OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Wo Jun 21, 2017 2:18 pm

Op weg - hoofdstuk 20


Mijn afwachtende houding gaat me zo een probleem bezorgen want ik heb niemand gezien die naar mij op zoek zou zijn en die ik ook ken. Duidelijk is dat de karavaan zich heeft opgesplitst, waarvan de ene gedeelte verder trekt en de andere groep gewoon blijft waar we nu zijn, in de directe omgeving van het dorp Jenin. Mijn humeur is niet verbeterd en zo ga ik dan toch maar weg van de plek waar ik de afgelopen uren met mijn ezels heb doorgebracht. Ze hebben goed kunnen grazen en hebben een volle maag. Vol genoeg om er weer even tegen te kunnen als zou blijken dat de familie doortrekt en niet stopt om de nacht hier af te wachten, te gaan slapen en dan pas de volgende dag weer op weg gaat. Hemeltje lief, hoe kom ik dáár achter, waar zijn ze en wat is hun plan. Ik heb nog steeds het touw van de beide ezels om mijn middel zitten en ze volgen me gelukkig trouw. Er is een hoop gaande in de karavaan en omdat er nu twee verschillende groepen zijn ontstaan van blijvers en verder trekkers wil iedereen nu weten waar hij aan toe is en wanneer dan die vertrekkers op weg gaan. Ik loop de verschillende groepen af maar zie nog steeds géén bekend gezicht die mij verder kan helpen. Wat als ik een keuze moet gaan maken zonder dat ik ze gevonden heb? Wat zou ik dan beslissen? Onder een boom zie ik ineens wel een bekend gezicht die op zijn gemak thee aan het zetten is en ervan zit te genieten. Het is die gids Moshe die ik vanuit Bethlehem ken en die ook is mee gereisd samen met zijn kleindochter. Laat ik daar maar eens beginnen met al mijn vragen te stellen om meer duidelijkheid te krijgen en zo een keus te kunnen gaan maken. Hij heeft me gezien en wenkt me. Hij vraagt of ik ook wat van zijn brouwsel wil drinken en dat het lekker sterk en opwekkend is. Dat had ik nu echt nodig zei ik tegen hem. Dan vraag ik wat er allemaal aan de hand is en waarom er nu opeens twee kleine karavaan's gaan ontstaan. Moshe zegt dat er veel onrust is in dit gebied dat veroorzaakt wordt door een grote groep zeloten die de karavaan's overvallen maar die óók de dorpen binnen vallen en daar de jonge vrouwen gijzelen om ze dan weer ergens anders op een markt als slavinnen of huwbare vrouwen te verkopen. Hij weet zelf ook nog steeds niet wat voor hem en zijn kleindochter het beste besluit zal zijn. Of je nu gaat of blijft, last van die zeloten krijg je zowiezo. Onderweg of bij dit dorp zal geen verschil uit maken. Ik vraag Moshe waar hij al deze informatie vandaan heeft en dan wijst hij naar een kleine groep reizigers die naar Kfar Saba gaan, dat is nog maar een dagreis vanaf Jenin en zij zijn door deze zeloten overvallen en hebben een bitter gevecht geleverd. Twee mannen hebben het met de dood moeten bekopen en dat alleen omdat ze de vrouwen in de groep wilden beschermen. Geen van de vrouwen of de meisjes is in hun handen gevallen maar ze zijn onverbiddelijk en vechtlustig en maken gebruik van hun messen en stokken om dát te stelen wat ze voor ogen hebben. Als je dan toch die richtig uit moet, bewapen je goed en houdt ogen en oren open. Zelfs doorreizen door de nacht is al gevaarlijk maar hier blijven net zo goed dus trekt de kleine groep direct verder nadat ze de voedselvoorraad hebben aangevuld en de dieren hebben gedronken. Moshe wil ook graag weg maar aan de andere kant weet hij het zelf ook niet zo goed wat nu het beste is om te besluiten. Liefst wilde hij onderdak zien te krijgen bij iemand in het dorp maar ook daar ben je niet veilig wordt gezegd. Ik vraag hem nu of hij misschien Boaz of de familie heeft gezien, want ik heb ze al vanaf de vorige dag niet meer gesproken. De afgelopen nacht hebben we door gereisd en ik denk dat zij sneller hebben gelopen dan mijn ezeltjes. Ik zat immers op de rug van een van hen. Ik moet ze echt vinden nu want er ontstaat beweging in de karavaan en ik wil weten wat ze gaan doen. Om nu alleen te reizen zie ik niet meer zo zitten, ik heb echt de bescherming nodig van deze mensen om mij heen.

Ik wens Moshe sterkte toe met het besluit dat hij gaat nemen en misschien zien we elkaar weer in Beth Tikva of in de karavaan. Hij knikt en drinkt zijn brouwseltje verder op, roept dan zijn kleindochter en zegt haar dicht bij hem te blijven. Ik zwaai en zoek verder tussen de lastdieren en de mensen. Eindelijk zie ik Boaz en roep hem. Hij hoort me niet, dus roep ik hem opnieuw en zie dat hij reageert en om zich heen begint te zoeken wie hem geroepen heeft. Ik zwaai naar hem en zie dat zijn ogen oplichten. Een diepe zucht ontsnapt hem als hij me bereikt heeft en hij hijgt er gewoon van zo snel liep hij op me af. “Martha, waar was je aldoor, we hebben naar je gezocht maar niemand begreep wie wij bedoelden en zo werd het een zoektocht die maar niet wilde opschieten en hier ben je dan, wat ben ik daar blij om. De familie wil doortrekken door de nacht omdat die groep groter is dan de groep die wil blijven overnachten bij Jenin. Wat ga jij doen? Ga je mee? Als je mee gaat dan heb je dus ook nog de bescherming van Elim en mij en de mannen die de kamelen drijven en die zullen alles met hand en tand verdedigen en daar hebben wij nu behoefte aan. Er zijn veel zeloten in dit gebied die de boel afstruinen, onrust zaaien en stelen. Vrouwen en meisjes zijn niet veilig voor hen en ze slaan de verdedigers met stokken en messen en het maakt ze niets uit of daar doden bij vallen. Ga alsjeblieft met ons mee dat is echt het beste. Je bent nog helemaal reisvaardig dus als deze groep van de karavaan vertrekt kan je direct aansluiten. Ik zal je naar de familie brengen en ik hoop dat je dan héél dicht bij ons allemaal zult blijven en dat we geen last zullen krijgen van dat dievenvolk”. Samen lopen we nu naar de plaats waar de familie staat te wachten en iedereen is blij mij te zien, alsof ik maanden weg ben geweest terwijl het maar enkele uren zijn geweest en ik ze al aan het zoeken was gegaan. Ze zijn zo blij dat mij niets is overkomen en ook Elim zegt dat ik nu héél dicht bij de groep moet blijven. Ik vertel hem dat ik van alles al op de hoogte ben gebracht door Moshe en door Boaz en dat ik besloten heb mij bij dit deel van de karavaan aan te sluiten. Ik wil heel erg graag veilig thuis aankomen met alles wat ik nog bezit en dan wachten op Chaïm die het zelfde zal moeten meemaken tijdens deze tocht maar ja, dat is een man en hij heeft grote stevige handen die rake klappen kunnen uitdelen. Maar zorgen maak ik me wel om hem.

Er wordt zo hier en daar nog onderhandeld met de mensen die willen achterblijven en die met een kleine groep straks zelf ook weer op weg gaan maar dan wel de volgende dag. Er zijn een paar vrouwen die zich toch nog aansluiten bij ons en zo is het wachten voorbij en zet de ingekorte karavaan zich in beweging en gaan we nu op weg richting Nazareth. Dan zijn het nog maar een paar maanden en zie ik mijn geliefde dorpje weer terug en kan ik mijn familie in de armen sluiten. Wat verlang ik daar naar, weg met die onrust van het reizen en weer terug in de rust van mijn dorpje om daar het gewone leven weer op te gaan pakken. Mijn soep te verkopen en het brood dat door Chaim gebakken wordt. Rust heb ik nodig en de veilige bescherming van mijn familie om me heen. De karavaan laat Jenin nu achter zich en zo gaan we op weg door het nu heuvelachtige landschap dat ook veel bomen heeft en gras langs de weg die we gaan. Over de dieren hoef ik me dus voorlopig geen zorgen te maken. Wel is het beangstigend want door al die begroeiing is het voor die rovers gemakkelijk om je ergens achter te verschuilen en dan met veel geschreeuw de overval in te zetten. Daar schrikken de dieren dan ook van en wordt het zeker een chaos. De zeloten zijn een groep felle Joodse tegenstanders van het Romeinse rijk. Zij verzetten zich tegen alles wat met de Romeinen te maken heeft. Deze zeloten weigeren de Romeinen belasting te betalen en zij zijn bereid zowel Romeinen als Joodse meelopers van de Romeinen te doden. Waar de zeloten heel erg kwaad over zijn is dat zij in de tempel offers voor de keizer moesten brengen. Deze offers waren door de Romeinen in het gehele rijk voorgeschreven. Dat vonden de Zeloten het allerergste. Om nu te laten zien dat ze maling hebben aan de Romeinen, overvallen ze karavaan's maar ook Romeinse soldaten en plunderen ze, nemen jonge vrouwen mee en verkopen deze op markten als slavinnen. Gewoon omdat ze willen laten zien dat ze niets met Rome te maken willen hebben en boos zijn op iedereen die ze verdenken van samenwerken met de Romeinen. En ze denken dan ook maar direct dat elke karavaan de bescherming geniet van de Romeinen en dát is helemaal niet waar want ook wij willen het liefste van deze Romeinse onderdrukking af en vooral van die belastingen. De zeloten plunderen met geweld maar de Romeinen plunderen ons ook door al deze belastingen aan de keizer. Ik moet er gewoon niet aan denken dat er iets kan gebeuren en allemaal bidden en hopen we, dat het ons bespaard zal blijven. Ik loop nu in het midden van de groep, samen met de kinderen van Elim en Ruth. Ze volgen gedwee en blijven heel dicht bij hun vader en moeder. Ook zij voelen de spanning die er in de karavaan heerst. In het begin van deze tocht was die er niet maar vanaf Jeruzalem is er langzaam een nare spanning gaan heersen tussen de mensen van de karavaan en zijn ze op alles bedacht. Dat geeft onrust en ook de dieren voelen dit en reageren wat schichtiger dan voorheen. Ze krijgen helaas ook meer slaag omdat ze door moeten lopen en niet achterop mogen raken. Ik voel me wel veilig ondanks dat de karavaan niet meer zo groot is als bij het vertrek. In de woestijn was de omgeving saai en had je geen zin om rond te kijken maar nu we dichter bij het meer van Galilea komen is er veel groen en oogt de omgeving vriendelijker en daar kan ik zo van genieten. Je hoort er ook de vogels en vooral nu de avondschemer begint te komen is het een orkest van zangvogels. De een wil nog mooier zingen dan de ander en zo houden ze elkaar maar bezig. Zo mooi en ook zo slaap verwekkend. De weg is met hobbels en kuilen en ik moet goed uitkijken dat ik nergens in beland en mijn benen bezeer. Dat geldt ook voor de ezels die ik zoveel mogelijk zelf hun pad laat kiezen. De kinderen rapen takken op en doen alsof ze een herdersstaf hebben waar ze op kunnen steunen. De bomen zitten nog in de knop maar als het wat verder is in het jaargetijde dan kan je er van alles plukken. Vijgen en noten en overal vindt je kruiden die lekker zijn in de gerechten. Ik pluk zo af en toe nog wat voor in mijn soep want verser kan ik ze niet vinden dan langs de weg. Ik besluit om straks op de muilezel te klimmen zodat ik op zijn rug wat weg kan dommelen. Ik loop naar Boaz toe en vertel hem dat ik best moe ben en graag plaats wil nemen op de rug van mijn muilezel maar dan moet hij wél het touw van de beide ezels voor mij vast blijven houden en ze in het tempo van de karavaan voort blijven trekken. Ik ben van al dat lopen moe geworden en ik wil graag mijn benen rust geven. De kleine Levi komt naar me toe lopen en kijkt met zijn grote ogen mij smekend aan. Zeg het maar Levi wat wil je me vertellen? “Martha, als jij op de rug van de ezel kruip mag ik dan ook op zijn rug heel dicht tegen je aan?’ “Natuurlijk mag dat Levi, dat kan hij best dragen hoor”, wat weegt zo’n kereltje nou, niets toch. Als het straks echt donker wordt dan ga ik op de rug van mijn ezel en dan zet Boaz de kleine man wel voor me neer. Het wordt wat krapjes maar dat zal wel lukken. Als ik me dan stevig vastzet op zijn rug dan glijden we er niet saampjes af als ik in slaap mocht dommelen.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Vr Jul 14, 2017 9:26 pm

