouden hebben in de soep die nog in de ketel aanwezig is. Dan warm ik deze op boven het houtvuur en worden ze warm vanbinnen zodat ze ook de koude uit hun binneste kunnen verdrijven en een vredig warm gevoel hebben voor de rest van de nacht. Wie weet of de slaap dan toch nog komt en de rust en vrede in de karavaan weer terug keert voor iedereen deze nacht. Een strook licht is al zichtbaar aan de horizon dus de dag zal niet lang op zich laten wachten. Boaz en Elim bespreken de toestand van deze diefstal en gaan strakjes weer naar buiten om te kijken wat aan dieren is weg gehaald en hoe de karavaan nu verder moet trekken als er dieren worden gemist. Ik kruip, na mijn kom soep, toch maar weer op de kussens en onder de dekens. Mijn hoofd tolt van de belevenissen van deze onrustige nacht en zo zak ik dan toch nog weg in een ondiepe slaap. De rust keert weer en ook de kinderen en Elim zijn vrouw zorgen ervoor dat de veiligheid van hun gezin niet in direct gevaar zal komen en de kinderen de bescherming van de ouders om zich heen voelen. Ze kruipen allemaal dicht tegen elkaar aan en ook daar vallen ze in slaap. Boaz houdt nu wacht en zal ons roepen als de karavaan ontwaakt en de mannen gaan overleggen en kijken wat er weg is geroofd.
De ochtend is al ver gevorderd en het loopt tegen het midden van de dag aan. De zon staat op zijn hoogste punt en overal zie ik mannen rondlopen en zoeken naar dieren. Ze praten met mensen die dingen missen, vooral de handelaren zijn boos in gesprek met de wakers over de karavaan die zo dom zijn geweest in slaap te vallen en dit hebben laten gebeuren. De gesprekken zijn verhit en en vallen rake woorden. Hier en daar ook een handgemeen maar dat wordt door de anderen snel de kop in gedrukt. Het is nu eenmaal gebeurd en de schade is beperkt gebleven. Balen met stoffen zijn verdwenen en van de vele kamelen die aanwezig zijn in de karavaan zijn alleen die dieren verdwenen die niet waren afgeladen en waar deze balen met stoffen nog op zaten. De handelaren zijn natuurlijk woedend maar wat kunnen ze er aan veranderen. De karavaan heeft besloten niet langer bij Jeruzalem te blijven en direct op te breken om verder te gaan. Als er nog verhandeld zou moeten worden dan is daar géén tijd meer voor. Iedereen moet zich klaar maken om te vertrekken en zo is er opnieuw grote drukte in de groep. Alles wordt snel bij elkaar gepakt en opgeladen en iedereen staat nu klaar om verder te trekken. Weg bij Jeruzalem, weg bij de rovers die daar de boel onveilig maken.Bescherming van die romeinse soldaten hoefden we hier ook niet te verwachten, die beschermen alleen de stad en de rest daar buiten is voor de burgers die onder Rome vallen dus niet hun zaak. Romeinen zijn een naar volk, hoogmoedig en hebberige in weelde levende personen, onderdrukkers van het joodse volk. We laten Jeruzalem achter ons. De karavaan is weer op weg en zo verdwijnen we in de woestijn. Half slapende op mijn muilezel en zacht weg gedoken op het nieuwe grote kussen op zijn rug, dommel ik de dag door. Ik hoop dat de komende nacht rustiger zal zijn maar weet dat ze deze keer niet zullen stoppen. De karavaan zal nu zeker doortrekken om een flinke afstand af te leggen weg van Jeruzalem en het geboefte. Men praat over een dievenvolkje dat ze Zeloten noemen. Ach, zo kom ik misschien wat dagen eerder aan op mijn bestemming Beth Tikva en kan ik het normale leven weer gaan oppakken en afwachting van mijn man Chaim die deze weg ook moet gaan. Mijn gedachten zijn bij hem en zo vervolgd de karavaan zijn weg en volgen mijn ezeltjes getrouw de grote groep mensen en dieren. Het vooruitzicht is goed maar zal nog verschillende dagreizen duren voordat ze werkelijkheid zullen worden.

Mijn gesprek met Boaz de bedelaar

Omdat Boaz een bedelaar is en hij met mij wilde mee reizen richting Beth Tikva, besloot ik om wat meer van hem te weten te komen en zo raakten wij dan, tijdens de tocht van de karavaan, aan de praat en dit was wat hij mij vertelde: ………. Hij is geboren in een klein dorpje, vlakbij het meer van Tiberias in Galilea. Voor zover hij zich kan herinneren, was zijn moeder niet gehuwd en daarom verstoten door haar familie en groeide hij op in erge armoede, naar school is hij nooit geweest – dat kon zijn moeder niet betalen – dus kan hij noch lezen noch schrijven. Om toch te kunnen eten en leven, is hij op 12-jarige leeftijd weggegaan bij zijn moeder en is hij bedelend gaan zwerven, eerst door Galilea, later ook door Samaria en Judea en zo kwam hij op 22-jarige leeftijd terecht in het dorpje Bethlehem net onder Jeruzalem. Zo ontmoette hij mij in Bethlehem als de vrouw van de plaatselijke bakker – die hem niet wegjoeg zoals haar man, maar die hem iedere keer weer een lekkere warme kom soep gaf en een stuk brood. Ik vertelde hem, dat ik uit Beth Tikva kwam en daarheen – op bevel van die romeinse keizer Augustus – weer naar terug moest om mij, samen met mijn man Chaim, in te laten schrijven. Was dit een toevallige ontmoeting? Hij kwam immers van oorsprong ook uit Beth Tikva vertelde hij mij. Hij heeft mij toen gevraagd of hij samen met mij mee mocht reizen terug naar zijn geboortedorp. Er zijn heel veel reizigers in Bethlehem en hij brengt zijn dagen door – bedelend – bij de poort en de synagoge, de bakkerij en ook bij de romeinse soldaten. Maar een paar dagen geleden is hij erg geschrokken : er kwam een heel grote groep ruwe romeinse soldaten het dorp binnen, ze drongen ieder huis binnen en doodden met hun zwaard elk jongetje beneden de leeftijd van 1 jaar ….. zo afschuwelijk, die ruwe soldaten met hun bebloede zwaarden en het gehuil en geschreeuw van de diepbedroefde vaders en moeders.

Ik, Martha, vertelde hem toen dat ik het ook had gezien en er erg bedroefd en aangeslagen was hierdoor. Ik was toen bezig om alles in gereedheid te brengen om terug naar Beth Tikva te reizen. Ik had toen net mijn mooie grote muilezel gekochte en hij vroeg zich toen af of ik ook naar mijn geboorteplaats terug ging en zo ja, of hij dan in mijn gezelschap mee mocht reizen en mijn muilezel mocht leiden en verzorgen. Ik heb daarin toen toegestemd. Zo kwam er dan die dag dat ik - Martha, de soepoma en echtgenote van de bakker Chaïm - alles ging inpakken en op en aan mijn muilezel hing, afscheid nam van mijn echtgenoot Chaim en nicht Sara en haar man Ibrahim. Chaim zal mij later achterna reizen vertelde ik hem. Ik ging mij aansluiten bij een karavaan die via Jeruzalem naar Galilea, naar Beth Tikva zou reizen. Omdat hij de reis alleen toch wel gevaarlijk vond – ook door de voortdurende overvallen van die zeloten in het niemandsland tussen Jeruzalem en Samaria – had hij besloten om zich maar bij mij aan te sluiten om voor mijn muilezel te mogen zorgen in ruil voor bescherming, eten en misschien onderdak. Hij wilde mij en anderen graag helpen met van alles en nog wat om zo toch zijn kostje te verdienen op deze reis. Zo kwam het dat hij met het touw van de muilezel in zijn hand voortslofte in deze karavan en we eindelijk onze eerste stop maakten net buiten de muren van Jeruzalem. Hij heeft zich toen eerst maar eens neergelegd op een bedje van stro naast de muilezel maar mocht al gauw in de tent van de rijke familie, waar ik mij bij had aangesloten, binnen slapen. Hij is toen ook voor hun kameel gaan zorgen, vertelde hij mij en morgen zou hij de stad maar eens in gaan om eens te zien of hij nog iets bij elkaar kom scharrelen.
Het was een heel aangenaam gesprek en zo leerde ik Boaz ook wat beter kennen en was er nu ook meer vertrouwen tussen ons zodat we er vanuit konden gaan dat we voor elkaars bescherming en levensonderhoud, tijdens de lange weg, zouden zorgdragen. Zo zullen we beiden de reis, hopelijk veilig, maken en ook veilig aankomen. Daarna zullen onze wegen van elkaar scheiden en gaat hij weer zijn eigen weg. Wél zal ik hem af en toe weer zien voor een kom van mijn heerlijke soep en een stuk brood uit de bakkerij van mijn man Chaim.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Mrt 26, 2017 9:45 pm

