DE BIJBEL OVER DE KERKDIENST

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5244
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

DE BIJBEL OVER DE KERKDIENST

Berichtdoor Ton » Za Okt 15, 2016 2:38 pm

DE BIJBEL OVER DE KERKDIENST

Inleiding.

In de christelijke kerken heeft de kerkdienst een centrale plaats. Voor het besef van veel mensen is geloven zo ongeveer hetzelfde als naar de kerk gaan. Vraag ik aan iemand: gelooft u ook? - dan verontschuldigt hij zich vaak waarom hij niet naar de kerk gaat. Maar wat is de betekenis van de kerkdienst? "Waarom zou ik naar de kerk gaan?" onder die titel schreef prof. A. A. van Ruler jaren geleden een boek waarin hij maar liefst 21 redenen opsomt om naar de kerk te gaan.

In het onderstaande artikel spits ik de vraag toe op de bijbel. Wat zegt de bijbel over de kerkdienst? Ik neem mijn uitgangspunt in het Nieuwe Testament en grijp vandaar soms terug op het Oude. De christelijke kerkdienst heeft oudtestamentische en joodse wortels, maar onderscheidt zich qua vorm en inhoud van de tempel-liturgie en de synagoge-samenkomst.

Wat het Nieuwe Testament over de kerkdienst niet zegt.

Eredienst?

We noemen een kerkdienst wel: een eredienst. Op zichzelf een prachtig begrip. We komen samen als gemeente om God te eren. Hij troont immers op de lofzangen Israëls (Ps 22: 4 - overigens: zijn wij "Israël"?). Houdt dan de lofzang gaande voor God Die leven laat (Ps 107 strofe 1)! - Maar laten we het woord eredienst eens opzoeken in het Nieuwe Testament. Het Griekse woord voor eredienst is latreia. Dat woord vind je in het Nieuwe Testament 5x, Driemaal met betrekking tot de Joodse eredienst (Romeinen 9:4; Hebreeën 9: 1 en 6) en éénmaal figuurlijk over het Jodendom in Johannes 16: 1-2. In christelijke zin vinden we latreia enkel figuurlijk in Romeinen 12:1 waar Paulus spreekt over onze redelijke eredienst. Maar daarmee bedoelt hij niet een zondagse kerkdienst, maar ons dagelijkse leven: in het vervolg van Romeinen 12 en 13 gaat het over ethiek en politiek! Daarin moeten we God eren: niet één dag in de week, maar alle zeven dagen; niet enkel in de kerk, maar in heel ons leven en de hele samenleving!

Liturgie?

Ook dat woord gebruiken we tegenwoordig voor de kerkdienst. Niet enkel voor het liturgie-boekje, maar voor het hele gebeuren in de dienst. Liturgie komt van het Griekse woord leitourgia. In het Griekse Oude Testament een gangbare term voor de eredienst in de tabernakel en de tempel. In die zin wordt het ook gebruik in het Nieuwe Testament. We lezen bijvoorbeeld dat de priester Zacharias de dagen van zijn dienst (leitourgia) had vervuld (Lucas 1:23; voorts: Hebreeën 9:21 en 10:11). Paulus kan leitourgia gebruiken voor zending en diakonaat (Romeinen 15:16 en 27; 2Corinthe 9:12; Filippenzen 2:17, 25 en 30) en voor het werk van de overheid (Romeinen 13: 6). De brief aan de Hebreeën spreekt over de dienst (leitourgia) van de engelen (Hebreeën 1: 7 en 14) en van Jezus in de hemel (Hebreeën 8: 2 en 6). Slechts éénmaal wordt leitourgia gebruikt voor een christelijke samenkomst: de gebeds-samenkomst bij de uitzending van Paulus en Barnabas (Handelingen 13: 2). Zo bewaart het Nieuwe Testament het besef dat een christelijke samenkomst iets anders is dan de Joodse liturgie in de tempel. Als christenen kennen we maar één liturgie: de liturgie in de hemel waar Christus dienst doet als onze Hogepriester bij God!

Viering?

Een kerkdienst moet een viering zijn, zeggen we tegenwoordig. Niet enkel het aanhoren van de preek van de dominee, maar een viering van de gemeente. Maar ook het woord viering zoeken we tevergeefs in het Nieuwe Testament. Wel is er een aanknopingspunt: in het avondmaal. Doet dit tot Mijn gedachtenis, zegt Jezus bij Zijn laatste pascha-viering (Lucas 22:10 en 1Corinthe 11:24-25). Gedachtenis verwijst naar het pascha als gedenkdag (Exodus 12:14). Het Hebreeuwse woord voor gedenken kan ook vieren betekenen. Jezus gebiedt ons dus om brood en wijn te delen ter ere van Hem, om Zijn verlossend lijden en sterven te vieren. Avondmaal is een feest ter ere van de Heer. Overigens: feest vieren komt wèl enkele malen voor in het Nieuwe Testament: bij de thuiskomst van de verloren zoon (Lucas 15:24, 29 en 32) en bij ons christelijke pascha/mazzes-feest (1Corinthe 5: 8) - in avondmaals-verhalen dus!