Op weg - hoofdstuk 21


Gegil, geschreeuw en een heleboel chaos, wegrennende kamelen en ander vee dat met de karavaan mee trekt. In deze grote schrik, waarin ik wakker wordt op de rug van mijn ezel met Levi tegen mij aan, laat ik hem bijna vallen. De slaap van de jongen is diep en rustig en van al deze herrie wordt hij niet wakker. Ik zie mannen met messen en knuppels om me heen die rukken en trekken aan de zwaar beladen kamelen van de kooplieden. Vrouwen rennen weg met de kinderen aan de hand of achter zich aan. Het is paniek en chaos en daarbij is het nog donker en ergens in het midden van de nacht. Ik zie niet genoeg om te begrijpen wat er gaande is maar weet wel genoeg om te beseffen dat we worden overvallen. Dit moeten die Zeloten zijn waarvoor we gewaarschuwd waren dat zij de omgeving hier onveilig maken. Ze roven en stelen maar deinzen er ook niet voor terug om te moorden als ze niet te pakken krijgen wat ze willen stelen. O grote God van Israël, wat gebeurd hier, help ons, bescherm ons, laat ze verdwijnen en ons met rust laten. Waar kan ik heen op mijn ezel. Ze zullen zeker ook tussen de bomen zijn. Wat moet ik doen? Ik begin radeloos te worden en mijn ezeltjes beginnen paniekerig te worden en willen elk een andere kant op vluchten maar dat gaat niet want ik heb ze aan elkaar vast gebonden met de touwen om ze te leiden. Mijn muilezel neemt de leiding en begint te rennen. Ik grijp Levi vast en dan met veel pijn en moeite de manen van de ezel om er niet af te vallen. Ik kan het beest niet meer in een richting sturen, hij vlucht in dolle paniek weg van al de chaos van deze overval en ik moet hem laten begaan. De kleine ezel kan niets anders doen dan volgen. Er doemt een bomenrij op aan de linkerkant van mij en zie dat we daarop af stormen. Als de muilezel geen vaart mindert zal hij tussen de bomen door willen en dat gaat niet omdat de kleine ezel dat zal voorkomen door het touw dat ze met elkaar verbind. De klap die dan zal volgen zal mij en Levi er af werpen maar misschien ook de nek van de kleine ezel breken omdat deze om de boom heen zal worden gegooid door het touw. Wat is de best beslissing die ik nu moet nemen? Ik weet het niet. De bomen komen snel dichterbij en de muilezel neemt geen vaart terug. Het gekke beest gaat toch niet op de bomen af maar wil er vlak langs heen draven. De grond is oneffen en begroeid met distels. Hij neemt een vreemde rare sprong ineens naar rechts en werpt ons van zich af. De kleine ezel moet volgen en ik zie dat ik zijn hoef niet meer kan ontwijken. Ik bedek Levi met mijn lichaam en vang zo de klap op die mij op mijn linker schouder treft. De pijn is afschuwelijk, niet alleen van de val maar zeer zeker van deze trap van de hoef van de kleine ezel. Het span verdwijnt in de nacht en ik probeer nu om Levi, die nu gillend naast me ligt, te kalmeren en hem te vertellen dat er wat gaande is waar de ezeltjes van zijn geschrokken en op hol zijn geslagen. Dat ging allemaal zo snel en hard en zo zijn we samen van de rug van de muilezel gevallen. Hij luistert maar half naar me en roept om zijn mama, maar die is natuurlijk ergens ver van ons af en bezig te beschermen wat maar mogelijk is. Ik probeer Levi te kalmeren en zeg hem dat hij bij mij moet blijven omdat we in het donker zijn mama en papa nooit zullen vinden en dus moeten wachten tot de zon weer op komt. Hij moet ook rustig blijven zitten en niet zo aan mijn lichaam trekken, want de pijn in mijn linker schouder is verschrikkelijk. Elke beweging doet me pijn. Ik denk dat ik mijn schouder of op zijn minst een bot in mijn schouder gebroken zal hebben.
Nu mijn ezeltjes er vandoor zijn gegaan in paniek, heb ik ook niets anders dan mijn hoofddoek om mijn linkerarm wat te ondersteunen. Vlak voor mij wordt nog altijd gevochten en geschreeuwd. In het donker zie ik een gedaante op ons af komen en omdat ik niet weet of het iemand van de karavaan is of een Zeloot, zeg ik tegen Levi dat hij zich stil moet houden en moet gaan liggen strak tegen mij aan. Ook ik ga liggen en houdt mij stil. Wie weet laat hij ons met rust en denkt dat wij dood zijn of zo iets. Levi doet wat ik zeg en ik trek hem strak tegen me aan en zie nu de gedaante naar ons kijken. Hij komt dichterbij en buigt nu over mij heen. Hij heeft een volle dikke baard en vonkelende ogen door het licht van de maan dat er in weerschijnt. Hij heeft een knuppel bij zich en begint mij te porren op een harde dwingende manier. Ik houd mij slap en geef iets mee. Dan schopt hij tegen mijn rug om bevestiging te krijgen en ik bijt op mijn tong om het niet uit te schreeuwen van de pijn want hij treft mijn schouder. Eindelijk is hij tevreden met wat er voor hem ligt en loopt van ons weg. Er ontsnapt mij een snik van de pijn en Levi voelt de spanning die er heerst rond om ons heen. Hij kan het nog niet begrijpen maar ik denk dat hij aanvoelt dat hier iets gebeurd dat heel erg is en dat hij zich daarom rustig en stil moet houden. Hij kruipt dichter tegen me aan en zo blijven we samen bij de bomenrij liggen. Ik kan niet anders dan wachten tot het licht wordt en hopen dat de pijn zal afzwakken. Dat we bij het daglicht zullen zien wat er allemaal gebeurd is en ik hulp kan krijgen. Dan moet ik op zoek gaan naar mijn ezeltjes in de hoop ze te vinden met alle last nog op hun ruggen. Ik zak weg in een donkere wolk van pijn en berusting. Levi blijft rustig nu en doet geen pogingen meer om weg te lopen. Samen zullen we gaan zoeken als het weer licht is dus zeg ik hem om tegen mij aan te blijven liggen en te wachten op de dag. Hij knikt en zo val ik even weg uit de werkelijkheid door de pijn overmand. Als ik mijn ogen probeer te openen is het nog steeds donker om me heen en ik voel Levi niet meer naast me liggen. Ik lig ook op iets zachts en dat maakt het allemaal nog verwarrender. Waar ben ik en hoe kom ik hier terecht? Dan zie ik een streep licht en begrijp ik dat ik ergens in een tent lig. Stemmen en gestaltes doemen nu op en een vrouw knielt naast mij en zegt dat ik moet blijven liggen omdat ze met doeken mijn schouder heeft verzorgt en dat het anders weer heel erg pijn zal gaan doen. Ik knik dat ik het begrijp en ze houdt een nap met water tegen mijn mond. Langzaam begin ik me alles weer te herinneren en vraag haar waar ik nu ben. Is dit nog steeds de karavaan waarmee ik op weg ben naar mijn geboortedorp Beth Tikva? Ze vertelt mij dat velen van de karavaan hier in het kleine dorp Bait She‘an zijn onder gebracht nadat deze werd overvallen door een grote meute Zeloten die bijna alles hebben geplunderd en meegenomen. Zelfs jonge vrouwen en jongens zijn verdwenen. Of er doden zijn gevallen weet ze nog niet maar wel flink wat gewonde mensen die de boel hebben willen verdedigen maar tegen deze overmacht niet bestand waren geweest. Allemaal worden ze nu hier in het dorp verzorgt en zij die geen zorg nodig hadden zijn dát wat nog over is gebleven van de karavaan aan lastdieren en goederen, aan het zoeken en bij elkaar aan het brengen.
Doordat het donker was hebben we niet kunnen zien dat we al zo dicht bij een dorp waren en nu helpen deze mensen iedereen van onze karavaan om weer op verhaal te komen en ze te verzorgen met eten, onderdak en rust. Ze werden wakker van grote herrie buiten het dorp. Geschreeuw en gegil van vrouwen en kinderen. De mannen van het dorp zijn toen op onderzoek uitgegaan met stokken, lange messen en zwepen. Ze hebben erger voorkomen aldus de vrouw naast mij. Ze was zelf nog geschokt van wat er gebeurde en toen ze zelf met wat vrouwen zijn gaan kijken vonden ze mij met Levi bij een rij bomen op de grond liggen. Omdat ik niet wakker wilde worden dachten ze eerst het ergste maar de kleine Levi vertelde hen dat ik nog ademde en hem warm hield. Toen hebben ze me mee genomen en hier in een van de kleine huizen in hun dorp gebracht. Ze dankte nu God dat ik wakker ben geworden en ze vertelde me dat de kleine Levi het ook goed maakte. Tranen van dankbaarheid liepen nu over mijn wangen en de zekerheid dat Levi nu veilig was maakte me weer rustig. Wél maakte ik mij zorgen over zijn vader en moeder en zijn zusje Naomi. Waar zouden zij terecht zijn gekomen en waren ze nog allemaal bij elkaar. Chaos in mijn hoofd en niet de mogelijkheid hebben om op onderzoek uit te gaan was verschrikkelijk. Mijn schouder was erg pijnlijk en voorkwam dat ik me wilde bewegen. Ik vroeg de vrouw of ze de kleine Levi, die niet mijn zoon was, naar me toe kon sturen zodat ik hem wat vragen kon stellen. Ze zou kijken waar hij was gebleven en het hem zeggen. Even later stond Levi naar mij te kijken en vroeg of het nog steeds pijn deed. Ik zei hem dat het wel mee viel en vroeg hem naast me te komen zitten. Hij kroop weer tegen me aan en ik merkte dat hij beefde van alles wat er was gebeurd. Hij vertelde mij dat hij heel goed op mij gepast had toen ik sliep en niet was weggegaan. Wel waren de ezeltjes verdwenen. Die waren tussen de bomen weggerend en ze waren nog steeds weg. Dat vond hij heel erg maar papa of de mannen van het dorp zouden ze wel gaan zoeken hoor en ze vast en zeker terug vinden. Toen hij zijn papa vernoemde in zijn verhaal, vroeg ik hem direct of hij die gezien had. Hij knikte heftig van ja en mama en Naomi ook. Die waren ergens in een ander huis en ze hadden helemaal niets, wel was de kameel weggelopen en daar is papa nu naar op zoek en ook naar mijn ezeltjes. Hij was er zo van overtuigd dat ze terug zouden komen dat ik zachtjes moest lachen. Een brede lach verscheen op zijn snuitje en zo bleven we samen stil naast elkaar liggen en vielen we opnieuw in slaap om zo de spanningen van alles wat er was gebeurd te laten verdwijnen in de nacht en de slaap. Ik dankte God dat we gespaard zijn gebleven en ook de familie van Levi. De nieuwe dag zal laten zien hoe het verder moet en wat er allemaal gered is van deze overval van de Zeloten. Hoeveel vrouwen en kinderen en goederen er gestolen zijn en hoe we nu verder gaan trekken met de karavaan. Eerst wordt deze gehalveerd, dan als we in aantal verminderd zijn worden we overvallen en wordt er grote schade aangebracht aan de kleine karavaan. Is er paniek en chaos en heerst er nu angst en wantrouwen voor de verdere tocht naar de bestemmingen toe. Ach, laat ook maar, ik ben intens moe en laat de chaos in mijn hoofd stoppen. Meer kan ik er niet aan doen op dit moment, het zal allemaal wel weer goed komen. Het moet gewoon goed komen want ik wil naar Beth Tikva om daar weer veilig te zijn tussen mijn familie en mijn werk weer te doen samen met Chaim mijn man. Was het maar zo ver, was ik er maar vast. De werkelijkheid is anders en zorgt er voor dat het allemaal niet zo gemakkelijk gaat. God, help ons, bescherm ons op deze tocht en breng ons allen veilig naar onze bestemmingen.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Za Aug 05, 2017 8:03 pm