Op weg - deel 15


Het gesprek met Boaz heeft een flinke tijd geduurd en zo maakte het de reis even een stukje aangenamer. Ook hij heeft veel meegemaakt in zijn leven en ik zie hem nu met heel andere ogen. Niet meer als die bedelaar maar als het mens achter de bedelaar met zijn eigen verhaal. Het is een lange tocht en zo af en toe wat afleiding op deze manier is gewoon prettig. Ik zie hem weg sukkelen in de richting van wat kameeldrijvers. Hij moet voor vandaag natuurlijk ook zijn kostje weer gaan verdienen en wie weet is dat bij deze mannen wel mogelijk. Ik kijk om me heen en hoop dat we deze nacht ergens zullen stoppen. We naderen Jericho, een stad ommuurd met hoge grote dikke muren, groot genoeg om deze karavaan voor die nacht te kunnen herbergen. Zoals ik al vertelde, heeft Jericho hoge muren. Binnen die muren zal er zeker geen plaats zijn dus moet de nacht weer buiten de muren worden doorgebracht. Ik hoop echt dat we gaan stoppen want ik heb geen kruiden meer voor mijn soep en de kippen moeten ook geslacht worden, althans eentje daarvan. Ik wil een stevige soep om wat op kracht te blijven. Ik denk dat ik mijn voorraden wat moet aanvullen in de lege kruiken zodat ik wat over houd voor de volgende dagen. De laatste soep is bijna helemaal op gegaan en de oorzaak daarvan waren die nare zeloten die het op de lastdieren van de karavaan gemunt hadden. Het restant daarvan ga ik strakjes opwarmen. Dat vervelende gebeuren met die zeloten was buiten de muren van Jeruzalem. Of dat dievenvolkje ook hier aanwezig is, ik hoop het niet. Niet nog eens zo’n nacht met veel kabaal, geschreeuw en paniek. Daar hebben we allemaal geen behoefte aan. We willen opschieten en dan liefst zonder onderbrekingen door dat nare volkje uitschot.

Er ontstaat wat rumoer in de karavaan want de muren van Jericho zijn zichtbaar aan de horizon. Het hangt er om of we er gaan overnachten. Wél wordt er gestopt omdat er voldoende waterbronnen aanwezig zijn voor de lastdieren om te drinken. Ze hebben nu al meer dan twee dagen geen kans gehad om te eten of te drinken en dat zal ze goed doen. Ook de reizigers hebben behoefte aan een nieuwe voorraad en een goede nachtrust en denken er dus net zo over als ik. Inslaan van voedsel is zo belangrijk om deze reis vol te blijven houden. Het onderdak is geen probleem. Die rijke familie blijft nog tot aan het meer van Galilëa met deze karavaan mee reizen dus daar vind ik mijn onderdak en warmte voor de nachten. De nachten blijven maar koud, we trekken naar het noorden dus dat wordt alleen maar kouder daar. Het loopt al naar de vierde maand van het jaar toe en dat zou toch moeten betekenen dat de zon in kracht gaat toenemen en het wat aangenamer gaat worden. Ik hoop dat die koude nachten voorbij zullen zijn straks want ik zit echt te bibberen op de rug van mijn muilezel onder een dikke kamelendeken. Stijve ledematen en een pijnlijke rug zorgen er voor dat ik me vandaag minder lekker in mijn vel voel zitten. Ik moet meer gaan lopen naast mijn dieren dan blijft mijn lichaam soepel en wordt ik niet zo stijf. Door het lopen word ik ook warmer en dat zal me goed doen. Ik heb mezelf te veel verwend met dat extra ezeltje en die lekkere dikke kussens op de muilezel zijn rug om zo de reis voor mij zelf wat gemakkelijker te maken en mijn benen en voeten wat te sparen. Het is een goed idee geweest maar mijn lichaam denkt daar nu heel anders over. Ik zal meer gaan lopen zodat ik ook fitter zal zijn tijdens de tocht en strakjes niet de een of andere pijnlijke kwaal ga oplopen.


Jericho is nu duidelijk in zicht en de karavaan gaat er halt houden, tenminste om in ieder geval voorraad in te slaan en de reizigers de kans te geven dit ook te doen. Ik laat me van de rug van mijn ezel glijden en probeer zo om warm te worden door stevig naast het lastdier door te stappen. Ik moet zeggen dat ze nog niet echt gebokt hebben en tijdens de reis probleemloos hun werk doen en voort stappen. Ik dank mijn God voor dit voorrecht maar weet dat ik er nog lang niet ben en het best nog kan omslaan. We gaan er niet vanuit maar ik houd er wel rekening mee. Het is voor die beesten ook een hele tocht en de last is toch niet altijd even licht. Als ik mijn muilezel ontlast door meer naast hem te gaan dan op hem te zitten zal hij het ook langer vol houden. Voor mij is dat ook beter en dus loop ik nu naast hem richting de muren van Jericho. We drommen allemaal een beetje samen in afwachting van de beslissingen van de karavaanleiders. Voordat de avond valt zal die genomen moeten worden. Hier en daar wordt al gemord omdat er om een nachtrust zonder reizen wordt gevraagd en iedereen die een tent heeft wil deze nu gaan opzetten en gaan slapen. Of het nu nog dag is of niet, de mensen zijn moe en willen niet verder zonder deze nodige rust. De leiders kruipen bij elkaar en de wachters krijgen duidelijke aanwijzingen om, als de tenten worden opgezet, ze ook op wacht behoren te staan en niet te gaan slapen. De dieren moeten deze keer met een dubbele wacht bewaakt worden daarom moeten er meer dieren bij elkaar geplaatst worden en de mannen moeten beter met elkaar samen werken om een herhaling, van dat wat er bij Jeruzalem gebeurde, te voorkomen. Ze zullen ook bewapend zijn met speren, stokken en kapmessen. Die zeloten zullen hier niet opnieuw de kans krijgen om te stelen en zo wanorde te stichten in de karavaan en onder de handelaren die een groot verlies hebben geleden aan kamelen en koopwaar. De beslissing is gevallen, we blijven hier voor de nacht en zo worden dan de kamelen en de lastdieren van de handelaren bij elkaar gedreven en dicht bij elkaar vastgelegd aan grote pinnen die de grond in worden geslagen. De mannen moeten nu rond om deze kudde gaan om elke poging tot diefstal te voorkomen. Zij zullen telkens rondes moeten lopen om te voorkomen dat indringers ongezien bij de lastdieren kunnen komen. Er zal nu niets meer aan hun aandacht ontgaan en zo zullen de dieren en de mensen zich een stuk veiliger voelen hopen ze.

Jericho heeft hele hoge en grote muren rondom zijn stad. Er hebben reuzen gewoond maar die zijn overwonnen en verdreven. Nu is het een Joodse stad en ik verheug mij er op om mijn inkopen te gaan doen op de markt. Dat zal ik pas morgen gaan doen, eerst eten en slapen en dan zien we morgen wel weer verder. Als er al een handelsplaats of markt is, maar dat zal best wel. Anders dan ga ik naar een boer toe en koop bij hem de kruiden en andere dingen die ik nodig heb. Ook mijn ezeltjes moeten eten hebben en ik hoop ergens een flinke schoof hooi te kunnen halen. Daar kunnen ze dan weer even mee voort. Nu eerst de laatste restjes eten opmaken en ik denk dat ik daarvan ga delen met mijn ezeltjes dan start ik morgen weer met vers. Zo eerst de ezels afladen en mijn waar in de tent brengen. Ik loop nu, omdat ik zo stijf ben van deze lange en koude zit, te stuntelen om de boel binnen te krijgen. Er wordt op mijn schouder getikt en als ik me omdraai kijk ik in de vriendelijke ogen van Moshe. Ook hij is op weg naar Beth Tikva. Er zijn velen die daar naar terug gaan om zich te laten inschrijven. Hij vraagt met vriendelijke stem of ik hulp met afladen kan gebruiken. En die neem ik dankbaar aan. Ik vertel hem dat deze lange koude tocht me knap in de botten is gaan zitten en dat ik verlang naar de warmte van de zon op de dag, die maar uitblijft en achter de wolken zit. Hij stelt voor om een offer te brengen aan de God van Israël om Hem zo te vragen de wolken te verdrijven en de zon op de dag te laten schijnen aan een strak blauwe hemel. Hij ziet mijn twee kipjes en vraagt of ik er eentje van kan missen. Eigenlijk niet maar ik wil de Heer danken dat we redelijk goed opschieten met onze tocht en Hij ons Zijn bescherming steeds weer geeft. Ik zeg dan ook dat een van mijn kipjes voor de Heer geofferd mag worden. Moshe pakt er eentje uit de mand en bekijkt hem heel goed. Het moet wél een gezond en mooi dier zijn voor de Heer en geen gebreken hebben. Als hij het niet vertrouwd pakt hij de andere en onderzoekt ook deze kip. Ze is wat groter maar niet helemaal naar de zin van Moshe en zo wordt dan toch de eerste kip het offer voor de Heer.