Wat zegt het Nieuwe Testament dan wèl?

Samenkomst.

De meest kenmerkende nieuw-testamentische uitdrukkingen voor "kerkdienst" zijn samen komst en bij elkaar zijn. Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam ... (Mattheus 18:20): zij vonden de elf apostelen vergaderd (Lucas 24:33); zij waren allen tesamen bijeen (Handelingen 2: 1); toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken (Handelingen 20: 7); wanneer gij als gemeente samenkomt (1Corinthe 11:17, 18, 20, 33, 34); als dan de gehele gemeente bijeengekomen is (1Corinthe 14:23, 26); wij moeten onze eigen bijeenkomsten niet verzuimen (Hebreeën 10:25); stel, er komt in uw vergadering iemand binnen ...(Jacobus 2:2).

In deze laatste tekst staat overigens in het Grieks: synagoge. Dat woord kennen we natuurlijk. Het Jodendom ten tijde van Jezus had immers een dubbele eredienst. Enerzijds in de tempel: het éne heiligdom in Jeruzalem waar de priesters en levieten de (offer)liturgie vierden - anderzijds in de synagogen: de gebedshuizen in alle steden en dorpen waar men bij elkaar kwam rond de Wet en de Profeten, met uitleg van (later:) een rabbijn. Nadat in 70 na Christus de tempel was verwoest door de Romeinen, hielden de Joden enkel de synagogale samenkomst over - tot in onze tijd toe.

Bij de christenen was deze stap al eerder gezet. Wij als Christenen hebben geen liturgie in een tempel meer, waar priesters offers brengen. Of liever gezegd: ons heiligdom is in de hemel, waar Jezus als onze Hogepriester ons door Zijn offer en voorbede met God verzoent (Hebreeen 8-10). Maar op aarde kennen wij als christenen enkel samenkomsten. Een heel alledaags woord. Een christelijke kerkdienst als zodanig is niet heilig, gewijd, plechtig, statig of sacraal. Nee, heel gewoon: we komen samen als gemeente en ontmoeten elkaar. Daarom dat heel gewone woord samenkomst. In evangelische kringen gebruikt men dat woord nog altijd. Het is de meest bijbelse uitdrukking.

Daar ben Ik in hun midden.

Een kerkdienst is: we komen samen en ontmoeten elkaar. Maar niet zómaar. We komen samen in de Naam van Jezus. En daarom onder de belofte: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden (Mattheus 18:20). Door Zijn Geest komt de Heer Zelf in ons midden. We ontmoeten elkaar en daarin ook de Levende Heer. Verschillende paas-verhalen vertellen daarvan.

De Emmaüsgangers (Lucas 24:13-35): twee discipelen in de avond, een wel heel mager bezette avonddienst! maar de Heer komt in hun midden, en zo wordt het een volwaardige dienst van Schrift (Hij legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had) en Tafel (en het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte).

Op de avond van de eerste dag der week waren de discipelen bijeen: eerst zonder, later met Thomas (Johannes 20:19-29). Waarom 's avonds? Omdat de zondag een gewone werkdag was - de zaterdag (7e dag) was immers de rustdag / sabbat! Alle eeuwen door hebben christenen de eerste dag der week (Handelingen 20: 7) gevierd: de dag van de opstanding van Jezus. Maar in die eerste eeuwen was dat nog geen vrije dag. Ze konden dus enkel samenkomen vóór hun werk (dus 's morgens vroeg) of ná hun dagtaak (dus 's avonds). Ze beseften dan: de Levende Heer Zelf is in ons midden. We kunnen ons voorstellen dat de dienst begon met de vredegroet: Vrede zij u! (Johannes 20:19, 26). In de prediking werden ze bemoedigd in het geloof: Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven (Johannes 20:29) en aan de tafel ontvingen ze tastbaar Jezus' lichaam (Johannes 20:27). Daarop beleden ze hun geloof in Jezus: Mijn Heer en Mijn God! (Johannes 20:28). Zo schemert door dit paasverhaal al een liturgie heen.

Zo mogen we nog altijd samenkomen op de eerste dag der week (voor de meesten van ons een vrije dag - wat een luxe!) om de Levende Heer te ontmoeten!

Dan heeft ieder iets (1Corinthe 14:26).

Als we zó samenkomen in de Naam van Jezus, is de Heer Zelf in ons midden door Zijn Geest. En de Geest brengt gaven mee. Een geïnspireerd lied, woorden van Jezus, een openbaring over de toekomst, een uiting van enthousiasme - allerlei gaven worden in 1Corinthe 14 genoemd. En waarom zou de Geest niet nog allerlei andere gaven kunnen schenken?: een woord van bemoediging, aansprekende muziek, visie op een maatschappelijk probleem, een kinderlied (Mattheus 21:15-16), uitleg van onze geloofs-traditie, enz. De rijkdom van de Geest is onuitputtelijk!