Op weg - hoofdstuk 22


De dag begint in Bait She’an met veel drukte om me heen van mannen die zich verzamelen voor het huis waar ik nu lig om te genezen van een gebroken schouder. Het is al minstens meer dan vier dagen geleden dat ik hier naar toe werd gebracht nadat wij in de nacht werden overvallen door een woeste groep Zeloten. Ik heb een hekel aan die Romeinen maar op dat moment had ik ze toch graag gezien want de Romeinen hebben weer een hekel aan deze Zeloten omdat ze weigeren zich te voegen in de wetten van Rome en van Keizer Augustus. Wie waren de Zeloten toch? Ze worden ook wel Kananeeërs genoemd. Zeloten vormden een felle Joodse verzetsgroep van Israëlieten. Deze groep weigerde de Romeinen belasting te betalen en zij waren bereid zowel Romeinen als Joodse meelopers van Rome te doden. De grootste ergernis van de Joden was dat zij in de tempel offers voor de keizer moesten brengen. Deze offers waren door de Romeinen in het gehele rijk voorgeschreven. Dat vonden de Zeloten het allerergste. Het ontstaan van deze grote groep Zeloten begon allemaal toen keizer Augustus de volkstelling liet uitvoeren door zijn legaat Quirinius. Die volkstelling was de oorzaak dat Jozef en Maria uit Nazaret naar Betlehem trokken. Die volkstelling was ook de eerste stap voor de vaststelling van belastingen. In het jaar 6 beval Quirinius in Judea een tweede volkstelling. Dit was de aanleiding tot een mislukte opstand onder leiding van Judas de Galileeër. Toch was dit het begin van de verzetsbeweging van deze Kananeeërs. Later werden zij Zeloten genoemd. Deze groep weigert nog steeds de Romeinen belasting te betalen. Omdat een van de leerlingen van Jezus een Zeloot is geweest, denken sommige geleerden dat Jezus met de Zeloten sympathiseerde. Dat is grote onzin, onder andere al hierom, omdat – toen men Jezus een munt liet zien met de kop van de Caesar - Jezus gezegd heeft : Geeft de keizer was des keizers is”. En dat wilden de Zeloten juist helemaal niet! Zowel van de Tollenaars als van Zeloten heeft Jezus (Mattheüs en Simon) vertegenwoordigers in zijn discipelenkring opgenomen. Ik denk dat Jezus dat opzettelijk heeft gedaan om weer te geven dat zijn Rijk, boven alle politieke machten verheven is. Dat Rijk heeft zijn oorsprong in de hemel, bij God. Het is het Koninkrijk der hemelen. Maar dat ligt nog in de toekomst want ik leef in het jaar nul van de eerste volkstelling verordend door keizer Augustus en heb ondervonden wat een stelletje nare, ruwe kerels het zijn die Zeloten en daarom heb ook ik een hekel aan ze.

Als er Romeinse soldaten in de buurt waren geweest op patrouille in deze omgeving dan hadden deze ons zeer zeker te hulp geschoten en deze Zeloten verjaagd of gevangen genomen. Maar ze waren nergens te bekennen en zo werd de kleine karavaan door deze groep woestelingen overvallen en geplunderd. Nu vele dagen verder is toch nog veel van het bezit van de karavaan terug gevonden omdat door het felle verdedigen van de mannen in de karavaan ze veel achter hebben gelaten omdat het te zwaar was voor ze en de weerspannigheid van de lastdieren zorgen er ook voor dat ze niet konden vluchten met hun buit. Alleen de kleine kostbaarheden zijn weg maar vervangbaar denk ik dan weer. Een mensenleven is te kostbaar om niet voor te vechten dus daarom is het gevecht ook hard tegen hard geweest om te voorkomen dat velen geroofd zouden worden. Toch missen we de jonge vrouwen en mannen die aanwezig waren. Kinderen hebben ze met rust gelaten maar veel van de jonge meisjes en jongens zijn verdwenen. Ik bid tot God dat ze nog leven en ooit weer terug mogen komen. Het verdriet is zo intens in de karavaan en het gehuil is hoorbaar in het hele dorp Bait She’an dat ons zo liefdevol heeft opgevangen na deze aanval van Zeloten. Zij waren hier bang voor een overval op het dorp maar omdat wij in de buurt waren en een gemakkelijk doelwit, hebben ze ons overvallen en geplunderd en niet het dorp. Daarom kwamen zij met de schrik vrij en hebben ze ons geholpen met onderdak en verzorging. Nu proberen de leiders van de karavaan samen met de mee reizende mannen er weer een hechte karavaan van te maken die straks verder kan reizen naar zijn eindbestemming.

Ik zit te rusten op een kussen voor het huis waar ik ben opgevangen en verzorgd en merk dat de pijn minder begint te worden. Mijn linker schouder ziet blauw maar dat gaat weer weg. Het is een heldere dag en de kou begint ook minder te worden. De temperatuur is milder en zachter zodat het heerlijk is in de zon te zitten. De karavaan is, wat het de mede reizigers betreft, hechter en saamhoriger geworden. Iedereen besteed nu aandacht aan het welzijn van de ander en is veel hulpvaardiger geworden ook naar de eigendommen van de anderen toe. Zo kwam Moshe ineens naar mij toe en zei dat mijn beide ezels terug gevonden waren ergens diep tussen de bomen aan de noordkant van het dorp. Of alles nog er op zat, wist hij me niet te vertellen maar wél dat hij ze goed verzorgde en over ze waakte samen met Boaz de zwerver die ook weer terug gevonden was. Als ze klaar waren met de karavaan weer reisvaardig te maken dan kwamen ze snel langs om mij op de hoogte te brengen. Levi en zijn papa en mama waren daar ook heel druk mee bezig. Toch had ik hen vaker gezien dan Boaz en Moshe. Het lijkt er op dat deze rijke familie graag naar mijn dorp wil reizen en er misschien wel wil gaan wonen. Het zou een aanwinst zijn voor ons dorp want Elim is een geweldig goede kleermaker en Ruth helpt hem daarbij. Naomi doet ook af en toe een poging iets te maken voor haar zelf maar dat wil nog niet echt goed lukken. Ze zal het vast en zeker onder de knie krijgen en zo net zo goed worden als haar vader en moeder. Levi houdt meer van werken met hout maar is nog te jong om daar wat mee te kunnen. Wie weet wat hij later gaat doen. Nu is het van belang dat we weer op weg gaan en de reis voortzetten naar onze bestemmingen. De mannen zijn nu voorzien van meer stokken, messen en lange zwepen om te voorkomen dat een overval door Zeloten opnieuw zal gebeuren. Opnieuw door deze groep te worden verrast en overvallen zal veel moeilijker worden dan de eerste keer en dan zullen er zeker doden gaan vallen want de mannen zijn nog steeds woest. Ze hebben te veel verloren en daar zullen ze niet snel overheen stappen. Dat vraagt om wraak. Ik hoop met heel mijn hart dat Chaim dit niet gaat meemaken en veilig terug in het dorp zal aankomen. De bakkerij die we daar nog hebben heeft hem nodig en zo zal het wachten op hem zwaar worden met de kennis en wetenschap van deze overval en zijn gevolgen. Als het me lukt dan ga ik toch even kijken naar mijn lastdieren en naar dat wat er nog aanwezig is van mijn goederen. Ook ik moet gaan zorg dragen voor duidelijkheid en klaar staan om weer mee te trekken met de karavaan. Deze onzekerheid over mijn ezeltjes doet me ook geen goed dus sta ik voorzichtig op en ondersteun mijn linker arm zodat de pijn niet al te erg is. Toch is deze al stukke minder dan voor ongeveer vijf dagen terug. Ik slaap ook beter en het bewegen gaat langzaam aan ook met minder pijn gepaard. Toch blijf ik voorzichtig want ik moet er geen haast mee maken hem weer voor de volle honderd procent te gebruiken. Ik moet nog verder reizen en dan is een vergissing met mijn schouder niet raadzaam.

Twee huizen verder staan Boaz en Moshe bij een omheining met kamelen, ezels en schapen. Die twee van mij zie ik niet. Had Moshe niet gezegd dat ze hun last nog droegen? Dan zou ik ze toch moeten zien. Geen van de ezeltjes draagt hier een last. Ze lopen rustig te grazen. Dan wordt ik opgemerkt door Boaz en hij komt naar mij toe lopen. “Maar Martha, heeft Moshe dan niet gezegd dat wij u later zouden bezoeken als we klaar waren?” “Je ezeltjes staan daar en je spullen hebben we in die schuur opgeborgen zodat ze in alle vrijheid konden grazen en van de schrik konden bekomen”. “loop maar even mij dan zal ik je laten zien wat ze nog bij zich hadden toen we ze vonden”. Ik loop met Boaz mee naar de schuur die een eindje verderop staat. In een hoek liggen al mijn spullen op een van mijn kamelendekens. De waterkruiken missen maar die zullen de vlucht niet overleeft hebben. Alles bij elkaar ziet het er toch nog redelijk kompleet uit en dat zeg ik dan ook tegen Boaz. Mijn sjekels draag ik altijd bij mij en dus kan ik daarvan nieuwe waterkruiken kopen en een nieuwe voorraad aan olie, meel en vruchten voor mij zelf en voeder voor de beide ezels. De kooi met kipjes is ook verdwenen. Ik hoop maar dat die beesten de vrijheid hebben gekregen en de kooi waarin ze zaten ook kapot is gegaan tijdens de vlucht van de ezeltjes. Ook die zijn vervangbaar. Als de karavaan weer gaat vertrekken om door te reizen dan zullen Moshe en Boas de beide ezels voor mij opladen en reis-klaar maken. Daar hoefde ik mij dus geen zorgen over te maken. Als ze beladen waren dan gaven ze mij wel een teken en dan kwamen ze me halen om weer aan te sluiten bij de karavaan maar ze zouden niet voor de nacht vertrekken maar vroeg in de morgen als het al weer wat schemerde. “Ga nog maar lekker slapen om strakjes mee te kunnen reizen en minder pijn te hebben. Geniet nog maar even van deze rust die je goed zal doen”, zegt Moshe, je ziet ons wel verschijnen.

