OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2628
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Zo Apr 01, 2018 3:46 pm

Hoofdstuk 30


Het is een heerlijke rustige nacht geweest en voordat er maar iemand wakker is kruip ik op mijn knieën naar het raam en leg mijn armen op de rand van het onderraam. Ik hoor de vogels het hoogste lied zingen, de wind ruist zachtjes door de bomen langs het meer en kleine golfjes kabbelen tegen de oever aan. Wat is het toch weer een geweldige morgen. De dageraad gloort over het meer en geeft een gouden weerspiegeling van dat wat deze nieuwe dag weer gaat brengen. Ik hoop dat we nog wat dagen kunnen blijven, ondanks dat wij ons nu wel eens moeten gaan inschrijven, maar deze rust doet zoveel goed aan ons beiden en Sennabris is een mooie en bruisende stad waar zoveel te zien is en waar de mensen vriendelijk en vredig naast elkaar leven. Beth Tikva zal in de jaren, die wij afwezig zijn geweest, niet echt groter zijn geworden. Het is een dorp en zal het ook wel altijd blijven. Ook dat is best prettig want het leeft van de langs trekkende reizigers en als deze weer weg zijn keert de rust terug en kan je op de volgende toestroom wachten. De verdiensten zijn er best goed en de drukte is goed te doen in de bakkerij en het soephuisje. Eigenlijk hebben we niets te klagen en gaat alles prima. We moeten nu eenmaal naar ons dorp voor die volkstelling en wij zijn daar geboren. Hoe dan ook, dit is een nieuwe dag en ik kan nu alles gewoon overlaten aan Chaim, het is aan hem nu om deze reis gezamenlijk verder te vervolgende op zijn tijd en tempo. Ik weet niet eens of hij wel met deze karavaan mee wil trekken of zelf de dag kiest om te gaan. Samen kunnen wij dit best aan met onze dieren en goederen. De weg is begaanbaar en niet ruw en de omgeving rustig zonder angst voor overvallen door Zeloten. Die zitten overal heb ik gehoord maar nog niet van iemand uit deze streek. Toch moeten we daar rekening mee houden en ik denk niet dat Chaim het in zijn eentje wil gaan opnemen tegen een bende mannen die ons zouden willen beroven. Laat ik mijn gedachten maar bij deze prachtige ochtend houden, dat voelt stukken beter en dan gewoon kijken hoe alles verder zal gaan verlopen. Het is prettig bij Elim en Ruth en ik hoop de kinderen vandaag ook weer te kunnen zien. Ze waren gisteren wel heel erg laat binnen en in hun bed. Ach, het is mooi weer en ze zijn nog jong en zo levendig. Dat kunnen ze best wel hebben, wij niet meer denk ik, wij verlangen vaak naar de rust van de nacht en de slaap. Chaim draait zich nog eens om en slaapt verder zonder te merken dat ik voor het raam zit te mijmeren en te genieten. Deze tijd, helemaal voor mij alleen, is een luxe die ik dankbaar aanneem en koester zolang ik daar gebruik van kan maken. De God van Israël is zo goed voor ons. Ik dank Hem deze morgen voor weer een nieuwe dag die hopelijk zonder zorgen mag voortgaan.
Het gordijn in de deuropening vliegt open en een ondeugende snuit steek er zijn krullebol doorheen. Het is Levi. Direct houd ik mijn vinger tegen mijn mond om hem te zeggen dat hij stil moet zijn maar hij mag wel bij mij komen bij het raam. Naomi heeft zich ook bij hem gevoegd en zo komen de beide kinderen zachtjes naar mij toe en naast mij zitten om nu met ons drietjes naar buiten te kijken hoe de dag steeds lichter wordt en het gezang van de vogels afneemt. Goede morgen heerlijke nieuwe dag. Nadat we zo met elkaar bij het raam zitten en heel zachtjes met elkaar praten hoor ik dat Chaim wakker geworden is. Hij kan van de kinderen niet zijn wakker geworden dus kijk ik hem aan. Er is gelukkig een glimlach op zijn gezicht. Hij houdt best van kinderen en ik denk dat deze twee best met hem zouden kunnen opschieten. Ik stuur ze de kamer uit en ga mij aankleden. Dan vraag ik hem hoe de dag er verder uit gaat zien. Wordt het vertrekken met deze karavaan? Chaim wil straks eerst een praatje maken met een van de leiders van de karavaan om hun reisplan te vernemen. Dan wil hij toch weg want hoe langer we hier blijven hoe minder zin wij zouden kunnen hebben om toch verder te trekken ook al roept de plicht ons. Een nieuwe bakkerij hier beginnen zou ook nog kunnen maar ik denk dat dit gewoon te druk voor ons gaat worden dus dat wordt het maar niet.