In de samenkomsten van de eerste christenen was er niet één vaste voorganger. Er was alle ruimte voor ieders inbreng. Een spontaan en informeel gebeuren! Het moest natuurlijk geen rommeltje worden. Daarom geeft de apostel Paulus in 1Corinthe 14 enkele vuistregels.
* Wat je zegt en doet moet begrijpelijk zijn voor de andere gemeenteleden (vers 1-20) en ook voor buitenstaanders (vers 23-25). Geen kerkelijke geheimtaal!
* De samenkomst moet de gemeente stichten (vers 12): je komt niet enkel voor jezelf persoonlijk, we worden in het geloof verbonden met elkáár.
* Het moet geen chaos worden (vers 26-33) en we moeten niet door elkaar heen-praten (vers 34-36; Paulus waarschuwt daarvoor speciaal de vrouwen).
* We moeten het enthousiasme van een ander niet belemmeren (vers 39; vergelijk 1Thessalonicenzen 5:19). Later zei men: want dát is de zonde tegen de Heilige Geest!

Schrift en Tafel - gebeden en gaven.

Waren de samenkomsten van de eerste christenen dan zó spontaan, dat er helemaal geen model in zat? In de hierboven genoemde paas-verhalen herkennen we al een bepaalde lijn. Met de Emmaüsgangers spreekt Jezus over de Schriften en deelt Hij aan hun tafel het brood (Lucas 24:13-35). Tot Zijn discipelen komt de Levende Heer met Zijn Woord en met Zijn Lichaam (Johannes 20:19-29). In deze verhalen herkennen we al iets van wat we noemen: de dienst van Schrift en Tafel.

In Handelingen 2:42 lezen we over de eerste christelijke gemeente: Ze bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. Met verschillende uitleggers denk ik dat Lucas hier doelt op vier wezenlijke elementen van de christelijke kerkdienst - tot vandaag de dag toe! Het onderwijs van de apostelen: de apostelen gaven de boodschap van en over Jezus door. Die boodschap is voor ons bewaard in de geschriften van het Nieuwe Testament. Wij verdiepen ons in de Schriften in de dienst van het Woord. Bij de gemeenschap moeten we niet enkel denken aan de onderlinge hartelijkheid van de eerste christenen, maar ook heel concreet aan de gemeenschap van goederen: delen ten behoeve van de armen. Wij doen dat in onze kerkdiensten in de vorm van de (diakonale) collecte. Het breken van het brood is de dienst van de Tafel. Op gewone zondagen toen waarschijnlijk veelal gevierd met enkel brood - wijn was een feestelijke drank. CALVIJN trok uit deze tekst de conclusie: ten minste elke zondag avondmaal vieren - waren we maar wat calvinistischer! Voor gebeden staat een Grieks woord (proseuchai) dat duidt op gebeden in de breedste zin van het woord. Zo kennen we in onze kerkdiensten een verscheidenheid van gebeden. Met name denk ik aan het grote gebed met dankzegging - voorbeden - stilte - Onze Vader.

Ook de Heidelbergse Catechismus heeft Handelingen 2:42 opgevat als het grondmodel van de kerkdienst, als hij ons in zondag 38 oproept om trouw naar de kerk te komen om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God de Here openlijk aan te roepen en de armen christelijke hulp te betonen.

Vanouds hebben christenen in hun samenkomsten natuurlijk ook liederen gezongen (1Corinthe 14:26; Efese 5:19; Collossenzen 3:16). De hemelse lofliederen in de Openbaring vonden en vinden hun weerklank op aarde.

Tenslotte: twee opmerkingen.

Het Nieuwe Testament vertelt over de samenkomsten van de eerste christenen in de Naam van Jezus. De Heer heeft ons beloofd dat Hij dan Zelf in ons midden is. Hij is in ons midden door Zijn Geest. Die Geest brengt allerlei gaven mee. Daar moet dan ook volop ruimte voor zijn. In de meeste grote kerken is van die oorspronkelijke spontaneïteit (helaas) niet veel meer over. Wel bewaard gebleven is de grondstructuur die we al vinden in het Nieuwe Testament: de dienst van Schrift en Tafel, met gebeden en gaven - zij het dat in onze protestantse kerken (opnieuw: helaas) de dienst van de Tafel meestal weggelaten wordt. Dat is mijn antwoord op de vraag: Wat zegt de bijbel over de kerkdienst? Maar ik moet er nog wat omheen vertellen.