Ik loop weer terug naar mijn plaatsje voor het huis en ga weer op het kussen zitten. Ik ben best gelukkig met de afloop van deze afschuwelijke toestand met de Zeloten. Ik heb weinig verlies geleden en mijn schouder zal ook weer genezen. Al met al voelde ik de bescherming van mijn God en bid en dank hem voor deze afloop dat ik voor erger gespaard ben gebleven en de karavaan het verlies ook weer te boven mag komen. Dat de jonge vrouwen en mannen niets zal overkomen en weer in vrijheid gesteld zullen worden. Dat niemand ze op een markt zal kopen en deze Zeloten een flink verlies zullen lijden. Wat heb ik een hekel gekregen aan dit soort mensen. Als het de onderdrukker niet is dan is het wel dat boeventuig dat plunderend rond gaat. De zon is lekker warm en zo geniet ik van de laatste rustige uren voordat de karavaan weer verder gaat op weg naar mijn geboorte dorp Beth Tikva om me daar te laten inschrijven. Daar is alles mee begonnen en wat heeft het voor zin. Het land heeft genoeg mensen en genoeg zorgen waar ze mee worstelen, dan hoef je toch niet altijd te weten hoeveel mensen er worstelen of is dat puur omdat ze allemaal belasting moeten gaan betalen aan Rome. Aan keizer Augustus die het dan kan besteden en er zelf beter van zal worden. Wat voor nut heeft dat?
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Di Aug 29, 2017 10:45 am

Op weg - hoofdstuk 23


We zijn nu alweer een paar dagen aanwezig in het dorp Bait She’an waar we goed worden verzorgd door de mensen die ons hebben geholpen toen de karavaan werd aangevallen door een grote groep Zeloten die daar de omgeving onveilig maakten. Soms vragen ze of er iemand is die zich voor de hele karavaan zou willen opofferen, maar deze keer vroegen ze dit niet en begonnen te vechten en te plunderen. Ze hadden het eigenlijk eerst op het dorp voorzien maar omdat wij daar met onze karavaan langs kwamen en ze de buit groter vonden, hebben ze het dorp niet overvallen maar ons. Mijn schouder is al goed aan het genezen en bewegen gaat ook stukken beter. Ik kan nu ook weer voor mijn ezeltjes zorgen, al doe ik dat natuurlijk wel rustig aan. Ze zijn deze dagen niets te kort gekomen en zien er sterk en doorvoed uit. Ze hebben het zwaar op deze reis die voor hun erg moeizaam en lang is. De rust heeft ons allemaal goed gedaan en het weer is ook lekker warm en zonnig. De koude is uit de nachten en de dagen worden ook steeds langer. De zon doet zijn best en de kooplieden die veel verloren hebben, verzamelen nu wat ze nog hebben en hopen, tijdens de rest van de reis, nog het een en ander te kunnen kopen. Ze hebben genoeg dieren hier aan kunnen schaffen dus dát verlies is nu weg en ze zijn ook meer bewapend voor de rest van de reis. Zo zullen die Zeloten of welke bandieten dan ook, niet gemakkelijk meer aan buit komen door een overval op deze karavaan. Heel af en toe lukt het een boodschapper om de karavaan te voorzien van berichten van de families die zijn achter gebleven in Bethlehem omdat zij daar staan ingeschreven. Het is een goed gevoel om zo toch nog met elkaar verbonden te zijn en in contact te blijven. Ze brengen dan de rol beschreven perkament naar groepen die onderweg zijn of vanuit de karavaan naar de betreffende dorpen, dus ook naar Bethlehem. Zo bereikte mij opnieuw een bericht van mijn geliefde nicht Sara. Wat doet dat goed nu ik herstellende ben van een opgelopen verwonding tijdens die nare overval door de Zeloten. Ze leeft mee en dat komt omdat ook ik steeds weer berichten zendt naar mijn man Chaim in Bethlehem en ik merk nu ook dat hij deze berichten deelt met mijn nicht Sara. Geloof het of niet, die twee liggen elkaar beslist niet. Hij heeft best moeite met haar al kom ik er maar niet achter waarom. Zo kreeg ik ook een bericht van hem dat ook hij nu de lange reis heeft aangevangen en ook weet dat hij voorzichtig moet zijn in de omgeving van het dorp Bait She’an. Dit is het bericht dat mijn lieve nicht mij stuurde en wat mij zoveel goed heeft gedaan.

“Hallo nicht,
fijn om te horen dat je schouder weer aan het herstellen is. Gezegend zijn hen die zo goed voor je zorgen. Akelig zo'n overval! Onlangs hoorde ik het bijzondere verhaal dat er kennelijk ook een groep Zeloten rondzwerft met een krachtige leider boven hen. Zij omsingelen de onschuldige groep reizigers maar stellen de reizigers voor een keus: beroofd worden of één reiziger die zich volledig vrijwillig op wil offeren voor de hele groep! Dit offer zou een grote groep mensen vrij zetten maar waar vind je een mens die zich vrijwillig opoffert, zijn leven geeft voor anderen aan wie hij niets schuldig is? Bestaan er sowieso wel zulke mensen?
De volkstelling zet inderdaad ons hele land in beroering, waarom de keizer dit bedacht heeft weet niemand. Werden we maar bevrijd van al die overheersers. Samen met jou en iedereen in ons land verzuchten wij ook regelmatig: Hoe lang nog Heer? Wanneer is er weer een profeet te vinden die ons goed nieuws verkondigt? Wees Gezegend nicht en een goede reis verder gewenst. Groet, Sara.”


De dagen hebben zich in rust aan elkaar geregen en zo sta ik dan op van mijn kussen dat ik voor het huis in de zon had neergelegd. Ik lees de brief van nicht Sara nog eens door en stop hem dan veilig tussen de plooien van mijn kleding. Strakjes doe ik ook deze brief weer bij de brieven die ik eerder al van haar en Chaim mocht ontvangen. De boodschapper die hem mij bracht ging weer snel verder op zijn paard omdat hij meer berichten bij zich had. Deze keer had ik géén bericht terug maar als ik straks in Sennabris ben zal ik er zeker weer eentje verzenden. De wegen zijn onveilig om helemaal alleen te reizen en perkamentberichten rond te brengen. Zo blijft hij dus altijd maar kort op één plaats overnachten als hij te moe is om door te reizen. Niet langer dan noodzakelijk en als er berichten mee moesten op deze zelfde route dan nam hij die ook mee. Vaak zijn ze meer dan zeven dagen onderweg maar elk bericht is een dankbaar ontvangen boodschap voor een ontvanger. Ik had er niet op gerekend en zo kreeg ik geen tijd om een stuk perkament te beschrijven om haar te vertellen dat ik dankbaar ben voor haar bezorgdheid en dat het nu weer beter met me gaat. Daar zal ik in Sennabris zorg voor dragen zodat ook zij een antwoord kan ontvangen op het verloop van mijn reis en hoe dicht ik ons geboortedorp al ben genaderd. Er begint zich al het een en ander te hergroeperen in de karavaan en zo merk ik dat het spoedig weer verder gaat. Ik ga naar binnen om alles wat mij nog is gebleven te verzamelen om het op mijn ezeltjes te laten pakken door Boaz of Moshe. Ze willen graag helpen om alles weer reis klaar te maken voor mij. De mensen waarbij ik heb mogen wonen deze dagen en die mij zo liefdevol verzorgd hebben, staan binnen en begroeten me. Ik ga naar ze toe en bedank hen voor al de goede zorgen die ze ons gegeven hebben. Het heeft ons allemaal heel erg goed gedaan en we kunnen weer verder om door te trekken naar de volgende plaats waar de karavaan zal halt houden. Ik omhels de vrouwen die hier wonen en wens ze veel heil en zegen toe. De mannen bedank ik ook en zal ze zeker in mijn gebeden gedenken. Dan loop ik naar buiten om op zoek te gaan naar Boaz. Ik denk dat ik hem wel zal vinden bij de dieren die allemaal bij elkaar in een omheining staan waar de mannen nu mee bezig zijn ook deze weer van alle goederen te voorzien en te beladen. Het duurde even voordat ik hem in het oog kreeg en hem zag praten met een van de kooplieden. Hij zag mij en kwam naar me toe. Ik vraag hem of hij me wil helpen de beide ezeltjes uit de omheining te halen en met me mee te lopen naar het huis waar al mijn goederen liggen. Hij is blij me te zien en dat het beter met me gaat. Hij gaat kijken waar de ezeltjes zijn en zal dan naar het huis komen. Ik moest maar vast weer terug lopen zodat ik alles klaar heb staan als hij komt. Dat zal wel lukken denk ik. Ergens moet ik natuurlijk ook weer opzoek gaan naar Elim, Ruth en de kinderen want ik wil weer heel graag samen met hen verder trekken in de karavaan en een plekje bemachtigen in hun tent om te overnachten als er halt wordt gehouden. Zij gaan niet verder dan Sennabris, ze wonen daar in een prachtig huis vertelde Ruth mij dicht aan het meer van Galilea. Wat zal ik als eerst gaan doen? Ach, de beslissing wordt al voor mij genomen. Ik hoor Ruth mijn naam roepen en ik draai me naar haar toe. Ze komt snel op me af en vraagt of ik me al aan het gereed maken ben want de karavaan zal spoedig weer vertrekken. Ik ben er bijna klaar voor, het wachten is nog op Boaz die er zo aan komt met de ezeltjes om ze ook weer reis klaar te maken voor mij. Ik vraag haar hoe het met de rest van het gezin gaat en of er veel verloren is gegaan van wat zij zelf bezaten. Gelukkig is er bij hen niets verdwenen, misschien wel kapot maar dat is vervangbaar net zoals bij mij. De klein Levi maakt het ook weer prima en speelde al snel met de kinderen in het dorp. Er is van het hele gebeuren gelukkig maar weinig bij hem blijven hangen. Daarbij is Naomi, zijn zusje, heel lief voor hem geweest en zo gaan ze dus weer samen met de karavaan verder op weg naar huis, zij zijn er immers bijna. Goede berichten zijn altijd fijn om te vernemen. Ik zeg haar dat ik blij ben voor hen allemaal en dat ik me weer graag bij hen voeg in de karavaan. Ook ik ben de schrik en de pijn te boven en verlang er nu oprecht naar om verder te kunnen trekken.

De verdere dag is iedereen in de weer met het bepakken en beladen van de lastdieren. Boaz heeft de beide ezeltjes voorzien van mijn bezittingen en alles zit er strak en stevig op. Het plekje waar mijn mooie grote kussen komt is ook weer klaar en het ziet er zelfs ruimer en beter uit dan toen ik dit zelf had gedaan. Wat ik nog mis zijn mijn waterkruiken en ook de oliekruik is weg. Alles wat breekbaar was is kapot gegaan in de dolle run van mijn beide ezels toen de Zeloten ons met veel lawaai en geweld overvielen. De meelzakken voor mijn brood zie wél hangen dus moet ik zien dat ik weer nieuwe kruiken aanschaf voordat we vertrekken. Het dorp is redelijk voorzien van alles wat ik en zo zal het ook geen moeilijke zoektocht worden naar nieuwe kruiken om deze te kopen hier en omdat ik hiervoor nu niemand hoef lastig te vallen, ga ik zelf aan de slag voor mijn laatste inkoop van nieuwe kruiken en misschien nog iets anders. Twee waterkruiken en een kleine oliekruik is op dit moment genoeg en ik weet nu precies bij welk huis ik deze kan aanschaffen. De kruiken zien er prachtig uit en zijn bijzonder mooi van vorm. Ik besluit één grote en één kleine aan te schaffen. De grote is groter dan die ik had en die wat kleinere bijna de zelfde maat. De prijs valt mee en met wat geheggel en gesteggel kan ik de prijs nog wat omlaag krijgen, zo wordt de koop gesloten. Voor de nieuwe olie in het aangeschafte kruikje moet ik naar de olijfboer toe die zijn eigen olijfolie maakt. Bij hem koop ik de olie in een speciaal kruikje. Deze valt wat groter uit dan normaal maar dat komt omdat zijn olie wel heel erg lekker is en daar kan ik dan met wat kruiden er aan toe te voegen mijn brood in dopen. De prijs is wel hoog maar ik wil het er voor betalen. Ik denk er zelfs over om een tweede kruikje aan te schaffen zodat ik er nog langer plezier van zal hebben. De prijs voor de tweede kruik is minder dan voor de eerste en met een knipoogje van de boer hangt hij de beide kruikjes over mijn schouders. Ze zijn mooi met een touw aan elkaar verbonden zodat ik ze heel gemakkelijk over of aan de bagage op mijn ezel kan hangen. Bepakt en beladen ga ik weer terug naar het huis en zie dat alles klaar staat voor vertrek. Boaz help me nog met de beide waterkruiken om ze te vullen bij de bron midden in het dorp. Ik loop met de beide ezeltjes achter hem aan anders wordt het ook voor hem te zwaar om weer terug te komen met de gevulde kruiken. Het is nu allemaal klaar voor vertrek. Alles is weer redelijk bij het normale toen we begonnen met de reis en de mannen steken nog even de hoofden bij elkaar om het een en ander te bespreken. Dan wordt er luidruchtig afscheid genomen van het dorp en worden ze bedankt door iedereen voor de goede zorgen. Langzaam komt de karavaan weer op gang en gaan wij op weg richting Jizreël. In alle rust wordt de draad weer opgepakt en gaan we flink uitgerust richting huiswaarts.