We lopen nu samen naar de kamer waar het meeste geroezemoes vandaan komt en zien daar de familie bij elkaar zitten aan de ochtend maaltijd. Heerlijk warm brood en verse vis. Elim was deze nacht nog op het meer geweest om te vissen en de vangst was groot. Vandaag gaat hij die verkopen en daarna wat reparaties aan de boot doen. Hier en daar zijn er wat netten kapot en glipt de vis er doorheen. De bodem van de boot vertoond hier en daar ook wat zwakke plekken die verdikt moeten worden. Chaim kan het goed met Elim vinden en samen besluiten ze om na de maaltijd een kijkje bij de boot te nemen. Chaim zal hem zeker willen helpen. Daarna hoop ik dat hij dat gesprek nog heeft met de karavaanleider zodat ik weet wat ik verwachten kan deze dag en alles weer reisklaar kan maken. Afscheid nemen voor de tweede keer maar nu alleen van de familie want we kunnen natuurlijk niet verwachten dat we maar eindeloos van hun gastvrijheid gebruik kunnen maken. Dat geeft voor mij geen goed gevoel en het verlangen naar onze eigen familie en vrienden daar in Beth Tikva komt toch weer naar boven. Waar je hart is daar is je thuis en dat van mij ligt gewoon daar in ons kleine dorp Beth Tikva. Door deze volkstelling komen wij daar weer terug en ik hoop dat we daar dan zullen blijven en alles weer gaat zoals het altijd ging. De bakkerij en mijn soephuisje waar altijd mensen komen voor een praatje of een heerlijke warme nap met soep. Daar geniet ik zo van. De armen onder ons zijn bij mij ook welkom en als ze het koud zouden hebben is er rond mijn vuurtje plaats genoeg voor een ieder die warmte zoekt en nodig heeft. Met dat warme gevoel rond mijn hart kijk ik ze allemaal aan en geniet ook hier van het samenzijn.
Ruth gaat de kinderen naar de synagoge brengen. De rabbi zal wel op ze aan het wachten zijn. Les krijgen in lezen van de boekrollen en schrijven op papyrus zal er voor zorgen dat ze zich kunnen voorbereiden op hun toekomst. De lessen zullen ook veel gaan over de God van Israël en het tabernakel. Ze vinden het gelukkig fijn om te gaan en al roepend en zwaaien vertrekken ze en ik zeg ze nog wel dat ik niet weet of ik ze weer zal zien thuis komen omdat ons vertrek natuurlijk ook vandaag zal gebeuren. Ze rennen terug en omhelzen ons nog eens extra stevig. Dan gaan ze alsnog samen met hun lachende moeder op weg naar de rabbi. Chaim loopt met Elim mee en ik ga eerst al onze spullen bij elkaar pakken zodat ze strakjes gemakkelijk op de lastdieren geladen kunnen worden. Daarna wil ik naar mijn ezeltjes omzien en ze voer geven. De kamelen zullen wel genoeg hebben binnen gekregen zodat ze dan vandaag allemaal klaar zijn voor hetatste deel van mijn reis. Buiten het huis van Elim zoek ik naar de omheining waar de dieren achter zouden staan. Het was ergens bij een flinke grote boom waaronder ze in de schaduw konden staan als ze dit wilden. Water was er meer dan voldoende aanwezig, allen voer moest ik even voor ze halen en dat mocht ik dan uit een van de schuren pakken om het ze te geven. Elim had ook een paar ezels en wel vier kamelen. Die moesten de kruiken vol met vis naar de markt brengen. Links van het huis zag ik het meer dus moest ik naar recht, dan om het huis heen richting die grote boom en daar zouden ze dan staan. De omheining en de boom waren snel bereikt en al de dieren stonden daar rustig bij elkaar. De kamelen lagen op de grond en herkauwden hun voedsel. De ezels stonden gewoon, zoals altijd, naast elkaar voor zich uit te staren. Af en toe liet een van de ezels van zich horen maar meer dan dat deden ze niet. In de schuur die naast de omheining stond pakte ik wat voer voor de ezels en bracht dit naar ze toe. Zo kwam er toch nog wat meer leven in die beesten en dat gaf mij aan dat ik ze gisteren helemaal vergeten was te voeren. Ze hadden honger en zo konden ze rustig eten en weer vol worden zodat ze strakjes konden worden opgeladen voor het laatste stukje van de reis dat zij de last moesten dragen. Daarna was er voor hun ruimte bij de bakkerij in Beth Tikva waar ze hun dagen konden slijten met eten en slapen. Voorlopig zou er geen werk meer voor ze zijn want dit zou voorlopig de laatste lange reis zijn voor ze. Het zijn lieve beesten en verkopen konden we ze nog altijd als een reiziger een goed lastdier wilde hebben.