Moshe bouwt een kleine offerplaats en laat het bloed van de kip in het vuur lopen en over de offerplaats. Samen bidden wij en vragen God om een mooie en warme dag, veiligheid voor de karavaan en bescherming bij onze tocht naar Beth Tikva. De rook stijgt op naar de hemel en wij danken Hem voor het luisteren naar onze gebeden en het aanvaarden van dit nederige kleine offer aan Hem. Voor mij is het al heel wat maar voor de Heer is niets te klein of te groot want het gaat om onze harten die op Hem gericht moeten zijn. Als alles is opgebrand vraag ik Moshe of hij trek heeft in een kom van mijn soep die ik nu op ga warmen. Ik vraag hem of ik dit vuur mag gebruiken hiervoor. 'Dat zal de Heer niet erg vinden', zegt hij want ook dit heeft Hij ons gegeven en zo kunnen wij het met elkaar delen. Hij wil graag een kom en zo zitten we dan bij het vuur en wordt de soep langzaam warm. Als het pruttelt pak ik twee kommen en geef er eentje aan Moshe. Schep maar lekker op en geniet van de warme soep. Zo wordt je ook wat warmer van binnen uit. Na het eten van de soep neemt hij afscheid en gaat weer terug naar de groep waarmee hij verder trekt met de karavaan. Daar heeft hij ook onderdak gekregen en dit extra kommetje soep heeft hem goed gedaan. Ik ruim alles op en doof het vuur met zand. Als alles weer schoon is en de restjes wat zijn afgekoeld van de soep kan ik deze in een kruik stoppen voor morgen vroeg. Nu mijn dekens tegen de achterwand van de tent leggen en mijn kussens erop. Ik wil graag slapen om de moeheid de kans te geven te verdwijnen uit mijn lichaam zodat ik morgen wat frisser op zal staan om inkopen te doen. Ik bid dat deze nacht rustig mag verlopen en het morgen een heerlijke zonnige dag mag gaan worden. Het kan zijn dat de karavaan tegen het middaguur weer vertrekt om door te gaan op zijn weg. De weg die mij zal brengen naar Beth Tikva en het weerzien met mijn familie daar. Ik bid ook voor mijn man Chaim die deze weg ook moet gaan met de rest van onze spullen en hoop en bid dat zijn tocht ook veilig mag verlopen. Mijn ogen vallen dicht en ik droom van warmte, rust en vrede om mij heen.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Apr 09, 2017 3:37 pm

Op weg - hoofdstuk 16


Bij het ochtendgloren word ik wakker. Het licht van de zon stroomt tussen de tentdoeken door naar binnen. Het is zelfs warm in de tent en ik denk dat ik nog de enige ben, die erin aanwezig is. Ik rek me uit en probeer op de been te komen. Dat gaat niet echt zonder pijn. De lange tocht van gisteren heeft zijn sporen nagelaten in mijn lijf. Ik krabbel overeind en pak wat schone kleren uit een van mijn manden. Gauw kleed ik mij aan want ik weet niet of de karavaan weer doortrekt en of ik dan nog de kans krijg om mijn benodigde kruiden en voer voor mijn ezels te bemachtigen. Buiten is het druk met mannen die lastdieren aan het opzadelen zijn en ik zie dat Boaz mijn ezeltjes aan het bepakken is. Hij ziet me staan en zegt met een vriendelijke stem. "Ach kijk, Martha is ook eindelijk wakker, de tent kan nu dus ook worden afgebroken'. Goedemiddag Martha, ja het is al tegen de middag". Ik schrik ervan en begrijp even niet meer hoe een en ander zo gekomen is. Ze hebben me dus laten slapen, wel lief, maar nu kom ik wél in de problemen met wat ik eigenlijk nog voor het vertrek moest inslaan. Ik pak de kleine ezel die nog niet helemaal is opgeladen en zeg tegen Boaz dat ik snel binnen de muren wil gaan om kruiden en voer voor de ezels in te slaan voor de tocht. Hij schudt zijn hoofd en denkt dat ik daar geen tijd meer voor heb en dan te laat ben en de karavaan vertrokken zal zijn. Ik zeg dat het gewoon niet anders kan omdat ik veel dingen te kort ga komen voor de rest van de reis. Het is gewoon niet anders, ik heb het nodig wil ik niet volkomen afhankelijk zijn van wat de kooplieden in de karavaan aan kruiden en hooi verkopen. De prijzen daarvan liggen voor mij veel te hoog, dat is alleen maar als noodoplossing aan de orde.

Ik klim op mijn kleine ezel en zet er de gang in naar Jericho. Buiten tegen de muur van de stad en ook binnen tegen de muur zitten kooplieden van een andere karavaan die in de nacht hier halt hebben gehouden. Ik ga bij ze informeren wat de prijzen doen en hoop alles te bemachtigen wat ik nodig heb. Ik zie een kruidenvrouw en spreek haar aan of ik bij haar kruiden kan kopen. Gelukkig, ze heeft voldoende om me te kunnen helpen. De prijs ligt helaas hoger dan verwacht maar de tijd om tot het uiterste te gaan met afdingen heb ik gewoon niet. We komen tot een schappelijke prijs en ik leg de kruiden in bossen op mijn ezel. Nergens is er ook maar iets van hooi of zo te vinden en ik maak me zorgen dat mijn dieren te kort gaan krijgen. Wél kan ik nog een mand met vier kipjes bemachtigen maar dan moet ik nu toch echt terug naar de karavaan. Ik heb meer sjekkels uitgegeven dan ik eigenlijk missen kon, maar ik had geen keus. Beladen en in draf ga ik de richting op naar de plaats waar de karavaan de nacht heeft doorgebracht en ik vind de plaats compleet leeg en verlaten. De schrik slaat mij om het hart, hoe verder, waar heen, welke richting, O God help mij.
Een breed spoor van hoeven trekt van Jericho weg maar er was nog een karavaan en die is er ook niet meer. Zijn ze samen gegaan of ga ik zo een verkeerd spoor volgen en beland ik daar waar ik helemaal niet wezen wil. Ik trek met mijn ezeltje van links naar rechts langs de stadsmuur maar kan gewoon niet tot een bevredigend besluit komen. Ik krijg geen zekerheid om welke keuze dan ook te maken maar ik moet wel vertrekken nu en één van de sporen gaan volgen. Er is door een van de karavanen langs de muur van de stad getrokken, dat spoor is niet zo breed. Het andere spoor dat weer van de stad af gaat en een stuk breder is kan dat van mijn karavaan zijn. Ik zat in een grote karavaan dus is het aannemelijk dat ik dat bredere spoor moet gaan volgen maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat de meesten niet direct hebben aangesloten en het zo een wat smaller spoor werd maar wel een heel lang spoor. Heere, God van Israël spreek tot mij, geef mij een teken zodat ik me weer aan kan gaan sluiten bij de juiste karavaan. Ik sta moedeloos naast mijn ezeltje en wil dan toch maar het brede spoor gaan volgen. Ik weet het ook niet meer. Dan ineens hoor ik iemand luidt mijn naam roepen. "Martha, Martha wat sta je daar nog je moet opschieten anders wordt het onmogelijk voor je om nog aansluiting te krijgen bij jouw karavaan!" - "Ze zijn al een eind op weg de woestijn weer in en dus moet je opschieten en op weg gaan van hier". Ik zie iemand druk gebaren en wijzen en omdat ik niet zeker weet of hij het was die mij bij naam noemde zwaai ik terug en zie dat hij blijft wijzen in de richting waar het brede spoor heen loopt. Wie ben jij en vanwaar kende hij mijn naam? Ik heb geen tijd dit uit te gaan zoeken en zwaai terug naar deze persoon, kruip op de rug van mijn kleine ezel en hoop dat we het samen zullen redden om weer aansluiting te krijgen bij de grote groep trekkende mensen. Was ik er maar nooit in mijn eentje aan begonnen. Chaim, man van mij, waar ben je nu, zie mij hier worstelen met problemen die ik zo graag met je had willen delen en die dan een stuk minder groot zouden zijn.