1. Eerbied, vrijheid en liefde.

Met opzet schreef ik: "Het Nieuwe Testament vertelt ". Vertellen ("zo deden ze het") is iets anders dan voorschrijven ("zo moet het"). Het Nieuwe Testament geeft haast geen liturgische voorschriften. Dat is heel opmerkelijk! Het Nieuwe Testament is, samen met het Oude, de grondslag voor onze christelijke godsdienst. Van zo'n Heilige Schrift zou je verwachten dat erin voorgeschreven wordt hoe de liturgie moet worden gevierd. Zo geeft het Oude Testament in Exodus tot en met Deuteronomium een uitvoerige reeks voorschriften voor de eredienst van Israël. Des te opvallender is het dat het Nieuwe Testament eigenlijk helemaal niets voorschrijft. Tenminste niet over de kerkdienst. Liturgische voorschriften en geboden ontbreken. Waarom? In onze samenkomsten wil de Heer Zelf bij ons zijn. De ontmoeting met de Levende Heer is iets geweldigs. Dat heeft Johannes ervaren in zijn ontmoeting, op de dag des Heren (!), met de Levende Heer (Openbaring 1:9-20). Diens aanwezigheid vervult ons met diepe eerbied. Eerbied is voor mij het eerste grondwoord voor de kerkdienst. Maar de Heer is bij ons door Zijn Geest. En waar de Geest is, daar is vrijheid (2Corinthe 3:17). Daar krijgt ieder ruimte voor zijn of haar eigen beleving en inbreng. Daar smoren we het enthousiasme en de geloofsblijheid van de ander niet in onze kritiek. We houden wel rekening met elkaar. Het moet geen chaos worden waarin het recht van de (geestelijk) sterkste heerst (1Corinthe 14). Dat is eenvoudig een kwestie van de liefde (1Corinthe 13) die je onder christenen verwachten mag..

Dat betekent: alle liturgisch wetticisme is uit den boze - of het nu reformatorisch of hoogkerkelijk wetticisme is. Dat gevaar dreigt voortdurend. De kerkdienst wordt heel gauw dwangmatig: "het moet zus! het kan enkel zó!" - en wie het anders doet, doet het fout: "dat is liturgisch gezien onjuist! dat mag toch niet in de kerk!". Het Nieuwe Testament spreekt anders. Voor de christelijke samenkomst gelden maar drie kriteria: de eerbied voor God, de liefde voor elkaar en de vrijheid van alle dwang. Verder mag alles. Niets is "fout".

2. Onze eigenlijke eredienst.

Het christendom kent dus geen tot in bijzonderheden voorgeschreven eredienst met allerlei liturgische geboden en verboden. Of liever: onze christelijke eredienst speelt zich ergens anders af dan in de samenkomst in de kerk. Onze eigenlijke eredienst zit in ons dagelijkse leven, schrijft Paulus (Romeinen 12: 1) - om vervolgens allerlei ethische en politieke regels te geven (Romeinen 12-13). Dat is helemaal in de geest van Jezus Zelf. Lees de Bergrede (Mattheus 5-7) maar: niet één liturgisch voorschrift - wel allerlei praktische geboden voor onze omgang met God en met elkaar. Het christendom is in wezen geen liturgische, maar een ethische en politieke godsdienst. Christelijk geloof is meer dan naar de kerk gaan. Het Nieuwe Testament geeft nauwelijks voorschriften voor de eredienst - maar des te meer voor ons dagelijkse leven. Dáár komt het erop aan de Heer te eren en te dienen!




(ds.A.Kamermans - https://home.kpn.nl/a.kamermans/kerkdienst.htm)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5244
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: DE BIJBEL OVER DE KERKDIENST (R.Kamermans)

Berichtdoor Ton » Za Okt 15, 2016 2:46 pm

HEBREEËN 10: 24-25: WAAROM ZOU IK NAAR DE KERK GAAN?


Waarom zou ik naar de kerk gaan? Dat vragen veel mensen zich af, misschien wel elke keer weer: zou ik gaan vandaag, of niet?

Veel meer mensen vragen zich dat niet meer af: ze gaan al lang niet meer,of alleen af en toe. Ze hebben niet zoveel meer met de kerk als instituut en ervaren kerkdiensten als saai, met woorden en rituelen uit een tijd die voorbij is, en bovendien moet er veel en mag er weinig.

Maar ook mensen die nog wel wat hebben met God en met Jezus, de bijbel en het geloof, zijn op de kerk afgeknapt en ze zeggen: voor geloven heb ik de kerk niet nodig, staat de kerk zelfs in de weg, en daar komen soms vervelende ervaringen met de kerk en kerkmensen bij.

Tenslotte: ook onder nog kerkelijk betrokkenen is niet vanzelfsprekend elke zondag te gaan, laat staan twee keer op een zondag; de tweede kerkdienst is in veel kerken slecht bezocht.

Vaak maakt een beroep op dat het toch goed is en zo hoort, of dat we nog mogen en dat het ondankbaar is van die mogelijkheid geen gebruik te maken,of dat God via de kerkenraad je roept en je dan dus moet komen, meestal geen indruk meer, en werkt eerder averechts.

Waarom zou ik naar de kerk gaan? Dat is voor anderen geen vraag: natuurlijk ga ik, als ik even kan, elke zondag naar de kerk, en wat jammer, wat erg, dat anderen niet elke zondag er zijn of maar één keer op een zondag komen, of wel gaan, maar niet daar waar ze lid zijn en dus aanwezig horen te zijn; ook wat we ‘shoppen’ noemen is voor veel mensen gewoon. Wat bij trouwe kerkgangers vervreemding oproept en ergernis: je moet gaan waar je hoort.