Ik ga maar eens naar het meer, daar waar de boot van Elim ligt, en eens kijken hoe het werk daar gaat. Chaim zal een besluit moeten nemen voor de rest van de reis. Ik wil niet blijven rondhangen en niets blijven doen. Dat is gewoon niet goed en dus moet dat gesprek vandaag komen om te horen wanneer de karavaan vertrekt. Veel van de kooplieden zijn al buiten de stad aan het verzamelen. Ze hebben verkocht en opnieuw spullen aangekocht voor de volgende stop tijdens de reis om deze weer te verhandelen. Ook wij moeten ons gaan aansluiten dus hoop ik dat ik Chaim zal vinden om hem dit te vertellen. Ik zie hem naast de boot staan bij Elim en loop naar ze toe. Dan maar opnieuw inbreuk maken op een gesprek maar ik moet toch echt weten wat deze dag brengen gaat. Ik spreek Chaim aan en vraag hem wat zijn plannen voor vandaag zijn. En ja hoor, daar is die boze blik weer omdat ik hem stoor, ik ben maar een vrouw en vrouwen moeten zwijgen als de man praat. Nou daar kan ik me gewoon niet aan houden er is nog veel te veel te doen en dat komt niet vanzelf gereed. Ach hij snapt het wel en daarom loopt hij met mij mee naar de dieren en vraagt of ze al gevoerd zijn. Dat zijn ze dus zouden we ze kunnen opladen en naar de karavaan kunnen vertrekken. Velen zijn daar al aan het verzamelen dus zal de toch weer worden opgepakt en de karavaan vertrekken. Chaim gaat op een van de ezeltjes op weg naar de karavaan voor meer informatie over de tijd die als vertrek wordt aangehouden. Gelukkig komt er nu weer schot in de reis en kan ik weer vooruitzien naar onze aankomst thuis in Beth Tikva. Het wachten is op Chaim en of de karavaan deze ochtend of wat verder in de dag zal vertrekken. Ik loop weer terug naar het huis en neem plaats op wat kussen bij de deur om op Chaim te wachten.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2628
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Wo Mei 09, 2018 11:08 am

Hoofdstuk 31

Mijn korte zit en rust bij de deur van het huis is afgelopen want daar komt Chaim aan en zo te zien heeft hij beide ezeltjes bij zich. Dat wil dus zeggen dat we gaan opladen en weer op weg gaan met de karavaan. “Vrouw, neem deze ezels van mij over want ik moet de kamelen gaan opladen met alles wat mee gaat naar Beth Tikva. Zorg dat de spullen die mee gaan en op deze ezels moet, goed wordt vast gemaakt. We vertrekken zo gauw alles klaar is. De karavaan wil weg, de handelaren hebben gezegd dat ze nu door willen naar de volgende handelsplek en dus is het wachten nog op de laatste aansluiters bij de karavaan en daar vallen wij ook onder. Maak haast vrouw en kom dan naar de plaats waar de kamelen door mij worden opgeladen”. Dat was dus duidelijk, we vertrekken zo gauw we alles hebben opgeladen op onze lastdieren. Eerst alles maar weer uit die kamer halen en voor het huis neerleggen. Mijn armen vol met spullen, hoor ik ineens de stem van Ruth die vraagt of ze kan helpen. Natuurlijk kan ze dat dat maakt het voor mij alleen maar gemakkelijker. “Ruth, we vertrekken zo gauw alles op de ezeltjes is geladen. Het moet weer goed vast worden gesjord zodat ik niet onderweg verlies. Ik denk wel dat het me weer zal lukken zelf een heerlijk plekje voor mij zelf te maken op de muilezel met al de kussens die ik heb zal dat lekker zacht worden en zo heeft het dier ook geen last van mij dan alleen maar mijn gewicht. De meeste dingen zoals die kruiken en de potten en pannen, gaan op de kleine ezel de rest aan voorraad en voer dan maar op de grote en dan afdekken met al mijn kussens”. Alles wordt snel bij elkaar gelegd en ik begin eerst de kleine ezel aan weerskanten met de kruiken te omhangen. Goed in evenwicht zal hij er weinig last van hebben. Dan