We sukkelen de woestijn in en gelukkig heeft mijn ezeltje er goed de vaart in. Hij voelt dat er iets niet klopt en dat hij flink door moet stappen en zo zet hij zich in om zijn best te doen denk ik. De zon staat hoog aan de hemel en het is zowaar zelfs warm. Ik blijf mijn ezeltje aansporen door te gaan en aan de horizon zie ik iets bewegen. Ik kan het nog maar moeilijk onderscheiden maar het kan van alles zijn. Palmbomen, een oase, vee dat hier loopt te grazen op het weinige gras dat er te vinden is. Het landschap is ook niet vlak en zo gebeurd het dan ook dat ik het niet meer zie. Het is verdwenen achter een van de zandduinen. We blijven doorlopen en ik merk dat de ezel het er nu best moeilijk mee gaat krijgen om het tempo aan te blijven houden maar als hij gaat bokken zie ik de karavaan nooit meer terug en ben ik op mijzelf aangewezen. Ik mis dan ook mijn andere muilezel die wél is meegenomen en mee loopt met de karavaan. Ik moet ze gewoon weer zien te bereiken, ik moet gewoon weer aansluiting zien te krijgen. Ik heb de zandduin bereikt en sta nu wat hoger zodat ik een verder zicht heb van hieruit. In de verte kan ik nu duidelijk kamelen herkennen en veel mensen die meetrekken. Dát moet mijn karavaan zijn maar voor dat de avond gaat vallen zal ik ze niet hebben bereikt en of ze weer zullen stoppen is nog maar de vraag. Kom joh, blijf doorstappen en als het kan toch nog wat sneller want alleen in het donker is voor mij een gruwel hier. Beetje bij beetje komen we dan toch dichter bij maar het blijft een moeizaam gevecht en de warmte vraagt ook zijn tol. Eindelijk is het dan warmer en nu kan ik het even niet gebruiken. Het is ook altijd wat en soms dan heb ik beslist moeite met mijn klagen en wil ik gewoon tevreden zijn. We komen steeds dichterbij, de karavaan zal vandaag niet stoppen en verder gaan naar de volgende plaats om daar pas weer halt te houden.

Ik heb nu eindelijk de laatste mensen van de karavaan bereikt en ze kijken me bevreemd aan. Waarom zouden ze dat doen? Is het dan toch de verkeerde en kennen ze mij dan niet? Ik heb al aan velen in de karavaan soep verkocht en de meesten moeten me nu toch wel kennen. De reden dat ze verbaast zijn is het feit dat ik in mijn eentje op een ezeltje in draf aan kom zetten. Mijn gezicht is rood van de warmte en ik zie er nogal slordig uit. Aandacht voor mijn kleding had ik niet omdat ik in de haast weer bij de karavaan te komen nog steeds de kamelendeken om me heen heb hangen die nu langzaam van mijn schouders begint af te zakken en op de ezel beland. "Hoort u ook bij deze karavaan", wij trekken nu door naar Shchem, we doen Ramalla niet aan", "We trekken nu twee nachten door en stoppen dus niet zodat de tocht niet te lang gaat duren". "Is dit ook uw weg?" Er valt een steen van mijn hart, ja dit is de weg die ook ik moet gaan om thuis te komen. Ik heb, God zij geëerd en gedankd, het juiste spoor gevolgd en de juiste karavaan bereikt. Nu moet ik proberen om naar het midden te komen zodat ik meer beschutting en bescherming van de medereizigers weer om mij heen heb en dan opzoek gaan naar mijn andere ezel met de rest van mijn bagage. Dat zal nog een flinke klus worden. Op de grote ezel zitten ook de twee waterkruiken en beide ezeltjes moeten eten en drinken, vooral deze ezel die zo zijn best voor mij heeft gedaan. Hij mag nu ook in het tempo van de karavaan verder lopen, ik ben van zijn rug af gestapt. Dat maakt de last voor hem lichter en zo kan ik beter overal heen om te zoeken naar de anderen. Een hand valt op mijn schouder, niet echt zachtjes en beslist dwingend. "Martha waar was je in Gods naam, je was nergens te vinden, ik miste een van je ezeltjes en de karavaan trok verder zonder dat we je hadden gezien". "We hebben ons geweldige zorgen gemaakt". Elim kijkt me aan met zijn grote donkere ogen en probeert er achter te komen wat er is gebeurt en waar ik was gebleven deze hele dag. Ik heb gewoon géén zin in een lang verhaal en het feit dat ik aankopen van levensonderhoud ben gaan doen voor mijzelf en mijn dieren. Dat zou toch maar op onbegrip uitlopen en daar had ik gewoon geen zin in. Ik keek hem aan, knikte en mompelde wat onverstaanbaars naar hem. Hij haalt zijn schouders op en wilde al weglopen. Dan draait hij zich om en zegt dat zijn vrouw met Boaz en mijn muilezel een stuk verder naar voren lopen en dat hij op zoek was gegaan naar mij. Hij is blij me te zien, nu stuurt hij me naar ze toe. "Probeer bij te blijven Martha want de omgeving is ons zeer vijandig gestemd, vooral de jonge vrouwen lopen gevaar" - "Er doen zich weer geruchten voor over Zeloten, overvallen en het meenemen van vrouwen uit karavanen met geweld". - "Blijf nu vooral dicht bij ons en in de karavaan zodat je bescherming kan zoeken bij de mannen en de kameeldrijvers die zorg gaan dragen voor de veiligheid van de tocht". Ik knik naar hem en loop met mijn ezeltje naar het midden van de karavaan. Ik zie de rest van de familie al lopen en ook Boaz die mijn muilezel aan de teugels voort leidt. Ik blijf op afstand. Ik heb geen zin om te praten of om wat dan ook uit te gaan leggen, het is goed zo, ik ben er weer maar heb wél een probleem straks voor mijn ezels. Ik heb nog maar weinig voer voor ze en dus moeten ze het er voorlopig mee doen dat het minder zal zijn dan wat ze normaal van me krijgen. Dat is van latere zorg, bij de eerste de beste waterplaats zal ik kijken of er gras is en ze de gelegenheid geven te grazen, dat moet voor nu genoeg zijn om over te piekeren. Het komt wel goed, het komt allemaal wel goed. Weer zijn we wat dichter bij mijn familie gekomen en de plaats waar ik geboren ben. Waar ik me moet inschrijven zodat de Keizer weet dat ook ik een van zijn onderdanen ben en wel degelijk mee tel. Wat een chaos, wat een dag. Ik zal beter op moeten letten en minder voorrang moeten geven aan mijn dagelijkse benodigdheden. Gelukkig zijn de moeilijkheden toch nog meegevallen maar het had ook anders kunnen zijn. De verkeerde karavaan volgen, of in handen vallen van die Zeloten, of compleet verdwalen in de woestijn om dan maar te hopen en te bidden op aansluiting bij een passerende karavaan die dezelfde richtig op gaat. Gelukkig is dat allemaal niet gebeurd maar het is wel een goede leering geweest dit maar niet meer te doen tijdens deze reis. Nu liep het goed af maar het kan de volgende keer wel eens anders verlopen en daar wil ik maar niet aan denken.

De schemering valt en ik loop wat dichter naar mijn vaste groepje medereizigers toe. Ze hebben me nog niet gezien en zo hoef ik ook niets te zeggen. Een van de kinderen heeft me wél gezien en trekt aan de mantel van zijn moeder en wijst. Ze zwaait en loopt gelukkig gewoon door. Het is in orde en de tocht kan gewoon rustig verder gaan. Ik ben er en niemand hier heeft het gemerkt dat het best een spannende gebeurtenis voor mij was vandaag. Ik ga op zoek naar mijn muilezel en zie dat Boaz links van de kinderen loopt met ook de kameel aan zijn tuig in zijn hand. Hij ziet mij en geeft het tuig van mijn ezel over aan mij. Zo is alles weer zoals het behoort te zijn. Ik schik het kussen op de rug van de muilezel en kruip er op. Genoeg drukte voor deze dag gehad. De deken heb ik van de kleine ezel af gehaald en die ligt nu weer om mijn schouders. Ik kruip er diep in weg en kijk naar de sterren die één voor één aan de hemel verschijnen. Het zijn er veel en af en toe zie ik een grote lichtende ster die opvalt tussen al de anderen. Het lijkt wel alsof deze met ons mee reist. Ik ben moe en begin te dommelen. Ik ga steviger op de rug van de ezel zitten en zet mijn benen schap tegen zijn zij zodat ik niet kan vallen. Zo trekken we verder richting Shchem onze volgende plaats op deze reis.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Apr 16, 2017 9:28 pm