Toch is ook voor wie gewend is elke zondag naar de kerk te gaan, en dat de gewoonste zaak van de wereld vindt, het ook fijn vindt, de vraag belangrijk naar het waarom van kerklid zijn en naar de kerk gaan: wat is het belang van de kerk en de kerkdienst, wat zoek je er en wat ervaar je er van God maar ook: wat hebben we elkaar te bieden, en: hoe kunnen we elkaar en vooral wie dreigen af te haken maar ook wie buitenstanders zijn, stimuleren om ook (weer) mee te gaan doen?

Eigenlijk dus de vraag waarom u er bent op zondag en dat belangrijk vindt, waarom jij komt. En dan met een sterker motivatie dan dat het zo hoort, en dat God je roept.

Onze tekst wordt vaak aangehaald als het gaat over trouwe kerkgang, en als vermaan voor wie in onze ogen nalatig zijn in het komen naar de kerk: “wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn” – zo stond het er in de vertaling NBG-1951. En dan zou de boodschap zijn dat dat moet veranderen en dat we elkaar daarop moeten aanspreken, met vooral een taak daarin van de ouderlingen: om wegblijvers te vermanen.

We komen daar straks nog wel op terug maar eerst nog weer die vraag: waarom we eigenlijk naar de kerk gaan, en wat we daar doen, en waarom dat belangrijk zou zijn.

Bekend is het antwoord dat je naar de kerk gaat om Gods Woord te horen en te bidden en samen te zingen, en dat is natuurlijk zo, lees wat zondag 38 over de zondag zegt: “dat ik trouw tot Gods gemeente zal komen om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Here publiek aan te roepen, en de armen christelijke barmhartigheid te bewijzen”. In lijn ook met heel wat Bijbelse aanwijzingen over eredienst: je doet het tot eer van God. Vroeger hoorde ik thuis wel zeggen: je gaat naar de kerk voor God en niet voor de mensen. Waar achter zat dat als de dominee tegenvalt of mensen in de kerk het laten afweten, je toch moet blijven gaan, want God roept je en Hij wil dat we allemaal in zijn huis komen.

Hoe waar dat allemaal is, het is toch eenzijdig, er is meer van te zeggen en over te doen. Want als het alleen om God en niet om mensen gaat, waarom is het dan niet voldoende thuis in de bijbel te lezen en te bidden, en af en toe geld over te maken voor goede doelen? En het is toch waar dat ook mensen die geen lid van een kerk zijn en niet op zondag naar de kerk gaan, kunnen geloven, en kunnen bijbellezen en bidden, en goede doelen steunen? Denk alleen maar aan mensen die te oud of te ziek zijn, of die om andere redenen niet gaan.

Toch is het door heel de bijbel heen duidelijk dat geloven en God dienen iets is voor samen. Vandaar al die beelden voor de kerk als een volk, een huisgezin, een kudde, een lichaam. Denk ook aan het avondmaal waar we vieren dat we samen aan Christus verbonden ook verbonden zijn met elkaar – en dat we die verbondenheid ook handen en voeten zullen geven op zondag en in de week: “we zullen ons best doen om elkaar in liefde te dienen”.

En dus kom ik niet alleen maar in de kerk om God te ontmoeten en te krijgen wat ik nodig hebt, maar ook om elkaar te ontmoeten, om samen te delen wat God geeft en op elkaar betrokken te zijn, om elkaar te steunen in wat moeilijk is, en om wie tekort komt te helpen. Ieder naar eigen mogelijkheden en naar wat iedereen nodig heeft.

Als dat stagneert of niet functioneert, en ieder er vooral zit voor zichzelf, omdat het moet of zo hoort, of omdat ‘ze’ er anders wat van zeggen, beantwoordt die samenkomst – het woord zegt het al -niet aan het doel: het heet een samen-komst maar echt samen ben je niet.

Paulus schrijft zelfs aan de kerkleden in Korinte dat hun ‘samenkomsten’ meer kwaad dan goed deden, dat ze ‘niet tot zegen maar tot schade’ waren, staat in onze vorige vertaling. Dat was niet omdat er niet goed gepreekt werd,maar omdat ze in de gemeente niet goed met elkaar omgingen en zelfs scherp tegenover elkaar stonden.

Paulus wijst twee misstanden aan: er was verdeeldheid, groepsvorming, gedoe; én: rond de gemeenschappelijke maaltijden waarbij ze ook het avondmaal vierden werd niet met elkaar gedeeld wat was meegebracht aan eten en drinken, maar de rijken aten zich dik en goten zich vol, en de armen kwamen te kort en gingen met een lege maag weer naar huis. En dan zegt Paulus: ga dan liever thuis eten en drinken, dit is niet de maaltijd van de Heer.

Met dat in het achterhoofd gaan we terug naar de tekstverzen over de samenkomsten. Laten we op elkaar acht geven, op elkaar letten; dat lijkt op sociale controle, elkaar in de gaten houden als het gaat om kerkgang, avondmaal vieren, besteding van de zondag…Dat kan heel negatief zijn en irritant overkomen: ze zien me als ik doe wat ik hoor te doen niet staan, maar als ik niet geweest ben spreken ze me erop aan of zie ik afkeurende blikken.