De omgeving is hier prachtig. Er staan veel cipressen langs de route en er is veel groen. Er lopen ook veel veedrijvers met hun kudden rond. Er is veel mals gras voor ze allemaal en de schapen zien er vol en wollig uit. Het gaat hier goed met de mensen en dat is fijn om te zien. Ik geniet van de omgeving en kan het toch niet laten om, meer dan normaal, rond te kijken en de omgeving met mijn ogen af te zoeken naar iets dat daar niet thuis hoort. Het heeft me toch wel veel gedaan die overval, dat zal moeten slijten. Angst is een slechte begeleider. Alles is rustig en zo loop ik naast mijn beide ezeltjes vol goede moet voort. De sfeer in de karavaan is ook veel prettiger en hechter dan voor de overval en er wordt nu ook veel meer met elkaar gesproken. De onderlinge verbondenheid zal de veiligheid in de karavaan vergroten en dat is een goed iets. Ik begin zelfs te neuriën en ik zie dat er een glimlach verschijnt op de gezichten van de mannen die in mijn buurt mee lopen. Ze proberen het lied te herkennen om zelf de melodie kunnen oppakken, maar het zit in mijn hoofd, maar als ze er zelf nog wat klanken aan toe willen voegen wordt het vast een heel mooi lied. Ik moedig ze aan en langzaam aan komt er een mooi geheel naar voren dat iedereen doet lachen en dan komen er zelfs woorden bij die door een paar mannen uit volle borst worden gezongen. Ja, de sfeer is geweldig en het geeft rust en vrede in de harten van ons allemaal. Het reizen op deze eerste dag na de overval wordt zo een stuk prettiger en de glimlach op de gezichten van de mede reizigers doet ons allemaal goed. Een tevreden knikje van Moshe en zo hier en daar een vriendelijk woord maakt het geheel af. Ook hij verlangd naar zijn dorp en toch ben ik blij dat hij het zo geweldig volhoud en iedereen die naar hem wil luister bemoedigd met een verhaal of een krachtig woord. Een goede gids kent zijn verhalen en een verteller daarvan is hij zeer zeker. We zijn weer op weg en al gaat het wat langzamer dan voorheen, we komen thuis. We hebben toch al meer dan twee weken verloren aan tijd dus wat maken die paar maanden extra dagen dan nog uit, niets toch? Iedereen is tevreden en zo trekken we door een mooi gebied van Israël richting volgende bestemmingen, de grote plaats Sennabris aan het meer van Galilea. Daar waar Elim en Ruth wonen en waar ik vast en zeker een paar extra dagen ga doorbrengen om deze stad te bewonderen want het moet daar erg mooi zijn. Zo reizen we door en komt het einddoel in zicht, mijn thuisdorp Beth Tikva.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Ma Okt 02, 2017 10:47 am

Op weg - hoofdstuk 24


We reizen door het mooie gebied van bergen en groene valeiën richting het meer van Galilea richting de voor laatste plaats waar we halt gaan houden, Sennabris. Er is een prettige sfeer aanwezig in de karavaan en er heerst ook meer saamhorigheid en rust. Dat maakt het voor velen gemakkelijker om de afgelopen dagen achter zich te laten en weer vooruit te kijken. Voor mij geeft het rust en zo klim ik weer op de rug van mijn muilezel om wat uit te rusten en eens heerlijk weg te dromen in mijn herinneringen. De reis begon in Bethlehem waar ik samen met mijn man Chaim een soepkeukentje en bakkerij run. Bethlehem is een grote plaats waar veel mensen langs komen op doorreis of blijven wonen. Jaren daarvoor waren Chaim en ikzelf vanuit Beth Tikva naar bethlehem gereist. Chaim wilde meer onder de mensen zijn en een grotere bakkerij beginnen dan mogelijk was in Beth Tikva. Ook nicht Sara en haar man Ibrahim wilden een grotere herberg beginnen waar meer mensen zouden langskomen en ze dus ook meer gasten konden ontvangen. Als Ibrahim wat groter wilde gaan dan kon Chaim niet achter blijven. Hij wilde voor nicht Sara en haar man niet onderdoen. En zo vertrokken we dan naar Bethlehem. Het leven was daar goed en het ging de bakkerij voor de wind. Ook mijn soepkeukentje ging goed en zo af en toe hielp ik, buiten de reizigers om, ook zwervers of arme mensen aan warme soep en brood. Bij mijn open vuur, waarboven ik mijn soepketel had hangen, konden zij zich opwarmen en weer wat bijkomen voordat ze verder reisden. Het was een fijne tijd daar in Bethlehem als er maar wat minder van die Romeinse soldaten waren dan was het helemaal geweldig geweest. Dan had je ook nog die tollenaar die je altijd meer sjekels afhandig maakte en dat ging zeer zeker niet allemaal naar Rome maar een flink deel belande in zijn eigen geldbuidel. Al met al hadden wij het daar goed. En dan moet je ineens naar je geboortedorp terug om je te laten inschrijven omdat de keizer wil weten hoeveel onderdanen hij heeft. Zo belanden we dan weer hier terug in deze karavaan en mis ik mijn man Chaim die niet met mij is mee gereisd omdat hij nog zaken moest regelen in Bethlehem. Om daar de bakkerij door te laten gaan als wij weg zijn moest hij alles regelen om dit goed te laten verlopen. Er moesten goede afspraken worden gemaakt met de beheerder van onze bakkerij. Ook werden er afspraken gemaakt met Sara en Ibrahim. Die zullen ook een oog je daarop houden en ik hoop dat het allemaal goed gaat. Chaim zal nu zeker ook wel onderweg zijn en zal het niet lang duren voordat ook hij in Beth Tikva zal aankomen waar ik dan alles klaar zal hebben. De bakkerij daar moet ook weer opgestart worden en schoongemaakt. Ik zie er naar uit en ik hoop dat het allemaal goed zal gaan en we weer een goed leven zullen hebben samen. Heerlijk om zo te dromen en alles eens op te halen uit mijn herinneringen. Nu kan ik ook dát afsluiten en vooruit kijken naar een nieuwe toekomst, een rustige bezadigde toekomst terug in ons geboortedorp aan het meer van Galilee.

De dagen reigen zich nu aaneen. We stoppen alleen nog maar om de dieren bij te voeren maar nemen geen tijd meer om ergens de tenten op te zetten en eens goed lang te kunnen slapen en wat bij te komen. We hebben het dorp Jizreël nu achter ons gelaten en zijn al weer in de buurt van Endor. Bij Sennabris zal er wél halt worden gehouden want dat is een grote plaats en daar kunnen de kooplieden handel drijven, dat is ook belangrijk voor ze. Daar wonen ook Elim, Ruth en de kinderen dus zal ik hen ook gaan missen. Ze hebben mij gevraagt om een langere stop te maken en bij hen te komen en te genieten van de prachtige stad en zijn omgeving. Ik neem het in overweging en heb er wel zin in. Schommelend op de rug van mijn muilezel zie ik de omgeving in de schemering wegzakken. De karavaan is dichter naar elkaar toe gekomen en zo is het een hechte groep die ieder beschermd die er in aanwezig is. De fakkels gaan aan en verlichten de omgeving. De kamelen maakt het niets uit als ze onderweg nergens gevoerd worden maar de ezeltjes en schapen wel. Ik trek een van mijn kamelendekens van mijn voeten af en sla deze om me heen. Als we dan toch door blijven gaan dan kan ik maar beter wat slaap mee pakken zodat ik in de morgen wat frisser zal zijn. Het geschommel maakt me slaperig en zo dommel ik wat weg op de rug van mijn muilezel. Ik hoor iemand naast mij gaan en even open ik mijn ogen. Het is Boaz die de touwen van de beide ezels heeft vast gepakt en naast ze loopt. “Geen zorgen Martha, ik zal ze leiden zodat jij kunt slapen. Het is een prachtige heldere nacht en de hemel staat vol sterren. De maan is helder en je zou hem zo aan kunnen raken”. Ik kijk naar de hemel en zie de sterrenpracht en de heldere maan. Hij is nu vol en rond. Even geniet ik van al deze pracht maar dan vallen mijn ogen toch echt dicht.

Door de warmte van de opkomende zon wordt ik gewekt en zie dat Boaz nog steeds naast de ezeltjes loopt en ze mee trekt in het ritme van de karavaan. Ik rek me uit maar voel dat mijn linkerschouder daar nog niet echt blij mee is. De genezing gaat goed maar uitrekken zal nog wel even duren. Ik zeg goede morgen tegen Boaz en spring van de ezel af op de grond. “Heb je de hele nacht doorgelopen naast mijn ezels?”, vraag ik hem. Hij knikt en als ik me niet vergis dan loopt hij ook niet meer ze snel als de nacht daarvoor. Ik vraag hem om op de muilezel te kruipen en nu zelf de nodige rust te nemen. Hij weigerd eerst maar na lang aandringen neemt hij dan toch op de rug van de ezel plaats. Nog voordat ik me weer heb omgedraaid en de touwen in mijn handen neem, is hij al in slaap gevallen. Wat moet hij moe zijn. Nu kan hij uitrusten. Ik ben er fit genoeg voor om deze dag naast mijn ezeltjes te lopen en het tempo van de karavaan aan te houden. Ik babbel wat met de mensen die dicht bij me lopen en zie de zon in al zijn glorie hoog naar de hemel stijgen. Het wordt een warme dag en dat zal zorgen voor stof en dorstige dieren. Ik hoor van de mede reizigers dat we tegen de avond het dorp Endor zullen passeren en daar in de buurt zijn waterbronnen waar de kamelen en de andere dieren kunnen drinken. Ik kan dan mijn kruiken weer bijvullen en ook mijn eigen ezeltjes laten drinken. Wat er nu nog in de kruiken zit zal ik deze dag nodig hebben om zelf water te hebben en zal ze dan niet met dit water kunnen helpen want daar is het veel te weinig voor. Dan zijn ze zeker leeg als we bij Endor komen en kan ik mijn kruiken vullen met het verse koude water uit de bronnen daar.

Het lopen gaat me gemakkelijk af en we schieten op omdat er geen stopplaatsen zijn. De tijd die we hebben verloren bij die overval van de Zeloten kan natuurlijk nooit worden ingehaald maar ik merk dat de karavaan eindelijk naar de eindbestemmingen toe wil. Veel van de mensen die mee reizen zullen afhaken in Sennabris. Vooral veel kooplieden die daar langer zullen blijven voor hun handel en verkoop van dat wat ze nog konden veiligstellen. Ook zijn er reizigers die daar willen blijven of die daar naar toe zijn gereisd omdat ze er wonen. De karavaan wordt dus steeds wat kleiner totdat ieder zijn bestemming heeft bereikt. Er voegen zich ook af en toe weer medereizigers bij de karavaan die mee reizen. Zij hoorden bij de karavaan die eerder zijn vertrokken omdat zij niet langer wilden stoppen of overnachten bij Jenin. Nu zijn ze dan weer aanwezig en trekken ze weer met de karavaan verder. Het blijft een komen en gaan maar dat doet er niets aan af dat er nu een goed tempo in zit en we uitzien naar de stopplaats bij Sennabris. De omgeving blijft prachtig groen en ziet er fris uit in de ochtend zon. Ik pluk een paar vijgen van een boom langs de route en geef zo af en toe de ezeltjes de kans wat fris gras te eten. De vijgen zijn lekker en rijp en ze doen me goed. Al is het nou niet het ontbijt wat ik wilde. Tijd om brood te bakken heb ik niet gekregen dus zal ik het er mee moeten doen. Ik pluk er nog een paar voor strakjes en ik geef er ook een paar aan de ezeltjes. Die kunnen die extra lekkernij ook wel gebruiken. Boaz slaap rustig door en ik hoor hem zachtjes snurken, dat doet mij heimelijk glimlachen. Het is goed dat hij zo lekker kan slapen. De nacht zal nog lang genoeg duren als hij weer naast mijn ezeltjes gaat lopen. Zo lossen we elkaar af en worden we niet al te moe. De familie is nu verder naar voren gegaan in de karavaan en zo zie ik Levi niet zo vaak meer. Hij zegt dat het wel weer goed komt als we strakjes gaan halt houden bij Sennabris want dan gaan we naar ons huis toe en als je dan met ons mee gaat kunnen we weer babbelen. Dan mogen we ook weer lekker op de kussens liggen om te slapen. Hij verteld me dat zijn kamertje er mee vol ligt en wie weet wil ik, Martha, Levi dan wel een verhaaltje vertellen voordat hij gaat slapen. Naomi houdt ook van verhalen en zegt dat ze dan mee luistert.