Op weg – Hoofdstuk 17

We trekken nu al twee dagen lang door de woestijn richting shchem en hebben onderweg géén halt gehouden. Tot nu toe verloopt het allemaal rustig en schieten we goed op. Die gevreesde zeloten zien we ook niet en ik denk dat we daar wel rekening mee moeten blijven houden. Wie weet zoeken ze wel naar een geschikte gelegenheid ons alsnog te overvallen. Die gelegenheid zouden ze vandaag wel eens kunnen krijgen want we houden halt midden in de woestijn zonder dat er ook maar iets groens of een dorp in zicht is. Vandaag vieren we het Pascha en ondanks dat we op reis zijn wil iedereen daar zijn aandacht aan geven en ik dus ook. Het is nog heel erg vroeg in de morgen en je ziet alleen nog maar de schaduwen van alles om ons heen. De karavaan loopt nu steeds langzamer en veel dieren drommen tegen elkaar aan. Mannen praten in groepjes en zeggen dat we heel dicht bij elkaar moeten blijven omdat dit het veiligste is voor iedereen. Er mogen dus geen openingen vallen zodat men van elkaar gescheiden kan worden. Het wordt een strak geheel zo maar met ruimte genoeg in het midden om er bij elkaar te komen. Pascha, het Joodse Pasen, is het lentefeest waarmee de Joden de uittocht uit Egypte en daarmee de bevrijding van slavernij herdenken. Het is tevens de aanduiding voor het paaslam dat tijdens dit feest wordt geslacht. Er zijn best veel schapen aanwezig bij de karavaan en ze dienen voor de mannen als voedsel. Nu worden, strakjes als het wat lichter is, de lammeren geslacht om als paasmaal dienst te doen voor iedereen in de karavaan want het zal vandaag een dag van feesten worden. Ik zal een van mijn dikste kippen slachten en een heerlijke soep klaarmaken in mijn grootste ketel en deze keer zal ik er géén sjekkel voor vragen omdat het mijn inbreng zal zijn aan dit paasmaal. Er komt eindelijk wat eenheid in de karavaan en er vormt zich nu een mooie open plek in het midden van de groep. Iedereen is nu alert op de dingen die komen gaan. Het zal een gezellig samenzijn worden met goede maaltijden en er zijn ook mannen die op de citer gaan spelen. Ook zijn er fluiten en harpen aanwezig en trommel en tamboerijnen. Ik haal wat repen stof uit een van de draagzakken op mijn ezel die dienst gaan doen om mijn vreugde al zwaaiende te uiten tijdens het dansen op de muziek.

De zon komt over de horizon en zet de woestijn in een gouden gloed. De dag vangt aan met het blazen op de sjofar. Nu is iedereen wakker en druk in de weer. De stemming is prettig en geeft een feestelijk gevoel. Hier en daar wordt uitbundig gegroet voor de morgen en gaan wij, die op weg zijn in vrijheid met deze karavaan, gedenken hoe onze voor familie uit Egypte is gevlucht en verlost werd door onze God van de slavernij. Wij mogen daar dankbaar voor zijn dat we nu leven in het land van onze Heer en vrij zijn van de slavernij, kunnen trekken naar dorpen en steden en zelf voor ons levensonderhoud mogen zorgen. Ook nu is dat geen vetpot maar we kunnen leven in vrijheid.

Ik heb wat hout kunnen sprokkelen zo hier en daar onderweg dat ik in bundels op mijn muilezel heb gebonden. Hiervan maak ik nu een flink vuur waar ik mijn soepketel boven kan hangen. Met het water uit mijn kruiken wordt de soep gemaakt. De kip is geslacht, de kruiden zitten er in en als het goed heeft geprutteld zal het tijd worden voor een heerlijke kom soep. Je ruikt overal om je heen de geur van vers gebakken broden en de reuk van de lammeren die de mannen boven een houtvuur aan het roosteren zijn. Na al die soep en kip is een stuk lamsvlees een heerlijke afwisseling en een lekker feestmaal voor iedereen in de karavaan. Mijn eigen brood is nu al wat dagen oud maar goed genoeg om in de soep te worden gedoopt waardoor het gemakkelijk te eten is. De stemming is geweldig, kinderen rennen nu rond en krijgen hier en daar wat lekkers aangereikt. Dadels en vruchten en wat brood. De meesten uit de karavaan zijn nu op de grond gaan zitten op de kleden en kussen die ze hebben neer gelegd. De mannen zitten aan de ene kant van de circel en praten met elkaar. De vrouwen nemen plaats aan de andere kant maar de meesten zijn nog bezig met het klaarmaken van eten en het bakken van de broden. De kruiken met olijfolie worden neergezet en verse kruiden zijn daarin vermengd. Lekker om ook daar mijn stukje brood in te dompelen. Tijdens de reis is het nog niet echt gebeurd dat we allemaal zo bij elkaar gezeten hebben maar het is nu het Pascha feest en er wordt dankbaar gebruik gemaakt van deze dag om eens met elkaar te praten en elkaar een beetje te leren kennen. Dan reis je niet meer zo als vreemden voor elkaar en als je dan hulp nodig zou hebben weten ze wie je bent. Tegen de avond zullen we weer opbreken en door trekken naar de volgende stad dus er wordt niet overnacht. De muziek klinkt en er zijn vrouwen die een rijdans doen in het midden van de kring. De druivenwijn vloeit rijkelijk, ondanks het uur van de dag. Tegen de avond zullen de meesten die er te veel van hebben gedronken op hun lastdieren in slaap vallen. Ik hoop en bid dat we veilig door de nacht verder kunnen trekken en er toch nog mannen zijn die ons kunnen beschermen. Ik maak mij enstig zorgen nu we door het gebied van die zeloten trekken die elke nacht op strooptocht gaan. Geen enkele karavaan is veilig voor hen en de jonge vrouwen worden gewoon weggerukt en we zien ze niet meer terug. Verschrikkelijke lui zijn het en niemand doet er iets tegen, zelfs die Romeinen niet, bah Romeinen.

Het feest heeft lang geduurd maar nu worden toch alle vuurplaatsen gedoofd en opgeruimd. Het eten dat over is gebleven is verdeeld onder de vrouwen en de gezinnen die mee reizen en op de plaats waar we gefeest hebben is geen spoor meer te zien van de aanwezigheid van de karavaan. Ik heb een heerlijk stuk lamsvlees gekregen dat ik tijdens de tocht laat drogen. Af en toe zal ik er een stukje vanaf snijden zodat mijn maaltijden niet zo eenzijdig blijven. Ook heb ik nu dadels en vijgen gekregen en wat olijven. Een klein kruikje gekruid olijfolie en wat broden. De eerste paar dagen hoef ik niet te koken voor mijn onderhoud. Dat wil dus zeggen dat al deze gulle gaven een teken zijn dat we nu langer door zullen trekken en nog maar weinig zullen stoppen. Niet meer dan nodig is om de dieren bij een waterbron te laten drinken en te eten te geven. De meeste lastdieren zijn kamelen en die kunnen wel drie dagen teren op het vet in hun bulten maar de ezels en andere dieren zullen toch verzorging nodig hebben. De schapen die mee lopen met de drijver zijn veelal voor de verkoop van het vlees dus die krijgen al niet zoveel maar ik hoop toch echt dat ik goed voor mijn eigen lastdieren kan blijven zorgen. De karavaan trekt de nacht in en wordt opgenomen in de woestijn. De maan staat aan de hemel en is vol en rond. Dat geeft enigzins wat licht op onze weg. We gaan richting Shchem maar zoals ik nu heb gehoord zullen we daar langs gaan en niet meer stoppen totdat we in Jenin zijn aangekomen. Ik heb al een flink eind naast mijn ezels gelopen en denk er over weer op de rug van de muilezel te kruipen als ik een zachte stem naast mij hoor.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Apr 30, 2017 6:08 pm