Zeker in onze tijd waarin privacy hoog in het vaandel staat, werkt het vaak averechts: ieder is in voor zijn eigen keuzes verantwoordelijk en daar moet een ander zich niet mee bemoeien. Sociale controle scoort negatief, komt over als bemoeizucht, regeldwang, en veroordeling. En zomaar wordt het waar Paulus van zegt: wie ben jij dat jij een broer of zus beoordeelt? In lijn met de Heer zelf die zei dat wie anderen de maat neemt, zelf ook de maat genomen zal worden.

Wat wel goed scoort is teamwork en teambuilding – in het Engels, dus van deze tijd en OK. Hier ligt de focus niet op sociale controle maar juist op teamwork, op gemeenschap. Ik las: “Je vindt in de bijbel echt geen bekrompen dametjes of heertjes die over horretjes turen en dan zeggen: ooooh, die gaat weer niet naar de kerk, of: ‘t is toch niet netjes dat-ie nou weer niet naar vereniging gaat”. De focus ligt op gemeente-opbouw, op samen-komen en er zijn voor elkaar en er samen iets van maken en elkaar stimuleren en bemoedigen en aansporen. Je bent toch reisgenoten? En dan is op elkaar letten niet bemoeizuchtig en kriticasterig maar liefdevol: doe je ook mee, wij hebben jou ook nodig, en misschien kunnen wij wat voor jou betekenen: samen kun je meer, iedereen is nodig en niemand is overbodig

Let vooral op het geheel van de tekst, en op het bredere verband waarin die tekst staat. Er staat niet: laten we op elkaar letten en elkaar aansporen om trouw naar de kerk te gaan en mee te doen op vereniging en catechisatie, en dat niemand wegblijft, want dat hoort zo. Zodat het goed is als je er maar bent, elke zondag, twee keer graag, en aan het avondmaal, en elke verenigingsavond en als het even kan ook naar een gemeentevergadering…… Nee, er staat dat we elkaar zullen aansporen “om lief te hebben en goed te doen“….en even verder: “om elkaar te bemoedigen” - óf het dus om mensen gaat, om die ander en ook om mijzelf.

Voorop staat niet dat je aan bepaalde regels voldoet of een bepaald gedragspatroon volgt en elkaar in de gaten houdt om ervoor te zorgen dat ieder zich aan de afspraken houdt, maar dat we elkaar stimuleren tot betrokkenheid op elkaar en zorgzaamheid en hulpvaardigheid. Respectvol naar elkaar, veilig bij elkaar, verantwoordelijk voor elkaar.

Er staat trouwens niet dat je de kerkdiensten niet moet verzuimen maar de samenkomsten. Letterlijk wordt een woord gebruikt dat zoiets is als: het bij elkaar brengen van mensen.Dat gebeurt op zondag als er diensten zijn maar ook op andere momenten waar je elkaar kunt ontmoeten en helpen en bemoedigen: als je samen Bijbelstudie doet of elkaar opzoekt, als je omkijkt naar wie ziek is of problemen heeft, en ook als je feest viert, of iets leuks doet.

In die eerste christelijke kerk was een samenkomst ook veel meer en veel uitgebreider dan onze kerkdienst van ongeveer een uur met vooral luisteren en zingen en bidden, en een paar keer per jaar avondmaal. Er werd meestal ook samen gegeten en veel gepraat, er was een soort catechese, en vooral veel onderlinge ontmoeting. Iemand schrijft: “Wat bij ons is uitgesplitst in kerkdiensten, verenigingen, onderlinge bezoeken om elkaar te helpen en zo voort,dat zat toen helemaal in elkaar”. Veel meer dus dan elke zondag een uurtje in de kerk.

Het staat in Hebreeën allemaal in het brede kader van dat samen onderweg zijn, achter de Heer aan, naar de stad die God aan het bouwen is. Gelovigen vormen als het ware een reisgezelschap dat heeft geboekt voor een avontuurlijke en ook zware survivaltocht. dia 6 En dan ben je sterk op elkaar aangewezen en heb je elkaars steun en bemoediging nodig.

We moeten “met volharding de wedstrijd lopen”, staat in 12: 2; naar het voorbeeld van de grote Reisleider en Vooroploper Jezus zelf die door vol te houden de prijs – voor ons – heeft binnengesleept, en zich niet liet afschrikken door tegenstand en vervolging maar volhield. Als dat tot ons doordringt en we zien wat het Hem heeft opgeleverd, kunnen we daar moed uit putten en elkaar mee bemoedigen, “opdat u niet de moed verliest en het opgeeft“.

Daar hebben ook kerkdiensten en andere ontmoetingsmomenten een functie in: om elkaar te steunen en moed in te spreken, om mee te leven met wie het zwaar heeft, om wie de moed dreigt te verliezen op te beuren, en wie dreigen af te haken er weer bij te trekken. En dat niet door een vermanend vingertje of een afkeurende blik, maar door uit te stralen dat het goed is en opbouwend om bij elkaar te zijn, en dat je wat gemist hebt als je er niet was; door vooral open te staan voor elkaar en elkaar serieus te nemen en te accepteren. Niet dus dat je door weg te blijven, je afzijdig te houden, je niet aan de regels houdt of iets doet wat niet hoort, maar dat je jezelf tekort doet en ook de anderen er tekort mee doet.