wat manden met potten en pannen en persoonlijke huisraad en kleding. Dan nog wat zwaardere dingen maar die gaan op de muilezel die kan meer dragen dan deze kleine. Alles wordt door mij goed vastgebonden zowel op de grote als op de kleine ezel en als ik ze beiden zo bekijk zijn we weer helemaal klaar voor het laatste deel van de reis. Ruth was even in het huis verdwenen en komt nu aanlopen met een grote mand aan haar arm. “Martha, kan je deze nog ergens vast sjorren? Dat zijn wat lekkere dingen om te eten onderweg voor jou en Chaim. Daar zal je vast nog wel ergens een plekje voor vinden”. “Vast wel, de grote is nog niet te zwaar belast en onderweg wordt de inhoud van de mand ook weer lichter. Die bind ik wel dicht bij de kussen vast zodat we er gemakkelijk bij kunnen. Wat lief van je en zorgzaam, we komen beslist nog eens bij jullie langs in de verre toekomst als Chaim weer terug gaat naar Bethlehem om daar te gaan kijken hoe de bakkerij het doet. Vergeten zullen wij jullie beslist niet en ook Sennabris niet”. Ik omhels haar en vraag haar Elim van ons te groeten en de kinderen ook. Dat komt wel goed zegt ze en zo pak ik weer de beide ezels bij de touwen vast en loop in de richting van Chaim die ook bijna klaar is met het opladen van de kamelen. Ook voor hem is er een plaatsje vrij op een van de kamelen en zo te zien zit alles goed vast zodat niets meer kan verhinderen dat wij ons kunnen aansluiten bij de karavaan voor vertrek.

Lopend naast onze lastdieren zwaaien wij naar Ruth en vervolgen onze weg om buiten de stad te komen naar de karavaan toe. Zo te zien zijn we gelukkig niet de laatste en wordt het deze keer een flinke grote karavaan. Er zijn meer handelaren bij gekomen met lastdieren en vee om te verkopen. Ver buiten de stad zien wij de grote hoeveelheid reizigers klaar staan voor vertrek. Het liefste wil ik in het midden van de karavaan mee trekken, dat geeft een veilig gevoel. Ik kijk om me heen of ik ook bekende gezichten zie. Verschillende kooplieden waren aanwezig die ik vanaf de eerste dag al heb zien mee reizen. Wat er van Boaz is geworden weet ik niet. Zou hij deze keer ook weer mee reizen of in Sennabris achter blijven. In die grote stad is er veel voor hem te doen en aan onderdak en voedsel zal hij daar géén gebrek hebben. Als ik wat meer naar het midden loop met de ezels ontdek ik Moshe en nu heeft ook hij een beladen ezel bij zich. Ik zwaai naar hem en begroet hem. Dan vraag ik wat er allemaal is gebeurd en waar zijn ezel mee geladen is. Hij trek een bedenkelijk gezicht en wrijft over zijn baard. Dan twinkelt er weer dat lichtje in zijn ogen en denk ik dat er een grap zal volgen. “Vrouwe Martha, ik heb zoveel spullen gekocht daar in Sennabris, dat het voor mij onmogelijk is geworden het zelf te dragen. Ik denk dat ik straks maar voorgoed in Beth Tikva blijf en dan heb ik veel van dit soort spullen wel nodig”. Hij heeft flink gehandeld en maar weinig sjekels betaald voor alles wat er op deze ezel ligt. Zelfs de ezel was maar weinig sjekels. Het dier was ondervoed en met veel liefde en flink wat voer kan hij de reis best aan. “We hebben er een band door gekregen en ik denk niet dat de koppigheid van dit beest mijn reis moeilijk zal maken”, zegt hij met die guitige oogopslag van hem. Samen met Chaim en Moshe loop ik meer naar het midden van de karavaan en daar merken we dat deze toch al langzaam aan het voortgaan is want niemand staat stil en allemaal gaan we de zelfde richting uit. Achter in de karavaan zal langzaam aan het tempo ook worden opgepakt en zo zijn we dan vertrokken uit Sennabris. De dagen zijn droog en redelijk warm maar de nachten blijven nog steeds koud. Ik sla een extra doek om mijn