Op weg - Hoofdstuk 18


Er wordt een hand op mijn schouder gelegd die voorkomt dat ik op mijn muilezel kan stappen en opnieuw die zachte stem maar nu wat dringender en ze noemt mijn naam: "Martha". Ik draai me om en zie de vrouw van Elim achter me staan met betraande ogen. “Martha het gaat niet goed met de kleine Levi, kan jij soms even kijken of je hem kan helpen. Hij huilt alleen maar en ’s nachts wordt hij badend in het zweet wakker en ook dan begint hij weer te huilen en neem ik hem bij me en troost hem. Ik ben ten einde raad”. Smekend komt het verzoek over haar lippen en dat breekt mijn hart, ik kan en wil haar mijn hulp niet weigeren. Ik hoor hem immers ook elke nacht huilen. Ik mag gebruik maken van hun tent voor de overnachtingen. Hoe zou ik daar mijn oren voor kunnen sluiten of ook maar weigeren hier hulp te verlenen. De smart in haar ogen doet me gewoon pijn en is haast voelbaar. Ze lopen wat verder naar voren in de karavaan dus als ik daar wil komen moet ik wat sneller gaan lopen zodat ik wat nog voor me loopt snel voorbij kan gaan. Ik hoor de kleine Levi hier al huilen maar wat minder fijn is, is het gemor van de mannen en vrouwen in hun buurt die zich blijkbaar storen aan het verdriet of de pijn van deze kleine man. De narigheid is begonnen toen we zijn overvallen buiten de muren van Jeruzalem. De kleine jongen is niets ontgaan en dat heeft hem angst aangejaagd. Helaas kunnen zijn ouders de karavaan niet verlaten en zullen ze door moet trekken tot aan zijn dorp aan het meer van Tiberias. Zo ontkomt hij er niet aan dat hij nog steeds in de tent moet slapen en zich daar niet meer veilig voelt. Ik loop met mijn beide ezels naar hem toe en neem hem bij zijn kleine hand en trek hem wat dichter naar me toe. “Waarom zoveel tranen Levi?” Waar komt je verdriet vandaan?’. De kleine kijkt naar me op en blijft snikken. “Wil je even op dat lekkere zachte, warme kussen zitten bovenop mijn ezel?” Hij houdt op met snikken en kijkt me vragend aan alsof hij me niet goed heeft verstaan. Ik vraag hem nog eens of hij op de rug van mijn ezel wil zitten en dan dringt het tot hem door en beginnen zijn ogen te glanzen. Niet meer van de tranen, die hij snel met de mouw van zijn kaftan afveegt, maar omdat hij dat wel ziet zitten. Ik houd de ezel even staande en twee korte armpjes strekken zich naar mij uit. Ik til hem op en zet hem op het kussen boven op de rug van de ezel en met een glimlach zakt hij er in weg. “Zit je zo goed?”. “Wel stil zitten zodat je er niet afvalt hoor”. Hij zit er als een klein prinsje en geniet van het schommelen van de ezel. Ik blijf nu dicht bij de familie en ga een gesprekje met hem aan. Ik vraag hem waarom hij steeds zo verdrietig is en zoveel moet huilen. Ook zeg ik hem dat ik hem in de nacht ook hoor snikken en dan bij zijn moeder hoor kruipen. Hij begint te vertellen dat hij elke nacht wakker wordt omdat hij denkt dat die rovers er weer zijn en dat de kameel wordt gestolen door die nare mannen. Ook heeft hij gezien dat er iemand werd vertrapt door een op hol geslagen kameel en daar is hij heel erg van geschrokken. Als hij dan gaat slapen droomt hij daar over en wordt hij bang wakker. Ik zeg hem dat hij niet bang hoeft te zijn want de mannen doen nu heel erg hun best dit te voorkomen. Ze letten goed op en als ze weer komen dan krijgen ze klappen van ze. Ik zie zijn snuitje oplichten en vragend kijkt hij me aan. “Doen ze dat echt?” “En die kamelen dan, gaan die niet weer bovenop de mensen staan zodat zij pijn hebben en gaan bloeden?’. Ik zeg hem dat het niet meer zo ver zal komen en dat hij in de nacht als hij bang is en denkt dat het wél zo is, hij gerust ook heel dicht bij mij mag komen om te schuilen maar dat dit vast en zeker niet meer nodig zal zijn. Vader Elim en die zwerver Boaz zullen hem en de anderen beschermen en je weet toch dat je een hele sterke papa hebt? Hij knikt met trots en is nu een heel stuk rustiger. Het babbeltje heeft hem goed gedaan en hij gelooft het ook. Hij zakt wat verder weg op het kussen en zijn oogjes vallen dicht. Hij haalt de slaap in van de nachten die voor hem zo kort waren en hem zo bang hebben gemaakt. Vannacht zal hij zeker meer rust vinden in zijn slaap en zal niemand meer een boze blik op hem werpen omdat hij wordt wakker gehouden door een bang kind dat de dingen die hij heeft gezien maar niet kon vergeten.
Ruth komt nu naar me toe en kijkt vol liefde naar haar slapende kind op de rug van mijn ezel. Ik vertel haar wat Levi zo heeft bang gemaakt en waarom hij maar niet kon vergeten wat hij had gezien daar buiten Jeruzalem maar dat hij daar nu niet meer aan zal denken want hij heeft een hele sterke papa die hem zal beschermen. Ruth zucht van opluchting en zegt dat ze er zelf maar niet achter kon komen omdat hij niet wilde praten. Ze dacht dat het iets was dat hem pijn deed in zijn kleine lijfje maar is opgelucht dat het deze nare ervaring is geweest. Ze bedankt me en ik zeg haar dat ik dit zou doen voor een ieder die mijn hulp inroept want we moeten elkaar helpen waar het maar kan. Ze omhelst me en met tranen in haar ogen van opluchting loopt ze weer snel naar voren naar de anderen toe die ook haar aandacht vragen. Levi ziet ze wel weer verschijnen als hij wakker is, dat komt wel goed. Hij is in goede handen. De dag verloopt verder kalm en rustig en Levi is weer vrolijk naar zijn familie terug gegaan. De schemering valt over de woestijn. Het heeft zelfs even wat geregend maar aan het hemelwater hebben we weinig omdat het direct in de grond weg zakt. De ondergaande zon gaf het verbond, dat God met Mozes sloot, in de vorm van een regenboog aan de hemel en zo zakte hij dan weg achter de bergen die in de verte zichtbaar zijn geworden. Achter die bergen ligt Jenin waar we naar op weg zijn en hopelijk gaan we daar ook een rust pauze houden voor mens en dier. We zijn nu al meer dan drie dagen onderweg zonder een echte stop, alleen die dag dat we het Pascha hebben gevierd, maar het reizen in de nacht met weinig of geen slaap gaat zijn tol eisen. De mensen worden kribbig en minder tolerant naar elkaar toe. Ook de dieren beginnen te bokken en willen gaan liggen om te rusten. De kamelen krijgen meer slaag met de zweep dan voorheen maar je kunt ze niet blijven dwingen door te blijven lopen als ze niet willen. Ze beginnen te bijten en te spugen en dan kan je maar beter een flink eind uit hun buurt blijven, zelfs achterwaarts trappen komt nu ook wel eens voor. Tijd dus dat we Jenin bereiken en daar gaan halt houden maar dat is aan de voerders van de karavaan en of de rest er mee wil instemmen en we op schema voor deze reis liggen. Allemaal dingen waar wij, als mede reizigers, niets aan kunnen toevoegen of tegen in kunnen brengen. Wij moeten volgzaam zijn en zij zullen ons brengen, onder hun bescherming, naar de plaats waar wij naar toe willen en naar onderweg zijn.