Ja, en het gaat niet om niks, maar om die reis richting de grote finale -vandaar die extra nadruk: hoe dichter we bij dat einddoel komen, des te meer heb je elkaar nodig onderweg. Het gaat er niet om dat je er zit elke zondag, trouw op je vaste plekje, maar ook waarom je daar zit en hoe je houding dan is, of je die anderen ook ziet staan of vooral op jezelf blijft.

Elkaar bemoedigen, dat is meer dan een bemoedigende preek en mooie liederen, dat is de taak die we allemaal hebben naar elkaar toe, dat is ook hoe je elkaar begroet – of niet – hoe je rond de dienst met elkaar in gesprek gaat – of niet – of je elkaar serieus neemt en, en oprecht geïnteresseerd bent in hoe het gaat met die ander, hoe de sfeer is. En als mensen wegblijven of afhaken omdat ze zich niet bemoedigd voelen, wat doen we er dan aan, meer en anders dan hem of haar nalatigheid of slapheid verwijten en zeggen of uitstralen dat het fout is; durven we ook in de spiegel kijken en ons afvragen: zou het ook aan ons kunnen liggen?

Meeleven is ook elkaar durven aanspreken, bij bemoedigen hoort als het nodig is ook waarschuwen en waar duidelijke zonden zijn, vermanen, liefdevol en tactvol, niet om de ander neer te zetten als minder of niet goed bezig, maar om samen te groeien, en dan twee kanten op: ook open staan voor feedback en correctie van wie misschien bezorgd is over mij. Om te voorkomen dat ook maar een van ons achterop zou raken en zijn bestemming mist.

Ik sluit af met een paar stukjes uit een klein boekje van de bekende publicist Reinier Sonneveld met als titel ‘De Kerk. Waarom zou je meedoen?’

Reinier was afgehaakt en heeft acht jaar geprobeerd in z’n eentje te geloven, zonder kerk. Dat beviel hem eerst prima; toch is hij weer een groep gaan zoeken, en weer bij een kerk. Vooral omdat hij merkte hoe mensen op elkaar betrokken zijn en elkaar nodig hebben. Hij schrijft o.m. dat je in de kerk heel verschillende mensen tegenkomt die God heel verschillend ervaren en dat je zo afgeholpen wordt van je eigen stokpaardjes: “Mijn eigen hoofd is te klein voor God. Ik heb die andere ervaringen met God nodig. Steeds wordt me dan weer iets anders over Hem duidelijk- iets wat ik zelf niet had kunnen verzinnen, maar wat voor die ander vanzelfsprekend is. En zo ontmoeten we elkaar, elk met onze vanzelfsprekend-heden en cliché’s, die dan elkaar plotseling gaan aanvullen en versoepelen. Aan een kerk meedoen is uitdrukken hoe groot God is. God is groter, duizelingwekkend veel groter dan mijn gedachtenpatroontjes. Dat kan ik op mijn zolderkamer wel bedenken, maar in een concrete groep mensen, elk met zijn eigen verhaal met God, daar ervaar ik het pas”.

En dan nog dit, ook uit dat boekje van Reinier Sonneveld: “Als je een kerk binnenstapt, zul je mensen ontmoeten. Soms vastgeroest, soms revolutionair, soms gestrest, soms liefdevol. Het zijn mensen die proberen God tot hun leven te laten doordringen. En zo, via de mensen en via hun rituelen, zul je God ontmoeten”.

In de kerk gaat het om God, dat is helemaal waar.

Maar het gaat God om mensen, om u en jou en mij, en ook om al die anderen.

Waarom zou ik naar de kerk gaan?

Om God, en juist daarom ook voor die mensen – en voor mezelf.


(Uit: www.hvanveen.nl)
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19

Gebruikers-avatar
Ton
BerichtenCOLON 5244
GeregistreerdCOLON Do Jan 07, 2016 11:08 am

Re: DE BIJBEL OVER DE KERKDIENST (R.Kamermans)

Berichtdoor Ton » Za Okt 15, 2016 2:48 pm

Waarom moeten Christenen naar de kerk gaan? Hoe belangrijk is het?