Met dat in mijn gedachten zie ik uit naar het bereiken van Sennabris. Dan nog maar twee plaatsen die we zullen passeren en dan ben ik eindelijk in mijn eigen geboortedorp en heb ik mijn eindbestemming Beth Tikva bereikt als ik niet wat langer ga halt houden bij de rijke familie. Wat zie ik daar naar uit, hoe zal het zijn om mijn familie weer te zien en hoe zal het zijn gegaan met de kleine bakkerij die we daar hebben. Die gaan we weer volop in gebruik nemen om zo de mensen weer te voorzien van het heerlijke verse brood dat Chaim, met veel kennis en gevoel, elke ochtend weer zal bakken. Dan mijn soep er nog bij en ik denk dat het dorp weer blij zal zijn dat we terug zijn gekomen. Stiekem maak ik wat sprongetjes en pasjes van vreugde. Zo af en toe bereikt en briefdrager op zijn kameel de karavaan als er berichten worden verstuurd door mensen uit andere dorpen naar deze karavaan toe om ze op de hoogte te houden, maar dat is niet genoeg en de tijd die tussen de schrijver en en komst van dit schrijven zit is ook meer dan drie dagen. Toch ben ik blij als er ook eentje voor mij wordt gebracht en voel ik me even heel erg gelukkig en opgelucht omdat het nog steeds goede berichten zijn. Ook nicht Sara leeft mee en van haar en mijn Chaim ontvang ik dan ook wel eens een bericht.

Het is gewoon een fijn gevoel als alles weer op zijn plaats is en het leven zijn gangetje weer gaat daar waar ik zo lang heb gewoond. Dat inschrijven blijft dan maar bijzaak dat moet wél gebeuren anders dan krijgen we problemen met Rome dus we zullen gehoorzamen. Ik zie Moshe naar me toe komen en hij kijkt met een vorsende blik naar de slapende Boaz. “Wat is dat nou, kan jij daar niet beter zitten en rusten?’ Ik vertel Moshe dat Boaz de hele nacht de ezeltjes heeft geleidt en dat ik toen heerlijk geslapen heb. We wisselen elkaar af zodat ik dus op de dag naast de ezeltjes ga en Boaz dat de nacht door doet. En het gaat goed zo. “Dan is het goed Martha, als hij dat niet had gedaan en daar op jou ezel in slaap was gevallen omdat hij lui is, dan had ik hem zeker wakker gemaakt en hem op zijn benen naast de ezels neer gezet en jou weer bovenop de ezel”. Hij kijkt daarbij wat grimmig in de richting van de slapende Boaz maar dan zie ik toch weer die bekende pretoogjes van hem en weet dat hij het nooit zo meent als hij wil doen overkomen. Het is gewoon een fijne man die ik graag als gids zou hebben als dat weer eens nodig zou zijn. Hij blijft nog een flinke tijd naast mij voort sjokken en we wisselen onze gevoelens uit over de overval van deze Zeloten. Dat maakt de reis prettig en de dag gaat gewoon sneller voorbij. Moshe geniet er ook van en dan roept hij ineens naar een meisje dat voorbij komt hollen. “Doe je hoofddoek om want je wil toch niet worden mee genomen door die barbaren van een Zeloten, als die hier ook rond hangen?” Ze schrikt ervan en trekt de hoofddoek gauw op zijn plaats en maakt de knoop wat strakker vast rond haar hoofd. Moshe lacht naar haar en zegt dat ze daar wél op moet blijven letten want je weet maar nooit. We hebben de middag al weer gehad en de hitte van de de dag gaat over in de koelte van de komende avond. Boaz hangt half op de ezel en doet verwoede pogingen er niet af te rollen. Dan rekt hij zich uit en zegt dat hij goed geslapen heeft. “Moshe, ben jij ook hier en pas je op Martha?” “Martha was op jou aan het passen Boaz en dat was zo te zien hard nodig” “Fijn dat je zo op haar past in de nachtelijke uren dat geeft een veilig gevoel voor haar maar ook een beetje voor mij”. Hij knipoogt naar me en neemt dan afscheidt. Hij gaat weer ergens anders een babbel maken maar we zien elkaar zeker weer als we halt houden bij Sennabris, maar eerst zullen we Endor aandoen om de dieren te voorzien van water en rust voor een paar uur. "Als we dan de tijd er voor krijgen en jij kunt je soep en je brood maken Martha, zal ik zeker komen en een kom soep bij je eten, ik hou wel van jou heerlijke soep. En een stukje brood zal je vast ook wel voor me hebben”. “Natuurlijk heb ik dat voor jou Moshe, ik zal er rekening mee houden en je verwachten”. En weg was hij, op een sukkeldrafje liep hij weer wat verder naar het voorste deel van de karavaan om daar tussen de kamelen en de leiders te verdwijnen. Stil lopen we nu door en Boaz plukt nu ook wat van de vruchten langs de weg om er zijn maag mee te vullen. Ze zijn lekker maar ik voel dat mijn maag toch wat stevigers wil hebben. Morgen als we de drinkplaats bereiken zal ik kijken of ik wat brood kan kopen in Endor. Daar zal best wat tijd voor zijn. Boaz kan dan de waterkruiken gaan vullen zodat ik dat niet naderhand nog zou moeten doen.

Die tijd kan ik beter gebruiken om aan brood te komen. Komt tijd komt raad. Strakjes kruip ik zelf weer op de muilezel zijn rug om te gaan slapen. Het is voor mijn gevoel nu nog te vroeg. De schemering is al gevallen en hier en daar worden er ook al weer sterren zichtbaar aan de hemel. Opnieuw een heldere nacht en omdat het zo helder is zal hij ook vast weer erg koud zijn want de warmte van de dag blijft niet hangen in de heldere nachten. In de bomen langs de weg is een vogelconcert begonnen en ik geniet ervan. Het was een rustige mooie dag en deze afsluiting met dit vogelconcert maakt hem compleet.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Di Okt 31, 2017 12:12 pm

Op weg - Hoofdstuk 25


De dagen rijgen zich aaneen en er wordt nog maar kort gestopt bij de dorpen die we passeren om de dieren te laten drinken of om eten in te slaan. De dagen die we hebben gemist bij die overval door de Zeloten moeten worden ingehaald want anders dan zijn we veel te lang onderweg. De kooplieden beginnen te morren omdat hun waar voor de helft is gestolen en ze onderweg moeten aanvullen door inkopen te doen en dat moet ook weer verkocht worden. Als we maar steeds onderweg zijn naar de grote plaatsen waar de markten goed worden bezocht, en daar veel te laat aankomen, blijft er voor hen weinig kans de waar voor een goede prijs te kunnen verkopen. Nog meer verlies lijden is voor de kooplieden geen prettige gedachte en dus wordt er gewoon doorgetrokken met de karavaan. Dat heeft dan weer tot gevolg dat iedereen zo’n beetje zijn humeur en geduld begint te verliezen en er flink gemord wordt. Weer eens een goede nachtrust krijgen, en niet meer zo lang te hoeven lopen of te schommelen op de rug van een lastdier, zou de gemoederen zeker doen bedaren. Het zal nog een paar dag reizen zijn naar Sennabris aan het meer van Galilea en dus moeten we gewoon vooruit zien omdat daar langer zal worden halt gehouden. Daar wordt goed handel gedreven en de markten zijn er groot. Daar verkopen ze zelf slavinnen, als je die nodig zou hebben, en wat je ook maar bedenkt het zal aanwezig zijn op die markten en daar willen onze kooplieden dus zo vlug mogelijk aankomen. Best te begrijpen want wie had er nu rekening mee gehouden dat wij overvallen zouden worden, dat er mensen gewond zouden raken en dat het dagen zou duren voordat de karavaan weer verder kon trekken uit Endor vandaan.

De reis is nu op een punt gekomen dat ook ik het saai en vervelend begin te vinden. De familie van Elim zie ik ook niet meer zo vaak en Levi en Naomi moeten dicht bij hun ouders blijven na alles wat er onderweg al is gebeurd. Begrijpenlijk natuurlijk, want kinderen zijn een kostbaar bezit en moeder Ruth houdt ze het liefste dicht bij zich. De momenten dat ze even bij me langs komt voor een babbeltje zijn dan ook korter dan in het begin. Ook zij verlangen naar de aankomst in hun thuisdorp. Zij zullen daar al heel snel aankomen want dat is de volgende stopplaats van onze karavaan, de stad Sennabris aan het meer van Gelilea. Ze hebben daar een prachtige woning met veel grond er omheen en direct aan het meer. Elim is een visser en verdiend daarmee zijn brood. Logisch dat hij weer naar huis wil en weer wil gaan vissen. Ik verlang er ook weer naar om mijn bezigheden op te pakken en verder te gaan met mijn leven in mijn eigen thuisdorp Beth Tikva. Dan is Chaim ook weer helemaal blij met zijn werkzaamheden in de bakkerij en komt de rust en vrede weer terug in ons beider leven. De maanden die ik onderweg ben zullen ook de maanden worden waarin ik uit ga zien naar mijn man Chaim, die de tocht zeker ook is begonnen richting Beth Tikva. Ook deze karavaan, waar hij zich bij heeft aangesloten, zal onderweg het nodige meemaken en ik hoop dat ze verschoond zullen blijven van die woeste Zeloten. Hij gaat op reis met onze vier kamelen die de lasten van de bakkerij zullen dragen en hem veilig naar huis zullen brengen. Niet alles komt uit de bakkerij in Bethlehem met hem mee want deze blijft ook nog steeds dienst doen onder goed toezicht van de knecht van Chaim en onze nicht Sara. Zij is een echte zakenvrouw en aan haar durf ik dit beslist wel toe te vertrouwen dat het prima zal gaan. Alles zal nu zeker geregeld zijn in Bethlehem en de bakkerij in goede handen van de knecht worden voortgezet. Later als Chaim weer eens naar bethlehem gaat, zal de winst aan hem worden overgedragen. Nicht Sara en haar man Ibrahim, zullen verder een oogje in het zeil houden en zorgen dat alles netjes zal blijven verlopen. Ook zullen ze die tollenaar bij de bakkerij zien weg te houden. Als Ibrahim dat lukt weet hij ook dat ze bij zijn herberg geen schijn van kans zullen krijgen deze met belastingheffing te beroven voor die Romeinen. Ibrahim is erg op de sjekel en zal geen sjekel af willen dragen aan die lui. Hij heeft zijn herberg niet opgericht voor die Romeinen en de feesten die hij daar geeft zijn ook niet bedoeld om Romeinen op bezoek te krijgen. Af en toe komen ze daar wél binnenvallen met veel machtsvertoon maar hij weet ze er altijd weer snel uit te zetten omdat ze niet welkom zijn en beslist niet zijn uitgenodigd. Sara is daar ook heel goed in en als ze wil dat je vertrekt dan kom je echt niet langs haar heen en mag je er ook geen moment langer zijn dan het moment dat zij je weer naar de uitgang van de herberg voert. Ze is een krachtige vrouw en daarom een goede vrouw voor Ibrahim. Zij is echt zijn steun en toeverlaat, dat is mijn nicht Sara zeer zeker.