Het is nu donker en aan de hemel vormen zich wolken die dreigend overkomen. Het ruikt naar regen en storm en pas als we dichter bij Jenin zullen zijn is er beschutting van de heuvels en het groen dat daar groeit. De karavaan blijft door lopen maar het tempo ligt nu beduidend lager dan al de dagen daarvoor. Ik ben enorm moe en besluit alsnog op mijn muilezel te kruipen en me in de kamelendeken te wikkelen tegen het zand dat wordt mee gevoerd door de wind die nu in kracht begint toe te nemen. We zullen het ook deze nacht niet droog houden en als ik dan weer zo koud wordt zal ik opnieuw moeten gaan lopen om warm te blijven. Ik ga wat informatie inwinnen bij de drijvers van de kamelen of zij weten hoe ver we nog van Jenin af zijn en of we dat in de morgen bereiken zullen. Het antwoord was nogal simpel van hun kant. Deze nacht zullen we het beslist niet bereiken omdat de lastdieren niet vooruit te branden zijn maar als ze straks de waterbronnen en het frisse groen rondom Jenin gaan ruiken zal de vaart er zeker weer in komen. Misschien vroeg in de morgen maar beslist in de middag zullen we Jenin zien en bereiken. Daar gaan ze ook echt halt houden om de mensen en de dieren weer op krachten te laten komen. We zullen het gaan zien, maar tot nu toe zit ik dus nog steeds op de rug van mijn muilezel en dank mijn God dat ik zo verstandig was deze extra dekens te kopen en dat kussen op de rug van mijn ezel. Het verzacht maar ik lig toch liever heerlijk onder deze dekens in de tent van deze rijke familie zonder geschommel en zonder al dat zand om mij heen. Tot nu toe is het nog steeds droog maar de wind blijft zand voort stuwen en ik denk dat als het dag was geweest we zeker zouden kunnen zien dat we in een zandstorm lopen te zwoegen. Ik duik dieper weg ik de dekens en bescherm mijn gezicht tegen het schuren van dat zand. Ik bedek mijn ogen en mond zodat ik het niet binnen krijg en meer gebruik moet gaan maken van mijn steeds kleiner wordende water voorraad. Als we halt gaan houden wil ik dat mijn ezels daarvan te drinken krijgen want zij trotseren de wind en het zand omdat ik ze voort blijf mennen en wonder boven wonder blijven ze dat nog steeds doen, maar het kan zomaar afgelopen zijn en dan zijn ze niet meer van hun plaats te krijgen zonder extra zweepslagen. Niemand wil nu graag achter blijven in de woestijn met het volgende haltepunt in zicht. Langzaam aan komen de bergen dichterbij en we zien ook lichtjes in de verte. Dat zou Jenin kunnen zijn. Er wordt wat geklaagd in mijn buurt en aanwijzingen gegeven. Het wordt klimmen voor de lastdieren. De grond ligt vol kleine en grote stenen en dat is voor de dieren minder gemakkelijk voort sjokken. Voor de mensen die ze drijven is het uitkijken dat je er niet over valt. We moeten nu een klein beetje klimmen want we zijn in de aanzet van de lage heuvels rond Jenin beland. Het zand maakt langzaam plaats voor een rotsachtige bodem en omdat het steviger aan voelt voor de kamelen en ezels gaat het nu ook weer wat sneller. De wind blijft nog steeds krachtig en het zand is er niet minder om geworden. Maar het vooruitzicht strakjes een in een tent je hoofd op een kussen te kunnen leggen en weg te duiken tussen de dekens is zo aanlokkelijk dat ik mij daar op verheug. Meer dan vier dagen achter elkaar reizen is gewoon erg veel zonder een goede stop om te rusten en te slapen. We bereiken de top van de heuvel die we net opgegaan zijn en zien in het dal Jenin liggen. De lichtjes die we zagen zijn van kampvuurtjes die zijn aangestoken door de herders die daar hun schapen hoeden. We dalen nu af naar Jenin en zullen dicht in de buurt onze halteplaats zoeken. Er moet weer ingeslagen worden en gehandeld en Jenin blijkt daar een goede plaats voor te zijn. Het rumoer zwelt aan en de karavaan begint langzamer te gaan. Er worden dingen geroepen en ik zie dat velen in groepen bij elkaar gaan staan. De dieren worden samen gedreven en de touwen worden weer aan lange pinnen de grond in gedreven. Uit voorzorg worden de dieren nu dichter bij elkaar gezet en als het strakjes licht begint te worden zullen de tenten worden opgezet. Voor nu moet iedereen een plek gaan zoeken waar hij deze komende dag en nacht wil verblijven. De familie loopt met hun lastdieren en de kinderen naar een plek dicht bij het dorp. Levi komt naar mij toe rennen en zegt dat hij dat helemaal niet leuk vindt. Dat lijkt op Jeruzalem en hij heeft daar angst voor. Ik stel hem gerust en zeg dan dat het beter is dicht bij het dorp te zijn dan meer tegen de bomenrand aan. Strakjes mag hij lekker gaan uitrusten op de kussens of spelen met de schapen maar bang zijn is echt niet nodig. Hij blijft mokkend naast me lopen en als dan de plek is gevonden waar het geschikt is de tent neer te zetten, worden de spullen van de kameel afgehaald en op de grond gelegd. De kinderen gaan er tegenaan zitten onder de dekens en vallen daar kort weer in slaap. Strakjes moeten ze helpen en dan hebben ze al wat slaap gehad. Ik zet mijn ezels dicht bij elkaar en vraag aan Boaz, die net aan komt lopen, of hij de pin waar ze aan vast moeten staan de grond in wil drijven. Hij neemt ze mee nog wat dichter tegen de muur van een huis aan en slaat dan de pin in de grond. Ik pak mijn kussen en de dekens en ga dicht bij ze zelf ook op de grond zitten en sla de dekens om me heen. Als de nieuwe dag begint ga ik mijn eigen inkopen doen en ik hoop dat het een betere halteplek zal zijn als die bij Jeruzalem. We komen steeds dichter bij mijn dorp Beth Tikva en ik zie er naar uit mijn familie weer te zien. Mijn spullen weer in een normaal huisje te kunnen plaatsen en af te wachten totdat Chaim ook de tocht heeft volbracht zodat het leven weer gewoon verder kan gaan met het bakken van brood en het maken van de soep. De verkoop ligt stil en veel verdien ik er nu ook niet aan als ik mijn soep heb gemaakt maar helemaal niets verkopen zorgt er alleen maar voor dat ik dan geen inkopen meer kan doen en afhankelijk ga worden van de gulheid van anderen en dat is niet wat ik wil. Ik denk aan Chaim en vraag me af of hij alles al op de lastdieren geladen heeft en ook al onderweg is gegaan. Het blijft moeilijk om zo te moeten reizen maar als hij strakjes in Beth Tikva aan komt zal er voor hem al een plek zijn om de bakkerij weer te laten werken. Direct naast de bakkerij wil ik graag mijn soepkeukentje maken zodat ze én brood en soep kunnen kopen en er niet al te ver voor hoeven te gaan. Het vooruitzicht maakt me blij en ik krijg er ook weer een wat beter gevoel door. Ik moet gewoon volhouden maar zal niet gauw meer zo’n lange reis gaan maken. Voorlopig zullen we dan ook in Beth Tikva blijven. Hopelijk zijn daar minder Romeinen die zich overal mee bemoeien dan zal dat zeker schelen in de tolheffing want tollenaars hebben ze overal onder gebracht. Romeinen zijn een geldgierig volk en stinken als de varkens. Ze eten zelfs varkens, onreine dieren die ze braden aan een spit. Ik hou het bij mijn kippen en de soep die ik daar van trek en heel af en toe wat lamsvlees als dat niet te veel sjekels kost. Het leven is goed in Beth Tikva en als ik er weer ben zal ook ik mij weer goed voelen en worden Chaim en ik weer verenigd. Voor nu zit ik dicht bij mijn ezeltjes en hou de spullen in de gaten. Rondom mij verschijnen al wat tenten maar veel kan je niet zien omdat het een donkere bewolkte nacht is. Het zal tegen het ochtendgloren aan lopen en dan zie ik wel weer verder. Ik denk dat ik die tijd ga gebruiken om zelf wat te slapen en uit te rusten van het gehobbel op de rug van mijn lastdier. Meer kan ik nu toch ook niet doen in het donker.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2917
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Belevingstheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Di Mei 23, 2017 11:07 am