Sommige mensen maken grapjes over de 'Bed-Baptisten,' die 's zondagsmorgens vanuit hun bed naar de “Kerk op de Buis” kijken. Maar het is meer dan een grap. Veel mensen gaan gewoon nooit naar de kerk, of het moest zijn als hun neefje de rol van schaap moet spelen in het Kerstspel! Ze beweren bij hoog en laag, dat ze meer hebben aan een boswandeling dan aan een saaie preek. Kan een Christen eigenlijk wel overleven als hij niet naar een kerk gaat? Sommige christen kunnen gewoon niet anders. Ze zitten gevangen in een ziekenhuisbed, of werken in een afgelegen gebied, waar nou eenmaal geen kerk is. En God is zeker in staat om hen van het nodige geestelijke voedsel te voorzien. Je kunt best naar de hemel gaan, al ga je niet naar een kerk. Maar zelfs al is het technisch mogelijk om een christelijk leven te leiden in afzondering, het is niet normaal. Als je een christen wordt, wordt je geroepen om een relatie met God te hebben (1 Cor. 1:9). Maar I John 1:3 stelt heel duidelijk, dat we een relatie aangaan, een gemeenschap, naar twee kanten: met God en met andere christenen. Het Nieuwe Testament maakt geen onderscheid tussen christenen die naar de kerk gaan en christenen die niet naar de kerk gaan. Er wordt gewoon van uitgegaan, dat iedereen deelneemt aan de plaatselijke gemeentesamenkomst. Er is geen enkel geval vermeld van christenen die tot de universele kerk van Christus behoren, maar geen band hebben met de plaatselijke gemeente. Een leraar zei het eens zo: 'elke gedachte over gelukkig zijn met je redding of blij zijn dat je een Christen bent, terwijl je geisoleerd leeft van de anderen, is vreemd aan de opvattingen uit het Nieuwe Testament.' (Alan Stibbs, God's Church, p. 92). Waar Christenen, in het Nieuwe Testament, ook maar enigszins binnen bereik zijn van elkaar willen ze elkaar ontmoeten. Elke keer in het boek Handelingen, als de apostel Paulus ergens in een stad komt waar geen Christenen zijn, maakt hij een paar bekeerlingen en onmiddellijk organiseren ze zich in een groepje—een kleine kerk. Hand. 20:7 geeft ons een kijkje in de praktijk van het leven van alle dag van de vroege kerk: "En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak tot hen." Voor Christenen in welke lokatie ook, was het regelmatig bijeenkomen een deel van hun leven. Het is onlogisch om te zeggen, dat u een klein onderdeel bent van de universele kerk en dat u toch weigert samen te komen met dat gedeelte van die kerk dat in uw geografische gebied leeft. Het zou zo iets zijn alsof u zegt dat u een auto bezit, waarvan de rechter bumper in Phoenix is, de motor in Tucson en de wielen in Paradise Valley! U hebt helemaal geen auto; u hebt slechts het begin van de inventaris van een autosloperij. Hij functioneert helemaal niet totdat de onderdelen als eenheid werken. De kerk moet samenkomen om zijn doelstellingen te kunnen laten functioneren. Hier volgen enkele onvervangbare onderdelen van een Christen die niet kunnen werken als men geisoleerd leeft van zijn gemeente: HET GEBRUIK VAN DE GEESTELIJKE GAVEN - I Kor. 12 stelt duidelijk dat God elke Christen geestelijke gaven heeft gegeven. En vers 7 zegt expliciet, dat deze niet gegeven zijn om uzelf goed te voelen; ze moeten gebruikt worden tot algemeen welzijn! I Petr 4:10 beveelt ons om geestelijke gaven te gebruiken om anderen te helpen. Dezelfde passage leert ons dat we met andere Christenen moeten samenkomen, zodat zij hun gaven kunnen gebruiken om ons weer te versterken. Gods gave aan een prediker of leraar is voor niets geweest als niemand zou komen om naar hem te luisteren. GEZAMENLIJKE BEDIENING - De kerk wordt afgeschilderd als een lichaam in I Kor. 12, en Paulus legt uit dat elk deel van het lichaam ontworpen is om in de noden van andere lichaamsdelen te voorzien. Op dezelfde manier wil God dat ieder van ons de ander bijstaat in hun noden, dat we onze krachten gebruiken om hen te helpen daar waar ze zwak zijn. I Kor. 12:21 zegt het op deze manier: "En het oog kan niet zeggen tot de hand: ik heb u niet nodig." Eveneens kan een Christen beweren dat hij vandaag genoeg heeft aan zichzelf. Het Nieuwe Testament is vol van “de een de ander” geboden. We moeten elkander vertroosten (I Thess. 4:18), bouwt elkander op (I Thess. 5:11), belijdt elkander de zonden (Jac. 5:16), Bidt voor elkander (Jac. 5:16), en ga maar door. Hoe kunnen we deze aanwijzingen opvolgen als we wegblijven van de vergadering van gelovigen? VERANTWOORDING AFLEGGEN - God ontwierp de gemeente als een plaats waar geestelijke leiders kunnen waken over ons geestelijk welzijn, zoals herders over de kudde waken (I Petr. 5:1-4; Hebrews 13:17). Een Christen die alleen zichzelf de norm stelt, kan heel gemakkelijk in zondige daden of in een zondige houding vervallen; regelmatig contact met andere Christenen houdt ons scherp. Eigenlijk zou een enkel vers voldoende zijn geweest om bovenstaande vraag te beantwoorden: Hebr. 10:25 waarschuwt de lezers tegen het "verzuimen van onze eigen bijeenkomsten, zoals sommigen dat gewoon zijn."

Translation by: Josine

Auteur: Dr. John Bechtle.

Read more at: http://christiananswers.net/dutch/q-acb/acb-t009d.html
Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of theFather, and of the Son, and of the Holy Ghost Matthew 28 : 19


Terug naar

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: 1 en 0 gasten