Als alles verder rustig blijft verlopen dan bereiken we vroeg in de morgen Sennabris en kan de karavaan zijn tenten aan de rand van deze grote stad gaan opbouwen. Iedereen ziet er met verlangen naar uit en ook ik wil graag weer eens andere mensen ontmoeten en dingen inkopen voor in mijn huisje in Beth Tikva. Ze zullen er zeker prachtige dingen hebben die ik kan gebruiken en zeker ook mooie stoffen voor de aankleding van mijn huisje. Nog wat extra dekens inkopen en ook nog wat grote kussens en als het echt erg veel gaat worden, moet ik ook nog uitzien naar een extra muilezel om alles op te vervoeren. Die ezels zijn goed voor bij mijn huisje en als het te veel wordt dan verkopen we ze gewoon weer en behoudt ik alleen mijn kleine dappere ezeltje. Die heb ik nu al zo lang dat het bijna een huisdier is geworden en hij is ook zo lief en bokken doet hij maar zo af en toe. Die grote die ik later heb aangeschaft, voor de tocht naar Beth Tikva, is meer dan bokkig en moet zo af en toe met de zweep krijgen om hem weer verder te laten lopen. Die wordt zeer zeker door mij als eerste verkocht. Mogelijk al in Sennabris waar ik dan gewoon twee nieuwe muilezels aanschaf om verder te trekken naar huis en zo de kleine ezel wat meer te ontlasten. Dat lijkt mij het beste wat ik kan doen, dan heb ik twee goede frisse ezels die de rest van de tocht hopelijk wél door zullen lopen en beter hun werk zullen doen dan die ene die ik nu al zo lang de grootste last laat dragen en die erg koppig is en problemen veroorzaakt aan het einde van deze toch naar Sennabris toe. Dat wordt voor hem dan zijn eind stop en mag hij zijn reis bij iemand anders vervolgen of daar blijven als lastdier voor een van de inwoners aldaar.

Langs onze weg blijft het groen en staan er nog steeds genoeg fruitbomen omringd door gras zodat de dieren kunnen grazen en wij zelf af en toe van het fruit kunnen genieten. Wél is de dagelijkse maaltijd erg eentonig als je alleen maar fruit blijft eten met een stuk brood erbij. Tijd om ergens mijn ketel op te zetten boven een houtvuur is er niet meer geweest en dus is er géén verse soep en géén vers brood meer gemaakt. Ik verlang echt naar een stevige nap met soep en een heerlijk vers stuk brood en ik kan er natuurlijk heerlijke verse vis kopen. Wat dat betreft kunnen we niet snel genoeg aankomen in Sennabris. En als er dan geen nare dingen meer gebeuren voordat we er zijn, zal dat sneller gaan dan anders. De beesten ruiken de verandering in de lucht en hebben er geen moeite mee om flink door te lopen. Zelfs dat bokkige beest van een muilezel van mij heeft nog niet halt gehouden en geweigerd door te gaan. Ook die ruikt de verandering en de rust die op komst zijn. De lucht is ook vochtiger, een teken dat we niet ver meer af zijn van het meer van Galilea. Dieren voelen die dingen beter aan dan wij mensen, dat is me al zo vaak opgevallen. Zij kennen de richting naar plaatsen die wij voorbij zouden gaan en zij kennen de plekken waar water is en waar ze zouden kunnen grazen. Als je daarop gericht blijft zou je zelfs alleen goed op weg kunnen van dorp naar dorp en van stad naar stad. Wat je wel mist is dan de bescherming van meerdere mensen om je heen maar het zou kunnen. Op dieren kan je best vertrouwen tot op zekere hoogte. Dat geeft een fijn gevoel en daarom blijf ik ook tot aan de laatste dag voor mijn koppige grote muilezel zorgen omdat hij mij nu al zo lang geholpen heeft de last te dragen die ik op zijn rug heb laten binden en af en toe zit ik er ook nog eens bovenop. Ja, het is een flink dier en zijn hulp is door mij dankbaar gebruikt, nu mag hij strakjes uitrusten en komt er vervanging voor het laatste deel van mijn reis. Nu kan ik ook nieuwe dingen gaan inkopen voor strakjes en er van gaan genieten als ik ze gebruiken ga in mijn huisje. Misschien wel een grotere soepketel of hogere waterkruiken. Ik zie er naar uit. Al dagdromend loop ik naast mijn beide ezels verder en zie nog maar weinig van mijn omgeving. De weg is steiler en minder gemakkelijk begaanbaar geworden. Er liggen veel grote stenen op de weg die we gaan. Sennabris ligt aan het meer van Galilea en dat is omringt door hoge wegen, deze zijn veelal moeilijk begaanbaar. Daarom hebben we gidsen nodig die de weg kennen en ons veilig op het juiste begaanbare pad kunnen houden. Dat de schemering langzaam neerdaald valt mij pas op als het zicht voor mijn voeten minder wordt maar het tempo van de karavaan niet minder. Ik moet me er nu bewust van zijn waar ik mijn voeten neer zet en de aansluiting in de karavaan niet gaan missen. Om nu achterop te raken zou voor mij een groot probleem met zich mee brengen. Ik kruip weer op de rug van de muilezel en ga weer zitten op het grote kussen dat nu best aan vervang toe is. Zo spaar ik mijn krachten en kan ik sneller opschieten met de karavaan zodat we met elkaar aan zullen komen in Sennabris. Daar ben ik voor enkele dagen uitgenodigd bij Elim en Ruth in hun woning aan het meer. Grote vraag zal zijn of Boaz daar ook zal komen. Hij kan goed overweg met Elim en wie weet heeft Elim voor hem wel een plaatsje op zijn schip, als visser. Dat zou toch veel beter voor hem zijn dan alsmaar rond te zwerven en te bedelen. Als ik daar die dagen verblijf zal ik moeten wachten totdat er weer een groep reizigers zal zijn die verder trekt naar mijn eigen dorp Beth Tikva. De karavaan zal door trekken en dan weer richting Jeruzalem terug gaan. Als ik verder alleen zal moeten reizen, dan zou het fijn zijn toch wat meer reizigers om me heen te hebben die ook richting Beth Tikva trekken. Vanaf hier is het gebied mij heel erg bekent en weet ik dat ik de bergen niet meer in hoef en grote delen langs het meer kan trekken. Dan zal ik gaan genieten van de gevangen vis die ik zal bakken op mijn vuurtje en de soep die ik er van trekken kan. Ik geniet er nu al van. Maar eerst veilig aankomen bij de woning van de rijke familie van Elim.

De contouren van de stad zijn aan de horizon zichtbaar. Ze tekenen zich strak af tegen de gloed van de ondergaande zon en geven alles een gouden rand. Voordat het duister volkomen is gevallen zullen wij er aankomen en zal de karavaan zijn tenten opbouwen. De stemming is duidelijk verbeterd en er is een soort van vreugde gevoel aanwezig bij velen die aan het einde zijn gekomen van hun tocht en weer thuis zijn. Ondanks dat het al schermd zie ik Levi naar mij toe rennen en hij begint pogingen te ondernemen om op de ezel te kruipen bij mij. ‘Martha, we zijn bijna thuis, ik zie de stad al en dan kom jij bij ons slapen toch? Dan vertel je mij verhalen en dan luistert Ruth mee.’ Zijn ogen stralen terwijl hij het jubelend uitschreeuwd van de pret die dit alles voor hem betekenen zal. ‘Rustig nu maar Levi, ik zal een paar dagen bij jullie verblijven. Ik moet veel inkopen doen en heb het dan best druk en kan niet de hele dag met je optrekken. Daarbij zal jij weer naar de school moeten bij Rabbi Jozef.’ Tja, de werkelijkheid van dit bericht kwam een klein beetje als een domper voor hem maar al snel lachte hij weer, want hij gaat graag naar Rabbi Jozef en hij is erg leergierig. Daar zal hij het ver mee schoppen. Het is nu best donker en Levi wil weer van de rug van de muilezel afglijden. Ik houdt hem tegen omdat hij veiliger bij mij is dan tussen al die mensen van de karavaan die nu beginnen rond te zoeken naar de juiste plek aan de rand van Sennabris. Velen willen naar het meer en daar hun tenten opslaan maar de leiders van de karavaan willen de boel bij elkaar houden. Ze krijgen tijd genoeg om alles te doen wat ze op hun lijst hebben staan en dat houdt ook in dat ze naar het meer kunnen gaan maar de tenten worden daar niet opgezet maar gewoon hier buiten de omheining van de stad. Ik spoor mijn ezeltjes aan sneller te gaan lopen en Boaz die nog steeds de touwen vast heeft van de dieren zoekt de omgeving af naar de ouders van Levi want wij kennen de weg in deze grote stad niet. Daarbij denk ik dat zelfs Levi de weg niet voor ons zal kunnen vinden. Deze nacht zal ik onder een echt dak slapen en een gezellige tijd tegemoet gaan. Heerlijk ontspannen en vast en zeker een spa bezoeken om al het vuil van de reis van me af te krijgen. Tegen de tijd dat ik wil doorreizen naar Beth Tikva, zal Chaim er vast ook al heel dichtbij zijn en wie weet komen we dan wel samen aan om samen alles weer op te zetten en opnieuw te starten. Heerlijke vooruitzichten allemaal maar laten we nu eerst Elim en Ruth gaan zoeken anders komen we nergens.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 2097
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: OP WEG [Kerstevent Wandeltheater] (door Martha [Mary])

Berichtdoor Ton » Ma Nov 20, 2017 2:48 pm

Op weg - Hoofdstuk 26


We lopen wat rond te speuren en te draven tussen de mensen en het vee van de karavaan en vinden eindelijk Elim en Ruth. Ze zijn echt blij dat ze ons zien zo vlak bij hen einddoel de stad Sennabris hun geboorteplaats. Levi is uitbundig want hij gaat straks al zijn vriendjes weer zien en Naomi is blij dat ze dan niet meer elke dag op haar broertje hoeft te passen omdat hij de weg niet kent of domme dingen doet. Thuis kan ze dan weer lekker aan zichzelf denken en de dingen doen die ze zelf zo graag doet. Ze houdt van weven en er staat een groot weefgetouw op haar kamer, dat had ze mij onderweg al eens verteld. Ze houdt er van om prachtige kleuren te gebruiken en iets voor zichzelf of voor haar moeder te maken. Als ze veel spullen heeft gemaakt dan mag ze deze zelfs verkopen op de markt. Dan gaat Elim met haar mee om er voor te zorgen dat ze er ook een goede prijs voor krijgt. Van dat geld kopen ze dan weer nieuwe garens zodat ze altijd bezig kan zijn als ze er zin in heeft. Levi is nog niet zo bezig met dat soort dingen. Die speelt liever buiten en ravot graag met zijn vriendjes. Samen met zijn zus gaat hij ook elke dag een paar uur naar de synagoge voor les bij rabbi Jozef. Nog even flink doorstappen en we hebben de rand van de stad bereikt. Elim neemt nu het voortouw om zo de snelste weg te vinden naar hun huis toe. Ook hij en Ruth zijn opgelucht dat alles redelijk goed is gegaan tijdens deze lange tocht. De kinderen maken het goed en dat is voor hun het belangrijkste nu afwachten hoe ze hun woning terug gaan vinden. Er zal daar best het nodige moeten worden schoongemaakt en opgeknapt om het weer huiselijk en gezellig te maken. Ze ziet er naar uit en ook zij is blij dat alles achter de rug is en het einddoel bereikt is. Dan komt er weer rust bij de kinderen en bij haar zelf en kan ook zij de draad van het dagelijkse leven weer oppakken. Elim zal zijn boot weer van de wal duwen en weer gaan vissen zodat de vangsten ook weer verkocht kunnen worden op de markt. Heerlijke verse vis, ze ziet er echt naar uit deze te bereiden en op te dienen. Het eten onderweg in de karavaan was eentonig en miste vaak de nodige voedingswaarden. Maar alles is goed gegaan dus kijkt ze vooruit naar de regelmaat van alle dag in haar huisje en omgeving. Zo vlak aan het meer van Galilea is het heerlijk wonen en ze zijn dankbaar voor de mogelijkheid die ze hebben gekregen hun huis daar te mogen bouwen. Ze komt met een brede glimlach rond haar mond op me toe en geeft mij een arm. “Nog maar heel even Martha, dan heb je weer voor even een dak boven je hoofd en kan je genieten van een omgeving waar ik zelf elke dag van blijf genieten. Dan kom ook jij wat tot rust voordat je verder trekt naar jouw dorp. Het gaat zeker een hele fijne tijd worden en ik zal je aan al mijn familie voorstellen en ook aan mijn vriendinnen en vanaf nu behoor jij daar ook toe”. Ze geeft mij een liefdevolle omhelzing en zo lopen wij samen naast mijn ezeltjes verder en zien de stad voor ons opdoemen.