Op wegHoofdstuk 19


De laatste dagen wordt ik steeds wakker met een naar en onbestendig gevoel van spanning en onzekerheid die deze reis met zich mee brengt. De nacht maakt plaats voor de dag en de tenten die nog niet waren opgezet worden nu geplaatst dicht bij Jenin. Ik heb de nacht doorgebracht onder de blote hemel tussen al mijn dekens en dicht tegen een boom aan zodat ik toch wat beschutting heb gekregen en daar in slaap ben gevallen. Toch voel ik me humeurig en boos maar kan het niet verklaren waar dat gevoel vandaan komt. Het loopt ineens niet meer zo lekker op mijn reis en de strubbelingen die ik steeds weer ondervind en meemaak doen daar ook geen goed aan. Ik had natuurlijk niet verwacht dat het een rustige en gemakkelijke tocht zou gaan worden maar nu ik hem alleen moet doen en moet wachten totdat Chaim, mijn man, deze tocht ook gaat aanvangen, maakt het me onrustig en boos. Er is veel veranderd onder de mensen. Ook zij voelen spanningen en vermoeidheid over zich komen maar weten dat ze door moeten reizen omdat ze nog niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen. Dat zelfde geldt ook voor mij en opgeven kan ook ik niet, want geen enkele vrouw reist alleen in dit land vol van gevaren. Zijn het niet de zeloten die je het leven zuur maken dan zijn het de Romeinen wel. En als die zich rustig houden dan heb je heel af en toe, in de nacht, te maken met de wilde dieren in de woestijn die dan tussen de trekkende kamelen springen en een hele berg met onrust en geschreeuw veroorzaken. Soms kost dat een klein lastdier of schaap het leven. Maar het gevoel van al die narigheid gaat nu zijn tol eisen. Een volkstelling, wat een onzin. Keizer Augustus weet dat er heel veel mensen in zijn land wonen waarom moet hij dat dan zo precies weten, wat heeft hij daar aan. Niets toch? Ik zit nu gewoon te mokken tussen mijn dekens en heb géén zin om wat dan ook te gaan doen vandaag ook al heb ik vers water, olie, meel en kruiden nodig. Ook mijn ezels moeten eten hebben maar dat is van latere zorg. Mijn stemming is er niet naar om me daar nu zorgen over te gaan maken. Ik hoor zelfs geruchten dat ze niet willen dat iedereen een tent gaat opbouwen omdat ze ineens van gedachten zijn veranderd en is het niet meer de bedoeling is dat we hier gaan overnachten. De karavaanleiders willen doortrekken om de reis te verkorten en sneller aan te komen op de eindbestemming. Wel ja, dat kan er ook nog wel bij. De zandstorm die ons tijdens de nacht zo heeft gegeseld is gaan liggen en de wind is geluwd zodat je niet steeds meer je gezicht hoeft te beschermen tegen zand en wind en niet mee gebogen hoeft te lopen om de rest van je lichaam te beschermen. Overal zit zand in mijn kleren, het knispert zelfs tussen mijn tanden en geeft me een droge mond. Ik haal wat water uit de waterkruik en merk dat de bodem zichtbaar wordt en er nog maar heel weinig aanwezig is. Ik drink mijn water op en spoel zo het zand weg uit mijn mond en de droogheid maakt weer plaats voor wat frisheid. Dit gevoel moeten mijn beide ezels ook wel hebben in hun bek ook zij moeten nodig wat drinken. Ik moet ze dus wat laten drinken van mijn laatste restje water. Ook het laatste voer zal ik ze geven de rest moeten ze hier maar grazend zien te vinden. Onder de bomen staat wat gras en wat begroeiing en daar zal vast wel wat voor ze aanwezig zijn dat ze veilig kunnen eten. Ik zal ze wat dichter bij dat groen zetten voordat ik naar Jenin loop om te kijken wat voor koopwaar zij mij daar aan kunnen bieden voor de dagen die nog komen gaan. Ik pak nog een stuk brood, dat nu zo hard is geworden als een steen, en doop het in water zodat het zachter wordt en ik het eten kan.
Na het beetje eten dat ik nog bij me had moet ik besluiten mijn beide ezels mee te nemen als ik mijn inkopen ga doen, als dat al mogelijk is. Ik ken Jenin niet en weet niet of ik daar alles kan kopen wat ik nodig heb. Het is nu voldoende licht geworden maar echt helder is het niet. Het blijft bewolkt en er dreigt weer regen denk ik. Uitstellen heeft geen zin, ik moet gewoon naar Jenin toe met mijn ezels en zal wel zien hoe het verder afloopt. Het koppige tweetal staat te grazen en weigert mee te gaan. Begrijpelijk want wat hebben ze nu voor voer binnen gekregen, weinig en meestal niets omdat er gewoon geen tijd voor was. De karavaan bleef door lopen en stopte te weinig om mij een kans te geven ze te voeren. Nu heb ik geen tijd om ze te laten grazen want de karavaan zal zeker tegen de avond verder gaan trekken en een heel stel morrende en mokkende mensen met zich mee moeten krijgen, want we gingen er vanuit dat het een lange rust pauze zou worden voor mens en dier maar de karavaanleiders denken daar nu ineens anders over. Het zal wel zo zijn reden hebben. Ik moet dus gaan en probeer dat dwarse span mee te trekken. Mijn humeur wordt er niet beter op en ik besluit gebruik te maken van een dikke tak die ik op de grond zie liggen om ze daarmee op hun kont te slaan en in beweging te krijgen. Het is gewoon even niet anders. Na verschillende slagen op hun achterste komt er dan toch eindelijk beweging in het span en ik trek ze weg van het stukje grond onder de bomen. Als er nog een mogelijkheid over blijft wanneer ik me weer voeg tussen de mensen van de karavaan, dan mogen ze daar strakjes weer grazen maar nu heb ik daar geen tijd voor en mijn geduld wordt te veel op de proef gesteld om me door dat span dwars te laten zitten. Het zijn lastdieren en gehoorzamen zullen ze. Alles wat ik bezit ligt op hun ruggen en dat laat ik niet onbeschermd hier achter terwijl ik probeer mijn voorraden aan te zuiveren in Jenin. Jenin is een grof gebouwde stad tegen de berg op en dat wordt dus klimmen in de stijgende straatjes. Er lopen verschillende handelaren en mensen van de karavaan éénendezelfde richting op de stad binnen. Ik denk dat ik ze maar ga volgen. Wie weet kennen zij deze stad wél en kom ik er zo gemakkelijker achter waar ik mijn voorraden kan inslaan. Ik bereik nu ook het eerste huis van de stad en zie dat de straatjes allemaal de hoogte in lopen. Er is nog geen open plek te zien tussen de huizen waar je misschien een markt zou kunnen houden maar ik denk dat ik het moet gaan vragen daar waar veel mensen bij elkaar staan. Misschien wordt daar gehandeld. Ik kijk verder om me heen en wat ik wél vind is een bron waar ik mijn waterkruiken kan vullen. De trog die er naast ligt en waar het gemorste water in belandt zal mogelijk de drinkplaats voor de dieren zijn dus laat ik mijn ezels daar drinken terwijl ik mijn kruiken vul. Het heldere water is heerlijk koel en ik drink er zelf ook van. De kruiken gaan weer, helemaal gevuld met vers water, op de ezels en maar als ik ze weg wil trekken bij het water doen ze weer moeilijk totdat ik ze de stevige tak laat zien waarmee ze al eens kennis hebben gemaakt. Mokkend komen ze in beweging. Te veel water in een keer is ook niet goed voor ze dus ze moeten gewoon weg bij de bron en mee. Het is ook voor hun eigen bestwil want ik wil voor hen ook wat schoven hooi inkopen.
Met veel pijn en moeite loop ik door de hellende straatjes van Jenin en heb ik bijna alles wat ik nodig heb kunnen kopen. Het was flink afdingen want ze hadden de prijzen omhoog gedaan omdat er zoveel kopers kwamen en ze daar hun voordeel mee wilden doen. Toch ben ik tevreden en de ezels zijn weer goed vol gepakt voor de volgende dagen van de reis. Ik moet nu weer uit Jenin weg zien te komen om aansluiting te vinden bij de karavaan voordat deze weer op weg gaat. Ik heb hem al eens eerder bijna gemist en wil dat niet nog eens mee maken. Ik zie nu geen mensen die ik kan volgen terug naar de halteplaats maar als ik de zelfde weg ga die ik nam toen ik heen ging kan ik de plek niet missen waar ik vandaan ben gekomen. Het rumoer van de mensen in de karavaan die niet zijn weggegaan brengen mij weer netjes terug naar de groep. Ik zoek een plek uit onder de bomen waar wat beschutting is en waar wat gras staat waar de ezels alsnog wat kunnen grazen voordat we weer vertrekken. Er wordt driftig onderhandeld tussen de mannen en dat loopt zo af en toe nogal heftig op. Druk gezwaai met armen en dreigend met de staf die velen bij zich hebben als steun tijdens het lopen en drijven van de kamelen. Daar worden de dieren ook af en toe mee gepord en geslagen om ze op gang te houden. Nu worden ze ingezet om een gesprek, dat oploopt in felheid, wat meer onder druk te zetten en duidelijk te maken dat men niet afwijkt van de eerste stellingen die ze hebben ingenomen. Dan valt de groep ineens uit elkaar en zijn er twee kleinere groepen en ik weet niet waar het over is begonnen of waar het in eerste instantie over is gegaan, maar er zijn nu duidelijk twee kampen waarvan beiden met boze gezichten en nog steeds morrend van onvrede met de uitkomst van dat gesprek en elkaar de ruggen worden toegekeerd. Mijn eigen humeur is ook nog niet helemaal opgetrokken naar wat meer vriendelijkheid dus houdt ik me buiten elke groep om zo kontakten te vermijden. Ik heb even genoeg aan mezelf en ga tegen de boom zitten waar mijn ezels bij staan te grazen om ze zo in de gaten te houden. Ik heb ze nog niet met de pin weer vast geslagen in de grond tegen het weglopen maar houdt de beide teugels van ze met beide handen stevig vast, als ze willen gaan lopen zullen ze mij mee moeten trekken en nu ben ik het die dat gaat weigeren. Ik zal de lange teugels vast maken om mijn middel. Ik ben zeer moe en als ik in slaap val dan moet ik ze gaan zoek. Ik kan en mag gewoon niet in slaap vallen omdat ik nog steeds niet weet of we nu wél of niet verder gaan. Er zijn nu twee groepen die beiden iets anders willen. Het kan maar zo gebeuren dat de karavaan zich gaat opsplitsen in tweeën en er dan toch een deel van hier blijft om hier de nacht door te brengen en een deel dat verder gaat trekken. Ik moet dus straks op zoek gaan naar de familie en naar Boaz om daar te ervaren en te zien welk besluit zij gaan nemen. Ik reis graag met hen samen zodat ik weet dat ik tijdens de nacht een dak boven mijn hoofd heb en bescherming zal vinden in hun tent waar ik steeds mag verblijven op die momenten als de karavaan weer eens halt gaat houden en de tenten mogen worden opgebouwd. Ik neem het allemaal eens in ogenschouw en blijf voorlopig zitten waar ik zit. De noodzaak om uit te gaan zoeken wat er gaat gebeuren is er nog niet dus neem ik alle rust die ik krijgen kan. Mijn beide lastdieren hebben dit ook nodig en om nu al weer rond te gaan lopen om de familie en Boaz te zoeken heeft ook nog niet zoveel zin denk ik. Misschien gaan ze wel op zoek naar mij omdat ze een beschermende houding hebben aangenomen jegens mij en me niet alleen willen laten reizen. Als ik dan rond blijf lopen zullen we elkaar nooit terug vinden dus lijkt het mij het beste om gewoon te blijven waar ik nu ben en af te wachten totdat ik merk dat er beweging komt in de mensen en er verder getrokken gaat worden. Ze zullen me vast en zeker niet alleen laten reizen dus hoop ik maar dat ze me ook echt gaan zoeken of dat ik hierin een verkeerde beslissing heb genomen en alsnog snel zelf moet gaan zoeken.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 1 en 0 gasten