schouders en loop mee op het tempo dat wordt aangegeven door de kamelen en de dieren die vooraan lopen. Het is een redelijk tempo en zo zien we de stad al snel steeds verder weg op de achtergrond verdwijnen. Het is nog geen middagstond, de zon staat daarvoor nog te laag aan de hemel en dus zullen we best een flink stuk kunnen gaan deze dag. Iedereen is fris en uitgerust, dat zal er voor zorgen dat we deze nacht door zullen blijven lopen en pas gaan stoppen bij een redelijke plaats waar wat handel gedreven kan worden. De eerste grote plaats is Hippos en dat ligt na Beth Tikva aan de andere kant langs het meer van Galilee. Als we de nacht goed door blijven lopen dan kunnen we de volgende dag tegen dat de avond valt in Beth Tikva zijn. Ik verheug mij er op om weer te kunnen koken en te zorgen voor de mensen die mijn soephuisje aan zullen doen. Dan wordt het leven weer als van alle dag en zal er weer rust en vrede heersen in onze woning, gewoon zoals het altijd is geweest en weer zal gaan worden. Regelmaat en werken. Ik hoop dat dit laatste gedeelte van de reis dan ook zonder zorgen of ongemakken zal verlopen en we onderweg niet voor verrassingen komen te staan of nare dingen mee zullen maken. Het verlangen naar ons thuisdorp is groot en het weer terugzien van onze families zal veel troost brengen en opluchting voor hen die ons jaren geleden zagen vertrekken. Veel van de spullen die ik bij me heb kan ik met ze delen en ook dat geeft een goed gevoel. Heerlijk om zo te mijmeren en al bijna in gedachten thuis te zijn.

Chaim komt vragen of ik aan eten heb gedacht voor dit deel van de reis en ik bevestig hem dat. “Ruth heeft wat vijgenbrood en extra water meegegeven. Ook wat olijven en wat citrusvruchten. Ik zal je wat geven want de karavaan trek gewoon verder en stopt niet”. Ik geef hem een stuk vijgenbrood en een vrucht, water had hij zelf wel aan een van de kamelen hangen in een kruik. Hij was al geruime tijd druk in gesprek met moshe en omdat ik verder nergens aanspraak had, kroop ik met een stuk vijgenbrood op mijn ezel om zo verder te reizen. De hele dag door bleven we op enige afstand van het meer lopen. Beth Tikva ligt er niet direct tegen aan maar als we in de omgeving komen slaan wij af en verlaten wij de karavaan die dan doortrekt naar Hippos. Het is een groene streek omdat de boden vochtig is door het meer en alles hier best wel redelijk groen blijft hier. Voor de ezels is er langs de weg groen genoeg en al lopend trekken ze aan het gras of aan een struik. Ze komen niets te kort nu en dat spaart voer. Het begint te schemeren. De nacht is in aantocht. Langzaam daalt de zon achter de horizon en valt het duister in. Hier en daar zie ik fakkels oplichten zodat het niet helemaal een donkere sliert van dieren en mensen is en dat geeft ook aan dat de karavaan goed wordt beschermd door deze fakkeldragers. Overal hoor je ezels balken en schapen blaten. Zij zijn duidelijk hoorbaar in de nacht. Van de mensen hoor je weinig maar ook zij hebben gesprekken met elkaar en wisselen belangrijke verhalen uit. Ik begin het schommelen op de rug van de ezel als zeer slaapwekkend te ervaren en op mijn kussens vallen mijn ogen dicht. Het geroezemoes om mij heen doet daar ook zijn best voor en zo probeer ik geen enkel gesprek meer te volgen dat half af in mijn richting waait. Ik dommel in terwijl het nog niet echt donker is en hoop dat Chaim en ook Moshe mij in de gaten zullen houden want er is nu niemand meer die mijn ezels leidt. Ik geef mijn gevecht om wakker te blijven op en val in slaap. Morgen is er weer een nieuwe dag een nieuwe morgen en dichter bij Beth Tikva.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 1 en 0 gasten