De aanblik van de hoge stevige muren, die er rondom zijn gebouwd, geven mij een veilig gevoel. Ik ruik de frisheid van water in de lucht dat vanaf het meer op ons toe waait. Mijn hart maakt een sprongetje van vreugde en een gevoel van opluchting. Voor een paar weken mag ik hier vertoeven aan dit prachtige meer en gast zijn bij lieve mensen die nu mijn vrienden zijn geworden. Ik ben dol op de kinderen en zal van ze genieten omdat ze nu weer helemaal zichzelf kunnen zijn. Wat een heerlijk gevoel geeft dit mij en ik dwaal, in gedachten, af naar Chaim die nu ergens onderweg is naar Beth Tikva. Wie weet zie ik nog een mogelijkheid hem een bericht te sturen om te vertellen waar ik op dit moment ben en wie weet komt hij dan ook even tot rust hier aan het meer. Hij is van harte welkom, heeft Ruth mij toegezegd. Ik zal het Elim vragen als we de woning bereikt hebben. Hij kent de weg die ik moet bewandelen om een bericht te sturen naar een karavaan die op weg is richting Sennabris. Komt tijd komt raad. De straten zijn schoon en breed en de huizen zijn bijna allemaal wit bepleisterd. Ruth wijst mij de mensen aan die zij zo goed kent en stelt mij aan hen voor. Ze zijn allemaal even vriendelijk en blij om Ruth en de familie weer heelhuids terug te zien. Er wordt druk gebabbeld maar Ruth wil naar haar huis en trekt mij mee richting het meer. Vlak aan de rand van het meer, omringd door een mooie tuin, staat het huis van Elim en Ruth. Zo te zien kan de tuin wel wat extra zorg gebruiken. Hij is knap verwilderd maar ziet er niet lelijk uit, meer verwilderd en dat heeft ook best zijn charme. Ruth begint nu sneller te lopen en roept naar Elim. Haar ogen stralen van blijdschap. Het huis doemt nu ook op. Het ligt in het midden van de verwilderde tuin en werd afgeschermd door de hoge struiken en ceders. Het ligt in de luwte van de bomen en de tuin grenst bijna tot aan het meer van Galilea.

Wat meer naar achteren kijkende in de tuin zie ik een boot liggen met een flinke mast. Dat moet dan de boot van Elim zijn. Best een aanzienlijke vissersboot en er zullen zeker veel mannen nodig zijn de boot weer in het water te krijgen. Levi en Naomi schieten ineens langs me heen en rennen samen naar het huis. Levi maakt een rondedansje van blijdschap en Naomi probeert of ze een van de deuren open kan krijgen maar dát lukt haar niet. Er zitten een soort luiken voor de raamgaten die ze wel kan openen en zo kan ze dan, na een hele lange tijd, weer naar binnen kijken. “Mam, kom dan, treuzel nou niet zo, ik wil naar binnen en kijken of mijn kamer nog netjes is!”. Ruth geniet van haar kinderen en de blijdschap van de thuiskomst die beiden laten zien. Elim loopt door naar het einde van de tuin waar achter wat struiken een stal is gemaakt voor de kamelen en er is ook een omheining zodat ze niet weg kunnen. Dan roept hij naar ons en wenkt om naar hem toe te komen. Samen met Boaz en de twee ezels lopen we naar hem toe. “Voor jou twee ezels is er plaats genoeg. Laten we ze bevrijden van hun last en deze voorlopig helemaal achter in de schuur leggen achter die blokken daar. De tijd die je bij ons wil doorbrengen heb je het toch nog niet nodig en hier ligt alles droog en veilig.” Boaz blijft nu aarzelend staan en kijkt naar Elim. Hij heeft het toch wel allemaal gehoord? Nog is er geen blik van begrijpen in zijn ogen te vinden. Hij loopt naar Elim en vraagt hem dan of ook hij ergens mag overnachten maar het liefste wil hij bij de dieren zijn en in de buitenlucht. Hij zal zorg dragen voor de stal en de omheining controleren of deze nog helemaal intakt is en dan de dieren verzorgen als dat mag. Elim schud hem gul de handen en zegt dat hij hier enorm blij mee is en het hem een flink stuk werk uit handen zal nemen zodat hij zijn boot kan nakijken en weer in het water leggen. Er moet weer vis gevangen en verkocht gaan worden zodat alles weer terug gaat naar het normale leven in zijn huis. Dat de dieren dan verzorgd worden en op ze wordt gelet neemt bij hem wat druk van de schouders en dus mag Boaz zijn plekje gaan zoeken in de schuur bij de lastdieren en ze verzorgen. Totdat hij weer besluit om verder te trekken, is hij ook van harte welkom en kan hij op die manier de kost voor zichzelf verdienen en wie weet houdt hij er aan over zodat verder reizen wat gemakkelijker gaat met wat sjekels in de buidel. Hij hoeft het zelfs niet voor niets te doen en Elim en Boaz komen tot een overeenstemming en gaan beiden aan de gang met het afladen van de kamelen en mijn ezeltjes.

Ik loop dan maar terug naar het huis om te kijken of ik Ruth een hand kan toesteken om de woning weer fris en leefbaar te maken na de lange afwezigheid. Alles staat open, ramen en deuren en zo stroomt er van alle kanten licht en frisse lucht door de woning. Ruth pakt mij bij de hand en geeft een korte wandeling door de woning. Hij is niet erg groot maar goed in verhouding met de wensen die zij hebben. De kinderen hebben een eigen ruimte, er is een ruime kook gelegenheid bij een van de buitendeuren zodat het rook naar buiten verdwijnt als ze kookt. De kamer is ruim en langs de muren liggen prachtige kussens. Op de vloer ligt een mooi kleed en de kleden die ze bij zich hadden en nu van de kamelen af worden gehaald, komen er ook te liggen. Er hangen zo hier en daar olielampjes en er staan er ook in nissen die het alles bij elkaar knus en gezellig maken. Er is ruimte voor opslag van kruiken en nóg twee extra kamers aan de achterkant van het huis. Daarvan mag ik er eentje gebruiken en als ik uit een van de kamerramen kijk kan ik het meer zien liggen. “In deze kamer zou ik heel graag een paar dagen willen doorbrengen bij jullie. Hier zou ik graag willen slapen en in de ochtend naar buiten kijkende het meer zien liggen.” Ruth was blij met mijn keus en zei dat ook zij van deze kamer en zijn uitzicht genoot en wist dan te vertellen dat de geluiden die vanaf het meer te horen waren erg slaapverwekkend klonken. De wind over het meer, de vogels die er naar vis doken en de rust die het meer uitstraalt zouden mij goed doen na de lange karavaantocht. Samen lopen we weer terug naar het grote vertrek waar ze altijd bij elkaar zitten en maken orde op zaken. De bezem erdoor en als dat gedaan is wil Ruth inkopen gaan doen voor de maaltijd van straks. Ze zal dan ook wat familie en vrienden gaan uitnodigen zodat het een feestelijke thuiskomst zal worden en een weerzien met iedereen. Als zij weg is kan ik de nodige spulletjes voor mijzelf uit de schuur gaan halen en in de gekozen kamer plaatsen. Dan kan ik ook kijken hoe het er nu voor staat met mijn ezeltjes en dan zal later wel besluiten wat ik ga doen met de muilezel. Mijn kleine ezeltje wil ik behouden de muilezel is strakjes niet meer nodig. Maar Chaim is er nog niet dus moeten mijn spullen toch netjes aankomen in Beth Tikva. Allemaal dingen waar ik me nu nog geen zorgen over hoef te maken. Ik ga heerlijk genieten van deze rust en veiligheid en weer helemaal op krachten komen. Ik zal verhaaltjes vertellen aan Levi en Naomi voor het slapen gaan en verhalen vertellen aan Elim en Ruth over de bakkerij in Bethlehem en Beth Tikva. Wie weet komen zij ons dan daar ook eens opzoeken. Vriendschap is kostbaar en iets heel moois, dat wil ik koesteren en daar zullen we allemaal van gaan genieten.

Als ik vanuit de stal, met mijn spulletjes, de woning weer binnen ga is het er aanmerkelijk stiller dan toen ik er aan kwam. De kinderen zijn nergens te vinden en Ruth is nog niet terug van haar boodschappenronde en het uitnodigen van familie en vrienden om een feest te vieren met elkaar voor de veilige thuiskomst. Die tijd zal ik dan maar gebruiken om te zien of ik nog zo hier en daar wat kan doen om het gezellig en feestelijk te maken. Ik mag dan wel gast zijn in deze woning bij deze lieve mensen die ik heb leren kennen, ik zal ze ook helpen zodat het voor mij ook goed voelt hier aanwezig te zijn en dienstbaar te zijn. De kinderen denderen het huis weer binnen met een horde vriendjes en vriendinnetjes. Het is weer een drukte van jewelste en er wordt volop gelachen en gespeeld. Wat een andere geluiden zijn dit allemaal dan de geluiden tijdens de trek met de karavaan. Het klinkt vrolijk en spontaan en ik geniet er oprecht van. Levi hangt ineens aan mijn mantel en wil mij meetrekken weer naar buiten toe. “Wij mogen strakjes een vuur maken bij de vuurplaats in de tuin, papa vindt dat goed en dan mogen we ook brood aan een stok houden boven het vuur. Het is vanavond feest en mijn vriendjes mogen ook blijven, goed hé.” Met stralende ogen kijkt hij mij aan en laat mij vol trots de vuurplaats zien. Een kleine cirkel van stenen met wat grote stenen er omheen waarop je kan gaan zitten. Ver genoeg van de struiken af zodat er geen overslaan van vlammen kan komen. Ik denk dat Boaz deze avond wel met dat kinderspul bij het vuur zal zitten en het in de gaten zal houden. Hij is helemaal geen binnenmens en als hij zich wat kan afzonderen dan is hij gelukkiger dan onder teveel mensen. Zo komt, voor dit korte oponthoud, alles tot zijn recht en zullen we heerlijk kunnen gaan genieten van de stad, het meer en straks het welkomstfeest. Ik zie er naar uit maar ook naar de dagen van inkopen doen en genieten van de omgeving. Wie weet vind ik een mogelijkheid een bericht naar Chaim te zenden en hem te vertellen waar ik nu verblijf. Wie weet kan ik hier dan op hem wachten en kunnen we daarna samen verder reizen naar ons geboortedorp Beth Tikva, waar we ons in moeten laten schrijven voor die grote volkstelling. Nu eerst even rust nemen en kijken of ik de kamer ook voor deze paar dagen, voor mij gezellig kan maken zodat ik mij daarin kan terug trekken als ik daar behoefte aan heb. Voor de nacht ligt alles al klaar en dus ga ik voor het huis zitten om te wachten op de terugkomst van Ruth.
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 2 en 0 gasten